Zeventiende eeuw – deel I

COPIE van t;ghene d’welck aen den Generale Staten tot Bruyssel vertooght is gheweest den xxviii april 1600. Mitsgaders de middelen om te comen tot eenen goeden Peys , weder-oprichtinghe der Saken ende Privilegien van het Nederlandt. Vertooght van den Staten Generael van Braband, Vlaenderen etc. Aen hare Hoogh-heden [DM] Tot Middelburgh. Voor Baernaerdt Langhenes, anno 1600, 4o, 8 p.

(Knuttel 1119. Kasteeltoren als wapen op titelblad. In oud handschrift “deese propositie van chardot v. Dremt (?)”).

LUDOVICUS GRANATENSIS, Conciones quæ de præcipius sanctorum festis in ecclesia habentur. A Festo Sancti Andreæ usque ad Festum Mariæ Magdalenæ [DM] Antverpiæ, ex officina Plantiniana, apud Ioannem Moretum 1600, 8o, 527p.

LUDOVICUS GRANATENSIS, Conciones de præcipius sanctorum festis a Festo beatissimæ Mariæ Magdalenæ usque ad finem anni [DM] Antverpiæ, ex officina Plantiniana, apud Ioannem Moretum 1600, 8o, 542+[i] p.

(Louis de Granda (1504-1588) was een Spaanse theoloog en dominicaan, die later naar Portugal verhuisde. Met privilege van de koning van Spanje (Yo el rey). Twee keer het fraaie drukkersmerk van Plantijn. Deze twee werken over kerkelijke feestdagen maken deel uit van een serie van zes. In originele perkamenten spitselband. Op de rug in origineel handschrift de naam van de auteur: Granatensis. Binnenzijde perkamentomslag gekruld).

IEAN FRANCOIS LE PETIT, La grande chroniqve ancienne et moderne, de Hollande, Zelande, West-Frise, Vtrecht, Overyssel & Groeninghen iusques al la fin de lan 1600, a Dordrecht, De l’impression de Guillaume Guillemot [achterin: a Dordrecht chezGuillaume Guillemot M.VI.C.I. (1601), kl. Folio, 779 + [xv] p.

(Meest waardevolle deel van een tweedelig werk van Le Petit (1546-ca.1615) over de Nederlandse Opstand in de jaren 1556-1600. De auteur werd geboren in Béthune. Hij vluchtte na zijn bekering tot het protestantisme naar het Noorden, waar hij in dienst trad van Willem van Oranje. In 1598 woonde hij in Aken, waar hij zijn aan de Staten-Generaal opgedragen ‘Grande chroniqve’ schreef.

Op de titelpagina noemt hij zich griffier van Béthune in Artois. Het eerste deel daarvan is een Franse vertaling van de bekende Divisiekroniek van Cornelius Aurelius en daarom van minder waarde. Het deel over de Opstand bevat daarentegen unieke informatie en telt zeventien paginagrote gravures van de hand van Christoffel van Sichem de Oudere, graveur en drukker in Amsterdam (1546-1624). Afgebeeld zijn: Philips II, Emanuel Philibert, Margaretha van Oostenrijk, de hertog van Alva, Willem van Oranje, Requesens, Don Juan, Matthias van Oostenrijk, Parma, Francois de Valois, Elisabeth van Engeland, Leicester, Maurits, Ernst van Oostenrijk, Albert van Oostenrijk, Isabella van Spanje en een allegorie van de Staten-Generaal. Met fraai gegraveerde titelpagina met heraldische symbolen, wapens en een haventafereel.

Fraaie licht overslaande perkamenten band, aan achterzijde bovenaan een stukje afgebrokkeld, met kleine blindstempeling op voor- en achterzijde, sporen van verdwenen sluitlinten. Titel en auteursnaam op de rug in zwarte inkt, plus het cijfer 2. Boekblok gaaf, maar binding los. Met sporadisch enkele contemporaine aantekeningen. Eigendomskenmerk op titelpagina uitgewist. Op keerzijde titelblad eigendomsinschrijving: “Henry Moetten vraij possesseur de ce livre”).

.

.

.

JUSTUS LIPSIUS, Epistolarum selectarum centuria miscellanea [DM], Antverpiae, ex Officina Plantiniana, Apud Ioannem Moretum 1602, kl.fol., [vi]+108+[iii]p.
JUSTUS LIPSIUS, Epistolarum selectarum centuria singularis. Ad Germanos & Gallos [DM], Antverpiae, ex Officina Plantiniana, Apud Ioannem Moretum 1602, [vi]+79p.

(Verzameling brieven van Justus Lipsius, uitgegeven door de bekende Antwerpse drukkerij Plantijn-Moretus. Lipsius was de grote opponent van Coornhert tijdens diens laatste twee levensjaren in Gouda. Originele perkamenten band, met donkerrood titelschildje – licht beschadigd – met in goud als titel: “lipsii epist. sel. miscel. Germ & Gal.”. Beide boeken worden gescheiden door een nog oorspronkelijk groen leeslint. Op beide titelpagina’s het beroemde drukkersmerk met de gulden passer en de tekst Labore et Constantia van Plantijn. Op snee rood gekleurd.

Het eerste deel wordt voorafgegaan door een opdracht aan Johannes Dreckwaert, Dortenaar van geboorte maar thesaurier in Brussel, met wie Lipsius de devotie deelde voor de maagd Maria. Het tweede deel wordt voorafgegaan door een opdracht aan de apostolisch-vicarus in Keulen, de Italiaanse bisschop Frangipani. Na de opdracht volgt in beide delen een index van de opgenomen brieven, alfabetisch geordend wat betreft de ontvanger. De allereerste brief is gericht aan de uitgever van dit brievenboek, Johannes Moretus, geschreven vanuit Leiden op 1 december 1588. Onder de ontvangers van brieven van Lipsius treffen we geleerden aan als Abraham Ortelius, Carolus Clusius, Hugo Grotius, Isaac Casaubon, Theodorus Canter, Dominicus Baudius, Franciscus van Aerssen, William Barclay, Joseph Scalinger en Stephanus Pighius).

ANDREAS SALLAEUS, Index amplissimus materiarum præcipuarum, quæ sparsim in concionibus de tempore & sanctorum festis solemnibus, à P.F. Ludovico Granatensi in lucem editis, continentur; diu multumque hactenus à Divini verbit, declamatoribus expetitus [DM] Antverpiæ ex officina Planiniana, apud Ioannem Moretum 1602 [achterin: 1603], 8o, 1606+[ii] p.

(Salaeus was pastoor in Silly. Index op de werken over katholieke feestdagen van Lodovicus van Granata in zijn Consiones de tempore. In puntgave perkamenten spitselband. Drukkersmerk van Plantijn op de titelpagina en groot op het laatste blad. Rood gespikkeld op snee. SJH).

CORNELIO MUSSO, Conciones evangeliorum de dominicis aliquot et festis solennioribus, singulari pietate et omnis generis erudition refertæ, atque à multis hactenus desideratæ. In gratiam totius Christia nismi Latinitate donatæ opera & studio Michaelis ab Isselt, Amersfortii, Tomus secundus [Orn.] Coloniæ apud Arnoldum Quentelium, anno 1603, 8o, [xlii]+1017p.

(Prekenbundel van Cornelio Musso (of Cornelius) (1511-1574), bewerkt door Michale ab Iselt uit Amersfoort. Musso was een Italiaanse minderbroeder, bisschop van Bitonto (1544-1574) en van Bertinoro (1541-1544), en prominent deelnemer van het Concilie van Trente. Hij was misschien wel de meest bekende redenaar van zijn tijd, en werd de “Italiaanse Demosthenes” genoemd. Terugkerend naar oude patristische modellen, verhief hij de homilie tot een hoge vorm van perfectie. In perkamenten spitselband, met vervuilde rug en vervaagde titel in oud handschrift. SJH)

PLACCAET op die binnenlandtsche inlegheringhen ende deurtochten. Ghearresteert den xiiii decembris 1600. Wth bevel der H. Gedeputierden der Stadt Groningen ende Ommelanden van niews in druck ververdigt [Wapen van Groningen] Ghedruckt tot Groningen, by Gerhard Ketel, ordinaris boeckdrucker derselver, anno 1603, 4o, [viii] p.

(Zonder omslag. Titelpagina wat vuil).

SIMON VEREPAEUS, Catholicum precationum selectissimarum enchiridion ex sanctorum patrum, et illustrium tum veterum, tum recentium auctorum scriptis, & precationum libellis. Editio ultima, & superioribus castigatoir, & pulcherrimus omaginibus illustrier [ill.] Antverpiae, sumptibus viduae & heredum Io. Belleri, sub signi Aqvilae Avreae. Anno 1603, 12o, [xxxviii van ivviii]+528 [van 538+iv] p.

Eigendomsinschrijving Engelse benedictijnse nonnen uit Doui

Eigendomsinschrijving Engelse benedictijnse nonnen uit Douai

(Incompleet populair contra-reformatorisch gebedenboekje van de hand van Simon Verepaeus (1522-1598), waarvan de eerste editie waarschijnlijk in 1572 verscheen. Deze editie is fraai geïllustreerd met 83 (van 86) kleine en iets grotere gravures met bijbelse taferelen en katholieke symbolen. De auteur was prior van het nonnenklooster Berg van Thabor in Mechelen en na verdrijving rector van de Latijnse scholen van Turnhout en ’s-Hertogenbosch. Hij overleed in laatstgenoemde plaats en werd begraven in de Sint-Jan. Titelpagina en eerste tien pagina’s ontbreken (ook de eerste bladzijden van het Calendarium voor januari), alsmede de laatste 14 pagina’s. Het boekje is fraai gerestaureerd met lederen band en goudopdruk en het aanbrengen van nieuwe schutbladen. Uit een oude aantekening op p. 24 blijkt dat dit exemplaar in bezit is geweest van de Engelse benedictijnse nonnen van Douai, die in deze Noord-Franse stad in 1607 een klooster stichtten).

SANCT AMBROSIUS, Operum S. Ambrosii Mediolanensis episcopi, Tomus quintus. Sermones & epistolas huius sancti Doctoris exacte recognitas, & opuscula quadam illi adscripta, [DM schip Lutetia, Compagnie de la Grand-Navire], Parisiis M.DCIII [1603], gr. fol., 1150 kolommen [=[iii]+288p.]

(Los vijfde deel van de verzamelde werken van de kerkvader Ambrosius, uitgegeven door een in 1582 opgericht drukkerscollectief in Parijs, de Compagnie de la Grand-Navire, dat zijn werken sierde met een grote gravure van het schip Lutetia op de titelpagina. Binnenwerk licht watervlekkerig, maar stevig en schoon papier. Schutblad en titelpagina los. Titelpagina met zwarte en rode letters; vergeeld en watervlekkerig, met gave gravure van het schip als drukkersmerk. Enkele aantekeningen in oud handschrift. Op achterzijde goedkeuring paus Sixtus V, gedateerd 14 september 1585. Op binnenzijde van voorplat eigendomsplakker van “Regalo D. D’Ignacio Oses á la iglesia parroquial de la villa de Falces, para uso de los sacerdotes de la misma”. In sleetse band, met houten platten, omkleed met geblindstempeld leer dat op voorzijde redelijk intakt is, maar op de achterzijde aan de kanten afgebrokkeld. In het midden in een ruit op voor en achterzijde het IHS-merk van de jezuïeten. Het leer op de rug is verdwenen, waardoor touwen zichtbaar zijn, maar ook de inktafdruk van een middeleeuws manuscript (met woorden als “iherusaleim” en “sanctam”) dat bij het inbinden gebruikt is. Sporen van boekklampen. Op de snede van het boek is bovenaan de H. Ambrosius getekend, met daaronder “S. Ambrosij” en “To I et Z” (?).

.

WILLEM ESTIUS, Waerachtighe historie van de martelaers van Gorcom, meesten-deel al Minder-broeders die veur het Catholijck gheloove van de ketters ghedoodt zijn in den iaere onses Heeren M.D.LXXII. Eerst beschreven in’t Latijn, deur Willem Estius Hessel-sone, doctor in de H. Godtheydt in de Universiteyt van Douay. Ende nu in onse Duytsche taele over-gheset deur B. Willem Spoelbergh, Gardiaen der Minder-broeders binnen Mechelen [DM] t’Antwerpen, in de Plantijnsche Druckerije by Jan Moerentorf 1604, 8o, 401+[iii] p.

(Vroegste en meest volledige Nederlandstalige beschrijving van de lotgevallen van de Martelaren van Gorcum. Aangevuld met enkele andere martelaarsverhalen uit dezelfde periode, waaronder die van tweeGoudsepriesters. In originele perkamentenband met blindstempeling en overslaande platten en gaatjes voor (verdwenen) sluitlinten. Voorste schutblad verdwenen. Op de titelpagina en het laatste schutblad het beroemde drukkersmerk van Plantijn met de gulden passer. Op achterplatten eigendomsinschrijving van Francois van Lippeloo (2x). Waarschijnlijk was hij de eerste eigenaar. Hij was begin zeventiende eeuw kunstschilder in Antwerpen en lid van het St.-Lucasgilde).

CAREL VAN MANDER, Wtlegghingh op den Metamorphosis Pub. Ovidij Nasonis. Alles streckende tot voordering des vromen en eerlijcken borgherlycken wandels. Seer dienstich den schilders, dichters en constbeminders, oock yegelyck wt leering byeen gebracht en gheraemt, Voor Paschier van Westbusch, boeckvercooper tot Haerlem 1604, 4o, [xii]+128fol. = 256p.

(Deze Wtlegghingh is meestal onderdeel van het beroemde Schilderboec van Van Mander. Met fraaie titelgravure, ontworpen door Carel van Mander zelf en gegraveerd door Maetham. Met privilege van 19 juli 1603 aan Westbusch voor de duur van acht jaar. Exemplaar zonder opdracht van Van Mander aan het Amsterdamse stadsbestuur. Originele perkamenten band, rafelig op de aanhechting van platten en rug. Klein scheurtje in het perkament van het achterplat. Op de rug de titel in oud handschrift: “Wtleggingh op de Metamorphosis door Carel van Mander. Titelgravure licht vervuild en aan de linker en rechter onderzijde afgesleten, zonder verlies aan tekst of afbeeldingen. Binding binnenzijde zwak. Aan het eind ontbreken fol. 128-136 en de vier registerpagina’s).

IOANNES POLANCO, Methodus ad eos adiuvandos, qui moriuntur. Ex complurium doctorum ac piorum scriptis, diuturnoque usu & observatione collecta [Orn.] Leodii, apud Henricum Hovium 1604, 16o, 172p.

(Juan Alfonso Polanco (1516-1577) was een invloedrijke jezuïet. Hij speelde een beslissende rol in de vaststelling van de orderegels van de Sociëteit van Jezus en was vele jaren secretaris van de generaal-overste. In modern zwartleren bandje. SJH)

GIROLAMO FRACCETTA, FRANCESCO VERDUGO, Li commentari Francesco Verdugo, Delle cose successe in Frisia. Nel tempo, che egli fù Governatore & Capitan Generale, in quella Provincia. Non mai prima messi in luce. Et tradotti della lingua Spagnuola nell’Italiana. Con la Vita del medesimo Verdugo […] Orn., In Napoli, Nella stamperia di Felice Stigliola, à Porta Reale MDCV [1605], 8o, [xxii]+340+[ii] p.

(Verslag van de veldtochten van de Spaanse legeraanvoerder Verdugo door Noord-Oost-Nederland. Vanuit het Spaanse in het Italiaans vertaald en voor het eerst in druk verschenen in Napels. In originele, doorleefde, perkamenten band, met titel in vervaagd oud handschrift op de rug. Op gescheurd schutblad eigendomsaantekeningen uit 1727 en op de titelpagina uit 1702, keerzijde 1731. Ook op achterste schutblad eigendomsaantekening. Nederlandse vertaling: van Jan van den Broek, Voor God en mijn koning. Het verslag van kolonel Francisco Verdugo over zijn jaren als legerleider en gouverneur namens Filips II in Stad en Lande van Groningen, Drenthe, Friesland, Overijssel en Lingen (1581-1595) [Groninger Bronnenreeks 3], Van Gorcum Assen 2009, [xii]+328p.)

J[ACOBUS] F[RANSZ] CORTGEEN VANDER GOUDE, Stichtse cleyne chronicke, waerin die gheschiedenissen des stadts, steden ende landen van Utrecht in een tijdt van vrede en oorloghe van begin des stadts int jaer ons Heeren 80 tot den jaere 1578, int cort verhaelt werden [Orn.], Ghedruckt tot Utrecht, by Salomon de Roy, anno 1605, 8o, 68p.

(Beknopte Utrechtse geschiedenis, geschreven door de in Gouda geboren auteur, die zich in het voorwoord I.F. van der Goude noemt. De familie Cortgeen heeft jarenlang deel uitgemaakt van de Goudse vroedschap. Zo woonde in 1517 een Jacob van Cortgeen aan de Westhaven en een Jan Jacobsz van Cortgeen aan de Oosthaven. Laatstgenoemde was diverse keren burgemeester en schepen van Gouda tussen 1507 en 1534. Dit Utrechtse werkje, dat bij de aankomst van de graaf van Leicester in 1586 zou zijn geschreven, werd in 1745 herdrukt door Jan Hartig in Amsterdam, met uitbreiding door Cornelis Booth. Titelblad met wapen van de provincie Utrecht; laatste blad met wapen van de stad Utrecht. De pagina’s 23-26 ontbreken en zijn in 19de-eeuws handschrift toegevoegd. Pagina 61-68 in civilité. Handschrift is van J.A. Groshand, wiens “naamtekening” ook op het schutblad staat, met de (datum?)code 13 5/25 53 en de toevoeging: “Dit exempl. is compleet, maar de bl. 23.25.25.26 zijn met de pen bijgeschreven. Dit is de 1e uitgave en komt weinig voor”. Op hetzelfde schutblad een eigenaars-handtekening L. de Jong in blauwe inkt. Boekje met achttiende-eeuws perkamenten spitselbandje met geblindstempeld ornament voor en achter. Achterzijde aan rechter onderzijde bruin gevlekt. Op de rug in heldere zwarte letters staat “Stichtsche cleyne chronicke 1605”. Binnenwerk gerestaureerd, met toevoeging van zes lege schutbladen voorin en achterin. Titelpagina en eerste tekstpagina bovenaan verstevigd. Op tweede schutblad in potlood eigendomsinschrijving “Jelle & Alie Vinke-Kaspersma, Kampen, 26 juni 2015 [gekocht bij] Brinkman Amsterdam” (uit ingelegd briefje blijkt voor €280). Ook met potlood: “Bibl. W. Graadt v. Roggen”).

IOANNIS SCAPULA, Lexicon Graeco-Latinum Novum:in quo ex primitivorum & simplicium fontibus derivata atque composita ordine non minus naturali, quàm alphabetico, breviter & dilucidè deducuntur [DM] Basileæ, per Sebastianum Henricpetri [achterin: Basileæ, per Sebastianum Henricpetri anno salutis nostræ restauratæ per Christum 1605], fol. [x]+928[=1856 kolommen]+[cxxiv]+94[=188 kolommen]p.

(Monumentaal Grieks-Latijns woordenboek in een Baselse editie, gedrukt door Sebastian Henricopetri. Zijn fraaie drukkersmerk siert zowel de titelpagina, als de achterste bladzijde. In originele perkamenten band, met op de rug in vervaagd handschrift de titel. Het parkament van de achterplatten komt los van het karton. Met rafelige groen-linnen sluitlinten. In de binding zijn enkele grote stukken middeleeuws manuscript zichtbaar, gerubriceerd met rood en blauw. Op titelpagina eigendomsaantekening: “S.J. Hastr” (jezuïeten Haastrecht). Met bibliotheekstempel Passionisten Haastrecht. BPH).

ZACHARIAS URSINUS, FESTUS HOMMIUS F., Het Schat-boeck der Christelycke Leere: ofte uytlegginge over de Catechismus der Gereformeerde Kercken in Nederlandt van Doct. Zacharias Ursinus, eertijdts tot Heydelberg in ‘t Latijn voorgelesen ende van Doct. David Pareus uijtgegeven. De tweede druck. In dewelke bij gedaen is uyt Balt. Copius, Hier. Bastingius, Phil. Lansbergius, Georg. Spindler ende andere die over de Catechismum geschreven hebben, Tot Leyden by Andries Clouck, boeckvercooper inden gecroonden Engel, 1606, 4o, [xv]+257fol. [=514p.]+256 fol. [=512p.]+[vi]p.

(Tweede druk van het bekende Schatboek van Zacharias Ursinus (1534-1583) over de Heidelbergse Catechismus, bewerkt door de Leidse predikant Festus Hommius. Het betreft voorlezingen van Ursinus, dit door David Pareus in 1591 voor het eerst op schrift werden gesteld. De eerst druk van de Nederlandse vertaling door Festus Hommius verscheen in 1602 te Leiden. In 1617 verscheen nog een derde druk van zijn hand. Johannes Spiljardus (1622-1658) verzorgde een nieuwe bewerking, die in 1657 in Gouda werd gedrukt bij Willem van der Hoeven in de Peperstraat. Dit exemplaar van de tweede editie is opnieuw ingebonden met kartonnen platten en originele perkamenten rug. Daarop in oud handschrift “Z. Ursinus Het Schat-Boeck”. Nieuwe schutbaden. Gegraveerde titelpagina en portretgravure van Usinus. Laatste pagina register in kopie. Achterin eigendomsinschrijving van “Christoffel Timmerman”).

PLACCAET ende ordonnantie van Hunne Hoocheden, stellende ordre ende reglementIsabel op de swaericheyden ende beletselen hier voormaels ghedaen in de havenen van den Conincryke van Spaignien, aengaende de coopmanschappen ende manifacturen gemaect in de ghehoorsaeme provincien van hunne voorss. Hoocheden ende die van hunne rebellen [Wapen aartshertogen Alberbertus en Isabella], Tot Bruessel, by Rutgeert Velpius, ghesworen drucker van den Hove, in den Gulden Arent by ‘t Hoff, 1606, 4o, 6p.

(Met eenvoudige papieren omslag met kleine bibliotheekstickers, genummerd II-2452 en 3424. Bladzijden licht vuil).

THOMAS SÁNCHEZ DE ÁVILLA, Disputationum de Sancto Matrimonii sacramento, tomi tres. Qui universam huius argumenti tractationem complectuntur, ut quarta docebit pagina, Antverpiae, Apud Martinum Nutium 1607 [achterin: Moguntiae ex typographia Balthasaris Lipii 1606], fol. [liv]+573p.

THOMAS SÁNCHEZ DE ÁVILLA, Disputationum de Sancto Matrimonii sacramento, tomus secundus. In hoc secundo tomo continetur liber septimus, qui de impedimentis Matrimonii agit, cum duplice indice locupletissimo [DM], Antverpiae, ex officina typographica Martini Nutii, ad insigne duarum Ciconiarum, anno 1607, fol. [xix]+441p.

THOMAS SÁNCHEZ DE ÁVILLA, Disputationum de Sancto Matrimonii sacramento, tomus tertius. In hoc tertio tomo continentur liber octavus, qui de dispensationibus & nonus, qui de debito coniugali: ac demum decimus, qui de divortio agit, cum indicererum locupletissimo [DM], Antverpiae, ex officina typographica Martini Nutii, ad insigne duarum Ciconiarum, anno 1607, fol., p. 445-88+[xxxi] p.

(Reusachtige foliant met drie werken van de Spaanse jezuïet Thomas Sánchz de Ávilla (1550-1610) over het sacrament van het huwelijk. Afkomstig uit de kerkbibliotheek van Stompwijk, nabij Leidschendam. Fraaie titelgravure. Met scheurtje rechtsonder en lichte watervlekken aansanchez zijkant. Enkele bladen aan het begin en eind met lichte watervlekken. Bibliotheekstempels op schutblad “Stompwijk Kerk Bibliotheek Eigendom” en “Bibliotheca Warmondana”. Boardkartonnen platten en stevige lederen rug met ribben. Het hoofdwerk van Sanchez (en de enige door hemzelf geredigeerd) zijn de Disputationes de sancti matrimonii sacramento. De eerste editie zou in 1602 in Genua verschijnen, zij het alleen het eerste deel. De twee daaropvolgende delen bevatten namelijk beiden een voorwoord van Sanchez met 1603 als datering. De eerste complete editie verscheen in 1605, de laatste in Venetië in 1754. Het eerste deel van deze editie werd in 1606 gedrukt in Mainz door Balthasar Lipius, voor de Antwerpse drukker Martinus Nutius II (1553-1608). Die voegde het in 1607 samen met de twee overige delen, die hij doornummerde. Sommige versies van het derde deel werden door het Vaticaan op de Index van Verboden boeken geplaatst, niet omdat de auteur onzuiver was, maar vanwege misinterpretaties van anderen van zijn werk. Daarbij ging het vooral om de beschreven gronden om een huwelijk ongeldig te kunnen verklaren. Tegenwoordig wordt het werk van Sanchez door het Vaticaan beschouwd als een van de standaardwerken over het huwelijk).

LUCAS PINELLI, De sacramento poenitentiæ. Libri quinque. In quibus breviter ac diducide omnia, quæcunque pœnitenti ad bene confitendum sum necessaria, continentur. Itemque, de præparatione ad sacram confessionem, ac mode eam utiliter ac cum fractu instituendi [IHS-teken] Coloniæ. Apud Ioannem Crithium anno 1607, 16o, [xiv]+312p.

(De Italiaanse jezuïet Pinelli (1542-1607) schrijft over het sacrament van boete in vijf boeken. Waarin, kort en bondig, alles staat wat de boeteling nodig heeft om goed te biechten. Ook met betrekking tot de voorbereiding van de heilige biecht en de wijze waarop deze nuttig wordt onderwezen. In origineel perkamenten spitselbandje. Titel in oud vervaagd handschrift op de rug. Boekblok enigszins los van de rug. SJH)

CONST-THOONENDE IUWEEL, by de loflijcke stadt Haerlem ten versoecke van Trou moet blijcken, in’t licht gebracht. Waerinne duydelick verclaert ende verthoont wordt alles wat den mensche mach wecken om

DSC03208den armen te troosten ende zijnen naesten by te staen. In twaelf spelen van sinne, soo veel intreden, refereynen ende liedekens, ghestelt in Redenrijck naer de volgende voorgegevene caerte van ’t Speel-korenken [vignet] Tot Zwol, by Zacharias Heyns, drucker des Landschaps van Over-ijssel, 1607. Met privilege, 4o, ongepagineerd [gebonden met]

HAERLEMS JUWEEL tot nut vande oude arme uyt liefden ten thoon ghestelt nae de voorgegevene caerte vant speelcorenken, Tot Zwol, by Zacharias Heyns, 1608, 4o.

DSC03209

(In gave perkamenten band, met titel in schoonschrift op de rug. Verslag van een van de belangrijkste rederijkerswedstrijden in Holland aan het begin van de zeventiende eeuw. De wedstrijd vond plaats van 22 tot 31 oktober 1606, met als aanleiding een loterij voor het nieuwe Oudemannenhuis. Deelgenomen werd door twee kamers uit Leiden (de Hollandse en de Vlaamse) en verder door kamers uit Katwijk aan den Rijn, Schiedam, Hazerswoude, Vlaardingen, Amsterdam (de Brabantse kamer), Noordwijk, Haastrecht, Gouda, Den Haag en Ketel. De wedstrijd was georganiseerd door de oude kamer van Haarlem De Pellicanisten, beter bekend onder haar devies ‘Trou Moet Blijcken’, die evenwel zelf niet aan de wedstrijd deelnam. Dat deed wel de Vlaamse kamer vanDSC03214 de stad, De Witte Angieren, zij het buiten mededinging. De bijdragen van de dertien kamers werden een jaar later uitgegeven. Het spel van de Vlaamse rederijkerskamer, Het wit Angierken, verscheen een jaar later. Hiervan ontbreekt in deze band de titelpagina, het blazoen en de uitvouwbare plaat. Ook het hoofdwerk is niet compleet. Het bevat de titelpagina, de twee gravures van de toneelopstelling, acht (van de dertien) afbeeldingen van de blazoenen (Haarlem, Leiden, Katwijk, Vlaardingen, Amsterdam, Noordwijk, Haastrecht en Den Haag), elf (van de dertien) pagina’s met bladmuziek en zeven (van de dertien) uitvouwbare platen (waarvan drie onvolledig) van de intredes van de kamers (Katwijk, Leiden, Amsterdam, Noordwijk, Haastrecht, Gouda en Kethel). Gravure van intrede De Goutblomkens uit Gouda licht beschadigd; blazoen van deze kamer ontbreekt. Voorin een exlibris van F.W. Mouwerling. In de Stadsrekeningen van Gouda over 1608, fol. 119 mr. Ghijsbert Dorisij vanwege Sachrias Heyns, drukker van het Landschap van Overijssel. Hem als een verering toegekend vanwege dertien exemplaren van een boek, getiteld “Const thoonende Juweel”, in opdracht van de stad Haarlem op verzoek van TROU MOET BLIJCKEN gedrukt, die hij de magistraat van Gouda heeft geschonken).

TOT DE STATEN, steden, ende inghesetene der Vereenichde Nederlanden. Teghens de ongheregeltheden van het meestendeel der hopluyden ende bevel-hebberen. Mitsgaders eenen goeden raedt ‘tghemeyne beste seer dienstelick. Waerin als in eenen spiegel claerlijck te mercken is, dat wy de macht vanden aendringenden vyandt met Gods hulpe genoechsaem connen wederstaen teghens veler meyninghe. Door een liefhebber van’t vaderlandt [orn.] Nae de copie sestienhondert vijf ghedruckt tot Leeuwerden. Anno 1607, 4o, 16p.

(Knuttel 1309. Mogelijk gedrukt door A. van der Rade).

FLAVIUS IOSEPHUS, Des hoochberoemden Joodschen histori-schrijvers boecken, te weten van den ouden Joodschen gheschiedenissen twintch: ende een van zijn eyghen leven. Noch van den Joodschen oorloghe ende verwoestinghe der stadt Jerusalem andere seven: Item van de oude afcoemste der Joden twee, gheschreven teghen Apionem Grammaticum: ende ten laetsten noch een van des vernufts conste ende der Machabeer lijden. Daerby ghevoecht zijn Egesippi vijf boecken, oock handelende van de verstooringhe der stadt Jerusalem. Nu eerst in Nederduytsche tale overgeset wt de Hoochduytsche sprake, achtervolgende het exemplaer Conradi Lautenbachs, dewelcke de Griecxsche tale ten naesten wtghedruckt heeft. [DM] Tot Leyden, by Jan Paedts Jacobszoon anno M.DC.VII [1607], fol., [ii] + 686 + [xxx] + 153 + [vii] p.

DSC03129

(Derde en laatste druk zonder platen van de Nederlandse vertaling van de boeken van Flavius Josephus. De Nederlandse vertaling is van de hand van de Voorschotense predikant Everardus Gualtheri Bommelius (Wittius), die ook twaalf jaar in Gouda werkzaam was. Anders dan in eerdere uitgaven én een andere uitgave uit 1607 wordt zijn naam in deze uitgave niet vermeld).

DIRRICK VOLCHERTS COORNHERT, Van de Leydtsche disputatie warachtich verhael. Roerende de mercktekenen vande Kercke, oock of der Ghereformeerden de ware Kercke sy, dan niet. So die in Aprili 1578 tot DSC03133Leyden was begonnen tusschen twee Predicanten vande genaemde Gereformeerde Religie tesamen tegen Dirrick Volcherts Coornhert nu eerst in druck gegeven tot waerheyts kennisse door denselven [gedrukt te Gouda door Jacobus Migoen] Anno Domini 1607 [aan het einde 1608], 113p.

(Een van de openbare disputen tussen Coornhert en twee Delftse predikanten. Drukker en plaats van uitgave onbekend, maar op grond van het gebruik van de cursieve letter in het voorwoord van Coornhert en het drukken van andere werkjes van Coornhert in die periode, ligt het voor de hand dat het werkje in Gouda bij Jacobus Migoen het licht zag. Boekje in kunstleren bandje met ingedrukt ornament gebonden. Laatste pagina gehavend met licht tekstverlies. Deze pagina is op vergeeld papier in kopie nog eens extra bijgebonden; paginia’s aan de randen sleets en deels vochtvlekkerig. Voorin opdracht L.G.A. Abels, 31-10-1994 aan A.P.F. Wouters t.g.v. diens promotie)

Convoluut

ORDONNANTIE vande Vierschare der Stede vand’ Goude. Begrijpende mede eenighe andere politijcke saken ende costuymen derselver stede [stadswapen van Gouda] Ter Goude, bij Jacobus Migoen, wonende op de Vis-Merkt inde Ladder Jacobs. Int iaer onses Heeren ende eenigen Saigmakers Iesu Christi, 1607, 4o, 61p.

AMPLIATIE vande Ordonnantie van de Vierschaer der Stede van der Goude [stadswapen] Ghedruckt ter Goude, by Jaspar Tournay, anno 1620, 4o, 5p.

ORDONNANTIE opt stuck vande Justitie binnen den Steden, ende ten platten Lande van Hollandt [afbeelding Hollandse Leeuw in de tuin], In s’Graven-Haghe, by Hillebrant Iacobssz, Ordinaris ende Gesworen Drucker vande Ed: Mo: Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt, anno 1621, 4o, 16p.

ORDONNANTIE vande Politien binnen Hollandt [afbeelding Hollandse Leeuw in de tuin], In s’Graven-Haghe, by de Weduwe ende Erfgenamen van wijlen Hillebrant Iacobssz van Wouw, Ordinaris Druckers vande Ed: Mo: Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt, anno 1622, 4o, 24p.

PLACCAET op ’t stuck vande Successien ab intestato, [afbeelding Hollandse Leeuw in de tuin], In s’Graven-Haghe, by de Weduwe ende Erfgenamen van wijlen Hillebrant Iacobssz van Wouw, Ordinaris Druckers vande Ed: Mo: Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt, anno 1624, 4o, [vi]p.

VERKLARINGHE van de Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt op de Ordonnantie van de Successien, In s’Graven-Haghe, by Hillebrant Iacobssz, Ordinaris ende Ghesworen Drucker vande Ed: Mo: Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt, anno 1622, 4o, 4p.

INSTRUCTIE voor den wethouderen der Stede vander Goude, begrijpende eensdeels wat heurluyder Officie respective zy ende wat syluyden ex officio vermogen ofte niet [stadswapen van Gouda] Ter Goude, by Jaspar Tournay, woonende inde Druckerye, by de Kralenbrugghe int jaer 1623, 4o, 7+[vi]p.

ORDONNANTIE ende instructie gemaeckt by den Gerechte der Stede vander Goude op ’t stuck van de Telders, diemen van der voorsz Stede weghen stellen sal inde huysgens aende Vesten, omme opsicht te hebben opte molens ende molenaers, als oock op de backers. Ende toe te sien, ten eynde dat de Stadt nochte t’ghemeene Landt in heure gerechticheden van t’gemael niet en werden vercort [stadswapen van Gouda], Gedruckt ter Goude by Iaspar Tournay, 1619, 4o, [vi]p.

ORDONNANTIE vande Weeskamer der Stede vander Goude, [stadswapenvan Gouda], Ghedruckt ter Goude by Jaspar Tournay, anno 1619, 4o, [xxxviii]p.

..

.

(Convoluut met negen ordonnanties uit de jaren 1607-1624, waarvan vijf uitgevaardigd door de magistraat van Gouda en vier door de Staten van Holland. Alle exemplaren puntgaaf, met uitzondering van de eerste uitgave, die lichte watervlekken in voorste gedeelte en waarvan de paginering vanaf p.55 door elkaar is gehusseld; maar wel compleet. De ordonnanties zijn bijeengebracht in een perkamenten spitselband met gaten voor sluitlinten. Op het voorplat in oud handschrift: “Ordonansie van de veurschaar der stadt Gouda” en op de rug ook in oud handschrift “Ordon. Vier schare Gouda”. Blijkens zegel op binnenzijde van de achterplat eind negentiende eeuw (opnieuw) gebonden of verkocht door “Boekhandel en boekbinderij B.H. Maaskant Stoofsteeg te Gouda”. Achterin inhoudsopgave, in waarschijnlijk negentiende-eeuws handschrift.

NISEMVOLBG472HC58A22W [JACOBUS WILHELMI MIGOEN]Proeve des nuDSC05045onlangs uyt-ghegheven drooms, oft t’samenspraack tusschen den coning van Hispanien ende den Paus van Roomen. Met noch eenen anderen droom, contrarie den voorschreven. Mitsgaders eene vermaninghe aan alle vroome ende ghetrouwe vader-landers, hoe zij haar in dezer tijdt te draghen hebben opdat dezen Hoogh-wichtighen handel des vredes eenen haar al-t’samen gheluck-zalighen uyt-ganck hebbe, ‘twelck ons d’goedertierende weldadicheit Godes gonne. Amen. Beschreven door een lief-hebber aller menschen, maar in sonderheydt den Godt-zoeckende ende trou-hertighen in-gheboorne dezer vrijer provincien, kl. 4o, 8 p. [gedrukt door Jacobus Wilhelmus Migoen te Gouda,1607]

(Knuttel 1401. Strak ingebonden in kartonnen omslag; met exlibris “GB”. Een van de pamfletten tegen de toen lopende onderhandelingen met Spanje, ook opgenomen in alle drie edities vanDen Nederlandtschen Bye-korf.Het pamflet waarnaar in de titel gerefereerd wordt betreftEene treffelijcke tsamensprekinge tusschen den Paus emde Coninck van Spangien,dat ook in 1607 werd gedrukt, wellicht door Migoen zelf inGouda. Het gecompliceerde anagram van Jacobus Wilhelmi Migoen gaat vergezeld van een mysterieuze uitleg: Dezen naam is goedt te lezen, hem wel beziet / leeft zoo rechts, als iet is, niet, niet / in de plaats der Sijffers moeten zoo-danighe letters staan / als uyt-wijzende ’t ghetal, in ’t teghen-deel van achter aan. De in Antwerpen geboren Migoen had slechts twee jaar een drukkerij aan Achter de Vismarkt inGouda, genaamd Inde Ladder Jacobs, en verhuisde in 1609 naar Rotterdam, vermoedelijk om samen te werken met zijn broer Abraham Migoen, die daar ook een drukkerij had. Migoen drukte maar weinig werken in Gouda, maar baarde wel opzien met zijn uitgave van deKorte Onderwijsinge,de beruchteGoudse Catechismus, in 1607).

[CASPAR COOLHAES], Specimen ofte monster eens christelijcken calenders ofte almanac (gezuyvert zijnde van alle heydensche ende papistische abuyzen) zoo diezelve van begin der werrelt in der prohetyischer ende apostolischer kercken geuseert ende gebruyckt is woorden. Opt iaer onzes Heeren 1608, Ter Goude, bij Iacobus Migoen, woonende op de Vismarckt in de Ladder Iacobs int jaer ons Heeren 1608, 4o, [vii]p.

(Knuttel 1561. Zeer zeldzame neerslag van een tevergeefse poging om te komen tot ‘ontheiliging’ van de bestaande kalenders en almanakken. Almanakken waren vanaf de Middeleeuwen zeer populaire ‘kalenders’ met veel extra informatie, bijvoorbeeld over de heiligendagen of astrologische voorspellingen. Begin 17e eeuw was dit sommige gereformeerde predikers een doorn in het oog, onder wie Caspar Coolhaes (1536-1615). Hij publiceerde in 1608 bij de Goudse drukker Migoen een almanak die ontdaan was van alle ‘heidense en papistische abuizen’. Deze ‘Specimen’ was feitelijk de praktische uitwerking van zijn tirade tegen de almanakken in het pamflet Trouwe waerschouwinge dat hij een jaar eerder het licht liet zien bij dezelfde drukker. Dit leverde een erg sobere almanak op: slechts acht ‘feestdagen’ bleven over. Hiervan zijn er drie (Jezus’ besnijdenis, bezoek van de wijzen en het opdragen van Jezus’ in de tempel) sindsdien in de gereformeerde traditie zijn weggevallen. Coolhaes werd geboren in Keulen en werd kartuizer monnik. Hij ging over tot de reformatie en was rondreizend prediker in de Rijnstreek en later gereformeerd predikant in onder m,eer Deventer en Gorcum. In 1575 werd hij hoogleraar in Leiden en tevens predikant. Na aanhouden conflicten met zijn kerkenraad over de mate van invloed van de overheid op de kerk – hij was voorstander van een sterke overheidsbemoeienis – werd hij in 1582 in de ban gedaan. Hij vertrok naar Amsterdam en ging gedestilleerd water verkopen. Ook schreef hij boeken en pamfletten, zowel over kerkelijke of theologische kwesties als over soorten water. Coolhaes wordt door sommigen gezien als inspirator voor de remonstranten, daar Jacobus Arminius één van zijn studenten was. Zijn opvattingen vielen goed in Gouda, waar de overheid de gereformeerde invloed ook aan banden wilde leggen. Zijn werken konden hier dan ook zonder problemen gedrukt en verkocht worden).

WALRAVEN VAN WITTEN-HORST, Propositie van den Heere Van der Horst, ghedaen ende ghepresenteert ter vergaderinge van de Edele Moghende Heeren Staten der Vereenighde Nederlanden den xiiien januarij 1607. Mitsgaders d’antwoort van de voornoemde Heeren Staten opte voorschreven propositie gedaen. Ende noch het uyt-schrift van deselve Ed. Mo. Heeren Staten, ghesonden aen alle provintien ende steden opte aenstaende Vrede-handelinghe, Ghedruckt anno 1608, 4o, 6p.

(Knuttel 1360. Zonder omslag. Met op de laatste bladzijde in oud handschrift: “Lettres du Pr. de Lynste (?)”).

[WILLEM VERHEYDEN], Oratie, of uutspraecken van het recht der Nederlandtsche Oorloge teghen Philippum Coningh van Spaengien. Aen de aldermaghtighste ende Doorluchtighste Vorsten van Kerstenrijck, van eenen Nederlandtschen Edelman ghedaen. In Nederlandsche ghetrouwelick vertaler [Wapen leeuw met zwaard en drie pijlen] t’Amstelredam, by Michiel Colijn, boeckvercooper, woonende op ’t water, op den hoeck van de oude Brugsteegh. In het jaer 1608, 4o, [ii]+48p.

(Zonder omslag. Vertaling in het Nederlands van De Jure Belii Belgici van Willem Verheyden (1568-1595) uit 1596 (=Knuttel 954). Auteursnaam in potlood op titelpagina).

WAERACHTIGH ENDE CORT VERHAEL van de groote ambitie ende wreede tyrannye des Conings van Hispaengien, Philips den tweeden van dier namen. Ende hoe Godt Almachtich alle syne voorghenomen aenslaghen vernietighet heeft. Ende wat voorder bedenckinge dat in d’onderhandelinghe van dese aenstaende Vrede is. Door een lief-hebber, synes vaderlandschen vrijheydts byeen vergadert [Orn.], Anno 1608, 4o, [xii] p.

(Knuttel 1480).

[DIRCK VOLCKERSZOON COORNHERT, PIETER CHRISTIAENSZOON BOR], Ghespraecke van liefhebbers des ghemeynen nuts. Die gesocht werden in de steden Opinio ende Sapientia Humana: maer ghevonden werden in het veracht dorpken Veritas [orn.], Ghemaeckt inden jare 1577. Ende ghedruckt [te Gouda door Jasper Tournay] in’t laetste van december, anno 1608, 4o, [xxviii]p.

(Knuttel 1486. Voorwoord ondertekend door P. Bor. Datering maakt dat een Goudse drukker voor de hand ligt. Opmaak en ornament verraden eerder de hand van Jaspar Tournay dan van Jacobus Migoen. Daarin wordt aangegeven dat de tekst een half jaar na de Pacificatie van Gent is geschreven, maar ongedrukt bleef. Dit werkje zou in 1631 opgenomen worden in het derde deel van de Wercken van Coornhert).

GENERALE VERMANINGHE AEN DEN SWITSEREN. Streckende tot harerKoeie

behoudenisse ende besten, tegen de beroerten ende peryckelen deses teghenwoordighen tijts. Wt den Francoisschen in Nederduyts (tot dienst ende waerschouwinge allen liefhebberen des Vaderlants) overgheset [gravure van koeienkop], Middelburgh, voor Adriaen vanden Vivre, 1608, 4o, [xix]p.

(Knuttel 1485. Zeldzaam Zeeuws drukje. Geplakt met blauwpapieren rug. Tamelijk kort afgesneden, maar zonder tekstverlies. Met grote gravure van een versierde koeienkop op de titelpagina. Vertaald uit het Frans).

.

.

SmoutADRIAAN SMOUT, Bode met twee seyndt-brieven Prosperi ende Hilarii aen Augustinum, van de over-blijfselen van de ketterije der Pelagianen. Wt het Latijn verduyscht ende met ettelijcke aen-merckinghen op de kant ver-rijckt, [DM] Tot Rotterdam by Jan van Waesberghe anno 1608, 4o, 48p.

(Knuttel 1557. De contra-remonstrantse auteur noemt zich Hadrianum Georgium Smoutium Roterodamum. Hij ageert tegen Coornhert, de doopsgezinden en de katholieken en noemt aan het eind de titels van de geschriften waar hij kritiek op uitoefent. Fraai drukkersmerk met als randtekst “Nihil opertum est, quob non revelabitue”. Met eenvoudige papieren omslag).

.

[FRANÇOIS VRANCKEN], Corte verthooninge van het recht by den Ridderschap, Edelen ende Steden van Hollandt ende Westvrieslant van allen ouden tyden in den voorschreven Lande gebruyckt tot behoudenisse CorteVranckenvan de vryheden, gerechticheden, privilegien ende loffelicke ghebruycken van denselven Lande [vignet Hollandse leeuw], Tot Rotterdam, by Matthijs Bastiaensz, boeck-verkoop woonende op ’t Steygher [na 1608], 4o, [xiv] p.

(Knuttel 792. Bekend geworden als de Justificatie of Deductie, ook wel als de Deductie van Vrancken. Na de mislukte avonturen met Anjou en Leicester vroeg raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt in 1587 aan de Goudse pensionaris François Vrancken te onderbouwen dat de Nederlanden na de ‘verlating’ van koning Philips II in 1581 niet meer op zoek hoefden naar een ander soeverein vorst. In dit document wordt betoogd dat de macht over de Nederlanden bij de edelen en de steden lag en niet bij de koning van Spanje. Vanaf Fruin hebben diverse historici dit stuk beschouwd als de formele uitroeping van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Het geschrift werd op 16 juli 1587 gepresenteerd in de Staten van Holland. Boekdrukker Dierck Mullem liet het in oktober van dat jaar van de persen komen. Deze herdruk is vervaardigd door Matthijs Bastiaensz, die van 1609 tot 1625 op hetzelfde adres in Rotterdam een drukkrij had (net als de zoon van Mullem). Zie: Paul H.A.M. Abels, Mr. Franchois Vranck, pensionaris van het stadsbestuur. Vergeten icoon van de Goudse eigenzinnigheid, in: Erfgoud. Iconen en symbolen. Open Monumentendag Gouda 2016, p. 38-39. Gaaf exemplaar zonder omslag. Klein scheurtje in laatste pagina)

TRACTAET VAN ’T BESTANT gemaeckt ende besloten binnen de stadt ende cité van Antwerpen, den negensten aprilis 1609 voor den tijt van twaelf jaren, tusschen de commissarisen van de Serenissime prince[n], Eerthertogen Albert en[de] Isabella Clara Eugenia, wo wel in den naem vande Majesteyt Catholicke, als den hare[n]: met de commissarisen en[de] Gedeputeerde vande Illustre Heeren Staten Generael vande vereenichde Provincien der Nederlanden: ende dat door het tusschen-comen ende met advijs vande Heeren Ambassadeurs vande Coningen den Alder-Christelicksten ende van groot Bretaignien [Nederlandse Leeuw] In s’Graven-hage, by Hillebrant Iacobsz, ghesworen drucker vande Hooge moghende Heeren, de Staten Generael vande Geunieerde Provintien der Nederlanden [1609], 4o, [ix] p.

(Knuttel 1588. De 38 bepalingen van het Twaalfjarig Bestand. Zonder omslag. Lichte vochtvlek).

F.V.B., Een volcomen ontdeckinghe van de Roomsche Leere in saecken van conspiratie ende rebellye, opghesocht uyt bondighe aenmerckinghe. Vergadert (niet sonder bestuyringhe ende ordre van de overicheyt van Enghelandt) uyt clare ende uyt ghedruckte hooft-stucken ende regulen van de leere der papistische priesters ende doctoren. Ghetrouwelijck over-gheset uyt het Enghelsche exemplair, ghedruckt tot Londen by Felix Kyngston int jaer 1605. Hier is noch by ghevoucht een naerder verclaringhe van sommighe stucken die in dit boecxken vervatet staen, [Orn.], Eerst gedruckt in ’s Graven-Haghe, by Beuckel Cornelisszoon Nieulandt, Anno 1606. Ende nu Tot Amstelredam by Broer Jansz. woonende buyten Corsgens Poort in de Nieu-stadt [1609], 4o, 40p.

(Knuttel 1329. De Engelse auteur van dit fel-antikatholieke werk zou Thomas Morton, ca. 1579-1647 zijn, een vroege Amerikaanse kolonist. Met sleetse blauwe papieren omslag. Sticker “A’dam 1605).

[WILLEM JANSZ YSELVEER], Dialogus ofte twee-spraec in rym ghestelt tusschen twee personagien ghenaemt Ghereformeert Patriot ende Roomsch Catholijck. Vervatende in ’t corte den handel vande Twaelf-jarighen Treves ofte Bestandt, ghesloten ende gheconcludeert binnen de stadt van Antwerpen den ix-en april 1609 tusschen de Majesteyt van Spaengien ende de Doorluchtighe Eerts-Hertoghen van Brabandt van d’ eene syde: ende de Illustre Heeren Staten Generael vande Vereenighde Provintien der Nederlanden van d’ander zijde, Anno reDeMtorIs IhesV ChrIstI [1609], 4o, 16p.

(Knuttel 1652. Genaaid in blauw papieren kaft).

RODOLPHUS HOSPINIANUS / ANDREAS VAN OOSTERBEECK, Zes boecken van den oorspronck ende voortganck der monickerije, ende aller monicklijcker ende ridder-heeren oorden. Eerstelijck in’t Latijn gemaackt door den Hoogh-geleerden D. Rodolphum Hospinianum, Dienaar der Gemeinte Iesu Christi binnen Zurich ende nu getrouwelijck in de Neder-Duytsche spraacke over-ghezet, door Andream van Oosterbeeck, Dienaar des H Evangelij binnen Montfoordt, [DM] Tergoude, gedruckt bij Iacobus Migoen, woonende op de Visch-Merckt, In de Ladder Jacobs, Anno Dom. 1609, 4o, [xx]+654+486+[xiii]p.

(Hospinianus was van 1594-1623 predikant in Zürich en schreef (in het Latijn) dit dikke boek over klooster- en ridderorden. De vertaling van dit boek is van de hand van de predikant Andreas Oosterbeeck, predikant van Montfoort (1603-1615). Daarvoor stond hij in Abcoude (1591-1601). De vertaler laat deze uitgave beginnen met een opdracht aan de stadhouder, prins Maurits en aan de Staten van Utrecht (voor wie hij zegt 18 jaar op dat moment gewerkt te hebben), gedateerd 5 oktober 1608. Het werk is opgebouwd uit zes boeken. Boek I gaat over de ‘oorspronck ende Voortganck der monickeye bij den ‘Ioden, heydenen ende Turcken’. Boek II tot en met VI gaan vervolgens over ‘monickerie’ en ‘kloosterlieden’ bij de christenen. Een uitgebreid registers vormt de afsluiting. In totaal gaat het om ruim 1150 pagina’s. Titelpagina met prachtig drukkersmerk van de Goudse drukker Jacobus Migoen, met een gravure van twee mannen die een boom planten, met het randschrift: “Ick Paulus hebbe gheplant en Apollo genet maer God geeft den wasdom”. Het boek lijkt in de 18de eeuw opnieuw te zijn gebonden en gerestaureerd, want de titelpagina is bovenaan iets te kort afgesneden, waardoor maar net een eigendomsinschrijving is te lezen: “ex libris Petri Molinaei”, mogelijk de naar de Nederlanden (Leiden) gevluchte Franse theoloog Petrus Molinaeus. Het boek heeft een lederen band, met ingenaaid blok op het voorplatten in andere kleur bruin en op de rug een donker geworden titelschildje met de tekst: ‘Hospinianum – Van de monickerye’. De band heeft wat beschadigingen en een nieuw stukje leer bovenaan de rug, maar is in alleszins goede staat. De binding tussen band en boekblok is goed. De pagina’s zijn verder in goede staat; af en toe wel lichte vochtringen).

CASPAR COOLHAES, Naedencken of de disputatien van de Godtlijcke predestinatie, ende derghelijcken meer, des natuerlijcken menschen verstant verre te boven gaende, oorbaerlijck ende stichtelijck ghetracteert, ofte verhandelt konnen worden: Ende of Christus onse Salichmaker: sijne H. Apostelen ende Propheten, op eene sodanighe manier van doen, de Kercke des Heeren (dewelcke sy tot haren tijden geheel vervallen te zijn ghevonden) ghereformeert hebben, so men huyden-daechs, ende omtrent in de hondert jaren herwaerts te doen, onderstaen heeft. Den Eerwaerdighen ende welgheleerden Heeren Francisco Gomaro, ende Iacobo Arminio, beyde doctores ende professores theologiae, in de Universiteyt tot Leyden in Hollandt: mitsgaders oock der gantscher kercken des Heeren Christi Iesu, ter proeve voorgestelt, Gedruckt ter Goude, by Jasper Tournay 1609, 4o, 56p.

(Dit boekje uit 1609 is het derde werkje van Coolhaes dat hij in Gouda liet drukken bij Jasper Tournay. gepubliceerd in deze periode van oplopende spanningen. Coolhaes vervult geen ambt meer, maar richt zich (zie titelblad) wel direct tot beide kemphanen: Gomarus en Arminius (die in 1609 stierf). Coolhaes pleit in feite voor enige verzoening. Gottschalk (Pleading for Diversity: The Church Caspar Coolhaes Wanted, 2016, p. 154) vat Coolhaes’ boodschap al volgt samen: “Naedencken is vooral een vermaning aan Arminius en Gomarus om meer te voeden en minder te kiften. Coolhaes benoemt wel, zij het beperkt, de paradox waar hij mee zit in de spanning tussen de predestinatie en de vrije wil”. Zonder omslag, met een stevige vochtstrook op de eerste pagina’s, die verderop in het werkje geleidelijk minder zichtbaar wordt).

LOTERYE voor het gast-huys ende oude mannenhuys binnen der Gouda [1609]

(Handgekleurde loterijprent (64x43cm) uitgegeven ter aankondiging van de loterij waarvan de opbrengsten bestemd waren voor het Catharina Gasthuis en het Oudemannenhuis (Willem Vroesenhuis) te Gouda, 1609. Gefantaseerde houtsnede met gezicht op de gebouwen van de Gasthuis en het Oudemannenhuis met verschillende inwoners die buiten zitten of door verzorgers gedragen worden. Bovenaan de wapens van stadhouder prins Maurits, het gewest Holland en de stad Gouda. De totale opbrengst was ƒ.60863-6-4, waarvan een bedrag van ƒ. 24771-10-4 afgetrokken moest worden voor de aankoop van prijzen. Deze bestonden voor het merendeel uit zilveren kunst- en gebruiksvoorwerpen, die het opschrift droegen: 𝘝𝘰𝘰𝘳 ‘𝘵 𝘨𝘢𝘴𝘵𝘩𝘶𝘪𝘴 𝘦𝘯 𝘥’𝘰𝘶𝘥𝘦-𝘮𝘢𝘯𝘯𝘦𝘯, 𝘵𝘦𝘳 𝘎𝘰𝘶𝘸 1609. Van de opbrengst (uiteindelijk dus ƒ. 36091-16-0) kwam 2/3 of ƒ 24061-12-0 ten bate van het Gasthuis. De verkoop van de 246.506 loten werd een groot succes. De loterij zou van 29 januari tot mei 1609 duren, maar er deed zich een unieke kans voor een nog grotere markt aan te boren dankzij het op 9 april ingaande Twaalfjarig Bestand. Het Goudse stadsbestuur greep deze kans met beide handen aan en vroeg bij de Staten van Holland verlenging aan van de termijn voor lotenverkoop, om ook in Brabant en Vlaanderen nog loten aan de man te kunnen brengen. Het kopen werd gestimuleerd door de aanbieding van vijf tegen betaling van vier loten. De verkoop werd op 12 September 1609 beëindigd. De trekking vond plaats op een speciaal voor deze gelegenheid opgebouwde stellage voor het stadhuis. De prent is gedrukt van twee blokken. Van de prent zijn de originele blokken in 1776 teruggevonden, die worden bewaard in Museum Gouda. Exemplaren in het Goudse archief, het museum, de Atlas van Stolk en het Rijksmuseum zijn allemaal zwart-wit. Ingekleurde versies zijn zeer zeldzaam. Prent is in goede staat. Deel van de letter ‘L’ en van de randen slecht afgedrukt. In het midden enkele vouwsporen).

REGINALDUS DONTECLOCK, Tsamen-spreeckinghe vande vertaelde theses ofte disputatien, de eene Doct. Francisci Gomari, de andere Doct. Iacobi Arminij, aenghaende de Goddelicke predestinatie. Tot openinge, ende verclaringhe vande oneenicheyt, die daer is, tusschen D. Arminium, ende de kercken, in dit stuck der leere. Tot behulp vanden leser, ghestelt ende uyt-ghegheven, Tot Delf by Ian Andriesz, boeck-vercoper aen ’t Marct-Veldt int Gulden A.B.C. Anno 1609, 4o, [xxxviii]p.

(Knuttel 1640. In dit boekje uit 1609 reageert Donteclock, predikant in Delft, op een vertaling uit 1607 (mogelijk door Corvinus) met disputaties (stellingen) van Arminius en Gomarus over de predestinatie uit 1604. Donteclock kiest hierin de vorm van een tweegesprek tussen een ‘Latinist’ en een ‘Duytsch-klerck’. De laatste – de gebruikelijke benaming voor een ongestudeerde predikant – probeert de disputaties van Arminius en Gomarus te lezen en krijgt daarin hulp en uitleg van de Latinist. Deze Latinist is hierbij van mening dat niet zozeer Arminius als Gomarus een conflict heeft, maar dat Arminius eerder tegenover ‘de kercken’ staat. Dit pamflet bestaat enkel uit het boekblok, er is geen kaft. De pagina’s zijn nog goed met elkaar verbonden en verder in goede staat. Op het titelblad staan wat aantekeningen in potlood en rechtsbovenin staat met pen ‘N.13’).

[JOHANNES ARNOLDUS RAVENS (CORVINUS)], Christelicke ende ernstighe vermaninghe tot vrede aen R. Donteclock, over sijne t’samensprekinge vande vertaelde Theses ofte disputatie D. Francisci Gomari ende D. Jacobi Arminij, aengaende de Goddelijcke Predestinatie. Waerinne het verschil datter is tusschen de voornoemde professoren in dit stuck der leere claerlijck wort gheopent ende ontdeckt, ende meteenen aenghewesen dat t’ghevoelen D. Arminij met het rechtsinnich gevoelen der gereformeerder kercken niet en strydet. Alles tot voorstant der waerheyt, ende betrachtinghe van vrede ende eenicheyt inde Kercke Godes [Orn.] In s’Graven-Haghe by Hillebrant Jacobsz., woonende aende Marckt, 1609, 4o, [lxxiii]p.

(Knuttel 1643. Dit pamflet is onderdeel van de hoogoplopende pamflettenstrijd tussen verschillende theologen en academici in de Republiek aan het begin van de 17e eeuw. Corvinus was een theoloog, die na een studie in Frankrijk 1605 terugkeerde naar Leiden. In het conflict tussen de Leidse theologen Arminius en Gomarus koos Corvinus voor de kant van Arminius. In 1610 was hij medeontekenaar van de ‘remonstrantie’ en na Dordtste synode werd hij in 1619 uit de kerk gezet. In dit boekje reageert Corvinus op de publicatie ‘Tsamen-spreeckinghe uit 1609 van Donteclock, een gereformeerd predikant in Delft en later Brielle. Corvinus verwijt Donteclock dat hij er helemaal naast zit in zijn conclusie dat Arminius in feite tegenover ‘de kercken’ staat. Daarnaast verwijt hij Donteclock in feite en ‘Wendehals’ te zijn inzake de predestinatie , gelet op zijn publicatie Responsio uit 1589. Dit pamflet is fraai ingebonden in en bandje met gemarmerde kartonnen platten en een bruine linnen rug. Daarop in gouden letters de verkeerde auteursnaam “R. Donteclock” en de titel “Vermaninghe tot vrede”. Op de titelpagina in oud handschrift eigenaarsinschrijving “Susanna Martini”).

REGINALDUS DONTECLOCK, Antwoorde op een seker schrift eens onbekenden, ‘tonrechte geintituleert Christelicke ende ernstighe vermaninghe tot vrede aen R. Donteclock, over zijne ‘tsamenspreeckinge In welcke antwoorde de principaele deelen deser vermaninghe wederleyt worden, ende bethoont dat se alleene een schijn, maer geen rechte gront der waerheyt en hebben, waeromme datselve schrift eer te houden is voor een aenstoockinghe van meerder twist, als voor een vermaninghe tot vrede. Gheschreven soowel tot zijns, als der kercken in’t ghemeyn (die het mede niet weynich en raeckt) noodighe verantwoordinghe, Tot Delf ghedruckt by Ian Andriesz., boeckvercoper aen’t Marckt-Veldt, in’t Gulden ABC. Anno 1609, 4o, [cxiv] p.

(Knuttel 1644. Dit boekje is onderdeel van de hoogoplopende pamflettenstrijd tussen verschillende theologen en academici in de Republiek aan het begin van de 17e eeuw. Donteclock was een gereformeerd predikant (o.a. in Delft en Brielle) die enkele malen opduikt in deze redetwisten. Zo had hij het in 1579 namens de Hollandse Staten al aan de stok met de ‘humanist’ Coornhert over het vraagstuk van de erfzonde en predestinatie. Begin 17e eeuw is hij actief betrokken bij het conflict tussen de Leidse theologen Arminius en Gomarus. In 1609 publiceerde Donteclock het boekje Tsamen-spreeckinghe, waarin hij disputaties van Arminius en Gomarus bespreekt. In een reactie hierop verwijt Corvinus, één van de latere remonstrantse voormannen, hem in Christelicke Ende ernstighe vermaninghe (ook 1609) dat hij er ten aanzien van Arminius helemaal naast zit. In reactie op dit (destijds) anonieme geschrift, maakt Donteclock dit boekje. Naast een inhoudelijke verhandeling over de strijdpunten tussen Arminius en Gomarus, benadrukt Donteclock dat de anonieme reactie onacceptabel is, of in de woorden van Donteclock: “de onbekende schrijvers zijn onbeschaemt”. Een dergelijke pennenstrijd moet je met open vizier voeren. Dit pamflet verkeert in goede staat: de pagina’s zijn behoorlijk gaaf, op enkele lichte vochtringen na en de pagina’s zijn onderling in het boekblok nog goed verbonden. De omslag is soort goudkleurig papier met bloemversieringen, waarbij onderste stuk is weggesleten. Verbinding tussen omslag en boekblok is goed).

JACOBUS ARMINIUS, Corte ende grondighe verclaringhe uyt de Heylighe Schrift over het swaerwichtighe poinct vande Cracht ende Rechtvaerdicheyt der Voorsienicheyt Godts ontrent het quade: Wesende eerstmael int iaer 1605, andermael int’ iaer 1607 tot ondersoeck der waerheyt ende oeffeninghe der ieucht inde Hooghe Schole tot Leyden openbaerlick om te disputeren voorghestelt [DM] Tot Leyden, by Ian Paets Iacobszoon, drucker van de Universiteyt, anno 1609, 4o, [xxviii] p.

(Knuttel 1645 Deze uiteenzetting over de Cracht ende Rechtvaerdicheyt der Voorsienicheyt Godts ontrent het quade past in de discussie over de predestinatie. Het werk stamt uit 1609, maar omvat Arminius’ ideeën en stellingen uit 1605 en 1607 bedoeld voor verdere discussie en debat. Inleidend wordt in ‘d’oversetter tot den leser’ uitgelegd dat er foutieve/valse vertalingen van deze eerdere werken in omloop zijn en dat deze daarom nu ook in de ‘Nederduytsche sprake’ vertaald zijn. Hierna volgen de 24 artikelen waarin Arminius in gaat op de voorzienigheid van God. Dit pamflet heeft geen omslag. De titelpagina fungeert als voorkant. Met pen rechtsboven het nummer 22. Op de eerste pagina’s een vochtring. Op de titelpagina is dit kleurverschil het sterkst, naast wat kleine vouwen en beschadiging (linksonder). Opvallend is ook dat de bovenkant te kort en scheef is afgesneden, waardoor op de laatste pagina’s de eerste zin of het artikelnummer niet te lezen is).

[PETRUS BERTIUS, JACOBUS ARMINIUS] Twee disputatien, de eene D. Petri Bertii, van de ketterije Pelagij ende Caelestij. De andere D. Jacobi Arminii, van des menschen vrije-willekeur en hare crachten, in s’Graven-haghe, by Hillebrant Iacobsz, woonende aen de Maeckt. Anno 1609, 4o, 40 p.

(Knuttel 1646)

DOMINICUS BAUDIUS, Epicedium dictum honori & felici memoriae Reverendi viri & veteris amici Iacobi Arminii, S. Theologiae doctoris ac professoris in Academia Leydensi. Accedunt Hugonis Grotii V.C. Epicedia in eundem, [DM] Lugduni Batavorum, Apud Andream Cloucquium, bibliopolam, Typis H. ab Haestens 1609, gr.4o, [xxxii] p.

(Knuttel 1649. Met portret van Jacobus Arminius. De auteur, hoogleraar te Leiden en dichter, was bevriend met Lipsius en Hugo de Groot. Drukker was Henrick Lodewijcxz van Haestens, in Leiden werkzaam van 1596 tot 1620).

PETRUS BERTIUS, Liick-oratie over de doot vanden Eervveerdighen ende vvytberoemden Heere Iacobus Arminius, Doctor ende Professor der H. Theologie inde hooghe Schole tot Leyden. Diwelcke by hem is ghedaen inde Latijnsche tale terstont nae deBertius begraeffenisse in het auditorium der Theologie op den xxii. Octorbris Anno 1609. Ende namels door een liefhebber verduyst [orn.], Tot Leiden by Ian Paedts Iacobszoon, drucker vande Vniversiteyt Anno 1609, 4o, [xxxiv] p. [Knuttel 1651]
F[RANCISCUS] GOMARUS, Bedencken over de lyck-oratie van Meester P. Bertius, 4o, p.41-56

(Knuttel 1651. Bertius’ lijkpreek voor Arminius is in dit bandje samengebonden met het commentaar hierop van Gomarus, dat deel uitmaakt van Franciscus Gomarus, Verclaringhe over de vier hooftstucken der leere, waervan hy met sijn weerde medeprofessore D. Iacobo Arminio gheconfereert heeft voor d eE.E. moghende Heeren Staten van Hollandt ende Westvrieslandt overghelevert den achtsten Septembris, Tot Leyden by Jan Jansz Orlers 1609) Gemarmerde, hardkartonnen platten en lederen rug; grootste deel met waterkringen).

FRANCISCUS GOMARUS, Waerschouwinghe over de vermaninghe aen R. Donteklock [Orn.] Tot Leyden voor Jan Jansz. Orlers boeckvercooper in de Duytschen Bybel inden jare 1609, 4o, [ii]+51+56p.

(Knuttel 1642. In omslag met groen gemarmerd papier. In tweede gedeelte, met de Verclaringhe van Gomarus op vier hoofdstukken waarin hij van mening verschilde met zijn collega aan Arminius, talrijke goed leesbare aantekeningen in 17de-eeuw handschrift in de marge).

[JOHANNES CALVIJN?], Tractaet van de gheveynstheyt ofte vermaninghe aen alle Brabantsche, Vlaemsche ende andere Natien die onder den papisten woonachtigh zijn. 3 Regum 18. Hoe lange gaedy op beyde syden manck: Is de Heere God, volght hem: Oft ist Baal, volght dien. [orn.] Tot Delf gedruckt by Ian Andriesz woonende aen ‘t Marcc-velt in ‘t Gulden A..B.C. [1609], 8o, 47 p.

(Knuttel 1681. Tractaat tegen het nicodemisme, gevolgd door nog een ‘Sendt-brieff” van Calvijn. Met kartonnen omslag in rood en bruin. Fraai ornament op titelpagina).

JOHANNES FERUS, In sacrosanctum Iesu Christi Domini nostri Evangelium titelsecundum Matthaeum, piae ac eruditae iuxta catholicam & ecclesiasticam doctrinam enarrationes [Drukkersmerk] Lugduni , Apud Ioannem à S. Paulo 1609, 8o, [xxxviii]+608+604+[xi] p.

(Bijbeluitleg bij Mattheus-Evangelie door Joannes Ferus, alias Johannes Wild (1495-1554), als pater franciscaan verbonden aan de kathedraal van Mainz. De meeste van zijn werken – maar niet dit Mattheuscommentaar– stonden lang op de index, de lijst van door Rome verboden boeken. In originele, overslaande, perkamenten band. Donker op de rugzijde. Titel in handschrift op de rug. Met bibliotheekstempel op schutblad van Canisiusbibliotheek Maastricht en zegel JezuïetencollegeDen Haag. Oude aantekeningen op het schutblad en enkele vroege onderstrepingen en margekanttekeningen in het laatste gedeelte van het boek).

AUSSFÜHRLICHE Wolgegründte Deduction des Chur unnd Fürstlichen Hauses Sachsen an den verledigten Fürstenthumben Gülich, Cleve und Berg, zusampt den Graff und Herschafften an der Marck, Ravensperg, Ravenstein und ander Pertinentien. Habenden Rechtens und Gerechtigkeit. Männiglichen zur grüntlichen Nachrichtung in offenen Druck gefertiget. Auff Churfürstlichen Befehl [Orn.], Gedrückt zu Cöllen, bey Peter von Brachel, under Güldenwagen anno 1609, 4o, [100]p.

(Ongenummerde bladzijden; rode kleur van drukinkt verdwenen, pagina’s gebruind door inktvraat; enkele aandachtsstrepen in de marge; op titelpagina naast ornament in oud handschrift Latijnse tekst; in één bandje met volgende werk)

SÄCHSISCHE APOLOGIA und Rettung der Zwo Schrifften, so in jüngst verwichenem 1609. Jahr. Von des Chur und Fürstlichen Hauses Sachsen an den verledigten Gülischen, Clevischen und Bergischen Fürstenthumen und Landen und dero zugehörigen Graff- und Herrschafften […] Mit einverleibter gründlichen Widerlegung der hin und wieder im heiligen Reich spargirten Gegenschrifft, genandt Refutatio Deductionis Saxonicæ […], Leipzig, bey Henning Grossen, Buchhandlern, Anno 1610, 4o, 90p.

(Titelpagina met rode en zwarte letters; kleine aantekening in het Latijn op titelblad; ornament op laatste bladzijde; bladzijden gebruind door inktvraat; beide werkjes in eenvoudige kartonnen omslag, waarvan voorplat los is. Op schutblad eigendomsinschrijving: “Otto Henninck hat dies 1897 gekauft”).

VERDRACH, gemaeckt ende besloten in Den Hage in Hollandt, den sevenden januarii inden jare sesthien-hondert ende thien, tusschen den Gecommitteerden van haere hoocheden die Eertz-hertoghen vasn Oostenrijck etc. ende vande Hooghe Mo: heeren die Staten Generael der Vereenichde Nederlanden op eenighe swaricheden ende twijffelachticheyden ter eenre ende ter andere zijden gheresulteert uyt den Tractate vanden Trevue den negenden aprilis 1609 binnen de Stadt Antwerpen ghemaeckt, [wapen Staten-Generaal], In ‘sGraven-Haghe, by Hillebrant Iacobsz, drucker ordinaris vande Hoege Mog. Heeren Staten Generael 1610, 4o, 12p.

(Knuttel 1713. Zonder omslag).

PUNCTEN ENDE ARTICULEN verdraghen ende geaccordeert in Den Hage in Hollandt, den xxiiiien Junii inden jare sesthien-hondert ende thien, tusschen den Ghecommitteerden van hare Doorluchtichste Hoocheden die Eertzhertoghen van Oostenrijck etc. Ende vande Hooghe Mooghende Heeren die Staten Generael der Vereenichde Nederlanden, tot meerder bevestinghe van het Tractaet van Bestandt: begrijpende mede d’aggreatien van hare Hoocheden ende der Heeren Staten van ‘tselve Tractaet [Wapen van Holland], in s’Graven-haghe, by Hillebrant Iacobsz, drucker ordinaris vande Hooge Mooghende Heeren Staten Generael, Anno 1610, 4o, 6p.

(Knuttel 1721. Aanvulling op het verdrag van het Twaalfjarig Bestand, dat in april 2009 in Antwerpen werd ondertekend en een nadere verklaring die daarop volgde in januari 2010).

[GUILIELMUS BAUDARTIUS], Morghen-wecker der vrye Nederlantschedsc01893 Provintien: Ofte een cort verhael van de bloedighe vervolghinghen ende wreetheden door de Spaenjaerden ende haere adherenten in de Nederlanden, gheduerende dese veertich-jarighe troublen ende oorloghen begaen aen vele steden ende ettelijcke duysent particuliere persoonen. Dienende tot een ernstighe wel ghemeynde vermaninghe aen allen dengenen die de regieringhe deser Landen bevolgen is; als oock aen alle liefhebbers der Nederlandtsche vryheyt int particulier, opdat sy goede sorghe draghen dat sy of hare kinderen ende nacomelinghen niet wederom en vervallen in ghelycke elende.[Afb.] Tot Danswick, by Crijn Vermeulen de Jonge op de leeghe zijde van Schotlandt. Anno 1610, 4o, vi+88 p.

(Knuttel 1731. Titelblad met ooievaar, op één poot staande, met een steen in de andere poot. Waarschuwing om ook na het afsluiten van het Twaalfjarig Bestand waakzaam te blij-ven tegenover de vijand. De auteur verschuilt zich achter de initialen G.W.B..F.V.D., dat is Guilelmus Wilhelmi Baudartii Flius Van Deinse. In 1612 verscheen de rooms-katholieke tegenhanger, de Nieuwe Morghen-wecker, geschreven door de Brusselse jezuïet Thomas Sailly. Zorgvuldig gerestaureerd maar compleet pamflet).

.

vrij1DER NEERDER-LANDEN ENDE KERKEN VRIHEIDT: van Spanjens ende Roomens hoogher tirannij-heidt, [1610], 4o, [vii] p.

(Knuttel 1733. De auteur en drukker zijn onbekend. Zonder omslag. Ongebonden. Het verloop van de strijd tegen Spanje in dichtvorm, waarin alle veroveringen en overwinningen (met data in de marge) aan bod komen. Op de titelpagina en aan het einde een aantal toepasselijke Bijbelteksten. De keerzijde titelpagina is bedrukt. Aan het einde staat vermeld: Ie Main-tiendray 1610. Op de titelpagina staat een eigenaarsstempel van G.J. Reehorst).

.

.

FRANCISCUS GOMARUS, Proeve van M.P. Bertii Aenspraeck. Ter eeren der Waerheydt, tot toutsinge van de geesten, die in de ware religie, veranderinge soecken in te bringen, ende tot stichtinge der ghemeynte, uytghegeven [DM] Tot Leyden, voor Ian Iansz. Orlers, boekvercoper inden Duytschen Bybel, 1610, 4o, 35p.

(Knuttel 1756. Arminius’ overlijden was aanleiding voor een pamflettenstrijd tussen Gomarus en Petrus Bertius (1565-1629), een vriend van Arminius. Bij de begrafenis van Arminius in oktober 1609 sprak Bertius een zogeheten lijkrede uit. Deze lijkrede verscheen daarna ook in druk (Liick-Oratie, 1609), waar Gomarus via Bedencken over de lijckoratie (1609) op reageerde. Bertius publiceerde vervolgens in 1610 zijn Aenspraeck aan D. Fr. Gomarus. Deze Proevebetreft weer de reactie van Gomarus. In deze serie maakt men elkaar veel verwijten over wat er wel en niet is gezegd of bedoeld (o.a. door de overleden Arminius) en of bepaalde interpretaties wel kloppen. Dit pamflet beslecht de discussie niet: Corvinus (1582 – 1650) valt hierna Gomarus weer aan in zijn Schouwe over Francisci Gomari Proeve. Eerste druk; dit pamflet heeft geen kaft, er zijn nog stukjes touw van de verbinding zichtbaar. De pagina’s zijn in goede staat, op een aantal pagina’s zijn wat vochtringen te zien en zorgt de vorige/volgende pagina voor een donkere bladkleur.)

FRANCISCUS GOMARUS, Proeve van M.P. Bertii Aenspraeck. Ter eeren der Waerheydt, tot toutsinge van de geesten, die in de ware Religie, veranderinge soecken in te bringen, ende tot stichtinge der Gemeynte, uytgegeven. De tweede druck [DM] Tot Leyden, voor Jan Jansz Orlers, boekvercooper in den Duydtschen Bybel, anno 1610, 4o, 35p.

(Knuttel 1758. Tweede druk; dit boekje heeft geen omslag, maar wel een kleine blauwe geplakte rug. De pagina’s zijn in goede staat, op enkele hele lichte verkleuringen na).

IOHANNES WTTENBOGAERDT, Tractaet van t’ampt ende authoriteyt eener hoogher christelicker overheydt in kerckelicke saecken, ghestelt door Iohannem Wttenbogaerdt, bedienaer des H. Euangelij in s’Graven-Haghe. In s’Graven-Haghe, by Hillebrant Iacobsz, drucker ordinaris der Heeren Staten s’Landts van Hollandt ende West-Vrieslandt, anno 1610, 4o, [xx]+136 p.

(Knuttel 1767; zeer invloedrijke beschouwing over de verhouding kerk-staat)

[FESTUS HOMMIUS], Van de beroepinghe der kercken-dienaren IA ende NEEN, van Iohannes Wtenbogaert, praedicant in s’Gravenhaghe. Wt zijn boeck van’t Ampt der Overheyt in kercklijcke saecken ende uyt zyne ghedruckte predicatie over Joan 10/vers.3. Cortelijck ende ghetrouwelijck van woort tot woort, byeen ende teghen malcander ghestelt: opdat d’onpartydighe leser mach oordelen, welck ghevoelen van beyden met den woorde Godes best overeen comt [orn.], Ghedruckt in’t jaer ons Heeren, 1610, 4o, [xxxvii] p.

(Knuttel1773.; Zonder omslag; met klein uitstekend plakstrookje op het titelblad, met nummer 5).

FRANCISCUS JUNIUS, Verclaringhe van twee vraghen. De eerste, Van de over-een-cominghe ende het onderscheyt der politijcke ende kerckelijcke bedieninghe. De tweede, Van het recht des Magistraets in de sichtbare kercke. Vertaelt ende ghestelt teghens het wel-sprekent doch verwerdt Tractaet van Iohannes Wten Bogaerdt [Vignet] Amsterdam, by Jan Eversz. Cloppenburch opt Water in den gulden Bybel, Anno 1610, 4o, 32p

(Knuttel 1770. Zeer fris exemplaar, met fraai vignet van bazuin blazende engel boven een Junius2drukbevaren zee. Deze Verclaringhe van irenicus Franciscus Junius (1545-1602) bevat een vertaling van de laatste twee hoofdstukken van zijn Ecclesiastici. Het pamflet werd door contra-remonstranten uitgegeven als weerlegging van Wtenbogaerts Tractaet van ‘t ampt ende authoriteyt eener hoogher christeliker overheydt, in kerckelicke saecken (1610). Junius gedachten over de verhouding van kerk en staat en over de bevoegdheden van de overheid in kerkelijke aangelegenheden werden gesteld tegenover die van Wtenbogaert, die aan de overheid verregaande bemoeienis met de kerk toestond).

D[IRCK] V[OLCKERTSZOON] COORNHERT, Dolingen des Catechismi anderwerven blijckende in desselfs beproefde proeve (Int boeck Wederlegginge ende censuren of berispingen, van Arent Cornelisz., Reynier Donteclock ende Joannes Gerobulus). Naacktelijck voor ooghen ghestelt. [DM] Ghedruckt ter Goude by Jasper Tournay, anno 1610, 4o, [vi]+220+[vi]p.

(Uitgave van een geschrift uit 1585. Onderdeel van de drie publieke debatten tussen Coornhert en de dominees van Delft. Aan dit werk is aan het eind toegevoegd: Remonstrantie D.V. Coornhert aan de synodale vergaderinghe binnen der Goude anno 1589, gedateerd op 27 augustus en overgebracht door de Goudse predikant Erverardus Bommelius. Hierin drong hij tevergeefs aan op hervatting van de debatten. Dit werk werd niet door Tournay opgenomen in het eerste deel van de Wercken van Coornhert, dat uitkwam op folioformaat, maar in kwartoformaat met eigen paginering. Deze editie werd in 1630 ongewijzigd wel in folioformaat opgenomen in het tweede deel van de Wercken van Coornhert bij Calom in Amsterdam in 1630).

I.B.R. [JOHANNES ARNOLDUS RAVENS (CORVINUS)], Teghen-bericht jeghens D. Francisci Gomari waerschouwinge over de vermaninghe tot vrede die onlanghs, aen D.R. Donteclock christelijck ende ernstelijck ghedaen is. Waerinne teghen syne onbehoorlycke beschuldinghen gheprotesteert wert, ende bewesen dat de vermaender gheen veranderinghe in de Religie ghesocht heeft [DM] By Ian Paedts Iacopszoon, Drucker van de Universiteyt, anno 1610, 4o, [x]+56+60+[i] p.

(Knuttel 1760. Dit boek is onderdeel van de hoogoplopende redetwisten (of pamflettenstrijd) tussen verschillende theologen en academici in de Republiek aan het begin van de 17e eeuw. Hoewel het boek anoniem is (“I. B. R. Bedienaer des H. Euangelij”), is het afkomstig van Corvinus. Corvinus was een theoloog, die na een studie in Frankrijk 1605 terugkeerde naar Leiden. In het langzaam oplopende conflict tussen de Leidse theologen Arminius en Gomarus kiest Corvinus voor de kant van Arminius. In 1610 was hij medeondertekenaar van de ‘remonstrantie’ en na Dordtste sysnode van 1618/19 werd hij uit de kerk gezet. In dit Teghen-bericht reageert Corvinus op eerdere publicaties van (1) Donteclock (2) Gomarus. In 1609 publiceerde Donteclock het boekje Tsamen-spreeckinghe, waarin hij disputaties (stellingen) van Arminius en Gomarus bespreekt. In een reactie hierop verwijt Corvinus, hem in Christelicke Ende ernstighe vermaninghe (1609) dat hij er ten aanzien van Arminius helemaal naast zit. In reactie op dit (destijds) anonieme geschrift, schrijft Donteclock Antwoorde op een seker schrift eens onbekenden (1609). Ook Gomarus zelf laat dan van zich horen: hij vat de erfzonde-leer van Arminius samen in Proefstuc der Leere D. J. Arminii (1609) en reageert in Waerschouwinghe, over de vermaninghe aen R. Donteclock.. (1609). In oktober 1609 is Arminius overleden, de reactie van Gomarus houdt hier al rekening mee. In Teghen-bericht uit 1610 is het weer de beurt aan Corvinus om te reageren, met name ter bestrijding van de aanval van Gomarus op Arminius. Het boek bestaat uit vier onderdelen: (1) een inleiding aan ‘den Christelijcken Leser, (2) de 29 ‘articulen’ die Arminius eerder aan Gomarus had overhandigd, (3) het tegenbericht op Gomarus zijn Waerschouwinghe van en (4) een antwoord op Gomarus zijn Proefstuc der Leere. Dit pamflet heeft een omslag van dun, blauw papier. De rug is bovenaan ook iets beschadigd. De verbinding tussen band en boekblok is verder goed. De pagina’s zijn in redelijk goede staat, titelblad is iets verkleurd en er is “J.A. Corvinus” bij geschreven, pagina 59/60 van het laatste deel heeft ook wat vlekken en een kleine scheurtje midden in de pagina).

JOHANNES ARNOLDI CORVINUS, DIRCK VOLCKERTSZOON COORNHERT, Vermaninghe aen Reynier Donteclock tot verdinghe ende bewijsinghe vande Erff-zonde, erff-schuldt ende erff-straf zoo hy die leerdt: dat de onnoosele kinderen deur Adams zonde verdorven ende schuldich souden sijn: door den wille ende ordonnantie Godts: en daerom van moeders lijve, ja van eeuwicheyt gheordonneert ghschapen ende gheboren werden tot eeuwighe verdoemenisse (…), 4o, z.pl. [Gouda,Jasper Tournay?], z.j. [1610], 40 p.

(Knuttel 1761. Door Van Doornik toegeschreven aan Coornhert. Corvinus is een pseudoniem van Johannes Arnoldsz Ravens. In 1611 herdrukt in ander zetsel door Jasper Tournay inGouda.; met eenvoudige kartonnen omslag. Bibliotheekstempels en afschrijving door KB; blijkens potlootaantekening op omslag verwijderd uit Knuttel 1763Van de toelatinge ende decrete Gods, gedrukt bij Jasper Tournay inGoudain 1610. Dat het werkje oorspronkelijk onderdeel uitmaakte van dit verzamelwerk blijkt ook uit de paginanummering fol. 54- fol. 92).

JOANNES CALVIJN, Institutie, ofte onderwiisinge inde christelicke religie, in vierboecken begrepen. Wt de Latijsche ende Fransoysche sprake ghetrouwelick verduytschet. Met den Sendtbrief des selven Calvini aen den Coninck van Vranckrijcke. Daer is oock achter aen gevoecht een schoone tafel Augustini Marlorati, inhoudende de voornaemste poincten der heyliger Schriftuere, de welcke noyt te voren daer by en is gheweest. Op een nieu overghesien ende ghebetert [DM] Tot Dordrecht, gedruckt by Jacob Canin, anno1610, kl. Folio, [xii]+572+[lxiv] p.

JOANNES CALVIJN, Een supplicatie vande noodighe reformatie der christelickerkercke in het pausdom, overghegheven van den heeren Ioh. Calvino, aen keyser Karel de Vijfde ende allen vorsten op den Rijcxdach tot Spier vergadert. Wt het Latijn in de Nederduytsche sprake ghetrouwelick overgheset, door Car. Agric., leeraer der Ghemeynte tot Rijsburch [DM]. Tot Dordrecht. Ghedruckt by Jacob Canin anno1610, kl. Folio, [ii]+42+[i] p.

(Vroege Nederlandse vertaling van Calvijns Institutie. Met portretje van Calvijn. Drukkersmerk van Jacob Canin heeft als randtekst: “Siet de Leew wt den gheslachte Iuda de wortel Davids heeft overwonnen. Apo 5”. In sleetse perkamenten band en met nieuwe schutbladen. Gaaf binnenblok. In deze editie zijn enkele teksten van Calvijn toegevoegd, die in eerdere drukken ontbreken).

DANIEL HEINSIUS, Q. Horatii Flacci Opera omnia, cum notis Danielis Heinsii. Accedit Horatij ad Pisones epistola, Aristotelis de poetica libellus, ordini suo nunc demum ab eodem restituta [DM] Ex officina Plantiniana Raphelengii 1610, 8o, [lxii] p.

QUINTI HORATII FLACII, Venusini, poetæ omnia [DM] Lugduni Batavorum, Ex officina Plantiniana, apud Franciscum Raphelengium 1594, 8o, 278p.

DANIEL HEINSIUS, In Q.Horatium Flaccum Notæ [zonder titelblad], 8o, 158p.

(Bewerking door Heinsius van Horatius’ werk. Met autogrammen Barleus, Dominicus Baudius en de in Gouda geboren Cornelis Schonaeus op het eerste schutblad; exemplaar vol aantekeningen in de marge en op de laatste schutbladeren. In originele omslaande perkamenten spitselband. Op de rug in oud handschrift: Horatius cum Mss Jac Tollii. Dat impliceert dat de aantekeningen van de hand van Jacobus Tollius zijn, die geneeskunde studeerde in Harderwijk, secretaris was van Nicolaas Heinsius en rector van de Latijnse School in Gouda.In 1672 werd hij uit die functie ontslagen wegens te vrijzinnige opvattingen. De werkjes werden in 1594 en 1610 gedrukt in de door Christoffel Plantijn in 1583 opgerichte Officina Plantiniana, de academiedrukkerij van de Universiteit Leiden, die na twee jaar werd voortgezet door zijn schoonzoon Franciscus Raphelengius. Op de titelbladen van de eerste twee werken staat het bekende Plantijn-drukkersmerk met de Gulden Passer.

ARNOLDUS HAUSZBRANT, Decades tres theorematum controversorum, ex philosophia practica desumptorum. Quarum prima est ethica, altera oeconomica, tertia politica. Quas Deo duce, & auspice Christo in Illustri Arnoldino, quod est Steinfurti, sub praesidio Clarissimi, Doctissimiq Viri Dn. Clementis Timpleri, philosophiae professoris ordinarii [.] ad publicam syztesin proponit, ac defendere conatur, ad diem [25] augusti [.] Arnoldus Hauszbrant Teclaburg, [Orn.].Steinfurti [Steinfurt] excudebat Theop. Cäsar [Theophil Caesar], Anno 1610, 4o, [xvi] p.

(Zeer zeldzame Steinfurter druk. Het betreft een disputatie van de uit Tecklenburg afkomstig student Arnold Hauszbrant met zijn hoogleraar filosofie Clemens Timpler, verbonden aan het Arnoldinum, het Gymnasium Illustre van (Burg)Steinfurt. De disputatie vond volgens de titelpagina plaats in augustus 1610; in oud handschrift is daar ‘25’ als exacte datum aan toegevoegd. Timpler (1563-1624) was een uit Stolpen (Dtl.) afkomstige filosoof, natuurkundige en theoloog, die wordt beschouwd als de grondlegger van de gereformeerde neo-scholastiek. Op deze door de calvinistisch graaf Arnold II van Steinfurt in 1588 opgerichte school werd onderwijs op academisch niveau gegeven, maar zij miste het promotierecht van een universiteit. De graaf liet ook een nieuw onderkomen bouwen voor zijn Arnoldinum en trok in 1597 zelfs een eigen boekdrukker aan, de rond 1563 in Augsburg geboren Gottlieb Kaiser (die zich tooide met de Latijnse naam Theophil Ceasar), om geschriften van de hoogleraren en de disputaties van de studenten te drukken. Hij zou tot 1622 als drukker aan het Arnoldinum verbonden blijven. Deze disputatie van Hauszbrant is dan ook door Ceasar gedrukt. Deze titel ontbreekt overigens in de door Günther Richter gereconstrueerde fondslijst van Ceasar (G. Richter, Theophil Caesar. Drucker am Gymnasium Illustre zu (Burg-) Steinfurt. Hauszbrant, vervolgde zijn studie in Marburg, waar hij in 1620 promoveerde als doctor in de rechten. In zijn geboortestreek klom hij vervolgens op tot “Canzler, Geheim Rath und Landrichter”. Hij overleed op 24 februari 1669 op 76-jarige leeftijd. Hij werd op 16 maart daaropvolgend begraven in de kerk van Tecklenburg.

In nieuwe perkamenten band gebonden disputatie, met daarachter in fotokopie de lijkpredikatie voor Arnold Hauszbrant uit 1669. De lijkpredikatie werd verzorgd door Bernhardus Erasmus Schrammius. De tekst verscheen in druk bij Emanuel Wellenberg in Steinfurt. In dit boekwerkje worden al zijn functies en werkzaamheden uitvoerig opgesomd, alsmede bijzonderheden over zijn studie, huwelijk en kinderen. Het werkje wordt afgesloten met troostgedichten van de dominees Rumpius en Snetlage. ‘Doorschoten’ exemplaar, dat wil zeggen na elke bedrukte pagina een lege bladzijde. Een vorige eigenaar schreef in het blad ervoor: “Unsere Alwin Anna Hausbrand war die Schwester des Arnold Hausbrand, dessen Doktorarbeit und Leichenpredigt in diesem Buch enthalten sind. Die Leichenpredigt ist wichtig wegen der Abstammung von den v. Dedem”, ondertekend door Hans Krüsy. De naam “Hausbrand” staat in grote zwarte letters op het voorplat afgedrukt, met daaronder het familiewapen. Titelblad aan de bovenzijde licht beschadigd en vakkundig gerestaureerd met Japans papier. Op titelpagina is in handschrift een klein Andreaskruis aangebracht met de cijfers 31 en 78. Op de binnenzijde van het voorplat heraldisch ex-libris van Hans Krüsy . Op de verso-zijde van de titelpagina een opdracht aan Arnoldus van Joannis en Wilhelmus (Guilie[l]mo) Hauszbrant, respectievelijk zijn oom en vader. Op de laatste bladzijde een opdracht aan de student van Georgius Brinckhoff (Brinckhovius), hoogleraar logica. Na de kopij van de lijkpredikatie aan de binnenzijde van het achterplat, achter een insteekstrook een acte van 2 januari 1624 en een afschrift daarvan op de achterzijde van een kalenderblad uit 1947. De acte betreft een originele, handgeschreven begunstiging (“Bewilligung”). Onder de acte sporen van drie zegels van ondertekenaars, met hun handtekening. De middelste handtekening is van “Arnolt Hauszbrant”.

CAROLI SCRIBANI(e Societate Iesu), Antverpia, Antverpiae, [DM] ex officina Plantiniana, apud Ioannem Moretum,1610, 4o, [vi]+147+24 p.

(Geschiedenis van Antwerpen, geschreven door de jezuietenpater Carolus Scribanus (1561-1629). Met fraai drukkersmerk Labora et Constantia van de beroemde drukkerij Plantijn-Moretus op de titelpagina en een kleinere versie op de laatste pagina van het hoofdwerk. In een bijlage van 24 pagina’s zijn Griekse en Hebreeuwse lofgedichten afgedrukt. Met eenvoudige papieren omslag. Stempel op achterzijde van de titelpagina, waaruit blijkt dat het een afgeschreven exemplaar uit de bibliotheek van de Vrije Universiteit Amsterdam is.)

MISSIVE vanden Ho. Mo. Heeren Staten Generael der vereenichde Nederlanden aende heeren Staten vande particuliere provintien, tot Justificatie vande dadelijcke proceduren die heurer Ho.Mo. ghenootdruckt zijn ieghens de Stadt Utrecht, tot maintenement vande wettelicke authoriteyt voor te nemen, [wapen Holland] in s’Graven-Haghe. By Hillebrant Jacobsz drucker ordinaris vande Hoghe Mog. Heeren Staten Generael 1610, 4o, [vi] p.

(Knuttel 1722. Zonder omslag. Geplakt met strookje gekleurd papier).

JACOBUS ARMINIUS, Copie. Van sekeren brief eertijts gheschreven van Iacobo Arminio aen Gellium Snecanum, inhoudende, een corte verclaringhe over het neghende capittel tot den Romeynen [Orn.], Tot Rotterdam by Mattys Bastiaensen, boeckverkooper opt Steyger [1610], 4o, [xviii]p.

(Knuttel 1784. Dit pamflet betreft een afschrift van een brief van Arminius aan Gellius Snecanus. De eigenlijke naam van ‘Gellius Snecanus’ was Jelle Hotzes, een theoloog en predikant uit Friesland die rond 1596 is overleden (1525-1596). Bij de opkomst van het protestantisme koos Hotzes voor de Reformatie. In de aanloop naar en de eerste jaren van de Opstand (1568) was hij ondermeer actief in het protestantse veldleger van Lodewijk van Nassau en later ook op de vlucht voor de Spanjaarden. Vanaf 1578 was hij predikant in Leeuwarden en diverse andere gemeenten. In de jaren voor zijn dood heeft Hotzes gecorrespondeerd met Arminius, ondermeer over Romeinen 9 (i.c. de trouw en barmhartigheid van God). Jaren later, aan het begin van de 17de eeuw, vochten de Leidse theologen Arminius en Gomarus een theologisch hoogoplopend conflict uit over de leer van de erfzonde en predestinatie. Arminius overleed in oktober 1609, zijn aanhangers (de remonstranten) zouden na de Synode van Dordrecht in 1619 uit de gereformeerde kerk worden gezet. De heruitgave in 1610 van deze oude brief zal ondersteuning geboden hebben aan het verdedigen van de leer van Arminius. Hotzes is ook wel ‘een voorlooper der remonstranten’ genoemd. Dit pamflet heeft geen omslag. Het titelblad is linksboven gedeeltelijk los, verder zijn alle pagina’s nog goed aan elkaar verbonden. Er zijn enkele lichte vochtvlekken zichtbaar. Bijzonder zijn de ornamenten rondom op de titelpagina).

TITUS FLAVIUS JOSEPHUS, Flavii Iosephi hooghberoemde Joodsche historien ende boecken, noch Egesippus vande ellendighe verstoringe der stadt Jerusalem. Van nieus met schone figuren verciert ende met nootwendigh anteikeningen en summarien verrijckt, T’Amstelredam bij Jan Evertsz. Cloppenburch boeckvercooper op ‘t Water inden vergulden Bybel ao. 16011 [sic!= 1611], fol., [ii]+338fol [=673p]+[xxvi]+77fol [=151p]+[vi] p.

(Eerste geïllustreerde editie van het bekende werk van Flavius Josephus, met gegraveerde frontispice door Hessel G[errits] – inclusief drukfout in jaartal – en 103 fraaie houtsneden door Christoffel van Sichem II. De Nederlandse vertaling is van de hand van de Voorschotense predikant Everardus Gualtheri Bommelius (Wittius), die ook twaalf jaar in Gouda werkzaam was. Uit hetzelfde jaar zijn er ook die andere identieke edities met de adressen van Dirck Pietersz. Pers, Willem Jansz Stam en Hendrick Laurensz. In originele geblindstempelde bruinlederen band met resten van koperbeslag. Binding bovenin zwak. Boekklampen verdwenen, evenals drie hoekstukken voor en een achter. Voor- en achterzijde wel met boekknop. Titelpagina bij restauratie geplakt op nieuw blad, met kleine beschadigingen. Boekblok links kort afgesneden, maar zonder tekstverlies. Her en der in het boek vochtringen. Aan het eind register slordig gerestaureerd met plakstrippen, waarbij bladen tekst en register gehusseld zijn. In STCN slechts drie exemplaren vermeld, alle incompleet, waaronder een in het Goudse stadsarchief (SAMH).

RODOLPHUS GWALTERUS / CASPAR COOLHAES,Van de christelijcke disciplijne ende excommunicatie: van den kerckenraedt ende ouderlinghen aen dien

plaetsen daer een christelijcke magistraet is, het ghevoelen der kercken Christi tot Zurich, tot Bern ende anderen dierghelijcken vermaerden steden ende plaetsen in Zwitzerlant, door den eerweerdighen welgeleerden Rodolphum Gwalterum in verscheyden zijnen sermoonen int Latijn beschreven ende int jaer 1582, uyt de Latijnsche in onse tale ghetrouwelijck overgheset ende in druck ghegheven door Casparum Coolhaes. Van denwelcken nu t’selvighe op een nieuw oversien ende tot verminderinghe der ongheveyns der broederlicker lieffde in druck ghegheven [DM], Tot Amstelrdam voor Willem Adriaenssz Ocker, boeckvercooper in de Warmoes-straet, opten hoeck van de Oude-brug-steech. Anno1611, 4o, 34 p.

(Knuttel 1908. Derde druk na eerdere edities uit 1582 (Leiden) en 1585 (Gouda, Jasper Tournay). Met opdracht van Coolhaes aan stadsbestuur Leiden).

SCHRIFTELICKE CONFERENTIE, gehouden in ’s Gravenhaghe in den iare 1611 tusschen sommighe kercken-dienaren: aengaende de Godlicke Praedestinatie metten aencleven van dien. Ter ordonnantie van de Ed. Mog. Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt ghedruckt [DM] In s’Graven-hage, by Hillebrandt Jacobsz, drucker ordinaris van de Ed. Mog. Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt, anno1612, 4o, [ii]+440 p.

(In zeer sleetse band; sporen van sluitlinten; met vochtvlekken. Vooral interessant door de vele zeventiende eeuwse aantekeningen en commentaren in de marge van een anonieme lezer. Eigendomsstempel op binnenzijde omslag van J.G. Vermeulen, Keizersgracht 406 Amsterdam).

CONRADUS VORSTIUS, Generale protestatie met eene bede tot voorbereydinghe [uit: Voorloper van een volcomene antwoort, dewelcke t’syner tijdt met Gods hulpe volghen sal. Teghen de verklaringhe D. Sibrandi Lubberti, mitsgaders de naerder waerschouwinghe der predicanten tot Leeuwarden ende dierghelijcke twist-schriften meer [DM] Nae de copye, tot Leyden, by Ian Paedts Iacobszoon, drucker der Vniversiteyt, anno 1611], 4o, [xxxix]p.

(Knuttel 1880. Zonder titelpagina en opdracht van 6p. van Vorstius aan de Staten van Holland, gedateerd 30 november 1611. Bevat onder meer verklaringen van de graaf van Bentheim-Steinfurt, het Arnoldinum (gymnasium Illustre) en de kerkenraad van Steinfurt over de rechtzinnigheid van Vorstius en van enkele van zijn voormalige de studenten, die in Franeker betrokken zouden zijn geweest bij het clandestien uitgeven van een sociniaans boekje. Vorstius benoeming tot hoogleraar theologie in Leiden als opvolger van Arminius vond geen doorgang wegens verdenkingen van sociniaanse onrechtzinnigheid. Hij vond een welkom onthaal in Gouda, waar hij aan de Turfmarkt zeven jaar lang boeken schreef om zich te verdedigen).

CONVOLUUT
EEN SEER NOODICH TRACTAET van ’t Recht der Magistraten [of Overheden] over haere Onderdanen. Sonderlinghe in desen tijdt van noode, om soo wel de Magistraten als de Onderdanen van haeren schuldighen plicht te waerschouwen ende vermanen. Wtghegheven by die van Magdeborgh in het jaer 1550 ende in het jaer 1574 oversien ende met vele redenen ende exempelen vermeerdert [titelvignet], t’Amsterdam by Pieter Pietersz. opt Water by den Dam, in den Kerck-bybel, 1611, 4o, 92p.
(Knuttel 1909. Aan de keerzijde van de titel een Clinck-ghedicht, ondertekend door “Dum Maliora Deus”)
R[EYNIER] DONTECLOCK, Overlegginghe van de oorsaecken der schadelicker twist in de kercken van Hollant ende West-Vrieslant op-geresen. Ende eerst van de Kerckelicke Ordinantie ofte Regieringhe int ghemeyn. Toe-gheschreven de E.E. Magistraten ende Regierders der Stadt Delff. Met aenwijsinghe van het rechte Remedie, dat tot beslechtinghe van den selven twist selfs naer het oordeel van de Parthie soude dienen ghebruyckt te werden. Tot Delft ghedruckt by Ian Andriessz. boeck-vercooper woonende in ’t Gulden A.B.C. Anno 1612, 40, [ii] + 27 +35 p.
(Knuttel 1948. Exemplaar verwijderd uit bibliotheek VU)
DANIEL VET, Schriftelicke Conferentie van de eyntelicke volstandicheydt der heylighen: ghevallen tusschen Daniel Vet, predicker onder de Lutherschen tot Delft, Haghe, etc. Ende twee Litmaten der ghereformeerde kercke Christi tot Delft [orn.] Tot Delf, Ghedruckt by Ian Andriesz. boeck-vercooper aen ’t Marckt-velt in ’t Gulden A.B.C. Anno 1613, 4o, [iv] + 59p.
(Knuttel 2067)
H.I. [FRANCISCUS GOMARUS?], Schermutselinghen van sommighe licht-gewapende cryghsknechten. Dat is. Aenwysinghe van de bedriegelicke ende onbehoorlicke wyse van doen, int verbreyden der gedaerlicker van outs begravener nieuwicheden, ghepleecht by de voorstanders van D. Arminius, Sal. ghed. ende D. Conradus Vorstius. [orn.] Middelburgh, voor Adriaen vanden Vivere, 1613, 4o, [x] + 101p.
(Knuttel 2070; met in de marge talrijke gestempelde handjes).
WAGHEN-PRAETJEN, nopende die hedendaechsche strydige saken, zoo die Religie aengaende als oock eenighe manieren van handelingen by den Contra-Remonstranten ghebruyckt betreffende. Ghehouden tusschen eenen Theologum ende Liefhebber der Waerheijdt. [titelvignet] Gedruct int jaer ons Heeren Anno 1613, 4o, 54p.
(Knuttel 2076; eigendomskenmerk op titelpagina “Wil Jans”)
ARNOLDUS CORNELISZ, Antwoort Lamberti Danei, wijlen Professeur in de Hooghe Schole tot Leyden, op drie voorghestelde Vragen nopende het Ampt der Overheydt inde regeringhe der kercken: wat haer toe-coemt ofte niet toe-coemt. Mitsgaders een cort ende claer bewijs dat de Verkiesinghe ende Afsettinghe der Dienaren des Goddelicken Woorts, der Ouderlingen ende Diaconen niet ens taet by de Borgherlicke Magistraet, maer by de Kercke. Item, sekere Artijckelen van het Seggen ende de Macht der Overheyt inde bedieninghe der Kercke Christi in Hollandt (…) Door Arnoldum Cornelii in zijn leven Dienaer des Goddelicken Woordts tot Delf. Tot Delft Ghedruckt by Ian Andriesz. boeck-vercooper aen ’t Marckt-velt in ’t Gulden ABC Anno 1613, 4o, [ii] + 6p.
(Knuttel 2081; alleen het eerste deel)
COPIE van een zeker voorslach, ghedaen by de Contra-Remonstranten inde by-eenkomste door last van de Hmo Heeren Staten vande ses predikanten, nu lest-leden binnen der stadt Delft om den vrede ende eenigheyt der kercken te treffen. [orn.] Tot Amsterdam by Heyndrick Aertsz. Int jaer ons Heeren Anno 1613, 4o, 16p.
(Knuttel 2060; nadruk van p.1-15 van de Schriftelicke Conferentie)
SCHRIFTELICKE CONFERENTIE, ghehouden tot Delff, den 26en ende 27en Februarii 1613 tusschen ses Kercken-dienaren. Om te beramen eenighe bequaeme middelen waer door de swaricheden voor eenige jaren inde kercken hier te Lande ontstaen op het alder-gevoechelickste af-gedaen ende voort-aen goede vrede ende eenicheyt onde rhouden soude connen werden. [orn.] Tot Delf, Ghedruckt by Ian Andriesz. boeck-vercooper aen ‘t Marckt-veldt in ’t Gulden A.B.C. Anno 1613, 4o, [ii] + 37p.
(Knuttel 2056; geschrift door contra-remonstranten uitgegeven)
[BERNARDUS DWINGLO], Protest des Autheurs vanden Christalijnen Bril, tegens den gepretendeerden Polijst-steen, met ernstighe vermaninghe aenden Polijster om voor den dach te komen en volgens syne aenbiedinghe naer openbaringhe synds naems behoorlyck te verifieren tgeen hy den Autheyr van den Christalijnen Bril te laste leydt. [DM] Tot Rotterdam voor Matijs Bastiaensen, woonende opt Steyger Anno 1614, 40, 28p.

dsc01896

(Knuttel 2123, gedagtekend 8 april 1614)
OOGHEN-TROOST: Dat is, Clare openinge ende grondighe wederlegginghe van het Protest des Christalynen Brillemakers. Ghestelt door den Autheur van den Polijst-steen: ten dienste van alle swacke ooghen, dewelcke misschien door ’t selvighe souden moghen gheswackt zijn gheweest [orn.] t’Amstelredam, by Pieter Pietersz. boeckvercooper op’t Water by den Dam, inden vergulden Kerck-Bybel, 1614, 4o, 36p.
(Knuttel 2124; gedagtekend 26 juni 1614)
[JACOBUS TAURINUS], Weegh-schael, om in alle billickheydt recht te over-weghen de oratie vanden Eedlen Hoochgeleerden, Wijsen, Voorsienighen Heere, Mijn Heere Dudley Carleton, Ambassadeur van den Doorluchtighsten Coningh van Groot Brittannien: onlanghs ghedaen inde Vergaderinghe der Edele Hoogh-Moghende Heeren Staten Generael; Ghemaeckt tot grondighe Aenwijsinghe vanden waren Oorspronck etc. der huydendaechsche Oneenicheyden inde Kercke ende Politie: ende Verdedinghe der ghener die daer in onschuldich sijn [orn.] Ghedruckt [te Gouda door Jasper Tournay] in ’t iaer 1617, 4o, 71p.
(Knuttel 2366; identificatie drukker door Paul Dystelberge)
[NICOLAES GREVINCHOVEN], Naem-scherm der Remonstranten teghen de naemschendelycke calumnien, uytghestroyt by den Hove Provinciael in Hollant door ’t uytgeven van het Lasterschrift Henrici Slatii, by hem in syne ghevanckenisse ghestelt ende gheintituleert Claer vertooch, mitsgaders de twee brieven van Ian Blansaert [orn.], Gedruckt buyten s Graven-Haghe. Sonder Previlegie van de Staten Generael. Anno 1623, 4o, [ii] + 46p.
(Knuttel 3478; naam auteur in eigentijds handschrift op titelpagina vermeld)

(Convoluut met dertien pamfletten van remonstranten en contraremonstranten over de jaren 1612-1623; ingebonden in nieuw perkament met op het zwarte titelschildje “Pamfletten I” ).

CATECHISMUS Romanus ex decreto sacro sancti conDSC03215cilii Tridentini. Iussu Pii V. Pont. Max. editus, Venetii, apud Ioa. de Albertis, 1611, 8o, lxiiii+735p.

(Venetiaanse uitgave van de Latijnstalige catechismus die werd opgesteld door het Concilie van Trente. Met groot aantal kleine gravures van onder meer de apostelen en de sacramenten. Sleetse, gerestaureerde perkamenten band, met vernieuwde leren sluitlinten; op schutbladen deels doorgehaalde en onleesbare eigendomsinschrijvingen en handtekening G. Kasteel; op titelpagina stempel jezuïeten (IHS) en inschrij-ving “Frater Julianus Ordinis Moin Loys(?); achterin inschrijving “Hic liber est R.D. Canonici Petri Angeli de Romanellis Vicarii Abblis”).

.

belROBERTUS BELLARMINUS, Explanatio in psalmos, Coloniae sumptib. Bernardi Gualteri 1611, 4o, [xv]+846+[xxv] p.

(Zeer vroeg, in Keulen gedrukte, Latijnstalig psalmencommentaar van de bekende kardinaal Robbertus Bellarminus. Met fraaie titelgravure. Drukker Bernardus Gualteri werkte nauw samen met de bekende Amsterdamse drukker Willem Bleau. In originele, gave perkamenten band, met op de rug titel in handschrift en twee bibliotheekstikkers. Boekblok iets los van de band. Op schutblad bibliotheekstempel van de Theologisch College van de jezuïeten in Maastricht).

.

.

.

[PHILIPS MARNIX, HEER VAN ST.-ALDEGONDE], De Byen-corf der H. Roomscher Kercke. Voorstellende een clare ende grondelijcke wtlegginghe des send-briefs van M. Gentianus Hervet, wtgegeven in Fransoys ende Duyts aen den afgedwaelden van Christen geloove. By den Autheur selve vergroot, ende verrijct, naer den Fransoyschen Byen-corf, ofte Tableau, &c. by hem int licht gebracht, int Jaer 1599, [vignet] T’Amstelredam by Dirck Pietersz, boeck-vercooper opt Water in de Witte Persse, Anno 1611, 8o, [xvi]+524 p.

DIRCK VOLCKAERTS COORNHERT, Eerste deel der wercken, handelende van Schriftuerlijcke ende veel leerlijcke saken, seer stichtelijck ende dienstigh voor alle liefhebbers der waarheyt [DM], Ghedruckt ter Goude by Jaspar Tournay, anno 1612, fol.

.

.

.

.

Portret van Coornhert van voor en na de restauratie door Wilma van Ipenburg.

Inhoud:

– Het leven van D.V. Coornhert

[zonder titelblad], fol. [i] – [v] met portret

– C. Boomgaert, Voor-reden aen den bescheyden leser, fol. [vi] – [viii]

– Protest teghen den slaap, fol. [ix]-[x]

– Register der tractaten van desen wercke, fol. [xi].

– Van Godt [zonder titelblad], fol. 1 – fol 12v.

– Van Christo [zonder titelblad], fol. 13 – 32v.

– Van den Heylighen Gheest [zonder titelblad], fol. 33 – 34r.

– Van t’Gheloove [zonder titelblad], fol. 35v – 38v.

– Vande ongheloovigheyt ende den ongheloovighen [zonder titelblad], fol. 38v. -39r.

– Van de Waerheyt [zonder titelblad], fol. 39 – 40r.

– Van de hope [zonder titelblad], fol. 40v.

– Van de ware penitentie, bekeeringhe, boete of wedergheboorte [zonder titelblad], fol. 41 – 43v.

– Ontledinge van de liefde [zonder titelblad], fol. 44 – 46v.

D.V. COORNHERT, Hert-spiegel Godlijcker Schrifturen [DM], Ghedruckt ter Goude, by Jaspar Tournay, anno 1612, fol. 1- 28r.

D.V. COORNHERT, Vereeninghe van sommighe strijdich-schijnende sproken der H. Schrifturen [DM], Ter Goude, by Iasper Tournay, anno 1610, fol. 29 – 44v.

D.V. COORNHERT, Toetzsteen der Ware Leeraren, [DM], Ghedruckt ter Goude, by Iasper Tournay, anno 1610, fol. fol. 45 – 69v.

D.V. COORNHERT, Van den onderscheyt tusschen die ware ende valsche Leere, [DM], Ter Goude, by Jasper Tournay, anno 1610, fol., fol. 70 – 80r.

D. V. COORNHERT, GERARDT VAN MORTAINGE, Twee-spraeck, of waerheydt vrymaeckt? [DM], Ter Goude, by Jasper Tournay, anno 1610, fol. 81- 82v.

D.V. COORNHERT, Oorsaken ende middelen vander menschen saligheyt ende verdoemenisse [DM], Ter Goude, by Jasper Tournay, anno 1610, fol. 83 – 119v.

D. V. COORNHERT, Van de onwetenheyt der menschen, die daar is onschuldigh of schuldigh [DM], Ghedruckt ter Goude, by Jasper Tournay, 1611, fol. 120 – 128v.

D.V. COORNHERT, Dat onverstandigh blijven des menschen eenighe zonde ende oorsake van alle dolinghe zy [DM], Ter Goude, by Jasper Tournay, anno 1611, fol. 129 – 138v.

D.V. COORNHERT, Van des menschen natuerlijcke vleesch wondersproock [DM], Ter Goude, by Jasper Tournay, anno 1611, fol.139 – 164v

D.V. COORNHERT, Ladder Iacobs, of trappe der deughden [DM], Ter Goude, by Jasper Tournay, anno 1611, fol. 165 – 176v.

D.V. COORNHERT, Vande wedergheboorte, hoe die gheschiedt ende waarby de mensch mach sekerlijck weten of die in hem is gheschiedt of nyet, [DM], Ter Goude, by Jasper Tournay, anno 1611, fol.177 – 190v.

D.V. COORNHERT, Tafel vander gheloovighen iustificatie ofte rechtvaardighwordinghe in Christo Jesu [DM], Ghedruckt ter Goude, by Jasper Tournay, anno 1611, fol.191 – 195v.

D.V. COORNHERT, Van wel bidden onderwijs uyt die Goddelijcke Schrifture self [DM], Ghedruckt ter Goude, by Jasper Tournay, anno 1611, fol.196 – 210v

D.V. COORNHERT, Van de ware onderdanigheydt der Christenen, Schriftuerlijcke bewijsinghe uyt die wille Godes [DM], Ghedruckt ter Goude, by Jasper Tournay, anno 1611, fol. 211 – 213r

D.V. COORNHERT, Dat Godts gheboden licht zijn ende leerlijck [DM], Ghedruckt ter Goude, by Jasper Tournay, anno 1611, fol. 214 – 230r.

D.V. COORNHERT, Dat des duyvels wet swaar is ende lastigh [DM], Ghedruckt ter Goude, by Jasper Tournay, anno 1611, fol. 231 – 248v

D.V. COORNHERT, Waarachtighe aflaat van zonden [DM], Ghedruckt ter Goude, by Jasper Tournay, anno 1611, fol. 249 – 267v.

(Eerste en enige deel van de door Jasper Tournay in Gouda, in zijn drukkerij Achter de Vismarkt in de jaren 1610-1612 gedrukte verzamelde werken van Coornhert, met een voorwoord en levensbeschrijving van de auteur, van de hand van initiatiefnemer en Coornhertaanhanger Cornelis Boomgaert uit Delft. In deze band ontbreken de twee laatste werken, die in de inhoudsopgave worden genoemd en wel in de editie in de Goudse Librije zitten, te weten het bekende Zedekunst en Opperste Goedts nasporinghe,beide in 1612 gedrukt en met voortgezette folionummering (tot fol. 352v).De volledige reeks Werken werd in de jaren 1629-1633 in Amsterdam herdrukt en uitgebreid tot drie folianten. In de Goudse editie een paginagroot portret van Coornhert, van de hand van Jan Harmensz Muller. Dit portret was zwaar beschadigd, maar werd – net als de rest van het boek en de boekband vakkundig gerestaureerd door Wilma van Ipenburg van boekbinderij De Waterjuffer uit Gouda. Alle achttien aanwezige werken dragen op het titelblad Vrouwe Fortuna, het drukkersmerk van Tournay, in deze editie omrand met versierde borduren. Titelpagina zwaar beschadigd met onderaan in oud handschrift “Opera Coornhert rarissis obvia”. Voorwerk en laatste bladzijden beschadigd en her en der in het boek vochtvlekken. Alle onvolkomenheden zijn zo goed als mogelijk gerestaureerd. De zeer sleetse leren band, en losse binding zijn bij de restauratie in 2020 vervangen door een nieuwe bruinlederen band met blindstempeling: het portret van Coornhert, het jaartal 1612 en diverse lijnen en ornamenten. Boek gekocht in maart 2020 van Xaviera Hollander in Amsterdam. Het boek komt uit de nalatenschap van de Neerlandicus Jan Kamerbeek jr. (1905-1977), hoogleraar aan de Universiteit, geschonken aan zijn leerling Peter van Zonneveld, hoogleraar Nederland in Leiden.)

D.V. COORNHERT, Zedekunst, dat is Wellevenskunste, vermits waarheydtskennisse vanden mensche vande zonden ende vande deughden. Nu aldereerst beschreven int Neerlandtsch [DM] Ghedruckt ter Goude, by Jasper Tournay anno 1612, fol. 268-336.

D.V. COORNHERT, Opperste goedts nasporinghe. Ghestelt in vijf ghespraken van den mensche met sijn goerdt, vande rust, vande wellust, vande deughde ende vande liefde: onder ende tot alder menschen verbeteringhe [DM] Ghedruckt ter Goude, by Jasper Tournay anno 1612, fol. 337-351v[+i] p.

(De laatste twee geschriften van Coornhert uit het eerste deel van de in Gouda bij Tournay gedrukte werken ontbreken in bovengenoemde band. Ze zijn samengebracht in een nieuw ingebonden halfleren band, met opdruk “Zedekunst DV Coornhert” en ornament op voor- en achterplat en op de rug).

THOMAS SAILLY, Den nieuwen morghen-wecker, wijsende de natuere, voort-ganck, vruchten, remedien, der ketterije; te voor-schyne ghebrocht, tot het welvaert der Gheunieerde, ende andere Nederlantsche Provincien [Afb.], Ghedruckt tot Loven, by Io. Christoph. Flavius 1612, 4o, [xviii]+329+[iii] p.

(In Leuven door Johannes Christophorus Flavius gedrukte reactie op de in 1610 door de gereformeerde predikant Wilhelmus Baudartius uitgebrachte Morghen-wecker, waarin hij zich keert tegen het Twaalfjarig Bestand en waarschuwt alert te blijven. In deze tegenhanger wordt gewaarschuwd tegen valse argumenten van de ketters en worden hun gewelddaden, zoals de Beeldenstorm en moordpartijen tegen geestelijken breed uitgemeten. De auteur van deze repliek, Thomas Sailly (ca. 1553-1623), was legerpredikant, biechtvader van Alexander van Parma en vanaf 1597 rector van het jezuïetencollege in Brussel. Hij schreef vele stichtelijke en polemische werken en een handboek voor de christensoldaat. In oorspronkelijke perkamentenband, deels licht gewreven, met een van de twee originele sluitleertjes. Ingebonden met stroken oud handschrift, voor klein deel nog zichtbaar. Met achteraan drie consenten uit maart en februari 1612 dat het boek door theologen is gelezen, goedgekeurd en uitgegeven mag worden. Op schutblad eigendomsinschrijving “J. van Baelen, 30 december 1904”.

.

VERCLARINGHEder kercken-dienaers tot Leeuwarden over D. Vorstii. Volcomener antwoordt op de Naeder-Waerschuwinghe [orn.], gedruckt tot Leeuwarden, by Abraham vanden Rade, boeckdrucker ordinaris,1612, 4o, [xxx]+104p.

039291da-e45f-11e5-94dd-da842e4bb42e

(Knuttel 1973. Nieuw gebonden in lederen omslag met in goeden letters “verclaringhe”. Puike conditie. Waarschuwing van Leeuwarder predikanten tegen sociniaanse denkbeelden van Conradus Vorstius, de boogde opvolger van Jacobus Arminius als hoogleraar theologie in Leiden. Vorstius, voorheen hoogleraar in Steinfurt had grote invloed op een aantal oud-studenten van hem in Franeker. Nadat zijn benoeming in Leiden niet doorging, vestigde hij zich in hetzelfde jaar het libertijnseGoudawaar hij zeven jaar lang boeken schreef ter verdediging tegen alle kritiek. In 1619 werd hij uitgezet en trok hij naar Sleeswijk-Holstein).

[CONRADUS VORSTIUS, Volcomender antwoort op eenighe twist-schriften, onlangs by verscheyden broederen teghens hem uytgegheven, voornemelick op de verclaringe D. Sibrandi Lubberti, mitsgaders de naerder waerschouwinge der predicanten tot Leeuwarden [DM], Tot Leyden, by Ian Paedts Iacobszoon, ordinaris ghesworen drucker der Universiteyt, anno 1612,] 4o, [lxxxv]p.

(Knuttel 1967. Met eenvoudige papieren omslag. Mist titelpagina, voorwerk (inhoudsopgave, voorreden, waarschuwing aan de lezer) en achterin het Bysondere antwoordt op de bezwaren tegen het boekje van Dominicus Lopez).

CONRADUS VORSTIUS, REYNIER TELLE, Parasceve, dat is: voor-bereydinghe van Conradus Vorstius doctoor in de H. Schrift: tot een vriendelijcke conferentie oft onderhandelinghe met den hooghvermaerden theologus heer Ioannes Piscator, professoor der H. Schrift in de vermaerde schole van Herborn: over sekere aenwysinghen des heeren Piscators op sommighe plaetsen al over langhe ghetoghen uyt het boeck des autheurs Van God, ende zyne verklarende verantwoordinghe ende in de selkve aenwysinghen kortelijck gheexamineert. Waer inne verhandelt worden verscheyden theologische questien, voornemelijck van de Goddelijcke Predestinatie. Overgheset uyt den Latyne in onse Nederduytsche tale door Reynier Telle [Orn.] T’Amsterdam, ghedruckt by Willem Jansz. [Bleau] woonende op’y Water in de vergulde Sonnewyser, anno 1612, 4o, [xviii]+79p.

(Knuttel 1971. Dispuut tussen Vorstius en Piscator, hoogleraar aan de hogeschool van Herborn over het in Steinfurt gedrukte boek De Deo van Vorstius. In rose gemarmerde papieren omslag)

DE WTLEGGINGE des Byen-corfs der H. Roomscher Kercken [vignet] Ghedruckt Anno 1612, 8o, 24 p. [xii p.]

(Opnieuw gebonden in oude perkamenten bandje. Eigendomskenmerk van D.C. van Neck. Klein scheurtje op de drug is gerepareerd. Gaaf boekblokje. In het boekje zijn aantekeningen gemaakt door Mr. S.I.Z. Wiselius. Deze Samuel Ipersz Wiselius (1769-1845), vurig patriot en bekend geworden als dichter, schrijver, historicus en politiecommissaris, heeft voorin ook een stukje geschreven over de spellingsverschillen tussen dit exemplaar en een vroegere druk. Zeldzaam. STCN kent slechts één locatie).

LOWIJS GUICCIARDIJN, Beschryvinghe van alle de Nederlanden; anderssins ghenoemt Neder-Duytslandt, (…) Overgheset in de Nederduytsche spraecke, door Cornelium Kilianum. Nu wederom met verscheyden historien ende aenmerckinghen vermeerdert ende verciert door Petrum Montanum [DM] ‘t Amsterdam ghedruckt by Willem Jansz. woonende op het Water, in de Vergulde Sonnewyser. Anno1612, fol., [vi]+396+[xxviii]p.

(In fraai lederen band; titelblad in handschrift; zonder de plattegronden en platen, maar de tekst is compleet. Met beschrijving vanGoudaop p. 218-219)

C. J. VISSCHER, Hollandiae oppidum Gouda, accuratissime ad vivum desineatum et aeri incisum anno 1612, 31,5×24 cm.

1612

(Handgekleurde plattegrond van Gouda, getekend met hulp van de Goudse landmeter Hendrick Cornelisz Vosch, ten behoeve van een Nederlandstalige editie van Guicciardini’s Beschryvinge. In wortelnoten lijst met paspartout).

IAN VAN GORCUM, Den gheestelijcken schildt aller katholiicken. Teghen het daghelijcxe opwerpen onser wederpartije seer bequaem: t’samen vergadert uyt de H. Schrifture ende oudt-vaders der Heyligher Kercke. De tweede editie seer verbetert ende vermeerdert [afb] T’Hantwerpen by Hiernymus Verdussen, anno 1612, 8o, [iv]+400+[iv]p.

(Van Gorcum was priester uit Den Bosch, die opgroeide in protestants milieu. Hij schreef diverse godsdienstige, ascetische boeken. Hij overleed in 1628 en werd begraven in het clarissenklooster in Den Bosch. De eerste editie van dit werkje verscheen in 1609. Op titelpagina is een ridder met schild te zien, met eronder de tekst “Ante quitas et successio”. In zeer sleetse geblindstempelde leren band. Binding zwak. Pagina’s gebruind door gebruik. SJH).

DANIEL TILENUS, Overlegginghe ofte proeve van ’t ghevoelen Jacobi Arminii van de predestinatie, van de ghenade Gods ende van de vryen wille des menschen aen de Staten van Hollant ende West-Vrieslandt van hem verclaert [orn.] Ghedruckt int jaer ons Heeren 1612, 4o, 72p.

(Knuttel 1985. Exemplaar verwijderd uit bibliotheek VU)

GEER-AARD VAN VRI-BURCH [=JACOBUS TAURINUS], Cleynen wech-wyser, ghestelt tot onder-richtinghe der een-voudighen, om de harten die in desen tijdt ontrust zijnde nauwlijcks en weten hoe sy haer draghen sullen. Claerlijck aen te wijsen, wat wegh sy moeten in-gaen, om van de selve en deghenen die d’een of d’ander parthy zijn toe-ghedaen, recht te oordeelen, Ghedruckt int jaer 1612, 4o, ongepagineerd [40 p.]

(Knuttel 1965. Ter verdediging van de kritiek van de Engelse koning Jacobus op Arminius’ opvolger Conradus Vorstius. Met originele papieren omslag. Klein gaatje in 1 pagina).

BIBLIA. Dat is: De gantsche heylighe schriftuere, grondelijck ende trouwelijck verduitschet. Met seer schoone annotatien nae den Geneefschen exemplaer uyt de Fransoysche tale inde Nederduytsche sprake overgheset, nu ten vierdenmale oversien ende verbetert door veel nieuwe allegatien van gelijck-stemmende schriftuerlijcke plaetsen, ende daerenboven noch vermeerdert, met eene noch byghevoechde chronijcke ofte tijt-rekeninghe over de geheele bibel, tot op het tweentseventischste jaer der geboorten Christi. Seer nuttelijck ende dienstich tot onthoudenisse der voornaemsten historiën, beyde des ouden ende nieuwen testaments: Alles te samenghevoecht door P[etrus] H[ackius] dienaar des goddelijcken woorts, [DM] Tot Dordrecht, ghedruckt by Isaack Jansz Canin, int jaer onses Heeren 1612. Men vintse te coope by Gillis Pietersz. Boec-vercooper op de Corenmarckt tot Rotterdam. Met privilegie voor vijf Iaren, fol., 444 [=888] p.
(Oude Testament en Apocriefe boeken. Titelpagina, voorwerk en eerste 9 bladen ontbreken; evenals de kaarten)
HET NIEUWE TESTAMENT. Dat is: Het nieuwe verbondt onses Heeren Jesu Christi in Nederduytsche na der Grieckscher waerheyt overgheset. Met de annotatien Augustin Marlorati, aldereerst overgheset uyt de Fransoysche in Nederduytsche sprake [DM] Tot Dordrecht, ghedruckt by Isaack Jansz Canin, int jaer onses Heeren 1612, fol., 111 [=222] p.

(Onvolledige gereformeerde of Deux-Aes Bijbel (volgens Poortman, 220). Deux-Aes Bijbels in folio zijn vrij zeldzaam. Wel vreemd dat de margetekst, waaraan de Bijbel haar naam ontleent, niet voorkomt. Apocriefe boeken zonder apart titelblad en tussen OT en NT; wel met waarschuwing aan de lezer. Alles in originele lederen band, inclusief rug, maar zonder het koperbeslag). Houtsnede als drukkersmerk. Zittende leeuw met in de voorpoten een boek (Bijbel). Ovaal met in de rand de tekst: Siet de leeuw uyt den geslachte Iuda de wortel Davids heeft overwonnen. AP. 5 5e.Van Nieuwe Testament ontbreekt laatste deel, vanaf halverwege de zendbrief van Paulus aan de Hebreen. Wel gevolgd door drie bladen met handgeschreven geslachtsregister, vanaf 1662.

geslachtsregister

Hierin wordt ook melding gemaakt van een aardbeving op 18 september 1692 [met epicentrum in Verviers; de zwaarste ooit in West-Europa, 6.1 op de schaal van Rigter]; die in Amsterdam werd gevoeld, waardoor dat het stadhuis en de waag letterlijk op hun grondvesten stonden te schudden. Volgens de schrijver werd de beving in heel Holland, Zeeland en Friesland en nog andere landen gevoeld. [In Den Haag tekende ook Christiaen Huygens deze aardbeving op in zijn dagboek, P.A.]. De aantekening is gemaakt door Michiel Postma, die daaronder vermeldt dat hij op 15 maart 1693 in

Nederlandse vertaling uit 1648 van genoemde waarzegger

compagnie is getreden met Jan Egbertsz Tulp en op 1 december daaropvolgend gezamenlijk is aangekomen in het “Sweedtse Veen”.AlsDeZonSchijnt

Op de binnenzijde van de achterplatten is in spiegelschrift een ‘zegel’ geplakt over een Italiaanse waarzegger met voorspelling voor het schrikkeljaar 1736 en een grote zon. Die waarzegger is Giovanni Antonio Magini, geboren in Padua in 1555 en gestorven in Bologna in 1617. Hij was astronoom, mathematicus en geograaf. In 1588 werd hij in Bologna aangesteld als hoogleraar in de wiskunde. Magini verdedigde de voorspellende astrologie en werkte enige tijd als hofastroloog in Mantua. Onder de titelDen Italiaenschen Waerseggher, dat is een Prognosticatie, verscheen in 1621 de eerste editie van zijn voorspellingen. Die bleven zeer populair in de Republiek. Tot 1700 al veertig edities. Ook daarna bleef hij populair gelet op deze zegel over het schrikkeljaar 1736. In dat jaar verschenen er zeker vier Nederlandse edities, waarvan drie als onderdeel van een almanak).

[BIBLIA. Dat is: De gantsche Heylighe Schriftuere, grondelijck ende trouwelijck verduytschet. Met seer schoone annotatien nae den Geneefschen exemplaer uyt de Fransoysche tale in de Nederduytsche sprake overgheset, nu ten derdenmale oversien ende verbetert door veel nieuwe allegatien van gelijck-stemmende schriftuerlijcke plaetsen, ende daerenboven noch vermeerdert. Met eene noch byghevoechde chronijcke ofte tijt-rekeninghe over de gheheele Bybel, tot op het twee-entseventischste jaer der geboorten Christi. Seer nuttelijck ende dienstich tot onthoudenisse der voornaemsten historiën, beyde des ouden ende nieuwen Testaments: Alles te samen ghevoecht door P[etrus] H[ackius] dienaar des Goddelijcken Woorts [DM] In s’Graven-hage, by Hillebrandt Jacobsz. Ordinaris drucker van de Ho: Mo: Geeren Staten-Generael van de Vereenichde Nederlanden, anno 1612, fol., [xxii]+232fol. [=464p.]

DE PROPHECIEN der propheten [DM], Ghedruct anno 1612, fol.

DE BOECKEN GENOEMT APOCRIPHI. Waerschouwinghe tot den leser [DM] Ghedruct anno 1612, fol., 173fol. [=346p.]

HET NIEUWE TESTAMENT. Dat is: Het nieuwe verbont onses Heeren Jesu Christi: in Nederduytsche nae der Grieckscher waerheyt overgheset. Met de annotatien Augustin. Marlorati, aldereerst overgheset uyt de Fransoysche in Nederduytsche sprake [DM], Het woort Christi woone rijckelijck in u met alle wijsheyt, ghedruct anno 1612, , 115fol. [=230p.]

(Zwaar gehavende Deux-aes-bijbel; zonder de kanttekening bij Nehemia 3 waaraan deze Bijbel zijn naam ontleent. Door toenemende gereformeerde kritiek op de kanttekeningen werd deze passage over een kaartspel op den duur weggelaten. Eerste titelblad ontbreekt. Band waarvan het leer grotendeels verdwenen is, inclusief de rug).

CONVOLUUT
CONRADUS VORSTIUS, Oratie tot verantwoordinghe. Ghedaen in de volle vergaderinghe der Edele seer Vermoghende Heeren mijn Heeren de Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt, in s’Graven-Haghe den 22en martij stilo novo. [orn.] In s’Graven-Haghe by Hillebrant Jacobssz, ordinaris drucker der Heeren Staten s’Lants van Hollant ende West-Vrieslant, anno 1612, 4o, [i] + 75 p.
(Knuttel 1970. Uit het voorbericht blijkt dat deze oratie door Vorstius, hoogleraar theologie in Steinfurt en de beoogd opvolger van Arminius in Leiden, in het Hoogduits is gesteld en uitgesproken. De tekst is op verzoek van de Staten vertaald in het Latijn en het Hollands)
VERCLARINGE van de heeren burgermeesteren, raden ende vroedtschappen der steden van Amstelredam, Enckhuysen, Edam ende Purmereynde (…). [orn.] Tot Amsterdam by Marten Jansz. Brant, boeck-vercooper op ‘t Water op den hoeck van de vrouwe-steegh in de Gereformeerde Catechismus, anno 1617, 4o, 16 p.
REQUESTE van de dolerende kercke van Haerlem aen de E.E. magistraet derselver stadt (…). [orn.] t’Amsterdam by Marten Jansz. Brandt, boeckverkooper op ‘t Water in de Ghereformeerde Catechismus, anno 1617, 4o, 15 p.
[JACOBUS TAURINUS], Corte ende naecte ondeckinghe van den luegen-geest, onlangx verschenen in de uytgegevene antwoordt tot wederlegginghe van het discours over de Amsterdamsche beroerten. [orn.] Ghedruckt in’t jaer ons Heeren anno 1617, 4o, 35 p.
[JACOBUS TAURINUS], In-houdt van eenighe brieven, aengaende de beroerten binnen Amsterdam onlangs voor-gevallen. Met een discours aen alle goede patriotten ende liefhebbers des vader-landts. [orn.] Ghedruckt in ‘t jaer 1617, 4o, 27 p.
VERCLARINGHE van de Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt, waerby hare Mo. Ed. int kort verthoonen, die oprechte goede meeninghe die sy altijdts ghehadt hebben, ende noch hebben, omme neffens die vrijheyden ende rechten der Landen ende Steden van Hollandt ende West-Vrieslandt, die ware christelijcke ghereformeerde religie in suyverheydt te houden (…) [orn.] In s’Graven-Haghe by Hillebrant Iacobssen, ordinaris ende gheswooren drucker van de Ed. Mo. Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt. Anno 1617, 4o, 20 p.

(Modern convoluut met zes pamfletten uit 1617. Knuttel 1970, 2357, 2395, 2387, 2383 en 2354).

VERKLARINGHE van den Alder-doorluchtichsten koning van groot Britannien over de handelingen met de Staten Generael van de Vereenichde Neder-landen, nopende het feyt van Conradus Vorstius [Wapen van Engeland], Tot Middelburch ghedruct ende over-ghezet na de Fransche Copye, ghedruct tot Londen van Ian Norton, ordinaris drucker van den Koning in vreemde talen, Int jaer onses Heeren 1612, 4o, [li] p.

(Knuttel 1962. Gedeeltelijk gedrukt in civilité. Zonder omslag. In twee losse delen. Lichte vochtvlek op titelpagina. Van deze tekst zijn nog twee andere edities in hetzelfde jaar verschenen; een Engelstalige en een Nederlandstalige in Dordrecht. In dit pamflet de bezwaren van de Engelse Koning Jacobus (James) tegen de benoeming van Conradus Vorstius als hoogleraar in Leiden als opvolger van Arminius. De benoeming ging uiteindelijk niet door wegens verdenkingen van socinianisme. In plaats van naar Leiden, kwam Vorstius toen op uitnodiging van het stadsbestuur naar Gouda, waar hij zich in zijn woonhuis aan de Turfmarkt (waar nu de voormalige synagoge staat) zeven jaar lang in woord en geschrift verdedigde tegen de beschuldiging. Na de veroordeling van de remonstranten op de Synode van Dordrecht in 1619 moest ook Vorstius het land verlaten. Hij vestigde zich in Sleeswijk Holstein en werd in 1625 begraven in Friedrichstadt.

R[EGINALDUS] D[ONTECLOCK], MATHIAS MARTINIUS, Christelicke overdenckinghe van de veelvoudighe heerlijckheydt ende herlijck-makinghe des eenighen Gods in der Drie-eenicheyt ende driederley heerlick-makinge veler ende aller kinderen Gods onder den eenighen Sone Gods. Beschreven in twee corte tractaetjens. Ende nu uyt der Latijnscher tale getrouwlijck overgeset door R.D. [DM] t’Amsterdam, by Pieter Pietersz boeckvercooper by den Dam in de vergulde Kerck-Bybel 1612, 4o, [xx]p.

(Knuttel 2001. Met groot en fraai drukkersmerk. Toeschrijving aan Donteclock door Van Doorninck. Mathias Martinius was een theoloog, stichter van het Gymnasium Illustre in Bremen. Was als buitenlandse deelnemer aanwezig op de Synode van Dordrecht, waar hij stevig botste met Gomarus. Gold als moderaat).

EEN KORT EN WAERACHTICH VERHAEL, wat voor een grouwelijck ghevoelen dat de Arminianen, Vorstianen, ofte nieuwe Arrianen, Pelagianen, Socinianen, Samosatinianen ghesocht hebben in de Ghereformeerde Kercke in te voeren en in kort hier teghen gestelt het ghevoelen der Ghereformeerde kercke, [Orn.] Gedruckt buyten Romen [±1612], 8p.

(Knuttel 2009. Ongebonden; met twee oude inktvlekjes op titelblad. Gelet op de discussie rond de in Gouda verblijvende Vorstius en de beschuldigingen aan zijn adres van socianianisme, is een datering van rond 1612 waarschijnlijk).

ADRIAEN SMOUT, Toetse van sekere antwoorde ende bericht, in december 1611 uytgekomen, met desen titel: Conradi Vorstij S. Theologiae Doctoris teghen-bericht, op sekere artikelen onlangs by openbaren druck onder de ghemeyne man tot zijner grooter beswaernisse ghestroyt. Ghedruckt int jaer onses Heeren 1612, 4o, [x]+231p.

(Knuttel 1955)

AVONT-PRAETJEN, tusschen drye personagien, waer van de 1. heet Iverich hert, de 2. Gaern-onderricht, ende de 3. Onnoosel slecht. Die in’t corte handelen van’t ghene datter by de ghemeene man in Hollandt al om gaet [Orn.] Ghedruckt in’t Jaer ons Heeren 1612, 4o, 21p.

(Knuttel 2016. Contra-remonstrants strijdschrift. “In Regeeringsgezinden geest” Latere papieren omslag, bibliotheekstempels Koninklijke Bibliotheek en Verwijderd op omslag, plus “No. 145”).

SEBASTIANUS CASTELLIO, Dialogi IV. De praedestinatione, de electione, de libero arbitrio, de fide. Ejusdem opuscula quaedam lectu dignissima. Quibus alia non nulla accessere, partim hactenus nunquam edita, Goudae, typis Caspari Tournaei. Anno 1613. Prostant apud Andream Burier, 8o, [xxviii]+443.

ANNOTATIONES Sebastiani Castellionis, quibus materia electionis & praedestinationis amplius illustratur [dm Jasper Tournay] Anno 1613, 8o, 30+30p.

TRACTATUS de iustificatione. In quo, tum eam negantium, tum affirmantium rationes & argumenta non minus Christiane, quam intelligenter explicantur: ad veram peccatorum mortificationem & Iustitiæ vitam in fidelibus promovendam [orn.] Anno 1613, 8o, 89p.

(Drie in Gouda door Jasper Tournay gedrukte en door Andries Burier uitgegeven werkjes over de predestinatie, uitverkiezing, vrije wil en rechtvaardigmaking, geschreven door de Franse humanist en theoloog Sebastiaan Castellio (1515-1563), de bestrijder van Calvijn in Genève die onder meer grote invloed had op Dirck Volkertszoon Coornhert. Met drie afzonderlijke titelpagina’s. De werkjes zijn  opnieuw gebonden in een fraai versierde bruin leren band met de naam van de auteur in gouden letters op de rug. Eerste titelpagina en laatste schutblad vervuild; het boekje is waarschijnlijk lange tijd zonder band bewaard. In het laatste werk op p.78 een plaatje van het enten van een boom).

ROBERTUS BELLARMINUS, De scriptoribus ecclesiasticis. Liber unus. [dm] Coloniae Agrippinae, sumptibus Bernardi Gualtheri 1613, 8o, [xxiii] + 448 + [xix] p.

(Perkamenten omslagbandje; ingebonden met stroken 13de-eeuws manuscript, te zien omdat de rug gedeeltelijk los zit. Het betreft fragmenten van de besluiten van het Vierde Concilie van Lateranen van 11 tot 30 november 1215 door paus Innocentius III samengeroepen in Rome. Dat was het grootste concilie uit de Middeleeuwen, met 1500 deelnemers. Eigendomsinschrijving op eerste schutblad “Ex. Lib. A. Mulders” en sticker jezuïeten Culemborg; op tweede schutblad (doorgehaald) “Petrus van Blyenburch 1614” en Jacobus Olaeus”. Eerstgenoemde is waarschijnlijk identiek aan de in Gouda geboren Petrus Blyenberg, die filosofie studeerde en deken van Horst in het Sticht van Utrecht (Nederhorst ten Berg?) werd. Hij overleed in 1617 en stichtte als laatste wilsbeschikking drie beursplekken in het Pausencollege te Leuven voor jonge Gouwenaren (Walvis, 223). Gekocht op veiling Vrienden van Archief en Librije, midden jaren tachtig, in oude gebouw Coornhertgymnasium aan de Nansesstraat in Gouda)

LAURENTIUS BEYERLINCK, Promptuarium morale super evangelia festorum totius anni: Ad: instructionem concionatorum, reformationem peccatorum & consolitionem piorum. Pars hyemalis [DM] Coloniæ Agrippinæ, sumptibus Antonij Hierati bibliopolæ, 1613, 8o, [xlvi]+760+[xiv] p.

(Prekenbundel van de Antwerpse jezuïet en aartspriester Beyerlinck (1578-1627). In fraaie spitselband met omslaand perkament. Met titel in oud handschrift op de rug. SJH).

I. DE LA HAYE, Den ghematichden christen, of Vande maticheyt die men ghebruycken moet in religions verschillen, tot ghemeene ruste der kercke eenicheyt der christenen ende s’Landts welvaren. Seer noodich in desen tijdt, om de ghemoederen te matighen der ghener die al te lichtveerdichlijck hare broederen haten en veroordelen, tot droefheyt der vromen ende blijschap onser vyanden. Ghetrocken meestendeel uyt het boeck van wijlen den Edelen, Wijsen ende seer vermarden Franschen Heere, mijnheere De la Nove, gheintituleert Discours Politiques & Militaires, [orn.], In s’Graven-Haghe, by Hillebrandt Jacobssz, woonende aen de Marckt, Anno 1613, 4o, [viii]+25 p.

(Knuttel 2074. De auteur is predikant van de Waalse Gemeente van Den Haag. Gaaf exemplaar zonder omslag).

CONVOLUUT
[JOHANNES WTENBOGAERT], Naerder-bericht ende openinge vande proceduren by den kercken-dienaren Remonstranten ghehouden inde teghenwoordighe Verschillen. Dienende tot nodighe Verantwoordinge op de Beschuldigingen vervat inde Remonstrantie tegens hun overghegeven, ghedruckt int 13. ende eenige volgende bladeren vande schriftelicke Conferentie […] [orn.] In s’Graven-hage by Hillebrandt Jacobsz, wonende aende Marckt. Anno 1612, 4o, [viii] + 116 p.
(Knuttel 1949; eigenaarsstempel S.J. Robitsch ‘s-Gravenhage)
[BERNARDUS DWINGLO], Christalijnen Bril, tot versterckinge van dsc01900t’schmerende ghesicht der eenvoudighen die inde huydens-daechsche verschillen der Religie met onverstant yveren; waerdoor sy claerlick aenschouwen moghen het weder-schriftelijcke en Landt-verderffelijcke ghevoelen Adriani Smoutii, en sijner Mede-standeren, van datmen de Voor-standers en Drijvers der vijf articulen, midtsgaders die de selfde oordeelen met de Waerheyt des Christelicken Gheloofs, en salicheyt der Zielen wel te connen bestaen, behoort na de Wet Mosis met de doot te straffen [orn.] Ghedruckt, anno 1613 [achterin: Ter Goude by Iasper Tournay. Anno 1613], 4o, 132p.
(Knuttel 2075)
POLYST-STEEN tot weghneminghe van de vuyle vleckedsc019011n des Cristalijnen Brils, die door dese onreynicheyt sijn Meester so heeft bedrogen, dat hydaer door alles wat Schriftuerlijck was voor onschriftmatich, wat Land-bevorderlijck was voor Land-verderffelijck heeft aenghezien. Hier is noch by-ghevoeght een korte wederlegginghe van de Voor-reden gestelt voor het gepretendeerde boeck Castellij, geintituleert Korte ende duydelicke wederlegginghe. Van ‘tgeen door Meester Iohan Calvijn, tot beweringhe van de macht der Overheyt, int straffen der Ketteren, by-ghebracht wert, etc. [gravure met bril en po-lijststenen], Ghedruckt int jaer anno 1614, 4o, [ii] + 68 + [ii] p.
(Knuttel 2122)
[JOHANNES WTENBOGAERT], Warachtich ende volkomen verhael, van de solemniteyten ende cerimonien ghepleecht in s’Graven-Haghe, als sijn Princel. Ex.tie van weghen sijne Mat. van Groot-Brittannien vereert wierdt mette Conincklijcke Ordre vande Garter of Coussebandt vanEngelandt: vervatende alle d’authentijcke stucken, mitsgaders d’Oratie ofte Predicatie ten selven tijde op dese Ceremonie gedaen [gravure met wapen van Oranje, omgeven door de band van de orde van de kouseband] In s’Graven-Haghe by Hillebrant Jacobssz. Ordinaris Drucker vande Ho.Mo. Heeren Staten Generael. Anno 1613, 4o, [iv] + 23 p.
(Knuttel 2044)
[JOHANNES WTENBOGAERT], Brief D. Sibrandi Lubberti, professors tot Franiker; gheschreven aenden Eerweerdichsten Aertsbisschop van Cantelberch, Primat van Enghelandt etc. ghestelt voor seecker syn Boeck tegen D. Conradum Vorstium. Met seeckere extracten uyt andere Sibrandi Boecken ghetogen: daer achter-aen ghestelt ende aenwijsinge van de plaetsen, daer op de Hoochgeleerde Heer Hugo de Groot, Advocaet-fiscael vanden Lande van Hollant etc. in sijn Boeck ghenaemt Der Heeren Staten etc. Godts-diensticheyt gheantwoort heeft. Wt het Latyn int Duytsch ghetrouwelijck overgheset [orn.], Tot Delf, by Bruyn Harmanssz. Schinckel woonende aen de Voorstraet inde Ghecroonde B. Anno 1613, 4o, [ii] +26 p.
(Knuttel 2066)
[BERNARDUS DWINGLO], Monster vande leere der Amsterdamsche predicanten over de voornaemste poincten die huydendaechs ghedisputeert werden tusschen tusschen de Oude Recht-gesinde diemen Remonstranten ende de Nieuw-ghesinde, diemen Contra-Remonstranten noemt. Vervaet in CLXXIX Articulen. Ende ghetrocken wt hare ende bysonder wt Iacobi Triglandii Schriften teghen den Eerw. Ioannem Wtenbogaert Oude ende ghetrouwe dienaer Iseu Christi in s’Gravenhage, den onpartydighen tot een proeve voorghestelt. Waer by noch sijn gevoecht eenige andere nieuwicheden Festi Hommii ende Ioannis Polyandri. Mede ghetrocken uyt hare Schriften. Ten dienste van Maerten Jansz. Brandt, boeckvercoper tot Amsterdam om by hem behandicht te werden aen den Autheur vande mancke ende twistrockende Staet der voor-naemste Questien etc. onlangs voor hem ghedruckt. Gedruckt voor Ian Paedts Iacobsz. Boeckdrucker op de Bredestraet tot Leyden Anno 1616, 4o, 52 p.
(Knuttel 2293)
COPIE VANT KLAER VERTOOGH: gheschreven, ende onderteyckent by de eygene handt van Henricus Slatius, in sijn gevangenisse in ‘s-Graven-Haghe: mitsgaders Van twee Brieven, gheschreven ende onderteyckent by de eygene handt van Ian Blansaert, in sijn gevangenisse in ‘s-Graven-Haghe. Waer van d’Originele gheschriften berusten onder den Raedt Provinciael van Hollandt [vignet], In ‘s-Graven-Haghe, by de Weduwe ende Erfgenamen van wijlen Hillebrant Iacobssz van Wouw, Ordinaris Druckers vande Ed: Mo: Heeren van Hollandt ende West-Vrieslandt. Anno 1623, 4o, [ii] + 96 p.
(Knuttel 3475)
SENTENTIE by Schepenen ende Mannen van Schielandt gearresteert jegens Claes Michielsz Bontenbal, gewesen Secretaris van Sevenhuysen, over de grouwelijcke Conspiratie jegens den Persoon vanden doorluchtighen Vorst, den Heere Prince van Oragnien, mitsgaders den welstandt van ’t Landt. Ghepronuncieert ende gheexecuteert in Rotterdam den iii. iulij, Anno 1623 [vignet met wapen van Rotterdam], Tot Rotterdam by Jan van Waesberghe aende Merct inde Fame 1623, 4o, 12 p.
(Knuttel 3461)
SENTENTIEN by Schepenen der Stadt Leyden ghearresteert jeghens Ian Pietersz. Lijndraeyer, Samuel de Plecker ende Gerrit Cornelisz. Cleermaecker, over de grouwelicke ende moordadige conspiratie jegens den persoon van den Doorluchtigen ende Hoochgeboren Vorst den Heere Prince van Orangien, etc. mitsgaders tegens den welstant van ’t Landt. Gepronuncieert ende geexcuseert binnen Leyden, den xxien Iunij 1623 [vignet met wapen van Leiden] Gedruckt tot Leyden by Jan Claesz. van Dorp inde Vergulde Son. Anno 1623, 4o, 16 p.
(Knuttel 3460)
SENTENTIEN: by den Hove van Hollant ghearresteert jegens Reynier van Oldenbarnevelt, Heere van Groenevelt: David Coorenwinder, gewesene Secretaris van Berckel: Adriaen Adrieanssz van Dijck, gewesene Secretaris van Bleyswijck, over haerluyder grouwelijcke ende moordadige Conspiratie jegens den Persoon vanden Doorluchtigen ende Hoogh-gebooren Vorst, den Heere Prince van Oragnien, etc. mitsgaders tegens den welstandt van ’t Landt. Ghepronuncieert ende gheexcuteert in ’s Graven-Haghe, den 29. Martij 1623 [vignet Hollandse Leeuw in de tuin] In ’s Graven-Haghe, by de Weduwe ende Erfgenamen van wijlen Hillebrant Iacobssz van Wouw, Ordinaris Druckers vande Ed: Mo: Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt. Anno 1623, 4o, 28 p.
(Knuttel 3450)
SENTENTIEN: by den Hove van Hollant ghearresteert jegens Henricus Slatius, ghewesene predicant tot Bleyswijck, Jan Blansaert, Abraham Blansaert ende Willem Parthy, over haerluyder grouwelijcke ende moordadige Conspiratie jegens den Persoon vanden Doorluchtigen ende Hoogh-gebooren Vorst, den Heere Prince van Oragnien, etc. mitsgaders tegens den welstandt van ’t Landt. Ghepronuncieert ende gheexcuteert in ’s Graven-Haghe, den vijfden May 1623 [vignet Hollandse Leeuw in de tuin] In ’s Graven-Haghe, by de Weduwe ende Erfgenamen van wijlen Hillebrant Iacobssz van Wouw, Ordinaris Druckers vande Ed: Mo: Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt. Anno 1623, 4o, 40 p.
(Knuttel 3453)

(Convoluut met elf pamfletten van remonstranten en contraremonstranten uit de jaren 1612-1623; ingebonden in nieuw perkament met op het zwarte titelschildje “Pamfletten II”)

CHRISTELIJCKE KERCKEN-ORDENINGE der stadt, steden, ende landen van Utrecht. Ghearresteert binnen Utrecht den xxviii augusti xvic Wt-gegeven by de Ed: Mo: Heeren Staten derselver provincie [provinciewapen], t’Utrecht, by Salomon de Roy, ordinaris drucker der Heeren Staten ’s-Lants van Utrecht, 1612, 4o, [10]+51 p.

(Knuttel 1992. Omstreden Utrechtse kerkorde uit 1612, waarin sterk de hand van Johannes Gerobulus zichtbaar is, die grote invloed op kerkzaken toekent aan de overheid. Puntgaaf exemplaar in fraaie omslag van gemarmerd rood papier).

CONVOLUUT
CHRISTELIJCKE KERCKEN-ORDENINGE der stadt, steden, ende landen van Utrecht. Ghearresteert binnen Utrecht den xxviii augusti xvicxii. Wt-gegeven by de Ed: Mo: Heeren Staten derselver provincie [provinciewapen], t’Utrecht, by Salomon de Roy, ordinaris drucker der Heeren Staten ’s-Lants van Utrecht, 1612, 4o, [10]+51 p.
(Omstreden Utrechtse kerkorde uit 1612, waarin sterk de hand van Johannes Gerobulus zichtbaar is, die grote invloed op kerkzaken toekent aan de overheid).
JACUBUS TAURINUS, Van de onderlinge verdraagsaamheydt, die soowel predicanten als gemeyne lidt-maten, niettegenstaande verscheydenheyt van gevoelen in eenige leer-poincten, met malcanderen in lieffde behooren te onder-houden. Tegen Iacobi Triglandi (t’onrecht genaamden) Recht-Gematichden christen. ‘T eerste deel, [Vignet], t’Utrecht. Voor Ian Everdsen van Doorn, boeck-verkooper, wonende op de Ganse-merckt [1615], 4o, [ongepagineerd] 194 p.
(Knuttel 2262. Reactie van Jacobus Taurinus op pamflet van Trigland, Gouwenaar van geboorte en op dat moment predikant te Amsterdam. Met consent Gillis de Ledenberch namens de Staten van Utrecht, gedateerd 23-11-1615. Vignet op titelpagina toont twee ineengeslagen handen met een hart erboven dat doorkliefd wordt met een pijl. Met lichte vochtvlek onderaan)
JACOBUS TAURINUS, Naarder openinge, dienende tot grondige aan-wijsinge van eenige manieren van spreken gebruyckt by Iacobum Taurinum in zijn eerste deel Van de onderlinge verdraagzaamheydt, gestelt aan de erentfeste, achtbare, wijse, discrete Heeren mijnheeren schouth, burger-meesteren, schepenen ende vroedtschap der vermaarde koop-stadt van Amsterdam, [vignet] t’Utrecht. Voor Ian Everdsen van Doorn, boeck-vercooper, wonende op de Ganse-merckt [1616], 4o, [ongepagineerd] 48 p.
(Knuttel 2264. Klein wormsleufje onderaan eerste twee pagina’s. Vignet met randschrift “Dominus dedit, Dominus abstulit” ).
JACOBUS TAURINUS, Van de onderlinge verdraagsaamheydt, die soowel predicanten als gemeyne lidt-maten, niettegenstaande verscheydenheydt van gevoelen in eenige leer-poincten, met malcanderen in lieffde behooren te onder-houden. Tegen Iacobi Triglandi (t’onrecht genaamden) Recht-Gematichden christen. Het tweede deel, [Vignet], t’Utrecht, voor Ian Everdsen van Doorn, boeck-verkooper, wonende op de Ganse-merckt [1616], 4o, [ongepagineerd] 184+[vii] p.
(Knuttel 2265. Voorreden gedateerd 1-7-1616. Met register op beide delen. Wormsleufje en lichte vochtvlek onderaan de pagina in eerste gedeelte).
JACOBUS TAURINUS, Postbode, [z.pl.] [1616], 4o, 9 p.
(Knuttel 2266a).
[JOANNES WTENBOGAERT, CAROLUS NIELLIUS], Noodighe antwoordt op der contra-remonstranten tegen-vertooch, vervatende eene clare ende grondighe wederlegginghe van t’selve; met vast bewys dat de leere der remonstrantenten aensien van de eerste christenheyt ende den aenvangh der Reformatie niet nieu, maer oudt is. Eerste deel [orn.] In s’Gravenhage by Hillebrant Jacobsz, woonende aen de Marckt. Anno1617, 4o, [xlii]+208 p.(Knuttel 2375).

(Zeventiende-eeuws convoluut, gebonden in overslaande perkamenten band. Ingebonden met stroken uit Middelnederlands gebedenboek. Op de rug in handschrift “Kerckenordening der Lande van Utrecht”. Voorin in zeventiende-eeuws handschrift een inhoudsopgave. Schutbladen rafelig; band stevig).

.

LODOVICUS GUICCIARDINI, Omnium Belgii sive Inferioris Germaniae regionum descriptio (…) Recens ex idiomate Italico, ad exemplar tertium ac postremum ab ipso auctore recognitum, magnaq, passim accessione locupletatum, in latinum sermonem conversa Regnero Vitellio interprete [DM] Amstelrodami : excud. Guiljelmus Janssonius, sub signo Solarij anno 1613, fol., [xviii]+315+[xi]p.

(Latijnse vertaling van de oorspronkelijk in het Italiaans geschreven beschrijving van de Lage Landen, die in 1567 voor het eerst verschijn bij Plantijn in Antwerpen. In achttiende-eeuwse band en op rood titelschild de tekst “Guicciardi Germania” . Zonder titelpagina, de kaarten en afbeeldingen. Latijnse tekst verder compleet. Groot deel van de pagina’s vergeeld door inkt-vraat; enkele bladzijden los).

CONRADUS VORSTIUS, Paraenesis ad doct. Sibrandum Lubbertum. Qua recentes aliquot hujus in illum injuriae, apertaeque calumniae, commentarijs ejusdem nuper editis infertae, ac summantim in epistola & praefatione libri propositae, breviter refutantur [DM] Goudae, typis Caspari Tournaei. Anno 1613. Prostant apud Andream Burier, 4o, [iv]+36p.

Voorwoord ondertekend te Gouda op 20 augustus 1613; affaire over drukken van een sociniaans boekje door drie oud-leerlingen van Vorstius uit Steinfurt. Zonder omslag. Met kleine zwartgemaakte stempel naast het drukkersmerk).

[PREKEN TEGEN REDERIJKERIJ] Memorie van de predicatien die Pieter van Brouck tot Soetermeer opten xxvi-en januarij ende ii-en ende ix-en februarij 1614 gedaen heeft, 4 folio’s.

(In het geheim gemaakte aantekeningen van een drietal preken tegen de rederijkers, gehouden door de Zoetermeerse predikant Petrus Paludanus. Zie: T. Wouters, ‘Soetermeer een Suijrmeer? De classis Delft en Delfland en de affaire rond de Zoetermeerse predikant Petrus Paludanus, in: Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis 5 (2002) 75-88).

(http://www.paulabels.nl/2009/07/een-unieke-brief-over-rederijkers-in-zoetermeer/)

GUILELMUS BALDESANUS, Stimuli virtutum adolescentiae christianæ dictati, libri tres [IHS merk] Coloniae Agrippinæ sumptibus Hermanni Mylii, anno 1614, 16o, [ilv]+642p.

(De Italiaanse jezuïet Baldesanus, synoniem voor Bernardino Rosignolo (1537-1613) schreef deze “Aansporingen om de christelijke jeugd aan te zetten tot de deugd, in drie boeken” in 1594. Het werk werd diverse keren herdrukt. In overslaand perkemanten bandje, met auteursnaam en titel in vervaagd handschrift op de rug. SJH).

ADRIANUS HOFSTADIUS, Sermones eucharistici LXVIII [DM] Coloniæ Agrippinæ, apud Ioannem Crithium, sub signo Galli, anno 1614, 8o, [vi]+711+[xvii] p.

(Keulse editie van de verzamelde preken van de Leuvense franciscaan Adriaen van der Hofstadt (1540-1598). De eerste druk verscheen in 1608 in Antwerpen. In originele perkamenten spitselband. Doorgehaalde eigenaarsinschrijving aan weerszijden van het drukkersmerk op het titelblad. SJH).

PETRUS MORALES, In caput primum Matthæi. De Christo Domino, sanctissima virgine deipara Maria, veróque eius dolcissimo, & virginali sponso Iosepho, libri quinque, Lugduni sumptibus Horatii Cardon, 1614, fol., [xviii]+500 [=1000 kolommen]+[xl]p.

(Een op Mattheus gebaseerde beschrijving van de jeugd van Jezus door Petrus Morales (1537/8-1614. De auteur werd in Spanje geboren en overleed in Mexico. In geblindstempelde bruine band, met gewreven platten. Klein gaatje in leer voorplat. Eerste en laatste bladen met vouwen. Middeleeuws manuscript gebruikt voor bindstroken. SJH).

ADRIANUS MANGOTIUS, GOUDANI, Monita Mariana ex S. Scriptura & SS. patribus potissimum collecta, sodalibus deiparæ Virginis Antverpiæ dicta, omnibus utilissima. Additur duplex declaration Dominica Passionis, cum triplici Indiæ rerum præcipuarum que monitis sacris & hisce Marianis contoinentur [Afb. Maria met kind] Antverpiae, apud Hieronymum Verdussen, 1614, 8o, [vii]+348+[lxxiv]p.

(Tweede deel van een driedeling werk van de Goudse jezuïet Adrianus Mangotius (1554-1629). Hij studeerde filosofie en theologie in Leuven en ontving de priesterwijding in 1576. Hij was al enige jaren pastoraal actief toen hij in 1585 in Tournai toetrad tot de orde der jezuïeten. De hem opgedragen zorg voor de geestelijke belangen van zijn ordebroeders vond haar weerslag in zijn Monita sacra. De drie delen verschenen eerst afzonderlijk ik respectievelijk Antwerpen en Luik en in 1618 en 1686 in genoemde steden als complete serie. Originele perkamenten band met overlappende platten en met titel in handschrift op de rug. Titelblad met doorgehaalde eigendomsinschrijving en rechtsonderaan roestvlekjes).

ADRIANUS MANGOTIUS, GOUDANI, Monita sacra ex S. Scriptura & SS. patribus potissimum collecta, varijs in locis ad clerum & populum dicta, omnibus utilissima, pars tertia [IHS-merk], Antverpiae, apud Hieronymum Verdussen, P. & F.1615, 8o, [xiv]+659+[xxvii]p.

(Laatste deel van het driedelinge werk van de Goudse jezuïet Adrianus Mangotius (1554-1629). Originele perkamenten band met overlappende platten en met titel in handschrift op de rug. Bladzijden als nieuw. Binnenzijde voorplatten met bibliotheekstempel “Bibliotheca Seminarii Warmondani”; op eerste schutblad eigendomsinschrijving “ex lib. Corn. Sobbij et amicorum”).

JACOBUS TRIGLANDIUS, Den recht-ghematichden christen. Ofte van de ware moderatie ende verdrachsaemheyt, die tot behoudinge van de waerheyt ende vrede in de gemeynten Christi nae Godes Woort onderhouden moet worden. Tweede editie [DM] t’Amsterdam voor Jan Marcussz. Boeck-vercooper op den Middel-dam in den beslaghen Bijbel. Anno 1615, 4o, 60 p.

(Knuttel 2210. Pamflet in polemiek met Jacobus Taurinus. Trigland was geboren in Gouda en op dat moment predikant te Amsterdam. Met gemarmerde kartonnen omslag. Titelpagina gerestaureerd met miniem tekstverlies. Verder klein stukje uit laatste pagina met eveneens miniem tekstverlies van margeaantekeningen. Foute paginering, springend van p. 56 naar 67 t/m 70, maar doorlopende tekst aan het eind. Hetzelfde pamflet verscheen in het zelfde jaar ook bij B. Jansz en J.E Cloppenburch).

FRANCISCUS SWEERTIUS, Iusti Lipsii Flores ex eius operibus discerpti, in locos communes digesti; Opera Francisci Sweertii F. Antverpiensis, Antverpiae, apud Gasparem Bellerum 1615, 16o, 397+[ii] p.

(Zeer klein werkje van de Antwerpse handelaar en polyhistor (allesweter) Pierre Francois Sweertius, met eerbetoon aan Justus Lipsius.Perkamenten bandje; sporen van sluitlinten; bovenste deel titelpagina met titel ontbreekt; impressum nog wel aanwezig; aan het eind privilege en goedkeuring van de censor van de bisschop van Antwerpen, beiden uit 1614; fout in doornummering, springt van p. 32 naar p. 97; met vroege aantekeningen en penstrepen)

JUSTUS LIPSIUS, Politicorum sive civilis doctrinae libri sex. Qui ad principatum$(KGrHqR,!o4FI5ch1ydlBSQ0vDm7Dw~~60_84maxime spectant. Additae notae auctiores, tum & de una religione liber. Omnia postremo auctor recensuit, [DM] Ex officina Plantiniana [Antwerpen] 1615, 16°, 605 p.

(Justus Lipsius’ politiek-theoretisch handboek voor vorsten, voor het eerst verschenen in 1589, waartegen Coornhert zich vanuit Gouda fel keerde. In fraai origineel perkamenten bandje met titelschildje “Iustus Lipsius”. Goud op snee. Eigendomsinschrijving van Bened[ictus] Ciuray [uit Wenen?] naast het bekende drukkersmerk van Plantijn met de Gulden Passer. Twee doorgehaalde en een onleesbare eigendomsinschrijving op schutblad. Laatste twintig pagina’s vochtvlekkerig; lege eindbladen met wormgat).

IOANNIS WTENBOGAERT, Oprecht ende noodt-wendigh bericht op een bitter Schrift nu versch t’Enckhuysen uytghegheven, metten Titul van Maerder Advis over de Conferentie tot Delf &c. [DM] In ‘s-Graven-haghe, ghedruckt by Hillebrandt Iacobsz. woonende op de Marckt. Anno 1615, 4o, 71p.

(Knuttel 2190; in groen linnen bandje met titelopdruk op de rug; afgeschreven exemplaar uit gemeentearchief Delft met bibliotheekstempel op titelpagina; op Franse pagina bibliotheekstempel stadsbibliotheek Dordrecht).

VINCENT VAN DRIELENBURCH, Cort examen ende sententie Johannis Utenbogaerts over seker tractaet, welckes tytel is: Verdediging van de Resolutie der Mog. Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt totten vrede der kercken (so hy seyt) (…) [vignet] By Marten Jansz. Brandt, boeckvercooper opt Water, op den hoeck van de Vrouwensteech in de Ghereformeerde Catechismus 1615, 4o, [ongepagineerd] 86p.

(Knuttel 2195. Eerste druk. Van Drielenburch noemt zich achterin “Lidtmaet des Lichaems Jesu Christi, zynde over ‘tghetuychenisse der Waerheyt ghebannen uyt de Stadt, Steden ende Landen van Utrecht, den 24. December”. Met op laatste bladzijden enkele liederen, afgesloten met het drukkersvignet en een figuur. Met blauwe hardkartonnen platten en sleetse rug)..

DECRETA Congregationum generalium Societatis Iesu [IHS-merk] Romæ, in Collegio Romano eiusdem Societatis Anno Domini 1615, 8o, 560+[xxx]p.

(Besluiten van de jezuïetenorde. In fraaie perkamenten band. Papier gespikkeld rood op snee. Originele spitselband met omslaand perkament; omkrullend aan de randen. Titel in oud handschrift op de rug. SJH).

4b399450-7eaf-11e4-985b-c31325faecf5FRANCISCUS COSTERUS, Catholicke sermoonen op alle de Heylichdaghen des iaers, inhoudende het leven der Heyligen, ende d’uytlegginge der Epistelen ende Evangelien, T’Antwerpen by Ioachim Trognaesius, 1616, fol., 796 p

(Preken van een populaire jezuïet. Gebonden in vroegere leder band (ca. 1540) met fraaie koperversieringen op hoeken en in het midden aan voor- en achterzijde; rug met ribben. Twee vernieuwde koperen boekklemmen, waarvan een iets los. Binnenwerk gaaf, maar enkele katernen sterk vergeeld. Met titelgravure met Petrus en Paulus ten voeten uit en Maria met kind. Eigenaarsstempel van “Bibliotheca conv. Megen)

Detail van schilderij Reinout Krajenbrink met bovenstaand boek

Detail van schilderij Reinout Krajenbrink met bovenstaand boek

FRANCISCUS COSTERUS, Sermoonen op alle de epistelen van de son-daghen van den gheheelen Iaere [DM] T’Antwerpen, by Hieronymus Verdussen, 1616, fol., [v]+239p.

FRANCISCUS COSTERUS, Catholiicke Sermoonen op de octave van’t H. Sacrament des Autaers [DM] T’Antwerpen, by Hieronymus Verdussen, 1616, [iii]+244p.

FRANCISCUS COSTERUS, Acht sermoonen ter eeren der Moeder Godts op de acht capitelen van Salomons III. boeck ghenoempt Canticum Canticorum, ghesang der ghesanghen die men soude moghen preken oft lesen in den advent die der groot-gaende Moeder ghedediceert is [DM] T’Antwerpen, by Hieronymus Verdussen, 1616, [ii]+327p.

FRANCISCUS COSTERUS, Waerachtighe historien stichtighe exempelen ende sekere miraculen. In verscheyden landen ende tijden gheschiedt van de H. Moeder Godts Maria, ende tot heurder eeren uyt vele loffelijcke autheurs vergadert [DM] T’Hantwerpen, by Hieronymus Verdussen, 1615, [iii]+51+[vii] p.

(Convoluut. Vier delen in één band, frontispice (vervuild en met wat krassen); twee keer drukkersmerk met leeuw, waarvan bij de eerste de staart van de leeuw rood is ingekleurd. Drukkersmerk van derde en vierde werk afwijkend, één van de koperen sluitingen werkt nog goed, de ander is verdwenen; wel wat speling in het blok. Kalfsleer over houten platten. Conditie: Band gerestaureerd, enkele pagina’s verkeerd gepagineerd, mist laatste 8 bladen, eerste 2 bladen (frontispice en eerste titelblad) los; een beetje vlekkerig, verstevigd met waarschijnlijk 19e-eeuws leer, 17e eeuwse annotaties op schutbladen. Voorin: “Desen boeck hoert toe Frederick vanden Bulck” en “Peeter vande Bulck”; dezelfde naam op de achterzijde van de frontispice. Daarop zijn ook aantekeningen te zien in vervaagde rode inkt. Achterin: “Desen boek hoort toe [Peeter] vanden Bulck diesum vint die brent hem terug die sal hebben auck en loen ende sal heel willekour syn ende wesen PEESEELI VAN DEUSZN LAK (?)” en “Anna Maria vanden Bulck, begijnken tot Lier”).

[REINIER TELLE], Tafereel. Begrijpende cortelijck het groot ende merckelijck verschil datter is tusschen de Leere der H. Schrifure [!] ende der Gereformeerde Kercken aen de eene, ende der Contra-Remonstranten aen de ander zijde, aengaende sekere drie Godtlasterlijcke poincten, welcke Godvruchtelijck worden verboden te leeren inde Christelijcke Resolutie der Ed. Mog. Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt [Orn.], Ghedruckt [door Jasper Tournay te Gouda?] in’t jaer 1616, 4o, 9p. [Knuttel 2301]

(Pamflet waarin drie christelijke leerstukken van remonstranten en contra-remonstranten naast elkaar worden gelegd en vergeleken en aan het eind ook nog eens worden afgezet tegen de teksten in de Koran. Gelet op de inhoud, de nauwe samenwerking van Telle met Dwingelo bij de uitgave van diens pamflet en vertalingen van Castellio, die allemaal door Tournay in Gouda gedrukt zijn en het gebruikte ornament op de titelpagina, maakt het een Goudse drukkerschap waarschijnlijker dan de door Van Doorninck – en door STCN overgenomen – localisering in Utrecht. Gebonden in fraaie gemarmerde hardkartonnen bandje, met linnen rug en zwart titelschildje met de tekst “Tafereel”).

JOHANNES WTENBOGAERT, Gulden brief, des seer vermaerden theologi Martini Buceri, daerinne gheleert wordt, wat ketterye is; wie ketters zijn: ende hoe verre men met de verschillende, christelicke ghemeynschap behoort te houden. Gheschreven in den aenvangh der Reformatie [Orn.] In ’s Gravenhaghe by Hillebrant Jacobsz woonende aende Marct anno 1616, 4o, 30p.

(Knuttel 2286. Vertaald uit het Latijn en van een inleiding voorzien door Wtenbogaert. De originele titel van de brief luidt: Epistola nuncupatoria ad academiam Marpurgensem.  In eenvoudige rode papieren omslag).

EDUARDUS POPPIUS, De enge poorte ofte predicatien over eenighe voortreffelijcke texten ofte spreucken der heyligher Schrifture (…) [orn.], Ghedruckt ter Goude by Jasper Tournay voor Andries Burier, boeck-vercooper Anno 1616, 4o, [xxiii] + 538 + [vi] p.
EDUARDUS POPPIUS, Aenhanghsel van de Enge Poort, vervatende een verclaringhe over de woorden des apostels Pauli 1. Cor. 16. 23 [orn.], Tot Enghuysen by Deodatus Waermondt anno 1624, 4o, 82p.

DSC01913

(Populair prekenboek van de Goudse remonstrantse voorman Poppius, gedrukt bij Jasper Tournay, Hollands belangrijkste drukker van vrijzinnige geschriften. Met supplement uit 1624, kort na het overlijden van Poppius in gevangenschap op slot Loevestijn. Origineel perkamenten band, vlekkerig op achterzijde).

EDUARDUS POPPIUS, De enge poorte ofte predicatien over eenighe voortreffelijcke texten ofte spreucken der heyligher Schrifture (…) [orn.], Ghedruckt ter Goude by Jasper Tournay voor Andries Burier, boeck-vercooper Anno 1616, 4o, [xxiii] + 538 + [vi] p.

(Opnieuw gebonden versie van Poppius’ Enge Poort. Opgedragen aan de Staten van Holland en de stadsbesturen van Amsterdam en Gouda. In halfleren band met kartonnen platten. Op de rug in goud “E. Poppium De Enge Poorte en “1616”. Vochtringen aan het eind, rechtsonderaan de pagina’s).

[BERNARDUS DWINGLOO of JOHANNES ARNOLDUS RAVENS?], Verantwoordinge tegens de hevige predicatie Festi Hommii, gedaen in de Ste Pieters Kercke tot Leyden den xvj. Octobris deses jaers 1616. Daerinne claerlijck bewesen word, hoe deselve Festus hem gheenssins en heeft gesuyvert, noch verontschuldicht van, van de seltsame dolingen, hem aengewesen in ’t Munster van de leere der Amsterdamsche predicanten (…). Ghedruckt ter Goude, by Jasper Tournay, voor Andries Burier. 1616, 4to [DM] 39p.

(Knuttel 2294; Remonstrants pamflet. Eenvoudige papieren omslag. Fraai drukkersmerk van Tournay met Vrouwe Fortuna en een randschrift “Spero fortunae regressum” (Ik hoop dat het geluk terugkeert).

D[IRCK] H[ERMANSZ] HERBERS, Cort ende claer bewijs uyt de H. Schriftuyr, van ’t ghevoelen der ghereformeerde leeraren, die ten huydighen daghe van sommighe Remonstranten genoemt worden, aengaende de Godlijcke predestinatie ende andere aenclevende poincten. Met corte opening ende verclaring vande principale Schriftuyr-plaetsen die hier souden mogen schijnen tegen te strijden. In vier capittelen afghedeelt ende ghestelt. Tot dienst van deghene die int corte eenvoudigh onderricht hier van soecken. Door D.H. Herbers, dienaer des Godl. Woorts binnen der Goude, Ter Goude, by Andries Burier 1616[achterin: Ghedruckt by Iasper Tournay 1616], 8o, [xvi]+118+[i]p.

CHRISTIAEN VANDEN BERGHI, Catholiicke catechismus ofte cort onderwiis vande christelycke leeringhe, tot profijt vande jonge jeucht, ende alle andere die in het oprecht geloof qualijck onderwesen sijn [Afb.], Tot s’Hertogenbos, by Jan Scheffer, in den goeden herder, 1622, 8o, 200p.

Eerste druk van een theologisch werk van de in Gouda zeer geliefde Herbers junior, geschreven op verzoek stadsbestuur en anderen. In de Voorrede aan de lezers, april 1616, dankt hij het Goudse stadsbestuur voor de bescherming en hulp die het jarenlang heeft geboden aan zijn vader. In andere exemplaren staat achterin: Die vermelding ontbreekt hier. Met eigendomstempel van de de kerkhistoricus L. Knappert. Enkele aantekeningen op het eerste schutblad. Samen gebonden met een katholieke catechismus. In perkamenten spitselbandje, met sporen van sluitlinten. Op de rug in oud handschrift: “H. Herberts 1616”. Omslaand perkament licht gekruld)

WILHELMUS BAUDARTIUS VAN DEYNSE, Afbeeldinghe, ende beschrijvinghe van alle de veld-slagen, belegeringen ende and’re notable geschiedenissen, ghevallen in de Nederlanden, geduerende d’oorloghe teghens den Coningh van Spaengien, onder het beleydt van den Prince van Oraengien ende Prince Maurits de Nassau etc., van weghen de Hooch-Moghende Heeren Staten der Vereenichde Nederlanden, t’Amsterdam by Michiel Colijn, boeck-vercooper op ’t Water in ’t Huysboeck 1616, oblong, [xii]+881+[xii] p. incompleet

(Groot fragment van de Nederlandstalige versie van geschiedenis van de Nederlandse Opstand, geschreven door de Zutphense predikant Willem Baudartius, afkomstig van Deinse in de Zuidelijke Nederlanden. Dit werk beslaat het tijdvak 1559-1615. De eerste editie verscheen in 1615. Ook het voorwoord van deze editie van een jaar later is gedateerd op 12 september 1615. In 1616 verscheen er naarst deze editie ook nog een Franstalige versie. Meestal is de inhoud verdeeld over twee banden, met de cesuur bij 1584, de begrafenis van Willem van Oranje. In dit geval zijn beide delen in één band gebonden. Het boek begint met een Franse titelpagina, het privilege, een titelgravure met talrijke allegorische figuren en op de keerzijde de wapens van de Staten-Generaal en de Oranjes. Van de 225 nieuwsprenten – in de meeste gevallen van de hand van Hogenberg en met Latijnse onderschriften – zijn er nog 67 aanwezig. De rest – hoofdzakelijk alle scenes die zich afspeelden in de Noordelijke Nederlanden – zijn verwijderd en daarmee ook de tekst die op de achterzijde van de gravures staat. Wel compleet is de verzameling van 23 paginagrote portretgravures van koningen, stadhouders en militairen en hun levensbeschrijvingen. Bijzonder is ook een kaart van de hertogdommen Gulik en Kleef (waar een groot deel van de schermutselingen in het tweede deel van de Nederlandse Opstand zich afspeelde), die over twee pagina’s is afgedrukt (fol 855-856; met enkele kleine vochtvlekjes in de marge en het midden). Op de titelpagina eigendomsinschrijving van C. le Lösuner (?). In originele perkamenten band met omslaande randen. Pagina’s in laatste gedeelte met vocht ring in rechter bovenmarge).

[Fragment] GUILLAUM BAUDART, Les Guerres de Nassau. Descriptes par Guillaume Baudart de Deinse. Pourtraits en taille douce, Et Descriptions des Sieges, Batailles, rencontres & autres choses advenues durant les Guerres des Pays bas, sous le Commandement des Estats Generaux des Provinces Unies, & la conduite des Princes Guillaume Prince d’Orange & Maurice de Nassau son fils. A Amsterdam, chez Michel Colin, Marchant Libraire sur l’Eau, au livre demestique. 1616, [band met eerste deel] Oblong klein folio.Baudartius5

(Fragment van het eerste van twee delen van de rijk geïllustreerde geschiedenis van de Nederlandse Opstand, geschreven door de Zutphense predikant Willem Baudartius. Dit volledige eerste deel zou (8), 466 pp moeten bevatten, doch de meeste prenten (met tekst op achterzijde) voor losse verkoop verwijderd. Eigenaarsinschrijving “Mr. Secus”. Wel aanwezig in originele perkamenten band (met zes ribben, resten van sluitlinten, rug onderaan licht beschadigd) zijn 93 bladen (186 pp.), waaronder de titelpagina, het privilege, de opdracht, bericht aan de lezer, titelgravure met rijk gegraveerde allegorische figuren, 11 (van 23) pagina-grote portretten (Margaretha van Oostenrijk, Alva, Egmont en Horne (dubbelportret), Willem van Nassau, Requesens, Joannes Austriacus, Matthias, Alexander Farnese [Parma], Franciscus Valesius, electbisschop Gebhardus en Adolph von Neuenahr). Verder slechts één (aanslag op Willem van Oranje) van de 255 pagina-grote gravures met plattegronden, veldslagen en landschappen. Los ingevoegd is p. 465-466 met een ingekleurde prent van de “Heer-lijcke begrawinge des Princen van Orangen binnen Delft” (1584). Het betreft de Franstalige uitgave van de in 1615 bij dezelfde drukker verschenen “Afbeeldinghe, ende Beschrijvinghe van alle de Veld-slagen, Belegeringen ende and’re notable geschiedenissen ghevallen in de Nederlanden, Gedurende d’oorloghe teghens den Coningh van Spaengien”. In andere handen overgegaan in juli 2021).

PUBLICATIE ENDE INTERDICTIE van de E. Magistraet der stadt Utrecht tegens deghenen die, onder decksel van de gereformeerde religie, in de christelijcke gemeynte ende republijcke derselver stadt poogen scheuringe ende onrust aen te rechten. [orn.] T’Utrecht by Salomon de Roy, ordinaris drucker der E. Mog. Heeren Staten Slandts van Utrecht, 1617, 4o, 8 p.

utrecht

(Knuttel 2389. Titelblad met stadswapen. In zeventiende-eeuws handschrift is hierbij geschreven “galch ende ratt, welcke is hett rechte middel dat sij van hett pauszdom ontleent hebben dewijle sij eerst hett goet, daerna hett bloet soeken”. Met kleine tekeningen van een galg en een rad. Pamflet aan de rechterzijde scherp afgesneden).

[V. VAN DRIELENBURCH],Calendier ofte Almanach, waerinne men kort, klaer ende waerschijnlijck opspeuren, naspeuren ende sien kan de Apocalyptische beeste ende de Babylonsche Hoere daer op sittende. Mitsgaders die ghene die d’selve figuerlijcker wyse in de seven vrye Nederlandtsche Provincien ghescheyden vande thien overheerde Provincien representeren. Ghepractiseert door seeckeren Sterckijcker. Met een wonderlijcke nieuwe Practica en noch wat wonders wat nieuws [vignet], z.pl., (“Beschreven door de Penne des Schryvers”), z.j. (achterin: “Gheschreven in Martio, doe de Sonne in ’t teycken des Hoofts quam 1617”) [1617], 4o, 14p.

(Knuttel 2475. Heftig contra-remonstrants pamflet, geschreven tegen Van Oldenbarnevelt, Wtenbogaert en Ledenbergh. Zeldzaam. Met achttiende-eeuws voorblad; titelpagina beschadigd, rafelig).

EUBULUM EIRENEPHILUM [JACOBUS TRIGLANDUS], Oorspronck vande swarigheden, ende voor-slagh tot reddinghe in de Kercken van Hollandt [DM] t’Amsterdam by Marten Jansz. Brandt, boeck-verkooper inde Ghereformeerde Catechismus, anno 1617, 4o, 16p.

(Geschreven onder een pseudoniem, maar later opgenomen in Triglands Opuscola (werken). De in Gouda geboren Trigland begon zijn loopbaan als predikant in Stolwijk, om in 1610 de overstap te maken naar Amsterdam. Hij ontpopte zich als een fel contra-remonstrant, die het onder meer diverse kerken opnamen tegen de Goudse predikant Poppius. Ook schreef hij het contra-remonstrantse antwoord op Wtenbogaerts Kerckeliicke historie).

LODOVICO GUICCIARDINI, Dergou [uit editieBeschryvinge van de Nederlanden, Jan Jansz1617]

DSC07066

(Handgekleurde versie van het gezicht op Gouda. De stad is getekend vanaf de overzijde van de Hollandse IJssel. De Sint-Janskerk is afgebeeld met een te hoge en smalle toren)

JACOBUS ARMINIUS, Zedich ondersoeck D. Iacobi Arminii, geboren tot Oudewater in Hollandt (…) Op het boecxken, welck D. Guilhelmvs Perkinsius, (…) voor eenighe jaren

DSC06660uytgegheven heeft vande maniere ende ordre der predestinatie. Mitsgaders oock van de grootte der Goddelijcker Ghenade (…). Het eerste deel [DM], Ghedruckt terGoude, by Jasper Tournay, voor Andries Burier, boeckvercooper anno1617, 4o, [vi] + 237 p.
JACOBUS ARMINIUS, Zedich ondersoeck. Het Tweede deel. [DM], Ghedruckt terGoude, by Jasper Tournay, voor Andries Burier, boeckvercooper anno1617, 4o, [vi]+101 +[x] p.

(Vertaald uit het Latijn door Daniel Wittius. Met opdracht aan Staten van Holland in eerste deel, en aan magistraat Schoonhoven in tweede deel. Twee delen in originele perkamenten band. Band aan achterzijde onderaan en pagina’s eerste deel onderaan met vochtvlekken en vochtschade; zonder tekstverlies. Met ex libris W.J.M. Meines).

IAN TAFFIN, Merck-teecken der kinderen Gods. Ende de vertroostingen in haer verdruckingen: een seer troostelijck boecxken. Wt den Fransche tale in de Nederlantsche getrouwelijck overgeset. Van nieus overgesien ende in vele plaetsen verbetert. Met een ghesang, vervatende de gheheele materie. Door Iacobum Viverium, medicijn [Orn.], Ghedruckt t’Vtrecht, by Abraham van Herwijck, t’Amsterdam voor Hendrick Laurensz boeckvercooper op ’t Water, in’t Schrijfboeck anno 1617, 16o, [vii]+345+[xi]p.

(De auteur, Jean Taffin, was hofpredikant van Willem van Oranje in Delft. Het woord vooraf in dit werk schreef hij in 1586 in Haarlem. De oorspronkelijke Franse titel luidde: Des marques des enfans de Diev, et des consolations en levrs afflictions Aux fidèles des Pais Bas (Haarlem, Gillis Rooman, 1584). Jacob van de Vivere (+ 1571-1637), de vertaler van dit werkje, was een medicus en apotheker. Eerdere Nederlandstalige drukken van van dit werkje verschenen in 1588, 1590, 1592 en 1598 te Amsterdam bij Laurens Jacobsz; het boekje zou uiteindelijk elf drukken kennen. Wegens dit geschrift en een ander – Van de Boetveerdigheyt des Levens – wordt hij gerekend tot de stroming van de Nadere Reformatie. De lijfspreuk van Taffin vat zijn hele leven samen: a Dieu ta vie en Dieu ta fin. In origineel perkamenten bandje; ingebonden in deels zichtbare stroken beschreven middeleeuws perkament. Pagina 3 rechtsonderaan afgescheurd met licht tekstverlies. Op eerste schutblad eigendomsinschrijving “Bob van Merkenstein”).

HANDELINGHE tusschen de magistraet der stadt Haerlem ende dien van den kerckenraet, by interventie van de classe van dien quartier, op d’electie van kerckelijcke persoonen ende t’beroep van den predicanten binnen de voorschreven stadt Haerlem ghevallen in den jare 1616 [DM] Ghedruckt t’Haerlem by Adriaen Rooman, ordinnaris boeck-drucker woonende in de Koning-straet in de Vergulde Parsse. By expresse ordonnantie van de Heeren Burghermeesteren, ende regeerders der stadt Haerlem, anno 1617, 4o, 6 p.

(Knuttel 2392; bijeengehouden met plakstrip. Kort afgesneden, zonder tekstverlies. Groot drukkersmerk rond de tekst “Int sweet ws aensichts suldi u broot eten (Gene 3.19)”).

[THEODORE RODENBURG], Anna Rodenburghs trouwen Batavier. Treur-bly-eynde-spel [Afb] T’Amstelredam, voor Dirck Pietersz. Vos-cuyl, boeck-vercooper op den hoeck van de Doel-straet in den witten Enghel [achterin:] [DM] ‘tAmsterdam, ghedruckt by Paulus van Ravesteyn, anno 1617], 4o, [lxxxix]p.

(Theodore Rodenburg (Antwerpen 1574-1644) was naar het Noorden gevluchte Nederlandse dichter, toneelschrijver, diplomaat en koopman. Lid van de Vlaamse rederijkerskamer ’t Wit Lavendel in Amsterdam met onder meer Vondel. Stapte in 1617 over naar De Egelantier om de strijd aan te binden met de Nederduytsche Academie van Bredero, Coster en Hooft. Bredero vond Rodenburg te pretentieus. In 1619 vertrok hij uit Amsterdam, verbleef in Denemarken en Engeland en keerde in 1628 terug naar Antwerpen als bestuurder van de verenigde Hanzesteden. De eerste druk van de Trouwen Batavier verscheen in 1601. Dit is een herdruk uit 1617. Met fraaie gravure van een gelouerde vrouw met de spreuk “Nobilitas sola est atque unica virtus” (de enige adel die er bestaat is deugd). Op het laatste blad een drukkersmerk van Ravesteyn, verbeeldende Johannes op Patmos. Uitgenomen uit groter boek; incompleet door ontbreken bladen G2 en G3. M1 met scheur).

PETRUS BESSAEUS, Conciones sive conceptus theologici ac prædicabiles in omnes totius anni, Tomus primus [DM], Coloniæ Agrippinæ, apud Ioannem Kinchium sub Monocerote, anno 1617, 4o, [xiv]+676p.

PETRUS BESSAEUS, Conciones sive conceptus theologici ac prædicabiles in omnes totius anni, Tomus secundus [DM], Coloniæ Agrippinæ, sumptibus Ioannis Kinchii, anno 1617, 4o, 399+[xx] p.

PETRUS BESSAEUS, Conciones sive conceptus theologici ac prædicabiles. De præcipius Sanctorum Festivitatilius, Tomus tertius [DM], Coloniæ Agrippinæ, sumptibus Ioannis Kinchii, anno 1617, 4o, [vii]+380+[xxii] p.

PETRUS BESSAEUS, Conciones sive conceptus theologici ac prædicabiles, de quatuor hominum novissimis, Tomus quartus [DM], Coloniæ Agrippinæ, sumptibus Ioannis Kinchii, anno 1617, 4o, [vii]+305+[xii] p.

(Vierdelige serie prekenbundel of homiletisch geschrift van Pierre de Besse (1657-1639). Hij was oratoriaan, theoloog en hofprediker van Lodewijk de XIIIe. Met fraai gegraveerde titelpagina in het eerste deel. Daarop in oud handschrift eigenaarsinschrijving: “ex libris Alberti Wuysthoff”. In een Haags boekje uit 1661 komt hij voor met een epigram en de aanduiding van doctor in de theologie. Dat deel in afzonderlijke, licht vervuilde originele geblindstempelde perkamenten band. Boekblok deels los van de rug. Delen twee, drie en vier in één band van perkament; rug los. SJH).

[Blad] [LUDOLPHUS DE SAXONIA, Het leven ons Heeren Jesu Christi. Nu de vierdemael ghedruckt, ghecorrigeert ende merckelijck verbetert, met additien van schoone moralen, Na de copye tot Antwerpen, eerste gheprent int huys van Delft, Ende nu by Peter van Ghelen1618 (Rotterdam), fol. [viii]+352p.

[Fol. 162r, met hoofdstuk:] Van sommige woorden waerom de Ioden Iesum stenen wilden [met houtsnede]

[Fol. 260v, met hoofdstuk:] Vande verscheydinge der goeder ende der quader Menschen inden ionghsten daghe [met houtsnede]

(Het betreft hier een houtsnedes van de zogeheten Antwerpse Houtsnijder en van de Tweede GoudseClaesLeeu1meester/ houtsnijder. Diens werken nam De drukker Gheraert Leeu voor het eerst op in zijn Dat liden ende die passie ons heeren ihesu christi, inGoudavoltooid op 29 juli 1482. Na zijn verhuizing naar Antwerpen gebruikte hij maar liefst 52 houtsnedes van deze kunstenaar in dit Boeck vanden leven ons Heeren Ihesu Christi uit 1487, geschreven door Lodolphus de Saxonia. Een jaar later bracht zijn broer Claes Leeu hetzelfde werk in Antwerpen op de markt. De eerstegenoemde houtsnede toont rechts de joden die stenen verzamelen en rechts Jezus die zich richt tot een overspelig vrouw. De tweede houtsnede van de jongste dag is in alle drie edities opgenomen en uitgebreid met een landschapsafbeelding. De houtblokken zijn verschillende keren opnieuw gebruikt en zijn na Leeu’sClaesLeeu3dood op een of andere manier weer naar het Noorden gekomen, waar een aantal in bezit kwam van drukkers in Zwolle (zelfde prent in werk Saxonia, van Peter van Os van Brede uit 1495), Deventer en wederom door de Collatiebroeders inGouda(in ander werk: Devote getijden van het leven Ons Heren, Collatiebroeders, 3 oktober 1496). In de zestiende eeuw zijn ze daarna nog gebruikt in de postincunabel van Adriaen van Berghen, 1510 en in deze laatste druk van Peter van Ghelen uit 1618. Zie ook Henri Defoer, De Houtsneden in de Delftse en Antwerpse drukken; en ook K. Goudriaan, P. Abels e.a. (red.), Een drukker zoekt publiek. Gheraert Leeu te Gouda 1477-1484, Delft 1993).

PUBLICATIE ende verkiesinghe des Raets tot Haerlem. Met de namen der Raets persoonen alsoo nieu als out. Met den Eet der Schutterij [Wapen van Haarlem], Ghedruct tot Haerlem, by Adriaen Rooman, voor Niclaes van Geelkerck [1618], 4o, [iv] p.

(Knuttel 2703. Zonder omslag).

RAEDT teghen de kerckelijcke swaricheden, ofte Advys van een treflick man, buyten dese landen, over het middel waer door dese kerckelijcke swaricheden aller bequaemst souden connen affgedaen worden. Gheextraheert uyt sijnen brief gheschreven uyt N. den 7. Novemb. anno 1617. Ende tot dienste der gene, die hierinne te seggen hebben, ende uyt liefde tot de vrede overgheset ende uyt-gegeven [Orn.] Tot Leyden by David Jansz van Ilpendam, bouck-vercooper anno 1618, 4o, [xiv]p

(Knuttel 2535. Pleidooi voor het houden van een Nationale Synode ter beslechting van de geschillen. Zonder omslag. Met aangeplakt tab-je).

[JACOBUS TAURINUS], Notulen ofte aen-merckingen op het af-scheydt der predicanten van Nimmegen, ghegeven by den E. Raedt der selver stadt, op den 8. april 1618 [Orn.] Ghedruckt int jaer ons Heeren 1618, 4o, [xiv] p.

(Knuttel 2590. Met kartonnen kaft en etiket met handgeschreven titel. Op keerzijde van titelblad bibliotheekstempel “Bibliotheca Thysiana”).

DEN ARMINIAENSCHEN DRECK-WAGHEN. Gheheel naer het leven afghebeelt ghelijck de letters binnen uytwijsen sullen [afbeelding] Ghedruckt tot Amsterdam op de Beurs,1618,4o, 7p.

dreckwagen

(Knuttel 2772. Grote gravure op titelblad; watervlekkerig; rechterrand rafelig. Titelpagina met smalle marges).

WONDERLIJCKEN DROOM vande Schoolhoudinghe van Mr. Ian van Olden-barnevelt, Met de verclaringhe van dien. [afbeelding] Wij leeren lustich voort, en dat om aen te vanghen de reys na Spangien toe, daer na wy seer verlanghen, 4o, z.pl., z.j. 1618],15p.

(Knuttel 2777. Titelblad met grote gravure van schoolklasje met meester Oldenbarnevelt en leerlingen Ledenberch, Grotius, Hoogerbeets, De Haen, Van der Mijle, Wtenbogaert, Taurinus, David Joris, Coornhert, Vorstius en de Vredejager. Vervolg op voorgaand pamflet. Papieren omslag; rechts kort afgesneden, licht vuile titelpagina met licht verlies van titelprent. Tekstpagina’s watervlekkerig Met ex-libris P.A. Pijnappel en stempel ‘afgeschreven).

schoolhouding

WONDERLIJCKEN DROOM vande Schoolhoudinghe van Mr. Ian van Olden-barnevelt, Met de verclaringhe van dien. [afbeelding] Wij leeren lustich voort, en dat om aen te vanghen de reys na Spangien toe, daer na wy seer verlanghen, 4o, z.pl., z.j. 1618],15p.

(Knuttel 2777. Titelblad met grote gravure. Omslag van gemarmerd papier; met royale marge, deels ingekleurde titelpagina, met lichte doordruk op achterpagnina. Tekstpagina’s schoon).

DE ARMINIAENSCHE VAERT naer Spaegnien [prent] Wij spoeden lustich voort, het is wel voor de wint, [maer ’t is al heel verbrot, indienmen ons hier vindt], 4o, z.pl., z.j. [1618],15p.

(Knuttel 2779. Titelblad met grote gravure. Watervlekkerig; kort afgesneden titelpagina met licht verlies van titelprent aan rechterzijde; ook laatste regel door slijtage rafelig en slecht leesbaar].

[WILLEM CRIJNSZ], Annotatien op de Voor-reden van Cornelis Boogaerts Aendachtighe Ghebeden ende Meditatien over den 51en psalm Davids. Gheannoteert door een lidemaet der Ghereformeerde Kercke tot Delf, tot voorstandt vanden publijcken ende van Godt-ghebodenen kercken-dienst [DM], Tot Schiedam by Adriaen Cornelisz van Delft anno 1618, 4o, 31p.

(Knuttel 2743. Het fraai gemarmerde kartonnen platten en perkamenten rug. Titel in handschrift op de rug. Op schutblad eigenaarsstempel: “Ex libris L. Knappert. Sibi alque amicis”. In de voorrede van Knuttel 2745 wordt beweerd dat de in 1617 in Brielle afgezette en daarna in Delft woonachtige predikant Willem Crijnsz de auteur zou zijn).

HaarlemIUSTIFICATIE van de procedueren by Schout, Burghermeesteren ende Regeerders der stadt Haerlem, gehouden in den jare xvic ende zeven-thien teghens eenighe overhoorighe ende onrustighe persoonen binnen dezelve stadt [stadswapen], Tot Haerlem ghedruckt by Adriaen Rooman, ordinnaris stadts-boeck-drucker, woonende in de Koningh-straet, in de vergulde Passer, anno 1618, 4o, 37p.

(Knuttel 2553. Zonder de op de titelpagina genoemde extracten. Vanaf p.5 vochtvlekkerig. In fraai rood-kartonnen bandje. Op de rug in kleine gouden cijfers ‘1618’).

I. PATRIOTA [FRANÇOIS VAN AERSSEN], Advertissement aen alle goede in-woonderen en liefhebbers van dese Nederlanden. Omme van een yeder gelesen en in het binnenste van sijn herte ghedruckt te worden [Orn.], Ghedruckt uyt cracht der waerheyt-Beminners Anno 1618, 4o, [vi]p.

(Knuttel 2637).

[FRANÇOIS VAN AERSSEN], Gvlden legende van den nieuwen St. Jan, dat is: Cortgulden1verhael van den edeldom, deuchden ende handelingen van Meester Jan van Barnevelt, ghewesene advocaet van Hollandt ende West-Vrieslandt. Gestelt tot klaer ende goet bericht van een yegelijcken, insonderheyt slechte Mennist, en devote Katholijcken [afb. Nieuwen S. Ian], Het is een onverdraechlijcken last, dat de knecht boven sijn meester wast. Ghedruckt anno 1618, 4o,

(Knuttel 2757. De auteur is François van Aerssen heer van Sommelsdijk (1572-1641). Met geplakte rug. Onderstrepingen en kanttekeningen uit die tijd).

[FRANCOIS VAN AERSSEN] Gvlden legende van den Nieuwen St. Jan: Dat is: Cortgulden2verhael van den Edeldom, deuchden ende handelinghen van Meester Jan van Barnevelt, ghewesene Advocaet van Hollandt ende West-Vrieslandt. Ghestelt tot claer ende goet bericht van een yghelijcken, insonderheyt slechte Mennits, en devote Catholijcken. Tweeden druck verciert met een voor-reden [gravure], z.pl., z.j. [1618], 32 p.

(Knuttel 2758. Zeldzame tweede druk zonder jaar van uitgave. Met titelgravure. Eenvoudige papieren omslag. Titelpagina onderaan iets te kort afgesnede. Leesbaar is “Ist niet een onverdraechlijcke laste [onleesbaar:] dat de knecht boven sijn meester wast”. Knuttel (Verboden boeken) 225 (“een vuil paskwil tegen Oldenbarnevelt”).

[FRANÇOIS VAN AERSSEN], Provisionele openinghe van verscheyden saecken ghestelt in de remonstrantie van den Her Advocaet van Hollandt ende West-Vrieslandt. Tot naerder onderrechtinghe, so van hare Ed. Mog. als van alle ghetrouwe patriotten ende liefhebberen des vaderlandts. Waerinne oock de nulliteyt van de ghenaemde ontdeckinghe van de valsche Spaensche ende Jesuytische practijcquen cortelijck wort aenghewesen [Orn.], Ghedruct wt cracht van de privilegien der Vrye Nederlanders, anno 1618, 4o, 59p.

(Knuttel 2634. Toegeschreven aan François van Aerssen, heer van Sommelsdijk).

BELYDENISSE VAN LEDENBERGH, soo tot Vtrecht als inden Hage, oock de doot van Taurinus, ende die moort van Ledenbergh aen hem selven begaen. Noch is hier by ghevoeght, t’ gheene cortelingh de voornoemde patienten wedervaren is [ill.] Gedruckt anno 1618, 4o, 4p.

(Knuttel 2695).

CLAES JANSZ VISSCHER, t’Arminiaens Testament, [Gedruckt in ’t Jaer 1618], plano (25,7×34 cm)

Testament1

(Bewerkte versie van een eerdere spotprent op het remonstrantisme die in hetzelfde jaar was gemaakt door dezelfde graveur. Beide prenten lijken te zijn gebaseerd op een spotprent van Simon Frisius uit 1609, getiteld Piramide van de Vrede en is hier thematisch een omkering van. Graveur Claes Jansz. Visscher was contra-remonstrants-gezind en vervaardigde deze en anderespotprenten om hun zaak te bepleiten. Deze prent staat bol van de symboliek. Te zien is een wankele toren, met bovenop een non met rozenkrans en boek. Zij verbeeldt het Misverstand en kijkt door de vingers. Daaronder worden de belangrijkste remonstrantse steden afgebeeld, waaronder ook prominent de stadGouda. Daar wordt de omstreden Goudse catechismus vastgehouden door Arminius en zijn beoogde opvolgers als hoogleraar in Leiden, Conradus Vorstius. Verder is te zien hoe een contraremonstrant de stad wordt uitgezet en ook de waardgelders die de stad in dienst nam om zich te verdedigen tegen de legers van prins Maurits. Andere steden zijn Kampen, Hoorn, Schoonhoven, Rotterdam, Haarlem, Leiden en Utrecht. Onder aan de toren staan Bedroch en Nijdt. Bedroch heeft een muizenval op het hoofd en een schaal met een drol erop; Nijdt houdt een troffel in de rechterhand en in zijn linkerhand een hart dat hij opeet. Voor de toren zitten zeven vrouwen rondom de Nederlandse leeuw die de zeven provinciën vertegenwoordigen. Een ‘orangen band’ houdt hen bij elkaar. Rechts wordt met de twijfelaars (waggelmutsen) afgerekend. De prent is zonder de toelichtende “Inventaris”, een toelichtenende tekst aan weerszijden van de prent waar diverse letters en cijfers in de prent naar verwijzen. Bij G. staat: “De StadtGouda, vertoonende Vorstius ende Arminius, met haar Goutsche Catechismus, ende de nieuwe aangenomene Soldaten, om die te gebruycken tegend ie Predicanten die volgens die Catechismus niet leeren wilden”. Knuttel 2775).

[J. TAURINUS], Reuck-appel, af-ghevende den lieffelijcken geur van de daden des Doorluchtighen ende Hoogh-ghebooren vorsts, den Prince van Orangien (…) Teghen de quade lucht, onlanghs by een on-ervaren wey-man veroorsaeckt (…). Vervattende onder anderen t’gheen onlanghs is ghepasseert binnen Oudewater. Gestelt door een lief-hebber der Neder-Landtsche vriiheydt. [orn.] Ghedruckt te Philadelphi, 1618, 4o, 88 p.

(Knuttel 2562. Gemarmerd papieren omslag).

[JACOBUS TAURINUS], Den vraegh-al. In-houdende ettelijcke questien ofte vraghen om daer op te hebben een bondighe antwoordt van de theologanten, politijcken, rechts-gheleerden, chrijs-luyden ende anderen [orn.], Ghedruckt in ’t jaer 1618, 4o, [x] p.

(Knuttel 2595)

CONVOLUUT
EEDT vande Schutterije der Stadt Leyden ghedaen inden Iare 1618, 4o, oorspronkelijk één blad].
(Knuttel 2576; ondertekend door I. van Swanenburch op 15 februari 1618; met stadswapen; afgesneden en overdwars in twee delen ingebonden)
AFLESINGHE opten vijfden Aprilis anno sestien-hondert ende achthien van ’t Raethuys der stadt Leyden voor den volcke ghedaen. Gedruct naer t’autentijcque Extract daer van ter Secretarije der voorsz. Stede uytgegeven, [1618], 4o, 8p.
(Knuttel 2577; met ornament en randversiering; titelpagina met exlibrisstempel L. Knappert).
CORT ende metter haest by een gestelde discours op den nieuwen noyt voor desen ghepracktiseerden Eedt, by den Heeren Burghemeesters der Stadt Leyden hare Schutters afgevoordert […] [DM] Ghedruckt int Jaer 1618, 4o, 12p.
(Knuttel 2579; met titelvignet)
CORT VERHAEL Vande Ontschutteringe gedaen aen eenige vrome ende gequalificeerde Borgers binnen de Stadt Leyden ende vande Proceduren aen sommighe vande Ontschutterde aenghestelt. Ghelijck hetselve, by maniere van Remonstrantie, aende Ed. Mog. Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslant, in derselver vergaderinge is gepresenteert gheweest […] Dienende tot Iustificatie vande selve Schutters […] Waer by oock is ghevoecht een kleyn verhael van sommighe insolentien, by de Waertgelders aldaer ghepleeght [wapen Hollandse Leeuw] Ghedruckt by ‘trechte voorstant van Oragnien tot teghenstant van Spangnien, Ao. 1618, 4o, viii+36p.
(Knuttel 2580; met op titelpagina de Hollandse leeuw en het randschrift “Den leeu los synde wil geen halsbant dragen”).
COURANTE der Stadt Leyden, Also vande Publicatie ende verkiesinge des Raedts aldaer geschiedt. Met de Namen der afgesette Burghermeesteren, Schepenen, ende Vroetschappen. Met het gheen dat dese daghen alhier ghepasseert is [wapen Prins Maurits], 4o, 8p.
(Knuttel 2700)

(Convoluut met Leidse pamfletten over waardgelders, schutterij en wetsverzetting in Leiden in 1618; bijeengebonden in kartonnen kaft met gemarmerd papier; uitstekende conditie; uit blibliotheek kerkhistoricus L. Knappert).

JOHAN VAN OLDENBARNEVELT, Remonstrantie aen de Hooge ende Moghende Heeren Staten van de Landen van Hollandt ende West-Vrieslandt van Heer Iohan van Oldenbarnevelt, ridder, advocaet van den selven Lande, in s’Graven-Haghe, by Hillebrant Iacobssz, ordinaris ende ghesworen drucker van de Hooge ende Moghende Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt, anno 1618, 4o, 80 p.

(Knuttel 2624)

[CORNELIS VAN DER MYLE], Ontdeckinge van de valsche Spaensche jesuijtische practijcke, ghebruyckt jeghens eenighe van de beste patriotten ende ghetrouste dienaren van ‘t Landt, by de autheurs van twee fameuse ende seditieuse libellen, het een geintituleert: Noodtwendigh ende levendigh discours etc., het ander: Practijcke van den Spaenschen Raedt etc. Inghestelt by een liefhebber van de waerheydt ende van het vaderlandt, in s’Graven-Haghe, by Hillebrant Jacobssen, woonende aen de Marckt, anno 1618, 4o, 34 p.

(Knuttel 2632)

FRANCHOYS VAN AERSSENS, Noodighe remonstrantie aen de Doorluchtighe, Hooghe ende Mogende Heeren, Mijn Heeren die Staten Generael der Vereenichde Nederlanden (…) Overghegheven ter vergaderinghe van de (…) Staten Generael (…) opten 30. mey anno 1618, door den Heere ambassadeur Franchoys van Aerssens. Ghedruckt voor N.N. uwen ootmoedighen dienaer, anno 1618, 4o, 32 p.

(Knuttel 2638)

CORNELIS VAN DER MYLE, Vertoogh aen de Hooge Mogende Heeren mijne Heeren die Staten Generael der Vereenighde Nederlanden by den Heere van der Mijle overghegheven teghen seecker fameus libel, hare Ho. Mog. gepresenteert onder den naem van Remonstrantie, wesende onderteyckent Franchoys van Aerssen. In s’Graven-Haghe, by Hillebrant Iacobsz, woonende aen de Marckt, anno 1618, 4o, 38 p.

(Knuttel 2642)

[FRANCHOYS VAN AERSSENS], Corte antwoort aen de Doorluchtichste, Hoogh-Mogende Heeren de Staten Generael, overgegeven by d’Heer van Sommelsdiick tegens seker vertooch, geadvoveert ende getekent Cornelis van der Myle. In ‘s Gravenhage, by Aert Meurs, boeckverkoper in de Papestraet in den Bybel 1618, 4o, 16 p.

(Knuttel 2643)

[FRANCHOYS VAN AERSSENS], Naerder vertooch aen de Hoogh-Mogende Heeren Staten Generael, overghegheven door den Heere van der Myle. Ende antwoort aen deselve Hoogh-Mogende Heeren Staten Generael, overghegheven by d’Heer van Sommelsdiick. In augusto in s’Graven-Haghe 1618, 4o, 14 p.

(Knuttel 2648)

[JOHANNES LYDIUS], Historisch verhael van de voorneemste swaricheden, verschillen en procedeuren, sowel in kerckelijcke als politijcke saken, dry jaren herwaerts voorghevallen binnen de stadt Oudewater. Wtghgheven by de kerckeraet aldaer ende eenighe van de magistraten. [orn.] T’Amsterdam, by Jan Evertsz. Cloppenburgh, boeckvercooper opt water in de Vergulde Bybel, 1618, 4o, 81 p.

dsc01892

(Knuttel 2567; gemarmerd papieren omslag. Vignet op titelpagina. Titelpagina en eerste pagina iets rafelig.Bij de ongeregeldheden was ook deGoudse predikant Poppius betrokken).

[CASPAR BARLAEUS], Clachte ende Bede der Remonstranten hier te Lande aen den Hoogh gheboren, Doorluchtighen prince van Oraengien, gouverneur van Hollandt, Zeelandt etc., ghedruckt in ’t jaer ons Heeren by een liefhebber des alghemeynen Vaderlandt, 1618, 4o, 14 p.

(Knuttel 2734).

‘D ARMINIANZE SCHANStot Leyden, Johannes Tangena (ca. 1687-1691) te Leiden, 1618 [eind 17de eeuw], plano, 1p.

(Blad met een voorstelling en een beschrijving van de arminiaanse schans te Leiden. Ingelijst in brede notenhouten lijst uit eerste helft 20ste eeuw. De schans werd op 5 oktober 1617 in de Breestraat bij het stadhuis opgericht om de remonstrants gezindevroedschap en waardgelders te beschermen. De voorstelling toont de schermutselingen die in de omgeving van de schans plaatsvinden. In de plaat, onder de voorstelling, een Frans onderschrift in vier verzen. Het Nederlands onderschrift van drie kolommen, met een beschrijving van de gebeurtenissen tot 20 oktober 1618 toen de schans is afgebroken en een verklaring van de letters in de voorstelling. Dit tekstblad was in de oorspronkelijke prent uit 1618 [Knuttel 2581] op een apart stuk papier gedrukt en vastgeplakt op het blad met de voorstelling. In deze laat 17de-eeuwse bewerking van de oorspronkelijke prent zijn afbeelding en tekst op één blad gedrukt. Tussen de Franse tekst heeft de graveur en uitgever zijn handtekening aangebracht: “J. Tangena Excud”; in september 2012 in andere handen overgegaan).

[VINCENT VAN DRIELENBURCH], Een helder licht, daer in klaerlick ghesien wort dat d’Arminianen niet alleen de oorsaecke zijn van de hedendaechsche twisten der Kercken ende Landen etc. Maer dat se oock arbeyden (door liegen, lasteren ende valsch beschuldigen) om de oude ware Gereformeerde Religie ende alle liefhebbers der selver uyt te roepen door Inquisitie ofte Vervolginge gelijck hier door hare onchristelicke daden betoont wort (…). Alles vervatet ende beschreven in twe brieven [uit 1617], den eenen uyt Bruyssel door Iob Eenvout, den anderen door Verderijck Goemaer, uyt Amsterdam, Met consent van den Oppersten Prince der Princen [1618], 4o, 64p.

(Knuttel 2463; zonder omslag; bladzijden deels los)

DEN HAERLEMSCHEN HARMINIAEN, dat is: Verhael van de vreetheydt der Heeren van Haerlem, een jaer oft drye herwaerdts ghepleeght aen verscheyden goede patriotten, dienende tot meerder openbaringe van hare Iustificatie [orn.] Ghedruckt in’t jaer ons Heeren anno 1618, kl.4o, 30p.

(Knuttel 2557. Zonder omslag. Gaaf exemplaar met miniscuul gaatje in titelpagina. Betreft kritiek op verbanning Abrham de Block en Elias Christiaensen).

FLORENTIUS SCHOONHOVIUS, Emblemata Florentii Schoonhovii I.C. Goudani. IMG_2088Partim Moralia partim etiam Civilia, cum latiori eorundem ejusdem auctoris interpretatione. Accedunt et alia quaedam Poëmatia in alijs Poëma: tum suorum libris non contenta, Goudae Apud Andream Burier [gedrukt door Jasper Tournay] 1618, 4o, [xii]+251p.

(Eerste editie van populaire emblematabundel van Goudse jurist Florentius Schoonhoven (1594-1648); in originele, wat sleetse perkamenten, band met sporen van sluitlinten. Het boek is op de markt gebracht door de Goudse schoolmeester en uitgever Andreas Burier, een uit Lille (Rijssel) afkomstige Zuid-Nederlandse vluchteling en gedrukt door Jasper Tournay in Gouda. Met portret van de auteur en 74 emblatische gravurus op halve pagina van Chrispijn van de Passe. Bij enkele hoofstukken zijn de titels vertaald ern in oud handschrift toegevoegd. Op voorste, aam onderzijde voor een klein deel afgescheurd, schutblad eigenaarsinschrijving “D.D. Barones de Jongenlesch 1948”, “Jack Kempen 29-1-77 wwini” en bibliotheekstempel “Conv. F.F. Minorum Hasleti”. Op keerzijde enkele aantekeningen in oud handschrift. Ook toitelpagina mist onderste strookje, zonder schade aan drukwerk. Bij het impressum is in oud handschrift “Hollandei” en “Gouda” toegevoegd. Enkele kleine scheurtjes en watervlekjes. Schoonhovius woonde in het pand De Wildeman aan de Westhaven in Gouda. Hij was gereformeerd, werd remonstrant en daarna rooms-katholiek).

FLORENTIUS SCHOONHOVIUS, Emblemata Florentii Schoonhovii I.C. Goudani. Partim Moralia partim etiam Civilia, cum latiori eorundem ejusdem auctoris interpretatione. Accedunt et alia quaedam Poëmatia in alijs Poëma: tum suorum libris non contenta, Goudae Apud Andream Burier [gedrukt door Jasper Tournay] 1618, 4o, [xii]+251p.

(Puntgave eerste editie van populaire emblematabundel van Goudse jurist Florentius Schoonhoven (1594-1648), opnieuw gebonden in halfleren band en platten van gemarmerd karton. Titel “Emblemata” en jaar van uitgave “1618” op de rug. Perfect binnenwerk, met portret van de auteur en de 74 emblematische gravures van Chrispijn van de Passe. Alleen een klein scheurtje in het eerste tekstblad).

NICOLAS ORLANDIN, La vie du R.F. Pierre le Fevre, premier compagnon du B.P. Ignace de Loyola fondateur de la compagnie de Iesus [Afb.]A Bordeaus, par Simon Millange simprimeur ordinaire du Roy, 1618, 8o, [vii]+166+[iv]

(Niccolò Orlandini (1553-1606) was een Italiaanse jezuïet en historicus. Hij werkte in Napels en ging daarna naar Rome, waar hij gevraagd werd de geschiedenis van de jezuïeten te beschrijven. Dit is een van de producten daarvan. Met kleine houtsnede van Golgotha op titelpagina. In originele perkamenten band. Rug vlekkerig. Middeleeuwse bindstroken zichtbaar. Rood gestippeld op snee).

ORDINANCIE, styl ende maniere van procederen vanden souverainen raede van Brabant ende Landen van Overmaeze. Ghedecreteerd by heure Hoocheden die Eertz-hertoghen van Postenrijck, Hertoghen van Burgundien, Lothrijck, Brabant, &c. [wapen] Tot Bruessel, by Huybrecht Anthoon, gheswooren Boeck-vercooper ende Drucker vanden Hove, woonende inden gulden Arent bij t’Hoff, anno 1618, 4o, 166+[lxxxii] p.

(Met wapengravure op titelblad en groot drukkersmerk op laatste pagina. Originele overslaande perkamenten band, vlekkerig en sleets; bovenzijde van de rug afgebroken. Met resten van leren sluitlintjes. In handschrift op de rug titel en jaartal. Doorschoten exemplaar, met band op de kop na inbinden van het boek. Aan het eind 41 ongenummerde bladen met zeventiende-eeuwse arresten en notities in Nederlands, Frans en Latijn, mogelijk grotendeels van de hand van J. Cornets (mogelijk de Brusselse notaris Jean Cornets, werkzaam van 1664-1673). Hij noteerde voorin het boek onder meer wetsaanpassingen vanaf 1312, een naamlijst van kanseliers en met het oog op jurisprudentie vele geanonimiseerde zaken. Enkele bladen met aantekeningen los. Op het titelblad diverse eigendomsaantekeningen: van “Van den Schrieck”, “J. Cornets Mr. 1663 gecocht tot den Joris (?) Hopstraet in de Conditie 1 -16”, “W. Rappard” en “ex libris Cont. D. De Dieudonné Loo”).

EDOYARD LEON MELLEMA, Den schat der Duytscher Tale, met de verklaringe in Fransois, van nieus grootelijcx vermeerdert, verciert ende verrijct met vele nieuwe woorden, spreucken ende sententien. Achter met een appendix veler woorden hunnen oorspronc hebbende van verscheyden talen. Tot behulp der onervarene inde Fransche tale zijn de letters die versweghen dienen onderteeckent met stipkens [orn.] Tot Rotterdam, by Jan van Waesberghe in de Fame 1618, 4o, [ongepagineerd]

LE GRAND DICTIONAIRE François-Flamen: Augmenté en ceste derniere edition d’une infinité de vocables, dictions & sentences tres-elegantes & necessaires: recueili des dictionaires les plus copieux. Item un abregé des lettres qui ne se prononçent point [orn.] A Rotterdam, chez Iean Waesbergue, à l’enseigne de la Fame, l’an 1618, 4o, [ongepagineerd]

(Volledig, zeer zeldzaam woordenboek Vlaams-Nederlands-Frans. In Nederlandse bibliotheken slechts één volledig exemplaar bekend. Twee fraaie titelpagina’s met titelborduur. Tweede deel wordt gevolgd door zeevaart en navigatietermen en enkele pagina’s met conversatiezinnen. Met opdracht aan de magistraat van Rotterdam. Op eerste schutbladen enkele rekensommetjes en in oud handschrift “”Hypocrisis vultam sobrietats habet” [Hypocrisie heeft het gezicht van nuchterheid]. Op eerste titelblad eigendomsaantekening in de marge: “Cornelis Jansz Stolwijck”, mogelijk een schepen in het ambacht van Bodegraven in 1620. Andere eigendomsaantekening op titelblad doorgehaald. Enigszins vervuilde, originele perkamenten band. Papier in het begin aan de randen wat rafelig door veelvuldig gebruik. Gedeelte met boekenwurmgaatjes in de marge, zonder tekstverlies. SJH).

PETRUS CANISIUS, Opus catechisticum: sive summa doctrinæ christianæ præclaris divinæ scripturætestimoniis, solidisque sanctorum partum sententiis, ut numquàm anteà, sedulò illustrate, aucta & explicate, quemadmodum ex proxima præfatione constabit [Afb. Christus] Lutetiæ parisiorum, apud societatem typographorum Parisiensium, 1618, fol., [lxx]+969+[xli] p.

(Een van de talrijke edities van de uiteenzetting over de christelijke leer van de Nijmeegse jezuïet Petrus Canisius (1521-1597), waarvan de eerste druk in 1555 verscheen. In beschadigde perkamenten omslagband, met vlek op voorplat. Perkament achterzijde los van karton; aan voorzijde is karton verdwenen. Boekblok gaaf. SJH).

JACOBUS TRIGLAND, Verdedigingh van den recht-ghematichden christen Iacobi Triglandii, tot voorstandt vande recht-sinnige onderlinge verdraechsaemheyt, teghens de vermomde onderlinghe verdraechsaemheyt Iacobii Taurini ende zijne verwarde boecken vande selve. Het tweede deel, ghestelt teghen het tweede deel Taurini, [DM] T’ Amstelredam, by Marten Jansz. Brant, boeck-verkooper inde Grave-straet by de Nieuwe-Kerck, inden Gereformeerden Catechismus, Anno 1619. 4o, 244 p.

(Knuttel 3002. Origineel gaaf perkament. Fraai drukkersmerk met als randtekst Lucas 24: “Brande ons herte niet in ons als hy met ons sprack op den weghe”. Wel vouw in titelblad. Op de achterzijde ‘verwijderd uit bibliotheek VU’. Eigendomskenmerk op titelblad: “N. Barkeij”. Op de keerzijde van het schutblad “Desen boek behoord toe Cornelis Wisse ontvangen ter gedagtenisse den 9 jannuaarij 1791”. Mooi exemplaar. Licht vlekkerig. Op de rug met moderner handschrift naam auteur, titel en (onjuist) jaartal 1617. Jacobus Trigland (Vianen, 22 juli 1583 – Leiden, 5 april 1654) was een Nederlandse predikant. Een kleinzoon van hem met de gelijkluidende naam was in later tijden ook predikant. Trigland was van huis uit rooms-katholiek. Hij werd opgevoed bij familie in Gouda (eveneens katholiek), van hieruit ging hij theologie studeren aan de universiteit van Leuven. Tijdens deze studie kwam hij in aanraking met het werk van Augustinus. Later werd hij naar Haarlem gestuurd waar hij zich verder verdiepte in de gereformeerde leer. Na veel strijd brak hij met het katholicisme en ging hij over tot de gereformeerde kerk. Hierdoor was hij bij zijn familie in Gouda niet meer welkom. Daarom ging hij bij zijn ouders in Vianen wonen, waar hij benoemd was tot rector. Na verdere studie van de gereformeerde leer deed hij in 1603 belijdenis en ging hij de predikantsopleiding volgen. In het jaar 1607 werd hij bevestigd als predikant in Stolwijk in de classis Gouda. Vanaf het jaar 1610 was hij predikant in Amsterdam. Vanaf 1634 tot zijn dood in 1654 was hij verbonden als hoogleraar aan de universiteit van Leiden. Vanaf het jaar 1637 was hij hier ook predikant. Hij was de vader van Cornelis Trigland de dominee die de latere stadhouder Willem III onderwees in de gereformeerde leer. In het jaar 1615 verscheen van zijn hand een traktaat getiteld: ‘De recht-gematigde Christen’. Dit werk was een reactie op een werk van zijn Haagse ambtsbroeder Jean de La Haye, met de titel: ‘De gematigde Christen’. Jean de La Haye pleitte in zijn werk voor de vrede in de kerk, waarin toen de strijd tussen remonstranten en contraremonstranten hoog opspeelde. Trigland schrijft in zijn werk dat deze vrede niet ten koste mag gaan van de leer. Hij wijst erop hoe de reformatoren omgingen met andersdenkenden, wanneer zij dit standpunt wel en wanneer zij dit standpunt niet accepteerden. In dit werk uit 1615 schrijft Trigland al dat de contraremonstranten al jaren vroegen om een synode, een synode die er eindelijk pas kwam in 1618: de Synode van Dordrecht. Trigland werd naar deze synode gezonden als afgevaardigde voor Noord-Holland. Trigland schreef diverse werken tegen de Goudse remonstrantse predikant Poppius (met name tegen diens boek d’Enge poorte) en een kerkelijke geschiedenis als tegenhanger voor een kerkgeschiedenis van Johannes Wtenbogaert).

VERTOOGH BY DE REMONSTRANTEN gheciteert ende ghedeputeert, op het Synodes Nationnael tot Dordrecht. Affghesonden naer Den Haghe met eenen expressen den 26. Januarij Anno 1619 aen de Doorluchtighe Hooghmoog. Heeren, Myn Heeren, de Staten Generael der Vereenichde Neder-landen, Door een liefhebber der Nederlantsche Vrijheyt die van herten den welstant deser landen bemint. Anno 1619, 4o, 24 p.

(Knuttel 2837)

SIMON EPISCOPIUS, Oratie van den Hoogh-gheleerden ende voortreffelijcken Mr. Symon Episcopius, professoor der Theologie inde Universiteyt binnen Leiden. Bij hem inde Synode Nationael tot Dordrecht, soo voor hem selfs als van weghen de xii andere remonstrantsche hem byghevoechde kercken-dienaren inden aenvang haerder handelingen gedaen den 7. December anno 1618 [Orn.] Ghedruct in’t iaer ons Salichmaeckers 1619, 4o, 29p.

(Knuttel 2834. Aan het eind in oud handschrift toegevoegd: “Roterodami ao. 1619”. Met enkele door dezelfde hand aangebrachte onderstrepingen. Geboden in kleurig gemarmerd papier).

NAMEN der vier-en-twijtig gedelegeerde rechters van den advokaat Johan van Oldenbarnevelt, bij den ambassadeur van Vrankrijk beuls genoemd: waar voor ijder vier-en-twintig honderd guldens heeft genoten, z.pl., z.j. [1619], broadsheet.

(Prent met de namen van de 24 rechters die de dood van Oldenbarnevelt hebben bevolen In het midden een borstbeeld van de advocaat die in februari 1619 werd geëxecuteerd; het is gekopieerd naar het bekende portret van Jan van Mierveld. Randschrift: IOANNES AB OLDENBARNEVELT EUQES D. BERKELIAE RODESIAE binnen de lijst AEtatis 70. A.° 1617; Drie regels Nederlandse tekst onder de lijst: Jan van Oldenbarnevelt, Ridder, Heer van Berkel Rodenrys. &c. Advocaat en Bewaerder van groot zegel en Archiven van Holland en Westvrieslad. Verder staat onder de plaat met het portret een gedicht van 8 regels. De namen van de juryleden zijn: HENRIK VAN ESSEN, NICOLAAS DE VOOGT, NIKOLAAS KROMHOUT, ADRIANUS JUNIUS, HENDRIK ROZA, PIETER KOUWENBURG VAN BELOIS, ADRIAAN VAN SWIETEN, HUGO MUIS VAN HOLI, AREND MEINERDSZ.GERARD BEUKERSZ. VAN ZANTEN, JAKOB VAN BROEKHOVEN, REINIER PAAUW, PIETER JANSZ. SCHAGEN, AALBRECHT BRUINING, ADRIAAN MANDEMAKER, JAKOB SCHOTTE, ADRIAAN PLOOS, ANSELMUS ZWELMIUS, JAN VAN DEN ZANDEN, RIEK AITZMA, VOLKERT SLOOT, JAN VAN HEMERT, GOSEN SCHAFFER, ICHTO GOKKINGA. Gravure en boekdruk op papier; plaatmarkering: 178 x 125 mm. In het midden is een vouw te zien. Ingelijst in een blanke houten lijst).

[JOHANNES WTENBOGAERT], Den eenigen ende rechten waerom van de uytvoeringhe der Remonstrantsche leeraers uyt de Gheunieerde Provintien tot onderrichtinghe van de eenvoudighe christenen ende goede patriotten des Landts, [Orn.], z.pl., Anno 1619, 4o, 8p.

(Kuttel 2962)

[D. SAPMA], Leugen-strick, ofte praetjen van de onderteijkeninghe tot Waelwijck, kortelijck wederleydt tot verantwoordinghe vande uytghesettede predikanten aldaer ende waerschouwinghe van de andere diemen noch looflijck daer door soeckt te verstricken, [Orn.], z.pl., Ghedruckt in ’t jaer ons Heeren anno 1619 met onversochte privilegie, 4o, 10p.

(Knuttel 2964. Verweerschrift tegen gerucht dat remonstrantse ballingen de bisschop van Den Bosch schriftelijk beloofd hadden af te zien van kerkelijke bediening).

CONVOLUUT
[EDUARD POPPIUS], Christelicke vermaninghe vande ghetrouwe herders (teghenwoordigh uytlandich sijnde) aen haer bedruckte Gemeente [DM] Ghedruckt int jaer ons Heeren Jesu Christi: duysent ses hondert en neghenthien [1619] 20p.
(Knuttel 2969; ondertekend “In Waelwijck desen 31. July 1619”).
[EDUARDUS POPPIUS], Ghebedt der verdruckte ende bedroefde Ghemeente Jesu Christi inde Vereeninchde Nederlanden ende voornemelijck inde Provincien van Hollant tot Godt ende den Vader Iesu Christi [DM] Ghedruckt in ’t jaer 1619,19p.
(Knuttel 2974)
[EDUARDUS POPPIUS], Ontdeckinghe van den oproerighen gheest der Contra-Remonstrantsghesinde binnen der stede van Oudewater. Vervarende een cort ende waerachtigh verhael van ‘tghene binnen der stede voorsz. ghepasseert is, voornementlijck binnen de tijdt van ontrent een jaer herwaerts in de vergaderinge van de Mogende Edele Heeren Staten van Hollandt ende Westfrieslandt eerst by monde ghedaen ende daerna schriftelijck overgelevert op den xxii-en januarij deses jaers 1618. Van verscheyden Vroedtschappen der voorsz. stede daertoe by hare Mogh. Ed. specialijck ontboden ende gelastet zijnde. Met Voor-reden ende Na-reden tot dienste des lesers daer by ghevoeght. [DM] Ghedruckt [te Gouda door Jasper Tournay] inden jare 1618, 40p.
(Knuttel 2565. Identificatie drukker P. Dystelberge)
[EDUARDUS POPPIUS], Troosteliick nieuwe-jaer, den Christelijcken Gemeynten der Remonstranten die inde Vereenichde Neder-Landen vervolghinghe lijden, toeghesonden vanweghen hare Herders ende Leeraers om voorstant van waerheyt ende van vryheyt der conscientie in ballinghschap verdreven zijnde [DM] Ghedruckt in ‘t jaer 1620, 32p.
(Knuttel 3073)
[EDUARDUS POPPIUS], Antwoordt op de malitieuse calumnie der Contra-Remonstranten in de Vereenighde Nederlanden. Daermede sy oorsake nemende soo uyt verscheyden andere ongefundeerde redenen die sy voorwenden, als oock uyt de schandelijcke afval Petri Bertii, de remonstrantsche predikanten om voorstandt vande Evangelische waerheyt ende vryheydt der conscientie ghebannen zijnde, valschelijck beschuldighen dat sy papisten zijn, ofte na ’t Pausdom hellen ende ‘tselve in de Ghemeynten hares vaderlandts soecken in te voeren [DM] [te Gouda door Jasper Tournay] Anno 1620, 52p.
(Knuttel 3081. Identificatie drukker door Paul Dystelberge)
[EDUARDUS POPPIUS], Nieuwe-iaer, vervatende stoffe tot goede ende vreedsame bedenckinghen ende raetpleginghen over religions saken in dese bedroefde tijden: voor Magistraten, Leeraers ende gemeene Ingesetene vande Vereeninghde Nederlanden [DM] Anno 1621, 80p.
(Knuttel 3252)
EDUARDUS POPPIUS, Twee brieven. D’eene aen Bartholomaeum Nicolai, Contra-Remonstrantsch predikant binnen ter Goude: daer op een swaer vonnisse vande E.Magistraet der selve stede op den 18. novemb. teghen Poppium ghevolght is. D’ander aen de Remonstrantsche Ghemeynte binnen ter Goude: daer in van de eerste brief ende ’t vonnisse daer op ghevolght ghesproocken wordt [DM] Ghedruckt in ’t iaer ons Heeren 1621. 48p.
(Knuttel 3261)
EDUARDUS POPPIUS, Aenwijsinghe vande groote endsc01903de grove mis-slaghen D. Batholomaei Nicolai, Contra-Remonstrantsch predikant binnen ter Goude van hem tegen waerheyt ende liefde begaen, in sijn boeckgen, ghedruckt onder den tijtel: Clare ende Noodtwendighe antwoorde &c. Tot voorstandt van de goede sake der Remonstranten in ’t ghemeyn ende specialijck vande Remonstrantsche Gemeynte ende Leeraers binnen ter Goude, by forme van een brief aen D. Bartholomaeum Nicolai gestelt, met een Voor-reden ende Na-reden aen de Remonstrantsche Gemeynte Christi binnen ter Goude, ende aen de selve in gheschrifte ghesonden [DM] Ghedruckt onder ’t Cruys, int iaer ons Heeren 1622, [iv]+120p.
(Knuttel 3366)
EDUARDUS POPPIUS, Aenhanghsel vande Enge-Poort, vervatende een verclaringhe over de woorden des Apostels Pauli 1 Cor.16,13. By forme van predicatie gestelt, ende in twee predicatien af-gedeylt, ten dienste van de Remonstrantsche Gemeente Christi binnen der Goude ende alle Remonstrants-gesinde Christenen te wat plaetse sy sijn (…) Door Eduardum Poppium, in sijn leven Dienaer des Heeren Jesu Christi binnen der Goude [DM] Tot Enghuysen by Deodatus Waermondt. Anno 1624, 82p.
(Knuttel 3555)
EDUARDUS POPPIUS, Verklaringhe over de woorden des H. Evangelist Matthei XVIII. vers.7 […] By forme van predicatie ghestelt, ten dienste van de Remonstrantsche Ghemeente Christi binnen der Goude ende alle Remonstrants-gesinde Christenen te wat plaetse sy sijn. Door Eduardum Poppium zalgr. ged., in syn leven ghetrouw Dienaer des H. Evangelij binnen der Goude [DM] Ghedruckt in ’t jaer ons Heeren 1626. 15p. 4to.

(Convoluut met tien kleinere geschriften van de Goudse predikant Eduard Poppius uit de jaren 1618-1626; modern half linnen omslag; enkele vochtplekken en één pamflet met enkele wormgaatjes).

[CASPAR BARLAEUS] Vertroostinghe aen de Remonstrantsche Kercken hier te lande ghesonden. Over het onrechtveerdigh bannissement van hare godsalighe gheleerde ende ghetrouwe predicanten op het Nationael Synode gheciteert [orn.] Ghedruckt in’t jaer ons Heeren, 1619, 4o, 13 p.

(Knuttel 2846; in oud handschrift na jaartal toegevoegd “in Aug.”. Pagina’s verkeerd genummerd. Zonder omslag).

LIGUE OFTE VERBINTENISSE by eenige predicanten, meest van heuren dienst verlaten, op den vijfden martij 1619, tot Rotterdam beraemt ende aen de kercken gesonden omme de ingesetenen deser landen in ghestadige verdeeltheden ende scheuringhe te houden. Ende de sententie ter saecke van dien by den Hove van Hollandt over eenige van hemluyden ghewesen. Mitsgaders de resolutie van de Ho. Mo. Heeren Staten Generael daer op ghevolght, beyde in dato den negenthienden jul. 1619 ende des volgenden daechs geexecuteert. Na de copye van Hillebrant Iacobssz, ordinaris ende gesworen drucker van de Ed. Mog. Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt anno 1619, 4o, 12 p.

(Knuttel 2947; De Goudse predikant Harboldus Thombergen was een van de betrokken predikanten.)

NICOLAES GREVINCHOVEN, T’ghebesoigneerde. Dat is t’gene in sekere heymelijcke vergaderinghe binnen Rotterdam by eenighe remonstrantsche predicanten, ouderlinghen ene diaconen is verhandelt gheworden in martio deses jaers 1619. Met een bygaende voorreden ofte discours, waerin verthoont wort met wat recht eenighe remonstrantsche predicanten over de voorsz. vergaderinghe in S’Graven Haghe by den Hove van Hollandt worden ghemolesteert, ghedachvaert, gheconfineert, ende ghebannen [Orn.] [z.pl., z.j. [1619], 4o, [xxx]p.

(Knuttel 2949. Hierbij was ook de Goudse predikant Herboldus Thombergen betrokken. Zonder kaft).

REQUEST aen de doorluchtige Hoochmoghende Heeren, Mijn Heeren de Staten Generael der Vereenichde Provintien, van weghen de Remonstranten, gheciteerde ende gedeputeerde tot den Synodum Nationael binnen Dordrecht [DM], z.pl. Ghedruckt int jaer ons Heeren 1619, 4o, 8p.

(Knuttel 2947)

[HENRICUS SLATIUS], Christalijnen spiegel, waerin men naecktelijcken kan zien, wie t’zedert eenige jaren herwaerts inde provintie van Hollandt, de hoogheydt, rechten, privilegien en vrijheden hebben gevioleert. Of wie deselve met alle behoorlijcke middelen hebben gesochte te handt-haven. Mitsgaders wie de unie, ruste en vrede so in de polijtijcken staet, als in de kercke gesocht hebben te onderhouden. Of wie de rechte autheurs zyn van alle twiste, scheuringe, twist, tweedracht en andere ongevallen in dese voornoemde provintie opgeresen (…) [orn.], Int jaer ons Heeren 1619, 4o, 40 p.

(Knuttel 2980. Naam auteur in zeventiende-eeuws handschrift op titelpagina)

CASPAR BARLAEUS, Vale houdende verclaringe, in wat voeghen de Sinodus Nationael tot Dordrecht, den Remonstranten afscheyt heeft ghegheven [orn.], ‘tIaer Christi1619, 36p.

(Knuttel 2836)

[HENRICUS HOLLINGERUS], Requeste verduytscht uyt de Latijnsche tale. Aen de Wel-gheboren, Eedele, Voortreffelijcke Heeren, de Gecommitteerde vande Hoog-Mogende Heeren Staten Generael, op den Synode Nationnael, binnen de Stadt Dordrecht vergadert [orn.], Ghedrukt i’nt jaer ons Heeren 1619, 4o, 8p.

(Knuttel 2844. sleetse papieren omslag; tekstbladen vuil en rafelig)

[SIMON EPISCOPUS], Onbillijcke wreetheyt der Dortsche Synode; midtsgaders derghener die het beleyt daer over hebben ghehadt teghen de Remonstranten in de Nederlandsche Gheunieerde Provincien [orn.], Ghedruckt [in Amsterdam door Nicolaes III Biestkens] in’t jaer 1619, 27p.

(Knuttel 2855; Op titelpagina in oud handschrift “M.S. Episcopij”; Papieren omslag; tekstbladen met vochtvlek in rechter benedenhoek)

SENTENTIE, uyt-ghesproocken ende ghepronuncieert over Gielis Ledenberch, ghewesen secretaris van de Heeren Staten van Utrecht: ende over desselfs cadaver geexecuteert den vijfthienden may anno sesthien hondert neghenthien, stilo novo [wapen van Holland] In s’Graven-Haghe, by Hillebrant Iacobssz., ordinaris ende ghesworen drucker van de Hog.Mog. Heeren Staten Generael. Anno 1619, 4o [xi]p.

(Knuttel 2808, 9 of 10. Zonder omslag; randen rafeling; tekst gaaf. Met jaartal 1619 in oud handschrift op achterzijde)

SENTENTIE, uyt-ghesproocken ende ghepronuncieert over Rombout Hogerbeetz, ghewesen pensionaris der stadt Leyden, den achthienden may anno sesthien hondert neghenthien, stilo novo [wapen van Holland] In s’Graven-Haghe, by Hillebrant Iacobssz., ordinaris ende gheswooren drucker van de Ho.Mo. Heeren Staten Generael. Anno 1619, 4o [xi]p.

(Knuttel 2915, 16 of 17. Zonder omslag; randen rafeling; tekst gaaf. Met jaartal 1619 in oud handschrift)

EEN SCHOON ende heerlijcke vertroostinge, aen alle lief-hebbers der waere ende suyvere religie, onder de ghemeynte der Remonstrants-ghezinde, hoe zy haer in dese verdruckinghe ende ghevaerlijcke tijden, sullen dulden ende draghen: smaeckelijck voor den mont der bedroefde zielen (…) [orn.], Ghedruckt in’t jaer ons Heeren Jesu Christi 1619, 4o, 22p.
(Knuttel 2975. Ornament [ook] gebruikt door drukker Rammazeyn in Gouda)
[JOHANNES WTENBOGAERT], Redenen, waerom men in goede conscientie metten Nederlandtschen Contra-Remonstranten, die haer den naem van Ghereformeerde toe-eyghenen gheen geestelijcke gemeenschap houden of den uyterlijcken dienst langher met hun pleghen en mach, Ghedruckt tot Friburch [Antwerpen?] Met privilegie van de Staten des Lands [z.j. 1619], 4o, [ongepagineerd, 40p.]

(Knuttel 2971. Op titelpagina bij impressum vermelding in oud handschrift dat pamflet voor augustus 1619 verscheen. Samengebonden met voorgaand pamflet. Fris exemplaar. Zonder omslag)

JOHANNES WTENBOGAERT, Ghebedt ofte Schriftuerlijcke meditatie ofte overdenckinge over ’t Vader Onse. Onse Vader die ghy sijt in de Hemelen [orn.], Ghedruckt in ’t iaer ons Heeren 1619, 4o, 20 p.

(Knuttel 2989)

JOHANNES WTENBOGAERT, Dancksegginghe ende ghebedt door den Hooghgheleerden voortreffelijcken Iohannem Wtenbogaert, predicant in ’s Graven-Haghe [orn.], Ghedruckt in ’t jaer ons Heeren 1619, 4o, 8p.

(Knuttel 2990; met exlibris P.A. Pijnappel)

RESOLUTIE by de Hooge Mog. Heeren Staten Generael der Vereenighde Nederlanden, ghenomen jeghens eenighe gheciteerde remonstranten, ende met hun ghevouchde, op den 5 Julij zesthien-hondert negenthien [wapen] in ’s Graven-Haghe, by Hillebrant Iacobssz, ordinaris ende gheswooren drucker vande Ho. Mo. Heeren Staten Generael, anno 1619, 4o, 4 p.

(Knuttel 1680. Latere papieren omslag. Vonnis tegen de ter Synode van Dordrecht geciteerde remonstranten, op basis waarvan zij uit de Republiek worden verbannen. Van dezelfde resolutie is ook een exemplaar bekend, dat gedrukt is in Antwerpen, in opdracht van de remonstranten)

ABRAHAM MELLINUS, Eerste deel van het groot recht-ghevoelende Christen Martelaers-Boeck: ghenoechsaem vervatende een kerckelijcke historie van den opgangh, voortgangh, en ondergangh der vervolgingen: ende tusschen beyden de exempelen der vromer martelaren, als oock eeniger voorneemster confessoren en reformateuren: wt welcker belijdenissen teghens die van het pausdom blijckt de personele successie onser gereformeerde christelijcke religie. Ende daer naer, de rechtveerdige oordeelen Gods over de tyrannendie Gods kercke vervolght hebben. Ende ten laetsten, hoe verde de staet der kercke Christi in leere, ceremonien en leven van de geboorte onses Salighmakers af, van eeuwe tot eeuwe tot het jaer 1520 toe vervallen is. Door Abrahamum Mellinum van Vlissingen, dienaer des H. Evangelij in S. Anthonis Polder, Tot Dordrecht, gedruckt by Isaack Jansz Canin en Jan Evertsz Cloppenburgh tot Amstelredam, an. 1619, fol., 632[=1264]+92p.

(Reusachtig gereformeerd martelaarsboek, waarvan alleen dit eerste deel verscheen, lopend tot 1522. Met talrijke gravures van martelaren en hun marteldood. In originele perkamenten band met op de rug in oud handschrift “Martela. Bouck”. Titelbplad met randgravure. Hele werk met vochtringen.)

[CAROLUS RIJCKEWAERT], Brief aen de verdruckte ghemeynte Jesu Christi binnen der stadt Utrecht [Orn.] Ghedruckt int jaer sestienhondert ende neghenthien [1619], 4o, 38p.

(Knuttel 2961. Geschreven vanuit Waalwijk op 26 september 1619. De auteur was predikant in Utrecht en een van de ondertekenaars van de remonstrantie. Hij woonde de ‘anti-synode van 5 november 1619 bij. Met kartonnen omslag en potloodaantekeningen op binnenzijde voorplat. Op titelblad in oud handschrift “M 1660”).

OORDEEL des Nationalen Synodi van Dordrecht, over de theologie ofte leere Conradi Vorstij, doctor inde H. Theologie. Mitsgaders de resolutie vande Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt daer op ghevolght [Orn.] In s’Graven-Hage by Hillebrant Iacobssz, ordinaris ende ghesworen drucker vande Hog.MogHeeren Staten Generael anno 1619, 4o, [v] p.

(Knuttel 2845. Het synodale oordeel is van 4 mei; de Statenresolutie van 27 juni 1619. Met deze veroordeling kwam een einde aan het zevenjarige verblijf van Vorstius in Gouda. Deze stad kon en wilde hem na de wetsverzetting door prins Maurits niet langer beschermen. Hij trok samen met veel remonstranten naar Sleewijk-Holstein. In harde kartonnen omslag, met titel op sticker op de omslag. Op de keerzijde van het titelblad stempel van de “Bibliotheca Thysiana” en “Duplicaat”).

IOANNIS LORINI, Commentarii in librum psalmorum. Tribus tomis comprehensi. Editio postrema quæ nunc primum in Germania lucem videt [DM] Coloniæ Agrippinæ, sumptibus Antonii Hierati, sub signo Gryphi, anno 1619, gr. fol., [xxxvi]+882+[xxxvi]p.

(Psalmencommentaar van de jezuïet Jean de Lorini (1559-1634). In gave spitselband van omslaand perkament, met delen van sluitleertjes. Titel in vervaagd oud handschrift op de rug. Fraai groot drukkersmerk, waarin Vrouwe Fortuna figureert. In voorste deel lichte vochtvlek. SJH)

[EDUARDUS POPPIUS], Antwoordt op de malitieuse calumnie der Contra-Remonstranten in de Vereenighde Nederlanden. Daermede sy oorsake nemende soo uyt verscheyden andere ongefundeerde redenen die sy voorwenden, als oock uyt de schandelijcke afval Petri Bertii, de remonstrantsche predikanten om voorstandt vande Evangelische waerheyt ende vryheydt der conscientie ghebannen zijnde, valschelijck beschuldighen dat sy papisten zijn, ofte na ’t Pausdom hellen ende ’tselve in de Ghemeynten hares vaderlandts soecken in te voeren [Orn] Anno 1620, 52p.

(Knuttel 3081; druk door Paul Deystelberge toegeschreven aan de Goudse boekdrukker Jasper Tournay in De beer is los, 1620-P1. Op titelblad van dit exemplaar is in oud handschrift geschreven: “Tot desen Antwoort refereert Eduardus Poppius in sijn Nieuwjaar 1621, p. 374”. In versleten kartonnen bandje. Ook in convoluut hierboven).

D[IRCK] V[OLCKERTSZOON] COORNHERT, Recht ghebruyck ende misbruyck van tydlicke have. Welckers sin-rijcke af-beeldingen van D.V. Coornhert zyn bedacht, oock met zyn eygen hand in’t koper gesneden. [portret Coornhert], T’Amsterdam, voor Dick Pietersz. boeckverkooper, wonende op ’t Water inde witte Persse, recht tegen over de Koren-Merckt, [Amsterdam 1620], 4o
PANDULPHUS COLLENUCIUS, ’t Bedroch des Werelts, alwaer als in enen spiegel de bedrieglyckheyt desselven levendigh wort vertoont, onder den name van’t Loeye en Leckere Leven, ‘twelck eertyts seer konstigh in Latynschen dicht beschreven van Pandulphes Collenucius Pisaurensis, rechts-geleerde. En tot oeffeningh des verstands van D.V.C., beneffens den Lofzangh van ’t Goudt, in Duytschen dicht gestelt; maer nu tot Coornhert3openinge en verklaringe veler duysterheden met aenwysingen verryckt ende verlicht [DM] T’Amsteldam, voor Dick Pietersz boekverkooper, wonende op ’t Water in de witte Persse, recht tegen over de Koren-Merckt. [achterin: [DM] t’Amsterdam ghedruckt by Paulus van Ravesteyn, anno 1620], 4o, [ii]+25+67+[i] p.

Coornhert1

(Derde en meest uitgebreide druk van een raadselachtige emblematabundel. De eerste, Latijnse editie stond op naam van de Friese geleerde Bernardus Furmerius en werd in 1585 door Christoffer Plantijn in Leiden uitgegeven. De tweede ook bij deze Dirck Pietersz in Amsterdam in 1610. De tekst zou volgens sommige Coornhertkenners toch van de hand van Coornhert zijn; de naam van Furmerius zou gebruikt zijn om problemen met justitie te vermijden aangezien de auteur in ballingschap verbleef. De gravures worden op de titelpagina van deze editie daarentegen ten onrechte aan hem toegeschreven. Deze zijn vervaardigd door Joannes Wierckx. Recht ghebruyck wordt voorafgegaan door enkele naamdichten op Coornhert en een sonnet. Aan het einde is een ode aan Horatius toegevoegd, alsmede Coornherts Protest Teghen den Slaap. Aan het eind van Collenucius’ werk is Coornherts Lof van de Gevangenisse toegevoegd. Uitgever Dirck Pietersz was gevestigd ‘Op het Water’ tegenover de Korenmarkt. Dat was het Damrak, tegenover de plaats waar later de Beurs van Berlage werd gebouwd. Originele perkamenten band; binding niet al te stevig. Op eerste titelblad aan weerszijden van het portret van Coornhert een eigendomsinschrijving in 17de-eeuws handschrift van Elisabeth Steuvel).

Coornhert6

Coornhert5

Coornhert7

FRANCISCUS SWEERTIUS, Rerum Belgicarum. Annales chronici et historici. De bellis, urbibus, situ & moribus gentis antiqui recentioresque scriptores: quorum pas magna hactenus. Tumus primus,

  1. Iohannes Gerbrandus a Leydis, [carmelitani, Chronicon Hollandiae Comitum et Snoy1episcoporum ultra-iectensium. Ac de rebus domiforisq in Belgio praeclare gestis, A christo nato ad annum usque quo vixit, 1417].
  2. Reynerus Snoyus, Goudanus [Reneri Snoi, Archiatri de rebus Batavicis libri XIII, nunquam ante hac luce donati, emandati nunc demum & recogniti opera ac studio Iacobi Brassicae Roterodami [DM]
  3. Aegidius a Roya, abbas cisterciensis et [Annales Belgici Aegidii de Roya abbatis Montis-regalis ordinis Cisterciensis, dunis olim in Flandiae limite conscripti ab anno Christi 792 usque ad 1478 perducti]
  4. Anonymus, De Belgicis rebus

[DM] Francofurti, in officina Danieis ac Davidis Aubriorum & Clementis Schleichij, An. 1620, fol., [xxii]+373+[xi]+206+107

(In gave perkamenten band met in oud handschrift op de rug: “Sweertii, Annales Chron. Snoy2& Historici Rerum Belgicarum – Ioan A Leidis, Ren. Snoi, Aegid. de Roya”.Het onder 4 op de titelpagina genoemde werk is niet in deze band meegenomen. Papier sterk gebruind. Sweertius was historicus en epigrafist. Hij werd geboren in 1567 in Antwerpen en overleed daar in 1629. Hij onderhield contacten met veel geleerden, onder wie Lipsius, Andre en Gaspar Schott, Van der Putte, Daniel Heinsius, Joseph Justus Scaliger, Casaubon etc. Het tweede gedeelte betreft een handschrift van de Goudse arts Reinier Snoy over de vroegste geschiedenis van het graafschap Holland hiermee voor het eerst in druk verschenen, voorafgegaan door een korte biografie. Zie over hemPaul H.A.M. Abels, ‘Reynier Snoy uit de slagschaduw van Erasmus’, in: Tidinge van Die Goude. Tijdschrift Historische Vereniging Die Goude 34 (2016) 171-176).

SIXTINUS AMAMA, Censura vulgatae atque a Tridentinis canonizatae versionis quinque librorum Mosis [Orn.] Franekerae Frisiorum, postestant apud Danielem Iohannidem bibliopolam, typis Frederici Heynsii typograph in Acad. Franekeranâ, 1620, 4o, [xxxv]+309+[iii] p.

(Amama (1593-1629), was hoogleraar Oosterse talen (Hebreeuws, Arabisch) aan de Universiteit van Franker. Hij droeg dit eerste werk van zijn hand op aan de Friese stadhouder Willem Lodewijk. Het boek is een kritiek op de versie van dePentateuch, bekend als deVulgaat, die als authentiek was verklaard door het Concilie van Trente. In Franeker streed hij fel tegen de losbandigheid van de studenten. In versleten kartonnen band; rug verdwenen en voorplat los).

GUILIELMUS BAUDARTIUS, Memorien ofte kort verhael der ghedenckweerdighste geschiedenissen van Nederlandt ende Vranckryck principalijck: als oock van Hooghduijtschland, Groot-Britanië, Hispanien, Italien, Hungarien, Bohemen, Savoijen, Sevenborgen und Turkijen. Van den iaere 1612 (daer het de vermaerde historieschrijver Emanuel van Meteren ghelaten heeft) tot het begin des jaere 1620. Tot Arnhem gedruckt by Ian Iansz. boeckverkooper, 1620, 4o, [vi] + 478 + [xv] p.

dsc01917

(Eerste druk van Baudartius’ geschiedwerk. Met gegraveerde titelpagina. Compleet. Gerestaureerd met nieuwe perkamenten band. Rug met ribben en titelschildje).

WARACHTIGE HISTORIE van de ghevanckenisse, bekentenisse, leste woorden ende droevighe doot van wylen heer Iohan van Olden-barnevelt, ridder, Heere tot Berckel Roderijs etc. Advocaet van den Lande, bewaerder van den Grooten Zegel ende Chartres van Hollandt ende West-Vrieslandt, Ghedruckt [te Amsterdam] in’t iaer ons Heeren, 1620 [door Joris Veselaer van Antwerpen], 4o, 80 p.

(Knuttel 3069)

TRUER-DICHTEN over het iammerlijck om-brenghen des Edelen ende wijdt-beroemden helds Iohan van Oldenbarnevelt, Heer van Berckel, Roderijs etc., Gedruckt int jaer 1620 [z.pl.], 8 p.

(Knuttel 3109)

SIMON EPISCOPIUS, Brief in de welcke de gront van de Remonstranten, aengaende hare belijdenis ende eenstemminge in het geloovige, naecktelick ontdeckt wort. Met voor-reden aende Hoog-mog: Heeren Staten Generael der Vereenighde Nederlanden [Orn.], In s’Graven-haghe, by Hillebrant Iacobssz, ordinaris ende ghesworen drucker vande Hoog. Mog. Heeren Staten Generael, Anno 1620, 4o, 26 p.

(Knuttel 3076. Oude blauwe papieren strip over de rug. Lichte vlekjes op voorpagina. Enkele oude onderstrepingen. Een wormgaatje door de pagina’s. Goede staat).

VERKLARINGHE vande sententien gepronuncieert jeghens Johan van Oldenbarnevelt ende sijn complicen, by de Heeren Ghedelegeerde Rechteren, vande Hog.Mog. Heeren Staten Generael inden Hage beschreven. Gedaen op den sesten iunij 1602 [doorgehaald 1620], [orn.], In s’Graven-Haghe. By Aert Meuris, boeck-vercooper inde Papestraet, in den Bybel, anno 1620, 4o, 3p.

(Knuttel 3068. Met geplakte blauwe rug).

PLACCAET, van de Hooge ende Mog. Heeren Staten Generael der Vereenighde Nederlanden daer by ’t Plaeccaet van den derden julij sesthienhondert ende negenthien gheconfirmeert ende ordre ghestelt werdt teghen de uytghewesen ende afghesette predicanten, mitsgaders proponenten ende andere persoonen, soo wel mannen als vrouwen, die ongerusticheyt in steden ende plaetsen onder dexel van religie soucken aen te richten [wapen van Holland], in ’s-Graven-haghe, by Hillebrant Iacobsz, ordinaris ende gheswooren drucker van de Hog.Mog.Heeren Staten Generael , anno 1620, 4o, 10p.

(Knuttel 3061. Rug met blauw linnen beplakt; royale marge, papier aan uiteinden rafelig).

VERKLARINGE van de sententien ghepronuncieert jeghen Johan van Oldenbarnevelt ende sijn complicen, by de Heeren ghedelegeerde rechteren, van de Hog. Mog. Heeren Staten Generael in Den Hage beschreven. Gedaen op den sesten iunij 1620 [wapen van Holland], In ’s-Graven-haghe, by Hillebrant Iacobssz, ordinaris ende ghesworen drucker van de Hog.Mog.Heeren Staten Generael , anno 1620, 4o, 4p.

(Knuttel 3067).

SENTENTIE Iohannis Gervii, ghewesen predicant tot Heusden [wapen Holland], In ’s-Graven-haghe, by Hillebrant Iacobssz, ordinaris ende gheswooren drucker van de Hog.Mog.Heeren Staten Generael , anno 1620, 4o, 4p.

(Knuttel 3062).

[PETRUS ENGELRAEVE], Basvyne. Dienende om allerley traghe slapende Zielen yverich ende wacker te maken, mitsgaders verflaude ende vertsaechde herten moedt te gheven tot continuatie hares christelijcken beroeps: niet teghenstaende hen dieshalven veel swaricheden ontmoeten. Alles cortelijck vervatet in drie brieven, inghestelt ende gheschreven na gheleghentheyt des tijdts van eenen remonstrantschen predicant, doe hy sich bereyde om in Hollandt onder ’t cruys Godts woordt te gaen leeren: de eene aen sijn ghemeynte, de ander aen sijn huysvrouw ende de derde aen sijn vrienden [orn.] z.pl. [Gouda, door Jasper Tournay] anno 1620, 4o, 64 pp.

(Knuttel 3090. Pamflet van de als predikant van Boskoop bij Gouda afgezette remonstrantse predikant Peterus Engelraeve. Hij werd in 1619 verbannen en sloot zich in Antwerpen aan bij de Remonstrantsche Broederschap. Auteursnaam in oud handschrift op titelpagina. Eigenaarsnaam uit rechterbovenhoek titelblad geknipt, zonder tekstverlies. Met eenvoudige papieren omslag. Enkele pagina’s los. Met ex-libris P.A. Pijnappel. Toeschrijving drukker door P. Dystelberge).

[JOHANNES WTENBOGAERT], Vrijmoedigh ondersoeck van verscheyden placcaten in de Gheunieerde Provincien binnen twee iaeren herwaerts gepubliceert teghen de christenen ingheborenen ende inbwoonders derselver landen die men Remonstranten noemt. Dienende meder tot justificatie van deselve Remonstranten ende in eenighe poincten van wijlen den Heer Advocaet Iohan van Oldenbarnevelt Zal. Ende de ghevanghenen Heeren Rombout Hogherbeetz ende Hugo de Groot [Orn.] Tot Vryburch by Ademaert Waermont 1620, 8o, [xi]+188+[xx] p.

(Knuttel 3100. Volgens Knuttel gedrukt in Antwerpen. In een bericht van de drukker aan de lezer geeft deze aan dat de schout van Leiden een groot deel van het zetsel in handen kreeg en dat hij daarom twijfelde of hij het werk wilde voortzetten. Omdat de belangstelling voor het werk groot bleek, heeft hij het drukken hervat. Opnieuw ingebonden met perkamenten rug en kartonnen platten. Fris exemplaar. Op keerzijde van titelblad stempel “Sem. Rem. Bibl” aan aantekening “Verwijderd dubbel”).

Convoluut

EDUARDUS POPPIUS, Verklaringhe over de woorden des H. Evangelist Matthei XVIII. Ghestelt by forme van predicatie door Eduardum Poppium, in syn leven Dienaer des Heeren Jesu Christi binnen der Goude, z.pl., z.j. 4o, [xv] p.

(Zonder titelblad; was onderdeel van ander werk, want paginering begint bij p. 85 en eindigt bij p. 100. Is verschenen na het overlijden van Poppius in 1624. De als pamflet verschenen editie verscheen in 1626; niet afzonderlijk in Knuttel)

[EDUARDUS POPPIUS], Troosteliick nieuwe-jaer, den Christelijcken Gemeynten der Remonstranten die inde Vereenichde Neder-Landen vervolghinghe lijden, toeghesonden vanweghen hare Herders ende Leeraers om voorstant van waerheyt ende van vryheyt der conscientie in ballinghschap verdreven zijnde [Orn.] Ghedruckt in ‘t jaer 1620, 32p.

(Knuttel 3073)

[DIRCK RAFAELSZ CAMPHUYSEN], Het schilt der verdructer ghemoederen. Dat is een voorschrift hoe sich een yder mensche in teghenspoet draghen sal. Den tweeden druck, Ghedruckt in’t jaer ons Heeren 1620, 4o, 8p.

(Knuttel 2982a. Gedicht, voorafgegaan door een bericht van de drukker aan de lezen. De eerste druk verscheen in 1619)

IAMMER-LIEDEKENS ENDE RIIMEN voor desen in Hollant gestroyt ende gesongen: doch nu voor de lief-hebbers by een ghestelt ende door den druck uytghegheven [Orn.] Gedruckt int jaer 1620, 4o, [vii] p.

(Knuttel 3110)

[EDUARDUS POPPIUS], Nieuwe-iaer, vervatende stoffe tot goede ende vreedsame bedenckinghen ende raetpleginghen over religions saken in dese bedroefde tijden: voor Magistraten, Leeraers ende gemeene Ingesetene vande Vereeninghde Nederlanden [DM] Anno 1621, 80p.

(Knuttel 3252; op titelblad in handschrift verwijzing naar “Brand, HdR, IV bl. 425”)

RODOLPHUS WINDWOOD, De tweede oratie ghedaen door den doorluchtighen, eerentvesten, wel gheborenen Heere Rodolphus Windwood Ridder, Ambassadeur van wegen syne Majesteyt van groot Britannien etc. aen de grootmogende Heeren Staten generael van de vereenichde Nederlanden, aengaende de beroepinghe Conradi Vorstij, tot de professie der H. Theologie in de Universiteyt tot Leyden. Item van de leere ende discipulen Arminij, ende anders [Orn.] Anno 1611, 4o, [v] p.

(Knuttel 1873. Op lege laataste bladzijde in oud handschrift verwijzing naar Baudartius, fol. 60)

[RODOLPHUS WINDWOOD] De derde oratie of diepe protestatie van den Coning van Enghelandt, ghelevert in de vergaderinge van myne Heeren de Staten Generael der Gheunieerde Provincien van Nederlandt, den 19 Decemb. 1611, 4o, [z.pl., z.j. [1611], [iv] p.

(Knuttel 1882)

CONRADUS VORSTIUS, Brief aen de Grootmogende Heeren Staten Generael der Vereenichde Nederlanden, ghestelt voor desselven Vorstii Latijnsche antwoorde, op de articulen ghesonden uut Enghelandt. Wt het Latijn int Nederduytsch overgeset [Orn.], Tot Delft, by Harman Bruynssz Schinckel, woonende aen de Voorstraet, Anno 1612, 4o, [xiv] p.

(Knuttel 1951. Pagina’s rechtsboven gerestaureerd met Japans papier)

EEN KORT EN WAERACHTICH VERHAEL, wat voor een grouwelijck ghevoelen dat de Arminianen, Vorstianen, ofte nieuwe Arrianen, Pelagianen, Socinianen, Samosatinianen ghesocht hebben in de Ghereformeerde Kercke in te voeren en in kort hier teghen gestelt het ghevoelen der Ghereformeerde kercke, [Orn.]Gedruckt buyten Romen, z.pl., z.j. [1612], 8p.

(Knuttel 2009).

OORDEEL ENDE CENSURE der Hooch gheleerder ende wijt vermaerder mannen Francisci Iunij, Luce Trelcatij, ende Francisci Gomari professoren der H. theologie in de Universiteyt tot Leyden: midtsgaders D. Ieremie Bastingij, ende Iohannis Wtenbogaert. Door bevel der E.E.M. Heeren Staten van Hollant ende West-Vrieslant schriftelijck ghestelt, ende hare E.E. Mog. Overghegheven anno 1595, over de doolinghen van Cornelis Wiggersz, eertijdts Dienaer des Godlicken woorts in de Ghereformeerde kercke Christi tot Hoorn. Noodich ende dienstich voor alle yverighe Christenen in dese droevighe verschillen over de Leere der Ghereformeerde kercken [Orn.] Tot Delft. Ghedruckt by Ian Andriessz. Boeck-vercooper aen ’t Marckt-velt in’t Gulden A.B.C. anno 1612, 4o, 28p.

(Knuttel 1990. Voorblad en eerste pagina’s vuil en watervlekkerig)

[DIRCK RAFAELSZ CAMPHUIJSEN], Waerschouwinghe over ’t stellen van een confessie. Begrepen in zeeckere extracten uyt eenighe brieven aen een particulier vrundt. Wtghegheven door eenige om de waereheyt verdruckte liefhebbvers vasn Christelijcke ende rechte vryheyt der conscientien [Orn.] Gedruct in ’t iaer onses Heeren, 1620, 4o, 14p.

(Knuttel 3082)

[JOHANNES WTENBOGAERT], Brieff aen alle Remonstrants-ghesinde ghemeynten der Vereenichde Nederlanden. Ghesonden door de Ghecommitteerde van de Societeyt der Remonstranten; tot verclaringe van haer oprecht voornemen ende goede debvoir alreede gedaen, ende noch te doen int stellen ende bevorderen van een ghemeene confessie ende verclaringe vant ghevoelen der Remosntranten in saecken van religie: dienende tot noodige contra-waerschouwinge over seeckere extracten, onder den naem van Waerschouwinghe over het stellen van een confessie, onlangs uytghegheven, Ghedruckt int jaer ons Heeren anno 1620, 4o, 6p.

(Knuttel 3083. Reactie op nummer 3082 hierboven)

SIMON EPISCOPIUS, Noodige verantwoordinge der Remonstranten nopende soowel het stellen van een eyghene en bysondere confessie, verclaringe haers gevoelen, vereeninge met de Lutersche, alsmede over haere leere van den Doop, Avontmael ende rechtvaerdich-makinge uyt den gheloove etc. Mitsgaders van de vruchten der Contra-Remonstranten gheloove. Dienende tot claere aenwijsinge ende wederlegginge van de notoire valscheden, die van Daniel Heynsius, gewesene secretaris van de Heeren Politiquen op de Dortsche Synode, onlangs gepleecht heeft in sijne voor-rede over seeckeren brief Simon Episcopii, in druck uytgegeven ende de Ho: Mog: Heeren Staten Generael toegeeygent. Hieruyt kan oock werden ghespeurt de ydelheyt van de Amsterdamsche Aenteykeningen op denselffden brief Episcopii [Orn.] Ghedruckt int jaer 1620, 4o, [lvi] p.

(Knuttel 3078)

(Convoluut met 13 pamfletten die betrekking hebben op uiteenlopende kwesties. Enkele betreffen het handelen van Eduardus Poppius na zijn afzetting als predikant in Gouda in 1619, andere de kwestie Vorstius en de bemoeienis van de Engelse koning daarmee. Het kerkelijk oordeel in de kwestie Cornelis Wiggersz – die in dezelfde tijd als Herman Herbers in Gouda onder zware synodale druk stond wegens onrechtzinnigheid – is ook meegebonden en tot slot enkele pamfletten over het opstellen van een eigen Remosntrantse geloofsbelijdenis. Als een van de directeuren van de nieuw gestichte FRemosntrantse Broederschap, was ook Poppius hierbij betrokken. Door de weduwe van de vorige eigenaar na diens overlijden teruggehaald van boekbinder Van Gent, waardoor de pamfletten wel gebundeld zijn en voorzien van schutbladen, maar de pamfletten zijn nog niet gelijk afgesneden en de band ontbreekt nog)

THOMAS STAPLETON, Promptuarium morale super evangelia dominicalia totius anni: Ad instructionem concionatorum, reformationem peccatorum & consolitionem piorum. Pars hyemalis [DM-IHS] Coloniæ Agrippinæ, in officina Birckmannica, sumptibus Hermanni Mylii, anno 1620, 8o, [xxxvii]+750+[xxvi] p.

(Thomas Stapleton (1535 – 1598), een Engels hoogleraar theologie uit Leuven, geld naast Bellarminus en Du Perron als der meeste geleerde representant van de contrareformatie. Zijn bekende en vanaf 1593 veelvuldig herdrukte ‘Promptuarium morale’ vormt in zekere zin de pastorale vertaling van zijn ‘Promptuarium catholicum’, waarin de zondagse evangeliën tegen de achtergrond van de geloofsstrijd met de protestanten behandeld worden. In originele omslaande perkamenten band met sporen van sluitlinten, titel in oud handschrift op de rug is vervaagd. Eigenaarsaantekening op binnenzijde van het voorplat: “sum ex libris M[athias] Herfkens” (pastoor in Haastrecht in 1791-1819) en op de titelpagina naast het drukkersmerk: “Henri Graes, 1723”. SJH)

VVARACHTIGHE BESCHRIJVINGHE ende levendighe afbeeldinghe vande meer dan onmenschelijcke ende barbarische Tyrannije bedreven by de Spaengiaerden inde Nederlanden onder de regieringen van den Keyser Carel V, Philips II en Philips III Coningen van Spaengien. Fyguerlijck verthoont ende beschreven, tot waerschouwinghe van alle ghetrouwe lief-hebbers des vaderlandts [orn.], Gedruckt int jaer ons Heeren ende Salichmakers 1621, 4o,Oblong, [viii]+278 p.

Oblongk4

Oblong4(Verschenen bij de hervatting van de oorlog tegen Spanje na het aflopen van het Twaalfjarig Bestand. Met deze beschrijving en verbeelding van de gruwelijkheden die door de Spanjaarden waren begaan in het eerste deel van de oorlog – de beschrijving eindigt dan ook bij 1609 – werd kennelijk beoogdde herinnering hieraan te verfrissen als motivatie voor de nieuwe strijd. De auteur is onbekend. Soms wordt het werk toegeschreven aan de Zutphense predikant Wilhelmus Baudartius, die in 1616 een in oblong uitgegevenwerk het licht liet zien, waarin de heldendaden van de Oranjes werden bewierookt(zie boven). Gelet op de inleiding op dit werk lijkt dat niet waarschijnlijk, aangezien de auteur sterk de nadruk legt op het belang van‘vrijheid van consciëntie’.Dit werk telt 3 gegraveerde portretten (Alva, Willem van Oranje, Requesens) en 36 paginagrote gravures, meest gegraveerd door Frans Hogenberg (1535-1590) in de periode 1570-1583. De prenten uit zijn Keulse studio worden beschouwd als redelijk objectief, waarbij hij in zijn pijlen in de onderschriften vooral op de Spaanse Oblong10soldaten richt en minder op de bevelhebbers. De volgende prenten zijn in het boek opgenomen: Smeekschrift der edelen, Hagenpreek te Antwerpen, Oranje verlaat Antwerpen, Alva’s Bloedraad, Arrestatie van Egmond en Horne, Egmond onthoofd, Horne onthoofd, Alva vertrapt de Nederlanden, Opstand neergeslagen in Brussel, Executie opstandelingen, Inname Slot Loevestein, De geuzen nemen Den Briel in, De inname van Rotterdam, Mechelen geplunderd, Inname van Zutphen, Naarden vermoord, Haarlem belegerd, Leids ontzet, Oudewater vermoord, Bommenede belegerd, Raad van staten te Brussel gevangen genomen, Inname van Maastricht, Spanjaarden uit Antwerps kasteel verdreven, Spaanse furie te Antwerpen, Pacificatie van Gent, Inname Oblongk1van Sichem, Inname van Kampen, Inname van Deventer, Bestorming van Maastricht, Herovering van Mechelen, Hattum bevrijd, Inname Breda, Mislukte aanslag op Oranje, Moord op Willem van Oranje, Inname van Bonn, Slag bij Huys te Broeck. Alle gravures met onderschriften in het Latijn. De half-title (met de titel “De onmenschelicke, barbarische, en grouwelijcke tyrannije der Spangniaerden in Nederlandt” en op de versozijde een prent) ontbreekt helaas. Enkele mispagineringen (202-203, 207-208 en 222-223), maar compleet en in zeer frisse uitvoering. Slechts enkele kleine oneffenheden (vlekjes, scheurtjes). In gave perkamenten band. Titel in handschrift op de rug “Tyrannye der Spanjaarden 1621”. Beginnend met voor-reden aende vryheyts lievende Nederlanders).

UBBO EMMIUS, Gvilhelmvs Lvdovicvs comes Nassavivs, id est Λογος Ἐπιταφιος [logos epitafios], quo genus, vita res gestae & mors hujusce Comitis in Nassou, Catzenellenbogen, Vianden, Dietz, Domini in Bielstein, Frisiae, Groningae & Omlandiae, Drentiq; gubernatoris, supremiq; ibidem armorum prefecti, herois optimi & fortissimi succincte exposita sunt. Ab Vubone Emmio, historiarum ac Grece lingue in Academia Groningana professore. Accessit in calce illustrissimae & antiquis. domus Nassoviae schema genealogicum cum indice in totum librum [Orn.] Groningae, excudebat Iohannes Sassius, ordinum & Acad. Typographus, anno 1621, 4o, [x]+247+[viii]+[ix]p.

(Zeldzame eerste en enige druk van de uitvoerige grafrede van de Groningse hoogleraar Ubbo Emmius op stadhouder Willem Lodewijk van Nassou; met portretgravure en (deel) van stamreeks van de Oranjes (uitvouwblad F-G ontbreekt). Feitelijk betreft het een combinatie van grafrede, eulogie en biografie over de een jaar eerder overleden stadhouder van Friesland en Groningen. Een vertaling van dit geschrift, van de hand van B. Schoonbeeg, verscheen in 1994 bij Verloren in Hilversum. In gave perkamenten spitzelband; eerste en laatste bladzijden (register) met vochtvlek aan de bovenzijde; enkele wormsleufjes op schutbladen. Rest van het boekblok gaaf. Titelschild op de rug vervaagd).

[ARNOLDUS NEOMAGUS], Openinghe der synodale canones, begrepen in het eerste hooftstuck. Waerin claerlijck bewesen wordt hoe onghefondeert deselve zijn ende strijdich met de Schrifture, nature Godts ende gesonde reden. Vraechswijse voorghestelt [orn.], Br. Typ.Haest. An.milles. sexcentes.viges.pr. [1621], 4o, 54p.

(Knuttel 3264. Met originele blauwe omslag. Vage bibliotheekstempel op titelblad. Met opdracht aan Prins Maurits. Auteur was tot zijn afzetting remonstrants predikant van Bergambacht en Ammerstol. Opmerkelijk is dat Arnoldus in 1615 nog een beloning van 50 pond ontvangt voor de uitgaven vanboek over de veldtocht van Prins Maurits naar Nieuwpoort – Expeditio Mauritiana Flandrica – ), gedrukt door Jasper Tournay in Gouda)

FRANCISCUS COSTER, Enchiridion controversiarum præcipuarum nostri temporis de Religione [Vignet] Coloniae, in officina Birckmannica, sumptibus Hermanni Mylii, anno 1621, 8o, [xlii]+732p.

Bekendste werk van de jezuïet Costerus, met polemiek tegen reformatoren en uitleg katholieke leerstukken. Voorin onder meer een korte levensbeschrijving van Maarten Coster2Luther en een lijst van alle pausen. De eerste editie stamt uit 1585 en latere drukken eveneens in Keulen in 1587, 1589 en 1593. Het werk werd later uitgebreid door de auteur in edities van 1596, 1605 en 1608. Er verschenen ook vertalingen. Deze Latijnse druk verscheen drie jaar na zijn overlijden. Originele perkamenten band, met lichte beschadiging linksboven aan achterplatten. Boekblok iets los, een enkel wormgaatje. Franciscus Coster werd in 1532 te Mechelen geboren en overleed te Brussel in 1619. In 1552 trad hij toe tot de orde van de jezuïeten. Promoveerde tot doctor in de theologie en filosofie in Keulen. Hij was een geharnast bestrijder van het protestantisme en verdediger van de Rooms-Katholieke Kerk. Twee keer was hij provinciaal van zijn orde in Vlaanderen en een keer in Rijnland).

DANIEL HOCHEDE DE LA VIGNE, Le moine confus. C’est à dire refutation de F. Louis du chasteau moine Liegeois. Luy remonstrant les impietez, pareillement les estranges discords, les borribles scismes, & crüelles guerres de l’Eglise papale. Au contraire l’harmonie & bon accord de l’Eglise Reformée, qui non obstant les troubles survenües es Provences unies du Pays bas, est, & demeure la vraye Eglise de Dieu: ayant bien faict de remedier aux dictes troubles par le Synode National de Dordrecht. Le tout contre son escrit intitule. La Religion pretendüe des Provinces Belgiques, des-unie [Orn.] A Dordrecht, par Theodore de Vreeswijck, pour Zacharias Iochims & Françoys Boels, 1621, 8o, [xv]+627+[xxviii]p.

(Zeer zeldzaam werk van Daniel I.F. Hochedaeus de la Vigne (1586-1628). Niet in STCN. Hij was vanaf 1611 Waals predikant in Dordrecht. De titel luidt vertaald: ‘De verwarde monnik’ en het boek is bedoeld als antwoord op pater Louis du Chasteau, provincial van de minderbroeders en woonachtig op het ‘monnikenkasteel’ in Luik (het minderbroederklooster). Die schreef La Religion pretendue des Provinces Belgiques unies, desunie (Luik 1619). Vanaf p. 490 bv. de kwestie Vorstius, beoogd opvolger van Arminius in Leiden. Zijn benoeming ging na bemoeienis van de Engelse koning niet door wegens verdenking van socinianisme, waarop hij zich in Gouda vestigde om zich te verdedigen. In originele spitselband met omslaand perkament, dat aan de binnenzijde omgekruld is. Rood op snee. Binnenwerk tadeloos. SJH).

JOHANNES WTENBOGAERT, Brief aen de Ho.Mog. Heeren Staten Generael der Vereenighde Nederlanden ghesonden (…) nopende ‘tuytgheven van seecker libel gheintituleert Morghen-wecker, etc. [orn.], Ghedruckt in ’t iaer ons Heeren 1621, 4o, 6 p.

(Knuttel 3247. Met exlibris P.A. Pijnappel).

[JOHANNES WTENBOGAERT], Contra-discours kerckelic ende politijck. Dat is: antwoordt op de glosen ende ’t discours. Met consent van de Heeren regierders der stadt Amsterdam aldaer uytghegheven op des Hoogh-gheleerden M. Simonis Episcopij brief: daer in voornemelijck ghenadelt wort van de ghesepareerde vergaderingh der remonstranten. Tweede druck, verrijkt ende verbetert [Orn.] Ghedruckt in ’t iaer ons Heeren 1621, 4o, 73+[iii] p.

(Knuttel 3246. Anoniem uitgegeven en ondertekend op 1 september 1620. Toeschrijving aan Wtenbogaert door STCN. Zonder omslag, maar ingebonden met bruine linnen strook. Schoon exemplaar).

[JOHANNES WTENBOGAERT] Achabs biddagh, dat is Schriftuerlijck ende politijck discours van den biddagh ghehouden in april anno 1619. Voor d’uutspraeck van de kerckelijcke ende politijcke oordelen ofte sententien over de remonstranten ende ghevanghene heeren. Mitsgaders van ’t Mizpa, de Hardt- ende Creupele Bode uytghegheven t’Amsterdam, anno 1620 ende 1621 [orn.] Ghedruckt int jaer ons Heeren 1621, 4o, [x]+127 p.

(Knuttel 3248. Op titelpagina stikker van Museum Willem-Twee 1873, A.J. van Tetroode. Op laatste pagina eigenaarsinschrijving “Ruhardus”. Voorzijde omslag los. Laatste gedeelte, vanaf p. 89, watervlekkerig).

[EDUARDUS POPPIUS], Droeve ghevanckenisse ende blijde uytkomst van Dominucus Sapma, bedienaer des H. Euvangeliums in de remonstrantsche ghemeynten Iesu Christi onder ’t Cruys, vervaet in seeckere brieven, so uyt de ghevanckenisse, als oock daerna geschreven. Mitsgaders een remonstrantie ofte desselven gevanghen aen de H.H. burghemeesteren, schout ende schepenen der stadt Amsterdam [orn.], Ghedruckt in ’t iaer onses Heeren 1621, 4o, 46p.

(Knuttel 3257. Mogelijk gedrukt in Gouda. In blauwe linnen rug gebonden.  vochtvlek rechts onderaan de bladzijden).

EDUARDUS POPPIUS, Twee brieven. D’eene aen Bartholomaeum Nicolai, Contra-Remonstrantsch predikant binnen ter Goude: daer op een swaer vonnisse vande E.Magistraet der selve stede op den 18. novemb. teghen Poppium ghevolght is. D’ander aen de Remonstrantsche Ghemeynte binnen ter Goude: daer in van de eerste brief ende ’t vonnisse daer op ghevolght ghesproocken wordt [DM] Ghedruckt in ’t iaer ons Heeren 1621. 48p.

(Knuttel 3261. Opnieuw gebonden ion fraai gemarmerd bandje met linnen rug.)

OORDEEL ende uytsprake met den eedt van approbatie van het Synode Nationael der Gereformeerde Kercken van Vranckryck, gehouden tot Alez inde Cevennes, besloten ende gearresteert den 6. Octobris 1620 over het Synode Nationael der Gereformeerde Kercken van de Vereenighde Nederlanden, gehouden tot Dordrecht in de iaren 1618 ende 1619. Nopende de vyf artykulen in deselve kercken gedebateert [Wapen], Naer de copije ghedruckt tot Nismes door Iean Vaguenar ende tot Amsteldam, voor Iacob Pietersz Wachter, boeck-verkooper op den Dam, 1621, 4o, 11p.

(Knuttel 3250. Op titelpagina wapen met Franse lelies. Klein eigendomskenmerk op titelblad met jaartal 1959; met naamlijst van Franse predikanten en enkele lege pagina’s extra).

HUGO GROTIUS, Verantwoordingh van de Wettelijcke Regieringh van Hollandt ende West-Vrieslant, midtsgaders eenigher nabuyrighe provincien, sulckx die was voor de veranderingh, gevallen inden jare 1618. Met wederleggingh van de proceduren ende sententien, jegens denselven De Groot ende anderen ghehouden ende ghewesen. Den tweeden druck, van nieus oversien ende verbetert 1622, [Orn.] Accordeert met het Latijnsch, ghedruckt tot Parys, met privilegie van den Coningh, 1622, 4o, [xv]+287p.

VERHAEL vande Heeren joncker Adrian van Mathenes [..], Hugo Muys van Holy [..],Gerrit Jansz vander Eyck [..],Hugo de Groot [..], ende Willem Pietersz. Hases [..], by de Moghende Edele Heeren mijn Heeren de Staten van Hollant ende West-Vrieslandt in hare Vergaderinge gehouden in April sestienhondert sesthien gedeputeert, om de E. Heeren Burgemeesteren ende Raden der stadt Amsterdam te onderrichten van de oprechte intentie van haer Mogh. Ed. tot conversatie [= conservatie] vande ware Christelijcke Gereformeerde Religie, ende van goede ende gewichtige redenen die haer Mog.Ed. hebben gehadt om te nemen de Resolutien in de kerckelijcke Saken aer inne verhaelt, eensamenlijck de dienstelijckheyt ende nootelijcheyt der selver, Gedruckt in’t Jaer onses Heeren Jesu Chriusti 1622, 4o, [ii]+44 pp.

(Apologie van Grotius betreffende de onrechtmatigheid van de Dordtse Nationale Synode en haar oordeel; de partijdigheid van de aangestelde rechters in het proces tegen De Groot, Oldenbarnevelt, Hogerbeets en hun medestanders; en de daaruit volgende onwetmatige veroordeling. Provenance: naam van Simon van Beaumont (18-8-1666) op schutblad; etiket van C.L. Langenhuysen, librairie ancienne; en initialen (deze laatste in roze inkt). Beaumont zou Mr. Simon van Beaumont (1641-1726) kunnen zijn. Van Beaumont was griffier, secretaris van staat, en in 1673 als buitengewoon gezant naar Kopenhagen gezonden. Perkamenten spitselband met omgezette randen; voorplat iets gapend. Op de rug in oud handschrift: H. de Groot, Verantwoording der wettelijke regering van Holland. Hoekje uit schutblad; met enkele (19de-eeuwse?) marginale aantekeningen: meest literatuurverwijzingen; paginering iets erratisch, dit exemplaar is compleet).

NOODIGHE INSTRUCTIE voor Sijn Pr. Excellentie tot slissinghe der borgherlijcke twisten ende Hollandts welvaren [orn.], Ghedruckt tot Louesteyn, by Ian Pieterszoon Ionghelinck, inde ghevonden Vryheydt, anno 1622, 4o, 11 p.

(Knuttel 3376).

PIER WINSEMIUS, Chronique ofte historische geschiedenisse van Vrieslant. Beginnende van den jaere nae des werelts scheppinghe 3635 ende loopende tot den jaere nae de gheboorte Christi 1622. Met schoone fuguyren ende een landts ende steed, caerten verciert. Beschreven door doct. Pierium Winsemium, historie-schrijver der E.M.H. Staten van Vrieslant. Met privilegie. Gedruckt tot Franeker by Ian Lamrinck, boeckdrucker ordinaris der E. mogende Heeren Staten van Vrieslant, 1622, sm. fol., [12]+913+[61] p.

winsemius2

(Geschiedenis van Friesland. Foliant in gerestaureerde perkamenten band met twee vernieuwde sluitlinten. Enkele vochtvlekken. Gegraveerde titelpagina. Uitvouwbare kaarten en plattegronden ontbreken, doch in fotocopie ingeplakt: kaart van Friesland, twee plattegronden van Leeuwarden in 1603 en 1622 en van Franeker. In de tekst 55 gravures, meest van Friese voorlieden, maar ook van kleding Friese adel, beleg van Franeker, beleg van Oldeklooster, de Academie van Franeker, van Willem van Oranje, Viglius, Ernst Casimir en Willem Lodewijk. Eigendomskenmerk op eerste schutblad “Jan Busch. Anno 1709”. Op tweede schutblad – en ook op enkele plaatsen in het boek en op de laatste pagina – eigendomskenmerk van “Jan Wibrans, glasemaker, Spes mea Christo. Godt is m’n licht, mijn salichheit, in hem te sterven bin ick bereet. Nesse te Issum”. Daaronder ex libris van Lammert Ysbrand Brouwers uit Haren (Gr.) met adresstempel en toevoeging 1993.

winsemius5

Op titelpagina eigendomskenmerken van vader en zoon, beiden predikant: “Hermannus Treccius, Rhen. pastor in Middelstum 1627” en “Arnoldus Treccius, ecctae. Uithwierdanae minister, jure haeredetario me poserder (?) 1645”. Vader Hermannus was ca. 1568 geboren in het Duitse Rheine en was achtereenvolgens predikant in Coevorden 1607 en vanaf 1610 in Middelstum. Daar overleed hij op 22/23 mei 1645. Zoon Arnoldus werd ca. 1597 ook te Rheine geboren. Hij assisteerde zijn vader vanaf 1621 in Middelstum en vertrok in 1623 naar Uitwierde. Daar overleed hij op 22 maart 1662. Op titelpagina van het boek is verder boven de mansfiguur het eigendomskenmerk zichtbaar van “Wibrant Jans mijn boeck 1676”).

[BERNARDUS DWINGELO], Grouwel der verwoestinghe staende in de heylighe plaetse: dat is claer ende warachtich verhael van de voornaemste mis-handelinghen, onbillijcke procedueren ende nulliteyten des nationalen synodi, ghehouden binnen Dordrecht in de jaren 1618 ende 1619. Eerste deel [Orn.] Ghedruckt t’Enghuysen, int iaer onses Heeren 1622, 4o, [xiv]+152p.

[BERNARDUS DWINGELO], Grouwel der verwoestinghe staende in de heylighe plaetse: dat is claer ende warachtich verhael van de voornaemste mis-handelinghen, onbillijcke procedueren ende nulliteyten des nationalen synodi, ghehouden binnen Dordrecht in de jaren 1618 ende 1619. Tweede deel [Orn.] Ghedruckt t’Enghuysen, int iaer onses Heeren 1622, 4o, [x]+191p.

(Remonstrants predikant haalt zijn gram over de behandeling die hem en zijn medebroeders ten deel is gevallen op de Synode van Dordrecht. Het ornament is gelijk aan een ornament dat de Goudse drukker Pieter Rammazeyn in die tijd gebruikte. Gave originele perkamenten band, met resten van bindlinten. Eigendomskenmerk op schutblad uitgeknipt. Gaatje in laatste (blanco) schutblad).

AUBERTUS MIRAEUS, Serenissimi Alberti Belgarum principis elogium et funus. Isabellae Clarae Eugeniae Ser. Hisp. Infanti á Sacris Oratorij, &S, Th.L. publicabat [IHS-vignet] Bruxellius, apud Ioannem Pepermanum, bibliopolam iuratum, Typographumque ciuitatis, sub Biblijs Aureis, 1622, 8o, 102+[vii] p.

(Eulogie van Aubertus Miraeus (Aubert le Mire, 1573-1640) voor de Aartshertog Albertus van Oostenrijk, gouverneur van de Zuidelijke of Oostenrijkse Nederlanden. Deze lofrede was goedgekeurd door zijn weduwe Isabella. Hij was een Antwerps humanist, filoloog, historicus, hofbibliothecaris en liefhebber van antiquiteiten. Een sterleerling van Lipsius. Met jezuïetenvignet op de titelpagina. Diverse kanttekeningen in oud schrift in de marge. Op de keerzijde van de laatste bladzijde in oud handschrift: “Libellus hic ab auctore mihi donatus continet Idea ac exemplar principis quidem non mali sed extremè superstitiose”, waaruit blijkt dat de eerste eigenaar het boekje uit handen van de auteur ontving)

AUBERTUS MIRAEUS, Isabellae sanctae. Elisabetha Ioannis Bapt. mater, Elisabetha Andr. Regis Hung. filia, Isabella Regina Portugalliae, Isabella, S. Lud. Galliae Regis soror.Isabellae Clarae Eugeniae Ser. Hisp. Infanti á Sacris Oratorij, &S, Th.L. publicabat [IHS-vignet] Bruxellius, apud Ioannem Pepermanum, bibliopolam juratum, Typographumque ciuitatis, sub Biblijs Aureis, z.j. [1622], 8o, [xxvii] p.

(Miraeus over verschillende heiligen met de naam Isabella of Elizabeth. Op het laatste schutblad een autograaf van de bekende Utrechtse jurist Arnold Buchelius, die in 1603 een correspondentie startte met Miraeus. Zie over hem Judith Pollmann, Een andere weg naar God. De reformatie van Arnold Buchelius (1565-1641). “Obijt Myraeus vir doctus et curiosus antiquitatis investigator , mihique eo potissimum nostra amicus, circa pascha ao. 1635. Ex dono auctore, possidet Arnold Buchellius. Fesellit me confi-lappius, vidi ao 1636 literas ad eum scriptas ab et mihi salutem dicibat”. Met eronder enkele potloodaantekeningen over Buchelius en Miraeus. Eenvoudig kartonnen bandje, met bibliotheek signaturen. Op binnenzijde van voorplat wordt in 19de-eeuws handschrift verwezen naar autograaf Buchelius. Eerste pagina’s onderaan lichte vochtschade)

DIONYSIUS MUDZAERT, De kerckelycke historie van de gheboorte onses Heeren Iesu Christi tot het tegenwoordich iaer 1622. In houdende den oorspronck, het vervolgh ende den tegenwoordighen standt der H.R. Kercke: de successie der pausen, den opganck ende val der ketteren, d’outheyt des geloofs in onse Nederlanden; midsgaders de heylighen daer, Tot Antwerpen, by Hueronymus Verdussen, in de Kanerstrate in den Rooden Leeuw, 1622, gr. fol., [viii]+694+743+[xx] p.

(In twee delen. Tweede deel kent geen afzonderlijke titelpagina. De titelpagina vermeldt dat de in Tilburg geboren Mudzaert (1580-1635) “religieus-canonick van O.L.Vrouwe te Tongerloo der Ordre van de Premonstreyt” is. Eerder werkte hij lang als proost in Breda. Fraai gegraveerde titelpagina naar een ontwerp van Peter Paul Rubens, gestoken door Ioannes Collaert. In originele perkamenten band, met delen van sluitleertjes. Bovenste en onderste deel van de rug afgebrokkeld; boekblok gaaf, op enkele vlekken en rafeligheid aan het eind na. SJH).

JOHANNES PALUDANUS, Vindiciæ theologicæ adversus Verbi Dei corruptelas, pars II, Antverpiæ, apud Henricum Aertssium anno 1622, 8o, [iv]+462+[x] p.

(Paludanus (1565-1630) was hoogleraar in de letteren te Leuven en plebaan van de St. Petrus aldaar. Het eerste deel van dit werk verscheen in 1620 bij dezelfde drukker. Met gegraveerde titelpagina, met de oude en de nieuwe wet. In spitselband met omslaand perkament; delen van sluitleertjes. Titel in oud handschrift op licht vervuilde rug: “Vindiciæ Pars II”. Wormsleufje in onderste marge. SJH)

ANTONIUS SUCQUET, Den wech des eeuwich levens. Beschreven int Latijn, overgeset door P. Gerardus Zoes. Met beelden verlicht door Boëtius A. Bolsvert, T’Antwerpen by Hendrick Aertssens, 1622, 8o, 881+[xxi] p.

(Sucquet (1574-1627 en Van Soest (1579-1628) waren beiden jezuïet. Titelblad, voorwerk [xviii] en p.1-2 ontbreken. In latere halfleren band. In totaal 32 paginagrote gravures. Bibliotheekstempel passionisten Echt. BPH).

IOANNIS OSORIUS, Conciones in quinque tomos distinctæ. Editio postrema à mendis repurgata [DM] Monasterii Westphali, typis ac sumptibus Michaëlis Dalii, an. 1622, 8o, [xiv]+1040+[xxii]p.

IOANNIS OSORIUS, Concionum. Tomus secundus. A dominica prima post Pascha usque ad Advdentum. Editio postrema à mendis repurgata [IHS-teken] Monasterii Westphaliæ, typis ac sumptibus Michaëlis Dalii, anno 1622, 8o, [xv]+929+[xxii]p

IOANNIS OSORIUS, Concionum de sanctis. Tomus tertius. Editio postrema à mendis repurgata [IHS-teken] Monasterii Westphaliæ, typis ac sumptibus Michaëlis Dalii, anno 1622, 8o, [xii]+1026+[x]p

IOANNIS OSORIUS, Concionum. Tomus quartus, qui sylva inscribitur. Divini verbi prædicatoribus extra ordinem dominicarum & festorum passim occurrentium. In quibus & populi singularis expectation est, & argumenti inveniendi magna difficultas. Editio postrema à mendis repurgata [IHS-teken] Monasterii Westphaliæ, typis ac sumptibus Michaëlis Dalii, 1622, 8o, [x]+894+[xxiv]p

IOANNIS OSORIUS, Concionum. Tomus quintus. A dominica prima Adventus usque ad Pascha Resurrectionis, cum omnibus ferijs quadragesimalibus. Editio postrema à mendis repurgata [IHS-teken] Monasterii Westphaliæ, typis ac sumptibus Michaëlis Dalii, 1622, 8o, [xiii]+986+[xvi]p.

(Vijf prekenbundels van Osorius, een Spaanse jezuïet uit Burgos. In uniforme fraaie geblindstempelde bruinleren banden. Blindstempeling voorzijde: “Hugo Maguer, Ibernus”. Op de achterzijde “Anno 1626”. Op beide zijden in het hart van de platten een kleine Calvari-scène. Voorplat deel 5 enigszins beschadigd door vocht. Met (delen van) groene sluitlinten. SJH).

[JOHANNES WTENBOGAERT, BERNARDUS DWINGLO, EDUARDUS POPPIUS] Oorspronck ende voortganck der Nederlantsche kerckelijcke verschillen, tot op het Nationale Synodus van Dordrecht. Mitsgaders Historisch verhael van ’t ghene sich toegedraeghen heeft binnen Dordrecht in de jaren 1618 en 1619 tusschen de Nationale Synode der contra-remonstranten ende hare geassocieerde ter eender ende de geciteerde kercken-dienaren remonstranten ter ander sijden. Vytghegheven van weghen de kercken-dienaren remonstranten in ’t ghemeyn: ende insonderheyt de geciteerde op de Dortsche Synode tot verantwoordinge van hare oprechte proceduren [Orn.] Ghedruckt in’t iaer ons Heeren 1623, fol., 227 fol. [= 454] p.

(Relaas van de kopstukken van de remonstranten over hun handelen in de aanloop naar de Dordtse Synode. Gevolgd door hun wedervaren ter synode, geschreven door de Goudse predikant Eduardus Poppius.  Gerestaureerd en opnieuw gebonden in halfperkamenten band met gemarmerde kartonnen platten. Op titelpagina zijn de beide auteursnamen met de hand toegevoegd en met dezelfde pen, met onderaan in dezelfde hand een verwijzing naar “Heringa, Archief III, 512”).

EDUARD POPPIUS, Aenwijsinghe vande groote ende grove mis-slaghen D. Batholomaei Nicolai, Contra-Remonstrantsch predikant binnen ter Goude van hem tegen waerheyt ende liefde begaen, in sijn boeckgen, ghedruckt onder den tijtel: Clare ende Noodtwendighe antwoorde &c. Tot voorstandt van de goede sake der Remonstranten in ’t ghemeyn ende specialijck vande Remonstrantsche Gemeynte ende Leeraers binnen ter Goude, by forme van een brief aen D. Bartholomaeum Nicolai gestelt, met een Voor-reden ende Na-reden aen de Remonstrantsche Gemeynte Christi binnen ter Goude, ende aen de selve in gheschrifte ghesonden [DM] Ghedruckt onder ’t Cruys, int iaer ons Heeren 1622, [iv]+120p.

(Knuttel 3366. Met ex libris Apotheek Grendel, Gouda. In bandje van gemarmerd karton en linnen rug).

CAESAR BARONIUS, HENRICUS DE SPONDE (SPONDANUS), HERIBERTUS ROSWEYDUS, Generale kerckeliicke historie van de gheboorte onses H. Iesu Christi tot het iaer M.DC.XXIV. Bewijsende den vasten standt der H. Roomsche Kercke, de onghebroken successie der Pausen, de synoden der Vaderen, victorie der Martelaren, opganck en onderganck derKetterye. Ghemaeckt door den doorluchtichsten cardinael Caesar Baronius ende den eerw. heer Henricus Spondanus. Oversien, verrijckt ende noch vermeerdert met eene besondere Kerckeliicke historie van Neder-landt. Vervattende d’outheyt des gheloofs inde XVII provincien, stiften der bisch-dommen, fondatien van cloosters, de synoden, heylighen ende ketters. Ghetrocken wt authentycke registers en chronycken, alles door Heribertus Ros-Weydus, Priester der Societeyt Iesu, T’Antwerpen by Jan Cnobbaert, anno 1623; fol., 643+212+[xii] p.

DSC03151

(Tweede deel van een algemene kerkgeschiedenis van Baronius, bewerkt door Spondanus; dit deel beslaat de periode 801 tot 1624. Toegevoegd is een kerkgeschiedenis van de Nederlanden, geschreven vanuit katholiek gezichtpunt door de jezuïet Rosweydius. In fraai lederen band met katoenen sluitlinten en goudstempeling op de rug en platten. Rug met vijf ribben licht beschadigd; sporen van bibliotheek stickers en tekst “Henricus Spondanus”, alsmede deelnummer 2. Unieke herkomst. Provenance Bibliotheca Doorniciana).

[ADRIAEN VAN DEN BORRE], Tweede Vertoogh vande wytgheseyde Remonstrantsche Predikanten aen de Hog. Mog. Heeren Staten Generael, den Doorluchtighen Prince van Orangien ende d’Ed. Mog. Heeren Staten van Hollandt ende West-Vrieslandt, vervatende een vernieuwinge van haer Vertoogh den 28. Martij overghegheven: mitsgaders Verantwoordiginge der Remonstranten teghen sulcke beschuldiginghen, als tegen haer ende tegen ’t Eerste Vertooch zijn voortghebracht: oock Redenen waerom sy haer by de Contra-Remonstrantsch-Ghereformeerde Kercke niet moghen voeghen, noch het ghebruyck van hare gaven ende de bedieninghe van hare Ghemeenten deur teeckeninghe van de acte van Stil-standt verloven [orn.], Ghedruckt int iaer onses Heeren 1623, 4o, 26 p.

(Knuttel 3473. Stempel Bibliotheek ‘Amstelaed’ en stempel ‘doublet’. Gaaf exemplaar, met enkele 17de-eeuwse onderstrepingen).

[ADRIAEN VAN DEN BORRE], Brief van wegen de Remonstrantsche Predicanten, gheschreven aen hare vervolghde ende verdruckte Ghemeenten over de Gouwelijcke Conspiratie die gheseydt wordt voorghenomen te zijn teghen de welstandt van ’t Landt ende den Prince van Orangien, [orn.], Ghedruckt tot Harders-wijck by Adelaert Waermont, met Privilegie van den Autheur, 1623, 4o, 22p.

(Knuttel 3465. Op titelblad in oud handschrift de naam van de auteur, “A. Borre”. Met enkele 17de-eeuwse aantekeningen in de marge. Bladen los. Titelblad vuil)

SlatiusCLAES JANSZ VISSCHER, Hendrick Danielsz Slatius, gewesene predicant tot Bleijswyck, naer ‘tleven afgebeelt den 12 Maert 1623, plano (24×24 cm)

(Geplakt op karton. Met klein scheurtje in de titel en lichte vochtvlekken aan de bovenzijde. Portret van Henricus Slatius, één van de samenzweerders die een moordplan tegen Maurits beraamden, met hand- en voetboeien, in de kleding waarin hij werd gevangengenomen. Rechts op de grond een reusachtige bierkan. Op zijn vlucht naar Duitsland raakte Slatius in een herberg in Rolde in paniek, toen er enkele soldaten binnenkwamen. Hij wekte argwaan toen hij overhaast afrekende en bij zijn vertrek een volle pul bier achterliet. Kort daarop werd hij aangehouden. Op de achtergrond van de prent zijn arrestatie in Rolde en aan de horizon Coevorden, waar hij werd opgesloten. Zeldzame, Franstalige editie. Er zijn ook versies in het Nederlands bekend, waarbij de tekst soms links en soms rechts van de prent is afgedrukt).

[BARTHOLOMEUS PRAEVOSTIUS, Nymeegsch Accoort, ofte Bedenckinghe over de vereeniginghe tusschen de ghedeputeerden des Gelderschen Synodi, ende de afghesette predicanten van Nymeghen beraemt. Waer by komt, een verghelijckinghe der leere in de X Geldersche positien begrepen met de leere des Synodi van Dordrecht. Item: teghen-stellinghe der leere van P. Melanthon, ende H. Bullingerus, ter eener ende de leere der synodale canons ter andere zijde. Tot waerschouwinghe, soowel van de predicanen, als remonstrantsch-ghesinde gemeente, dewelcke deur sulck bedrieghelijck accoordt zijn verstrickt ende noch moghen aenghevochten worden, inghestelt ende byeenghebracht [Orn.] Ghedruckt tot Harders-wijck [1623], 4o, 110+[i]p.

(Knuttel 2391. Bezwaren tegen het zogeheten Nijmeegs Accoord, waarbij gereformeerden en remonstranten ter plaatste tot een vergelijk probeerden te komen. Geschreven door de in Amsterdam uit Zuid-Nederlandse ouders (Rijssel) geboren Praevostius of Provoost. Hij werd in 1619 uit zijn standplaats Vreeswijk (Utrecht) verdreven en vervolgde zijn loopbaan als remonstrants predikant, actief voor de Remonstrantse Broederschap. Auteursnaam en jaar van uitgave in oud handschrift op titelblad. Jaar van uitgave ook aan het eind van het stuk (O3). In eenvoudige papieren omslag, met naam auteur, titel en jaar van uitgave in handschrift op voorzijde, alsmede een bibliotheekstemeplva ‘Boekerij Leergangen’ en een stempel ‘verwijderd’).

EDUARDUS POPPIUS, Christeliicke gebeden ten dienste van crancke persoonen, die boetvaerdigh zijn ende in Christum ghelooven, so om voor ende met hunlieden van andere; als oock om van haer selven gedaen te worden. By gheschrifte ghestelt door Eduardum Poppium, in sijn leven Dienaer des Heeren Jesu Christi, in de Ghemeente binnen der Goude [orn.] Ghedruckt in ’t Jaer ons Heeren 1624, 12o, 94 p.

SceperusKaderPoppius

(Gebedenboekje op zakformaat. Het boekje werd gedrukt kort na het overlijden van de auteur op 9 maart 1624. Die zat gevangen op Slot Loevestein op verdenking van betrokkenheid bij het beramen van een aanslag op stadhouder prins Maurits. Van 1609 tot zijn afzetting door de Synode van Dordrecht in 1619 was hij remonstrants predikant in Gouda. Boekje met sleets, overslaand perkamenten bandje. Op de binnenzijde eigendomsinschrijving van “Elisabeth de Puw. Mijn boek al in het jaer 1755”. Laatste pagina bovenaan iets afgescheurd, zonder tekstverlies. Boekje komt niet voor in de STCN en is ook onbekend in buitenlandse bibliotheken. Op basis van ornament lijkt drukkerschap Pieter Rammazeyn te Gouda meest waarschijnlijk. Een tweede druk verscheen in 1628 te Amsterdam. Gekocht op veiling in San Francisco)

[SIMON EPISCOPUS], Bodecherus ineptiens, hoc est, evidens demonstratio, qua ostenditur N. Bodecherum, ut plus quam servili adsentatione efficacem Contra-Remonstrantium gratiam demereatur, ineptè admodum & nugatoriè Confessionem Remonstrantium Socinismi arcessere nuper esse aggressum [Orn.] Anno Salutis 1624, 4o, 44p.

(Nicolaas Bodecher werd als remonstrant afgezet als predikant van Alkmaar. Hij tekende in 1623 de Acte van Stilstand en vertrok voor studie naar Leiden. Hij schreef in 1624 zijn Sociano-remonstrantismus tegen de remonstranten. Episcopus zag zich toen gedwongen tot dit verdedigingsschrift, getiteld Bodecherus’ geneuzel (inepties). .

PHILIPPUS ROVENIUS, Tractatus de missionibus ad Propagandam Fidem, et conversionem infidelium & haereticorum instituendis, in partes quinque distributus, omnibus qui animarum curam gerunt, perutilis [dm], Lovanii typis Henrici Hastenii M.DC.XXIV [1624], 8o, [xii]+120 p.

(Perkamenten bandje; eerste schutbladen gekreukt; eigendomsinschrijving A.J.A. van Rossum; op titelpagina vage bibliotheekstempel Bibliotheek seminarie Apeldoorn. In 2011 in andere – Twentse – handen overgegaan).

DANIEL MEISNER, Viva virtus est funeres expers [Levende deugd kent geen dood] Gezicht op Gouda, ca. 1625

PrentGouda

(Prentje uit Daniem Meisner, Thesaurus philo-politicus, hoc est: embelemata sive moralia politica, figuris aeneis incisa (…) Politisches Schatzkästlein. Thesauri philo-politici pars prima [ad octava]. 8 Teile in 1 Band, uitgegeven door Eberhard Keisern in Frankfort 1624-1627. Moralistisch werk van de barokke dichter Meisner (1585-1625). Elke gravure is voorzien van een motto of zinspreuk in het Latijn en het Duits. Als basis voor de gravure is de prent van Braun & Hogenberg uit 1585 genomen. De twee staande figuren rechtsonder op de prent zijn vervangen door een schrijvende man die zit en een staand. skelet met zandloper achter hem).

CHRISTOPHORUS FABER (THEODORICUS DE WITTE), Clare wtlegginge van het H. Sacrificie der Missen met alle ceremonien van dien. Oock mede vant H. Sacrament des Autaers: met veel andere schone leeringen ende oeffeningen daer toe dienende. Gestelt by Vrage ende Antwoort in manire van Catechismus ende gedeelt in xxviii lessen, Opera et studio Christophori Fabri Lovaniensis S. Theologiae Licentiati, Tot Loven by Ian Maes int groene Cruys anno 1625, 8o, 398+[x] p.

(Veelgebruikt leerboekje, geschreven door de uit Utrecht afkomstige De Witte. Met titelgravure en eigendomsinschrijving op het eerste schutblad van Philips Edeler. Originele, gewreven lederen band, eerste pagina’s aan de marges gerestaureerd; vochtvlek in de rechtermarge van de eerste katernen. Met achterin ingelegd een Kort begryp der aflaeten welcke de Roomsche Pausen aen de soo genoemde Birgittynse Rosen Kransen verleenen (1745).

C. B. P. S. TRS R.O.M. P.G. inf. [JACOB TYRAS], Strydende, over-winnende ende tryumpherende waerheyt in alle principale punten der eendrachtighe heylighe catholijcke apostolische kercke, raeckende een cort begryp des geestelijcken levens, tegen alle ongelovige eygenzinde, als ioden, mennonisten, lutherianen, vry-gheesten, arminianen, besonder tegens de twee vernaemste D. S. ende S. L. ende eenen twistmaker, valschen ontdecker des pausdoms, [IHS-merk] Tot Antwerpen, voor Balthasar Moretus, 1625, 8o, 190fol. [=380p]+[v]p.

(Polemisch werk, door Van Gennep toegeschreven aan de franciscaan Jacob Tyras. Het boekje riep een reactie op van de remonstrantse predikant Dominicus Sapma, onder de titel Paepsche triumpherende waerheydt. : Uyt-ghegheven door eenen pater Iacobus Minnebroer, onder den tijtel van, Strijdende, overwinnende ende triumpherende waerheydt. In originele, vervuilde perkamenten omslaande band. Titel in oud handschrift op de rug. Middeleeuwse bindstroken. Gedichtje in drie coupletten in oud handschrift op het tweede schutblad. SJH).

IOANNIS WAMESIUS, Responsorum sive consiliorum ad ius forumque civile pertinentium centuria prima, ordine iudiciario digesta [DM] Lovanii, apud Petrum Zangrium, typographum Iuratum, 1625, fol., [vii]+305+[xxii] p.

IOANNIS WAMESIUS, Responsorum sive consiliorum ad ius forumque civile pertinentium centuria secunda, ordine titulorum pandectarum & codicis digesta [DM] Lovanii, apud Henricum Hastenium, typographum Iuratum, 1608, fol., [ii]+373+[xxiii] p.

(Twee werken over de vroegste christelijke rechtsgeschiedenis van Wamesius (1524-1590) was professor in de rechten en diverse keren rector van de Universiteit van Leuven. Bibliotheekstempel Passionisten van Mook op het titelblad. Eigendomsinschrijving naast drukkersmerk van Petrus [rest uitgewist]. Met paginagroot portret van de auteur op de keerzijde van het titelblad. In originele perkamenten band, waarvan de rug uitgedroogd en omgekruld is. Platten vlekkerig. BPH).

EDUARDUS POPPIUS, Siecken-troost. Dat is: Aensprake, onderwijsinge ende vermaninghe aen de krancke luyden van allerley soorten onder de Christenen, gherichtetDSC09477nae den staet van de wandelinghe die se elck gheduyrende hare gesontheyt geleyt hebben. Met grooten vlyt, ghetrouwigheyt ende naerstigheyt te samen ghestelt door Eduardum Poppium, sal.r. gheda: In zijn leven Bedienaer des H. Evangelij binnen derGoude. Met een Voor ende Na-reden, waer inne de ghelegentheyt van ’t gheheele werck wort te verstaen gegeven: mitsgaders oock een sommier van ’t werck [Afb], Tot Amsteldam by Iacob Aertsz. Calom, boeck-verkooper, woonende op ’t Water in de vyerighe Calom 1626, 4o, [xxxii]+126p.

(Eerste editie van een populair werk voor ziekentroosters, dat onvoltooid bleef door het overlijden van de Goudse predikant Poppius in 1624 tijdens gevangenschap op slot Loevenstein. Met fraaie titelgravure, waarop Poppius zittend aan een ziekbed te zien is. In originele perkamenten band, met zwakke rug. Eerste schutbladen rafelig. Op sommige bladen wormvraat aan de marge, zonder tekstverlies).

CORNELIUS DUNGANUS, Salvatien van ’t geschrift onlangs uyt-gegeven tegen de remonstrantsche af-gesonderde vergaderingen: geintituleert Redenen van consideratie &c. Ingesteld tot weder-legginge van de Consideratien, die enige onder den naem van ledematen van de ware, suyvere christelijcke gerefortmeerde kercker daer tegens hebben laten uytgaen [Orn.] Tot Utrecht by Abraham van Herwijck, boeckvercoper, 1626, 4o, 132p.

(Knuttel 3703. Cornelis Egbertsz van Dungen (Dunganus) was gematigd contra-remonstrant en onder meer predikant te Baarn, Jutphaas (afgezet in 1612), Oost-Zaandam, Arnhem en van 1619 tot zijn dood in 1636 in Utrecht. In eenvoudige papieren omslag. Binnenwerk gaaf).

LEONARDUS LESSIUS, Opuscula: quibus pleraque sacræ theologiæ mysteria explicantur, & vitæ recté instituendæ præcepta traduntur. Ab ipso auctore, paullò ante mortem, variè aucta & recensita [IHS-merk] Antverpiæ ex officina Plantiniana, apud Balthasarem Moretum, & Viduam Ioannis Moreti, & Io. Meursium 1626, fol., [v]+911+[xxxv] p.

(Verzameld werk van Leonardus Lessius (Lenaert Leys, 1554-1623), Zuid-Nederlands theoloog van de Sociëteit van Jezus (jezuïet) en adviseur van de aartshertogen Albrecht en Isabella. Met paginagroot portret van deze Leuvense hoogleraar. In originele band met omslaand perkament. Delen van sluitlinten. Titel in vaag oud handschrift op de rug. SJH)

IAN VAN GORCUM, Troost der siecken, oft bereydinge tot een saligh sterven. Den derden druck , wederom op nieue oversien ende verbetert [afb.] t’sHertogenbossche, by Jan Scheffer woonende in de Kerckstraet in den goeden Herder, 1626, 8o, 367+[v]p.

(Op de titelpagina houtsnede van iemand op het sterfbed. De eerste druk van dit werk verscheen bij dezelfde drukker in 1614. De tweede in 1617. Priester uit Den Bosch, die opgroeide in protestants milieu. Hij schreef diverse godsdienstige, ascetische boeken. Hij overleed in 1628 en werd begraven in het clarissenklooster in Den Bosch. In origineel perkamenten bandje, met vervaagd in oud handschrift de titel op de rug. Rug wat vervuild en iets los van het boekblok.  Met eigendomskenmerk: “S.J.H.” (jezuïeten Haastrecht). SJH)

[HERIBERTUS ROSWEYDUS, Het leven der HH. Maeghden, die van Christus tyden, tot dese eeuwe inden salighen staet der suyverheyt inde wereldt gheleeft hebben. Met een cort tractaet vanden maeghdelycken staet, t’Antwerpen, by Ian Cnobbaert, by ’t huys der Professen der Societeyt Iesu 1626], 8o, [xii]+670+[iii]p.

(Heiligenbeschrijvingen door de jezuïet Rosweyde. Zonder titelpagina. In vervuilde originele perkamenten band, met titeletiket op der rug. Met talrijke gravures. SJH)

ROBERTUS BELLARMINUS, De Ascensione mentis in deum per Scalas rerum creatarum, [DM] Coloniae Agrippinae apud Cornelis ab Egmond anno 1626, 16o, [xiii]+265p.
c1cbb950-ca62-11e4-84c9-300cf07c87bbc6b2fe4c-ca62-11e4-93b6-f89971527178
ROBERTUS BELLARMINUS, De Aeterna felicitate sanctorum libri quinque, [DM], Coloniae apud Cornelis ab Egmond anno 1626, 16o, [xiii]+263+[xxxv] p.

(Twee werkjes van kardinaal Bellarminus in een perkamenten bandje. Twee gegraveerde titelpagina’s en twee paginagrote gravures van de schepping van de aarde en van de hemel. Eigendomsinschrijvingen A.J. de Meulder, pastor in Bornhem en F.J. Wilson 1786; stempeltje L. de Brassander, pasteur; op schutbladen stempeltjes van Bibliotheca Congr. SS Redempt. Bruxellis).

PLACCART DU ROY nostre sire. Touchant la vente des Offices [koninklijk wapen] A Bruxelles, chez Hubert Antoine, imprimeur juré de la Cour, à l’Aigle d’or pres du Palais, 1626, 4o, 14p.

(Koninklijk pamflet, gedrukt in de Zuidelijke Nederlanden. Gebonden in harde kartonnen omslag).

EHREN GEDECHTNUSDess Durchleuchtigen Hochgebornen Fürsten unnd Herren Herrn Ludwigen Landgraven zu Hessen Graven zu Catzenelnbogen Dietz Zigenhain und Nidda, Marpurgi apud Nicolaum Hampelium et Casparum Chemlinium, [1626], fol., [xv]+302+187 p.

DSC06152

(Zeldzaam. Gepubliceerd ter gelegenheid van het overlijden en de begrafenis van landgraaf Ludwig V von Hessen-Darmstadt op 27 juli 1626. In vlekkerige perkamenten band; sporen van sluitlinten. Titelblad en eerste drie pagina’s met tekst en ornamenten ontbreken. Verschillende dubbelpagina gravures, met afbeeldingen van ondermeer de begrafenisstoet, de crypteen stambomen. Sommige platen met kleine scheurtjes; laatste blad met grotere scheur. Licht vlekkerig, tekst zwaar gebruind – zoals bij alle bekende exemplaren – en met kleine scheurtjes. Met onderstrepingen en opmerkingen in oud handschrift in de marge. Religieus gedicht in oud schrift op laatste blad (“1627. Jeszus mein Helfer ewig ist / im glaubem vest ich bin gewiss / Jeszus mein Helfer ewig / im glauben vest ich bin gewiss). Kleine bibliotheekstempel (“Bibliothek Schloss Miltenberg”).

VALENTINUS BISSCHOP, Lof der suyverheydt. Het Derde Boeck. Inhoudende de gheestelijcke oeffeningen ende regel der Maechden, t’Antwerpen by Joan Cnobbaert, 1627, 8o, 554+[x] p.

(Zogeheten kloppenboek met leefregels voor geestelijke dochters. De auteur is een jezuïetenpater. Mist titelpagina. Stukgelezen, waardoor rug is gebroken en originele perkamenten bandje beduimeld is. SJH).

[EMANUEL VAN METEREN], Der Niderlandischer Historien. Ander Thâil. Darinn auszfuhrlich angezeigt was sich vom Iahr 1605 bis Anno 1620 zugetragen. In welchem die ausgestelte Friedshandlung in Niderland und was sich sonderlings in Franckreich, Engeland, Teutschland und anderswo begeben ordentlich beschrieben und erzehlet wird, Ambsterdam Gedruckt bey Iohan Iansons Anno 1627, fol. [i]+860+[xxvi
[EMANUEL VAN METEREN], Der Niderlandischer Historien. Ander Thâil. Darinn auszfuhrlich angezeigt was sich vom Iahr 1620 bis Anno 1629 zugetragen., Ambsterdam Gedruckt bey Iohan Iansons Anno 1630], fol. [i]+686+[xxix] p.

(Deel 2 en 3 van Van Meterens geschiedschrijving van de Opstand in het Duits. Met fraaie, gerestaureerde, titelprent. Titelpagina derde deel ontbreekt. Met twee – Georgius Villiers Buckingam, II-535 en Henricus Cornelius Longkius, II-682 – van de Eigendomsinschrijving “Heinrich von Finster”. In stevige band met kartonnen platten en lederen rug, met titel in handschrift: “E. v. Meteren, Geschichte des Niederlandsichen Krieges 2/3”).

CHRISTIANUS NEUTER, Historie van Br. Cornelis Adriaensz. van Dordrecht, minrebroeder tot Brugge. Inde welke verhaalt wert de disciplinebroercornelis3 en secrete penitentie oft geesselinge by hem gebruykt. Als ook mede sijne wonderlijke, vuyle, grouwelijke, ia bloetdorstige en lasterlijke sermoonen die hij binnen Brugge gepredikt heeft. Gedrukt ’t jaer 1628 [achterin:] Tot Deventer. By CoenraetThomassen, boeckdrucker 1639, 8o, 384+494+[ii] p.

(Ingeleid door Christianus Neuter, mogelijk een pseudoniem van Hubert Goltzius of van Jan vande Casteele, pastoor van de St.-Jacobskerk in Brugge; heruitgave (oorspr. 1569 Norwich) van een spraakmakende bundel anti-protestantse preken, waarbij feitelijk sprake is van een dubbele satire. Aan de ene kant is er Broer Cornelis, franciscaner monnik in Brugge, die preekt tegen de opkomende ketterijen. Tegelijk zet de auteur Broer Cornelis te kijk met zijn commentaar en opmerkingen in de marge.

broercornelis2

De houtsnede op de titelpagina verwijst naar Boeder Cornelis’ geheime genootschap van vrouwen die maagdelijkheid als ideaal hadden en geselstraf van hem ontvingen. Eigentijdse Hollandse band : vol perkament, gladde rug met titelopschrift “Broer Conrelis sermonen” in pen, gespikkelde sneden; enkele kleine vlekken)

[JACOB VAN DER EYCK], Corte beschrijvinghe mitsgaders hantvesten, privilegien, costumen ende ordonnantien vanden Lande van Zuyt-Hollandt [DM], Tot Dordrecht, by Nicolaes Vincentsz. van Spierincxhouck, boeck-drucker, woonende by de Visch-marckt in de nieuwe Druckery 1628, 4o, [xxiv]+450+[vi] p.

ZuidHoll

(Eerste uitgave van dit handboek over het gewoonterecht van de dorpen en steden van Zuid-Holland, samengesteld door van der Eyck (1574-1634), rechtsgeleerde en secretaris van het Zuid-Hollands hof. Met gegraveerde frontispice van Sint-Elisabethsvloed uit 1421, gemaakt door Willem Hondius naar Adriaan van de Venne en enkele wapens in de tekst (sommige blanco), dat van Dordrecht op een volledige pagina. De ongenummerde bladen vooraan bevatten enkele gedichten van o.m. Jacob Cats (in het Nederlands) en Gaspard van Baerle (in het Latijn). In fraaie geblindstempelde band met gaatjes voor sluitlinten, die ontbreken. Binding zwak).

SAMUEL AMPZING, Beschryvinge ende lof der stad Haerlem in Holland. In rijm bearbeyd: ende met veele oude ende nieuwe stucken buyten dicht uyt verscheyde kronijken, handvesten, brieven, memorien ofte geheugeniszen ende diergelijke schriften verklaerd ende bevestigd [Orn.] Te Haerlem by Adriaen Rooman, ordinaris stads-boekdrucker 1628, 4o, [xxxii]+520+[vi] p.

PETRUS SCRIVERIUS, Laure-crans voor Laurens Coster van Haerlem, eerste vinder van de boeck-druckery [DM], Tot Haerlem, by Adriaen Rooman, ordinaris stads-boeckdrucker 1628, 4o, 128p.

(Eerste Haarlemse stadsgeschiedenis, geschreven door Samuel Ampzing (1590-1632). Hij was predikant, dichter en taalpurist en zoon van de uit Ootmarsum afkomstige Johannes Ampzing. Dit exemplaar is ontdaan van vrijwel alle platen, behalve het Beleg van Damiate en de plattegrond van de Grote Kerk. Beide platen op steviger papier geplakt. Ook de frontispice en de titelpagina van de bijgevoegde lofrede op de boekdrukkunst zijn verwijderd, alsmede het 54 pagina’s tellende ‘Nederlandsch tael-bericht’ van Ampzing in het voorwerk. Voorplat ook verdwenen; eerste katern los. Op de laatste pagina van de stadsgeschiedenis opnieuw impressum en drukkersmerk met drukpers; kleinere uitvoering van de afbeelding op het (ontbrekende) titelblad van de Laure-crans. Aan het gedeelte van Scriverius is een portret toegevoegd van Laurens Coster. Tekst van beide werken compleet).

PETRUS SCRIVERIUS, Laure-crans voor Laurens Coster van Haerlem, eerste vinder van de boeck-druckery [DM], Tot Haerlem, by Adriaen Rooman, ordinaris stads-boeckdrucker 1628, 4o, 128p.

DSC05966Uit de band genomen publicatie over de boekdrukkunst in Europa van de hand van de Haarlemse oudheidkundige en filoloog Petrus Scriverius (1576-1660), die doorgaans is ingebonden bij Samuel Ampzings, Beschryvinge ende lof der stad Haerlem. Eigendomsinschrijving F. Kloek in dun handschrift op de titelpagina. Zonder omslag, bijeengehouden door bindtouwen. Fraai drukkersmerk met scenes in boekdrukkerij en een schooltje (“gramatica”), wapen van Haarlem en spreuk “Labore et diligentia”, geflankeerd door man met schop en vrouw met vlag en boek. Drukkerijscene omrand door bijbelspreuk Gen. 3:19: “Int sweet uus aensichts sult ghy u broot eeten”. Gedrukt op fris papier; delen van de tekst in civilité).

[PETERUS VAN NIEUWENRODE], Korte aenmerckingen, tot bewijs dat de vijf artijckelen der Remonstranten, in haerzelven niet tolerabel en zijn, maer het fundament der Salicheydt ende Religie zoo verre raken, dat tot de ghemeenschap der kercken niet moghen aenghenomen worden die met verstant en kennisse in ‘t ghevoelen der zelvighe staen, zonder dat se al-voren tot beter verstant ghebracht zijn. Ghemeen ghemaeckt door lief-hebbers der waerheyt, ende der rechtghematichde christelicke vrede, breeder blijckende in de Voor-reden [orn.], Tot Rotterdam, by Cornelis van Damme, boeck-verkooper, woonende aende groote kercke, anno 1628, 4o, 19p.

(Knuttel 3830a. Wordt toegeschreven aan de Rotterdamse predikant Van Nieuwenrode. Met eenvoudige papieren omslag en blauwe tekststrook met titel op de voorkant. Achterzijde omslag voorkant eigendomsstempel “Museum Willem-Twee, 1873”).

IOANNIS OWEN, Epigrammatum Ioannis Owen Cambro-Brittanni, Oxoniensis. Editio Postrema [Orn.] Lugd. Bat. Ex officina Elzeviriana, anno 1628, 24o, p. 5-199.

(John Owen (ca.1564-1622) was in heel Europa bekend om zijn puntdichten (epigrammen). Titelpagina en voorwerk ontbreekt. In origineel perkamenten spitselbandje met één (van twee) koperen boekklampen. Boekje wat kromgetrokken. SJH).

ANTONIO FERNANDES, Examen theologiæ moralis medullam omnium casuum conscientiæ complectens [DM-IHS] Coloniæ Agrippinæ, sumptibus Petri Henningij, anno 1628, 8o, [xv]+1000+[xix]+63p.

CAROLUS BORROMAEUS, Tractatus Aureus administrandi sacrametum [DM] Coloniæ Agrippinæ, apud Petrum Henningium, anno 1628, 8o, 37p.

(Een vierdelig moraaltheologisch werk uit Portugal, dat zeer populair was onder geestelijken over de hele wereld en vaak in het buitenland werd herdrukt. Het eerste deel gaat over liefde voor God en de naaste en de Tien Geboden; het tweede over de vijf geboden van de Kerk en van kerkelijke censuur en straffen; het derde gaat over de zeven sacramenten; het vierde deel behandelt de vragen van zondaars uit verschillende sociale lagen, gerangschikt in alfabetische volgorde, en ten slotte de werken van Barmhartigheid. António Fernandes de Moure werd geboren in Braga en overleed in 1646. Het meegebonden werkje is van de hand van Borromaeus (1538-1684) was een heilig verklaarde Italiaans kardinaal en aartsbisschop van Milaan met voorliefde voor architectuur. In stevige bruinleren band, met lichte beschadigingen onderaan. SJH).

[Kaart uit] SEBASTIAN MÜNSTER, Cosmographey Oder beschreibung der gantzen Weltt, Basell, Beij den Henricpetrinischen 1628, fol. [ii]p

(Bladzijde met handgekleurde kaart van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel. Het wapen van Friesland midden boven, het wapen van Overijssel rechtsonder in het midden, de schaalstok midden onder. Beide zijden Duitse tekst. Keerzijde nog twee kleine houtsnedes. De kaart verscheen van 1550 tot 1628 in de meeste uitgaven van de ‘Cosmographei’).

[LUIS DE LA PUENTE], De Passie onses Heeren Iesu Christi. Ten tweeden, De Wercken der Apostelen. Ende ten derden, De Openbaringhe van Sint Ian. Met corte verclaringhen uyt de H. Oudt-Vaders ende treffelijcke Catholijcke Leeraeren by een

ghestelt. Alles in figuyren seer constigh af-gebeelt, gesneden door C.V. Sich. [Afb.] Tot Loven, by Isbrandt Jacobsz, voor P.I. Paets, 1629, In-8°, [na gegraveerde titel/frontispice met op de keerzijde het Laatste Avondmaal ontbreken fol. 1 – 135], 
560 p.

(Eerste katernen ontbreken. Schutbladen en perkamenten band sleets en slordig. Titel op gegraveerde titel wijkt af van titel boven de bladzijden, die luidt:Der zielen lust-hof, tracterende van’t leven ende lijdens ons Heeren; de Wercken der Apostelen; S. Ians Apocalyps.Circa 250 houtsneden (meestal op volle pagina), beginletters en vignetten van C. Van Sichem naar Martin van Veen, Dürer, Johannes Stradanus, Martin van Heemskerk enz. Mispaginering. Eerste ditie. Een deel van de houtsneden verscheen in het werk ‘Die Alleenspraecke der Zielen met Godt’ (1628) van Thomas à Kempis; provenance voorin: “Johanna Catt.a Jacobs. A.dij. 31 martij 1646”; achterin: “P.E. Harperink, Groenlo den 22. April 1829 en G.J. Harperink, Groenlo den 15. April 1861”).

WOLFGANG SIGISMUND A VORBURG, Aurea rudimenta et paratitla universi iuris canonici seu ecclesiastici : In octo classes distributa iuxta vulgatam seriem libror. & titulor. iuris canonici: deducta & desumpta ab ipsa ecclesia primitive […] Ex corpore iuris canon. trismegisto canonicali, Navarro, Azorio, Molina, Sa, Filliucio, Reginaldo, Lessio, Becano, Laymanno, Lancelotto, Rebuffo, Covarruvia, Venatorio, Canisio, Gaillio, Alciato, Everhardo, Vigelio, Wamesio, utroq[ue] Chokier, Peckio, Brantio, Pelsio, & similib., Asschaffenburgi, typis Querini Bozeri, anno 1629, 8o, [xiii]+721p.

(Acht uiteenzettingen over het canoniek recht van deze uit Voorburg afkomstige, maar in het Duitse Aschaffenburg werkende rechtsgeleerde, die leefde van ca. 1594 tot 1645. In originele perkamenten spitselband, waarvan het perkament aan de linkeronderzijde van het voorplat licht omgekruld is. Titelpagina in rood en zwart. Eigendomskenmerk “S.J.H.” (jezuïeten Haastrecht) op titelblad. SJH).

PETRUS RIBADINEIRA, HERIBERTUS ROSWEYDUS, Generale legende der heylighen met het leven Iesu Christi ende Marie. Vergadert wt de H. Schrifture, Oude Vaders, ende Registers der H. Kercke, T’Antwerpen by Hieronymus Verdussen in de Camerstraet inden rooden Leeuw, 1629, gr. fol., [xxx]+792p.

PETRUS RIBADINEIRA, HERIBERTUS ROSWEYDUS, Idem, Het tweede deel, fol. [vi]+728+[xxvii]p.

(Reusachtig foliant met heiligenlevens, geschreven door de Spanjaard Peterus Ribardineira (1526-1611), jezuïet en biograaf van Ignatius van Loyala, en de uit Utrecht afkomstige en in Antwerpen werkzame jezuïet Heribert Rosweyde (1569-1629). De eerste druk verscheen in 1619. Fraaie titelgravure, paginagrote gravures van Jezus en Maria en per maand miniafbeeldingen van alle beschreven heiligen. Laatste deel met kleine vlek in de rechter bovenhoek; buiten de tekst. Eigenaarsinschrijving voorin : ‘Dit boeck hoort toe Heijndrick Adriense Benschop. Hendrick Ariensz Benschop trouwde op 30-1-1674 te Oudewater met Brechge Willems, woonachtig in Hoenkoop. Hij was in 1780 burgemeester van Oudewater. Op achterste schutblad Gerrit Willemsz. Mogelijk is dit Gerrit Willemsz Stolwijck, geboren in 1724 in Hoenkoop, gedoopt in Oudewater en overleden in 1798 in Haastrecht. Reuzenfoliant met originele bruinleren band, voorzien van drie (van vier) koperen hoekstukken en middenstuk op voor- en achterzijde;  twee boekklampen van koper, waarvan er een grotendeels is verdwenen. Voorplat gebroken en leer ingescheurd. SJH).

SENTENTIEN, vanden Raedt van State der Vereenighde Nederlanden over die ghene die schuldigh geweest zijn aen het overgeven der Stadt Amersfoort ende het huys ter Eem [Wapen], In ’s Graven-haghe by de weduwe ende erfghenamen van wijlen Hillebrant Iacobssz. van Wouw, ordinaris druckers vande Hog: Mog: Heeren Staten Generael, Anno 1629, 4o, 27p.

(Knuttel 3871. Met kleine bibliotheekstempel HLR? En ‘doublet’ op titelpagina. Kleine watervlek op laatste pagina’s, zonder tekstverlies).

CAREL LEENAERTSEN c.s., Copie van de Remonstrantie die by abuys van verscheyde persoonen genaemt wwerde Deductie. Overghelevert beneffens de Requeste der medeborgheren van Amstelredamme, als een verbael van alle de documenten der borgeren voorsz. inde vergaderinge van de Ed. Mog. Heeren Staeten van Hollandt ende West-Vrieslandt [DM] Ghedruckt te Haerlem, by Adriaen Rooman, Ordinaris boeck-drucker woonende inde Jacobijne-straet inde Vergulde Parsze, 1629, 4o, [xiv] p.

(Knuttel 3936; met eenvoudige groen-papieren omslag. Prachtig drukkersmerk met afbeelding van een drukkerij. Bericht aan de lezer in civilité. Met lofzang op Amsterdam als vrijplaats voor vluchtelingen).

COPIE VAN DE REQUESTE, confessie ende sententie van Ian Willemsen Bogaert, oud-schepen der stad Amsterdam. Te Haerlem gedruckt by Adriaen Rooman, ordinaris boeckdrucker, woonende in de Jacobyne-straet, in de vergulde Parsze anno 1629, 4o, 8 p.

(Knuttel 3937)

SAMUEL AMPZING, Eer-verdediginge sijns persoons ende ampts, tegens verscheyde onbekende Amsterdamsche pasquil-dichters, die hem onbedacht en[de] valschelijk ende tegens alle christelijke billijkheyd sonder het minste bewijs ofte reden het Eer-dicht, op het vertreck van den E. Jan Willemszen Bogaert, oud-schepen der stede Amsterdam gemaekt in arminiaensche bitterheyd ende lasteringe toedichten ende hem daermede inde Amsterdamsche sake onschuldig trecken ende inwickelen, tot beschaminge der quaedwilligen ende onderrechtinge der vroomen in ’t licht gegeven [DM] Gedruckt te Haerlem, by Adriaen Rooman, ordinaris boeckdrucker, woonende inde Jakobyne-straet, inde vergulde Parsze anno 1629, 4o, 16p.

(Knuttel 3944. In fraaie blauwe kaft met florale motieven. Groot drukkermerk op titelpagina met drukker aan de drukpers).

THEODOOR GALLE, Portret van Justus Lipsius, afkomstig uit: IUSTUS LIPSIUS, Sapentiae et litterarum antistites fama postuma. Editio tertia [DM], Antverpiae, ex officina Plantiniana Balthasaris Moreti 1629.

(Portretgravure en titelpagina; beiden op karton geplakt. De eerste editie van dit werk, met deze gravure verscheen in 1607. De gravure is waarschijnlijk kort na de dood van Lipsius vervaardigd door Galle. Justus Lipsius (1547-1606) was hoogleraar klassieke talen in Jena (1572), Leiden (1578) en Leuven (1592). Aan zijn verblijf in Leiden kwam een eind na een aanvaring met Coornhert, die hem in 1590 vanuit Gouda bestookte met kritiek op diens boek Libris es Politicorum, waarin hij zich een voorstander toonde van het doden van ketters omwille van de rust in een land. Lipsius keerde terug naar de Zuidelijke Nederlanden, werd (weer) katholiek en ging doceren in Leuven. Hij was goed bevriend met de Antwerpse boekdrukker Christoffel Plantijn. Diens schoonzoon Moretus drukte het boek met dit portret, met op de titelpagina het beroemde drukkersmerk met de gulden passer. Het portret van Theodoor Galle (1571-1633) toont de buste van de naar rechts kijkende geleerde in een ovaal. Onder hem een afbeelding van Modestia (bescheidenheid) en het ovaal wordt omringd door de allegorische figuren Gloria (overwinning) Virtus (oprechtheid), Fama (beroemdheid) en Doctrina (leer). Onderaan de prent een gedicht van Heribert Rosweyde: Cum peteret VIRTVS, DOCTRINA, MODESTIA sculpi, / Mente, animo, vultu LIPSIVS instar erat: / LIPSI animum, mentem, vultum dum cælun se TRIAS ista dedit. / Quid faceret sculptor, quem ludit amabilis error? / Sedula, ne erraret, sculpsit vtrumque manus. / Plectite, securè nunc GLORIA FAMA coronas, Inuidiam pedibus VIRGO MODESTA premit. / H.R. Daaronder is de gravure gesigneerd: “Theodorus Galleus delineavit et sculpsit”).

ZACHARIAS URSINUS, HOMMIUS FESTUS, Het Schat-boeck der verclaringhen over de Catechismus der Christelycke Religie, die in de Ghereformeerde kercken ende scholen van Hoogh ende Neder-Duytsch-Landt gheleert wort. Uyt de Latijnsch verclaringen van den Hoochgeleerden D. Zacharias Ursinus, ende van anderen die over dese Catechsimus gheschreven hebben, overgheset ende tesamen ghestelt door Festus Hommius. Die daer by ghedaen heeft voor elcke sondagh corte verclaringhen bequamelick in tafelen afghedeelt [DM] , Tot Leyden by Andries Clouck, boeckvercooper inden Ghecroonden Engel, anno 1630, 4o, [vii]+303fol. [=605p.]+272 fol. [=543p.]+[xv]p.

(Vijfde druk van het bekende Schatboek van Zacharias Ursinus (1534-1583) over de Heidelbergse Catechismus, bewerkt door de Leidse predikant Festus Hommius. De vierde druk verscheen in 1622. Op titelblad groot drukkersmerk van Andries Clouck met een gekroonde Engel, omrand met de tekst “Beati Pedes EvANGELizantium pacem”. Op keerzijde van titelpagina het levenslange privilege voor het drukken van dit boek door Clouck, gedateerd 21-2-1631. In het voorwerk een korte levensschets van Usrinus, afgsloten met het bijna paginagrote – scheefgedrukte – portret van deze theoloog. Eigendomsinschrijving op voorste schutblad van “C.H. de Kievit, Willem Barendstr. 103”. In originele perkamenten band, met op de rug in oud handschrift “Ursinus over de Catechismus”. Binding was zwak, het en der wat wormgaatjes en vlekjes).

..

DSC01909DIRCK VOLCKERTSZ. COORNHERT, Iustificatie des Magistraets tot Leyden in Hollandt. Teghens de Calumnien ter saecken vande differenten tusschen henluyden ende eenige vande Ghemeente aldaer bij den selven den Magistraet wat min dan Christelijcke nagheseydt. [met portret Coornhert op titelpagina van de hand van C. van Sichem]. By Iacob Aertsz. Colom, Boeck-vercooper op’t water inde vyerighe Colom 1630, fol., 40p.

(Gedeelte uit Werken van Coornhert fol. 185-204, die in 1630 in drie delen bij Colom verschenen; apart gebonden met kartonnen omslag; Op titelpagina stempels ACAD LUGD en “Ex auct. Curatt. Venditi W.N. du Rieu”. In andere handen overgegaan in 2013).

DIERYCK VOLCKERTSZ. COORNHERT, Wercken, waer van eenige noyt voor desen gedruct zyn, T’Amsterdam, by Iacob Aertsz. Colom, op’t water inde vierige Colom1630[1629-1633], fol., 3 dln., 102+1108 p. [10+46+554 fol] + 1196 p. [ix+iii+586 fol] + 1268 p. [xii+vii+iii+ii+xlii+572 fol]

Eerste deel:

– Het leven van D.V. Coornhert [zonder titelblad], fol. 1 – 7v.

– Voor-reden aen den bescheyden leser, fol. 8 – 9v.

– Register der tractaten van ’t eerste deel, fol. 10 – 10v.

– Van Godt [zonder titelblad], fol. 1 – fol 12v.

Bindfout katern na fol 8v. per abuis ingebonden (fol. 186 – 194 deel Remonstrance en deel Iustificatie des Magistraets tot Leyden in Hollandt [portret] 1630; hoort in tweede deel]

– Van Christo [zonder titelblad], fol. 13 – 32v.

– Van den Heylighen Gheest [zonder titelblad], fol. 33 – 34r.

– Van t’Gheloove [zonder titelblad], fol. 35 – 38v.

– Vande ongheloovigheyt ende den ongheloovighen [zonder titelblad], fol. 38v. -39r.

– Van de Waerheyt [zonder titelblad], fol. 39 – 40r.

– Van de hope [zonder titelblad], fol. 40v.

– Van de ware penitentie, bekeeringhe, boete of wedergheboorte [zonder titelblad], fol. 41 – 43v.

– Ontledinge van de liefde [zonder titelblad], fol. 44 – 46v.

– Hert-spiegel Godlijcker Schrifturen [DM gr.],1632, fol. 1- 28r.

– Vereeninghe van sommighe strijdich-schijnende sproken der H. Schrifturen [DM gr.],1631, fol. 29 – 44r.

– Toetzsteen der Ware Leeraren [DM kl.],1631, fol. 45 – 69v.

– Van den onderscheyt tusschen die ware ende valsche Leere, [DM g.],1631, fol. 70 – 80r.

– Twee-spraeck, of waerheydt vrymaeckt? [DM gr.],1631, fol. 81- 82v.

– Oorsaken ende middelen vander menschen saligheyt ende verdoemenisse [DM gr.],1631, fol. 83 – 119v.

– Van de onwetenheyt der menschen, die daer is onschuldigh of schuldigh [DM kl.],1631, fol. 120 – 128v.

– Dat onverstandigh blijven des menschen eenighe zonde ende oorsake van alle doolinghen zy [portret],1631, fol. 129 – 138v.

– Van des menschen natuerlijcke vleesch wondersproock (…) [DM kl.],1631, fol. 139 – 164v,

– Ladder Iacobs, of trappe der deughden (…) [Orn.],1632, fol. 165 – 176v.

– Vande wedergheboorte (…) [Orn.],1632, fol. 177 – 190v.

– Tafel vander gheloovighen iustificatie ofte rechtvaardighwordinghe in Christo Jesu [portret],1631, fol. 191 – 195v.

– Van wel bidden onderwijs uyt die Goddelijcke Schrifture (…) [portret],1631, fol. 196 – 210v.

– Van de ware onderdanigheydt der Christenen (…) [portret],1631, fol. 211 – 213v.

– Dat Godts gheboden licht zijn ende leerlijck [portret],1631, fol. 214 – 230v.

– Dat des duyvels wet swaar is ende lastigh [portret],1631, fol. 231 – 248v.]

– Waarachtighe aflaat van zonden [portret],1631, fol. 249 – 267v.

– Zedekvnst dat is wellevens kunste (…) [portret],1632, fol. 268 – 336v.

– Opperste goedts nasporinghe [portret],1632, fol. 337 – 352v.

– Consistorie, handelende van ’t niet hanteren des Nachtmaels (…) [Vignet],1631, fol. 353 – 364v.

– Gesprake met de Waterlantsche Ghemeente (…) [zonder titelblad], fol. 365 – fol. 370v.

– Een corte beschrijvinghe van pijne ende droefheydt [zonder titelblad], fol. 371 – 373r.]

– Proeve van goede ruste des gemoedts [zonder titelblad], fol. 373 – 376v.

– Vande sendinghe, ghesprake tusschen vrunt ende Coornhert [zonder titelblad], fol. 377 – 383v.

– Van ’t overheydts ampt [zonder titelblad], fol. 383v. – 387r.

– Der maeghdekens schole. Comedia [zonder titelblad], fol. 387v. – 399r.

– Van den boom des levens [zonder titelblad], fol. 399v. – 410r.

– Ware aflaet van zonden of twee-spraeck tussen Iesus Samaritana [zonder titelblad], fol. 410v. -415v.

– T’samensprake van de volmaeckte onvolmaecktheyt, tusschen opinie ende experientie [zonder titelblad], fol. 415v. – 411r.

– Vierschare [zonder titelblad], fol. 411v. – 433r.

– Vanden grondt der openinghe van den grondt der Waterlandtsche kercken (…) [zonder titelpagina], fol. 433v. – 438v.

– Verscheyden t’samen-spraken [zonder titelpagina], fol. 439 – 461r.

– Oordeelen van een ghemeen landts leere [zonder titelpagina] fol. 461 – 466r.

– Edelman, graeu monick, luteraen [zonder titelpagina], fol. 474v. – 468v.

– Vanden aengheheven dwangh inder concientien binnen Hollandt [zonder titelblad], fol. 469 – 472r.

– Van yemandt te stryden mach hebben teghen zijnen zonderlijcken lusten ende des niet te min een warachtich Christen mach zijn [zonder titelblad], fol. 472v – 473v.

– Vanden thien maeghden [zonder titelblad], fol. 466 – 471v.

– Aertzenij der zielen [zonder titelblad], fol. 472 – 484v.

– Bedacht schynende met te brenghen dat die Roomsche Kercke beter zy van der ghereformeerden [zonder titelblad], fol. 484v. – 486v.

– Lied-Boeck [zonder titelblad], fol. 487 – 513v.

– Wat hanteringh nutste is om den kinderen te leeren [zonder titelblad], fol. 514 – 517v.]

– Bedencke vander Nederlanden noodt ende hulpe [zomder titelblad], fol. 518 – 520r.

– Boëtius, Vande vertroostingh der wysheyd, wt ’t Latyn op nieus vertaalt [zonder titelblad], fol. 520 – 537r.

– Requeste der catholijcken tot Haerlem (…) aen Myn Heere den prince van Orangien (…) [zonder titelblad], fol. 537r. – 547v.

– Advertissement inhoudende redenen van ’t bewerp van den requeste ghetekent by eenige catholijcken tot Harlem [zonder titelblad], fol. 548 – 549r.

– Minute aen Niclaes Verlaen [zonder titelblad], fol. 549r. – 550v.]

– Overweghinghe van de teghenwoordighe gelegentheyt der Nederlantsche saken [zonder titelblad], fol. 550v. – 554v.

Tweede deel:

– Voor-reden aen alle onsydighe oprechte liefhebbers der waerheydt [zonder titelblad], ongepagineerd

– Synodus van der conscientien vryheydt (…) [portret],1630, fol. [iii]+ 1 – 42v.

– Proces van ’t Ketter-dooden ende dwangh der conscientien (…) [DM kl.],1630, fol.43 – 109v.

– Proces van ’t ketter-dooden ende dwangh der conscientien tussen Wolfaert Bisschop (…) ende Dirck V. Coornhert, [portret],1630, fol. 114 – 172v.

– Wortel der Nederlantsche oorloghen met aenwijsinghe tot inlantsche eendracht [portret],1629, fol. 173 – 183v.

– Remonstance of vertooch by die van Leyden (…) [portret],1629, 184 – 187r.

– Iustificatie des Magistraets tot Leyden in Hollandt (…) [portret],1630, fol. 189 – 204v.

– Ware beschrijvinghe der conscientien (…) [portret],1630, fol. 205 – 222v.

– Proeve van de Heydelberghsche Catechismo (…) [portret],1630, fol. 223 – 236v.

– Theriakel teghen het venijnighe wroeghschrift by Arent Cornelisz ende Reynier Donteclock (…) [DM gr.],1630, fol. 237 – 267r.

– Dolingen des Catechismi (…) [DM gr.],1630, fol. 268 – 340v.

– Hemel-werck ofte qvay-toe-verlaet (…) [DM, kl.],1630, fol. 341 – 377r.

– De koopman [zonder titelblad], fol. 377v. – 392v.

– Bootgen wt het schip (…) opte replijcke der predicanten disputatie van Erf-zonde [DM gr.],1630, fol. 393 – 406v.

– Van de Erf-zonde, schulde, ende straffe (…) opte replijck vande predicanten (…) [DM gr.],1630, fol. 407 – 450v.

– Replyck opte beantwoordinghe der minsiteren tot Delft ghedaen [zonder titelblad], fol. 451 – 479v.

– Van de sonde, vreemde schulde nasporinghe. Straffe (…) [Orn.],1630, fol. 481 – 523v.

– Van de toelatinge ende decrete Godts (…) [Orn.],1630, fol. 524 -590r.

– Vermaninghe aen Reynier Donteclock (…) [zonder titelblad], fol. 590v. – 550r.

– Vande Erf-sonde (…) [zonder titelblad], fol. 550v. – 558r.

– Oogh-water opten etter des voor-oordeels in den oogen van de ondersoecker der Delffscher predicanten [zonder titelblad], fol. 558v. – 575r.

– Wagen-spraeck van Coornherts kerck-berispen ende hart spreken tusschen Wolfaert Schoonpraet ende Lieven Ernst [zonder titelblad], 576 – 580v.

– Nadencken opt sevende capittel totten Romeynen [zonder titelblad], fol. 583 -586v.

Derde deel:

– Voor-reden aen de scheursuchtige Christenheyt [zonder titelblad], ongepagineerd.

– Ruygh bewerp eender onpartydiger kercken onder verbeteringhe [zonder titelblad], fol. 1 – 3v.

– Van ’t kerck-bouwen der Dooperen oten waenscherm [zonder titelblad], fol. 4 – 17v.

– Verschooninghe van de Roomsche afgoderye (…) [zonder titelblad], fol. 18 – 24r.

– Kleyn-Munstr, des groot-roemigen David Jorissens roemrijcke ende wonderbare schriften (…) [DM kl.],1630, fol. 25 – 44v.

– Klocke-gheslagh teghen den smoockenden brandt eender (nieuwer) gemackelijcker secte ontsteecken (…) [zonder titelblad], fol. 45 – 49v.

– Zeepe, opte vlecken by Lambert Daneus (…) gestroyt (…) [zonder titelblad], fol. 50 – 57v.

– Spiegelken, vande ongerechtigheyt des vergodeden N.N. Vader vanden Huyse der Liefden [zonder titelblad], fol. 58 -72v.

– Het kruyt-hofken (…) [zonder titelblad], fol. 73 – 90r.

– Van hooft ende hert-sorghe (…) [zonder titelblad], ongepagineerd [vii fol.]

– Brieven-boeck, inhoudende honderdt brieven (…) Eerste deel [DM kl.],1630, fol. 90 – 155r.

– Van de Leytsche disputatie. Warachtigh verhael [DM gr.],1630, fol. 155 – 170v.

– Vande predestinatie, verkiesinge ende verwerpinghe Godes (…) [DM kl.], 1630, fol. 171 – 291v.

– Van den aflaet Christi (…) [DM gr.], 1631, fol. 288 – 293v.

– Naem-scherm (…) tegen de ondaedt tot Delft aen hem betoont [zonder titelblad], fol. 294 – 295v.

– Oft gheloove saligh maeckt sonder wercken [zonder titelblad], fol. 296 – 301v.

– Van de bejaerden Doope (…) [zonder titelblad], fol. 302 – 303v.

– Wt-roedinge van des verderfs plantinghe (…) [portret],1630, fol. 304 – 322r.

– Suyveringe opten titule ende voorreden vander predicanten boeck genaemt Teghen-bericht [zonder titelblad], fol. 322v. – 326v.

– Tweede verantwoordinge eens eenigen sendbriefs (…) Lambertus Daneus [zonder titelblad], fol. 327 – 340v.

– Schyn-deught der secten (…) [DM gr.],1630, fol. 341 – 355v.

– Levende-kalck (…) geschreven door Lambert Daneus (…) vertaelt (…)[zonder titelblad], fol. 356 – 362r.

– Corte berispinge vande leere Calvini vande voorsienigheyt Godes [zonder titelblad], fol. 362v. – 366v.

– Lijdens troost (…) [DM gr.],1630, fol. 367 – 378v.

– Een lieffelijcke tsamenspreeckinge van de droefheydt (…) [zonder titelblad], fol. 379 – 384v.

– Boeven-tucht ofte middelen tot minderingh der schadelijcke ledigh-ganger [zonder titelblad], fol. 384v. – 388v.

– Vande zendinghe der lutheranen, swinglianen ende mennonisten (…) [zonder titelblad], fol. 389 – 394v.

– Middel, tot minderinge der secten ende partyschappen (…) [zonder titelblad], fol. 394v. – 397r. [+ ii]

– Tweede deel van hooft ende hert-sorghe [zonder titelblad], fol. 397v. – 414v.

– Vre-reden of onderwijs tot eendracht, vrede ende liefde (…) [zonder titelblad], fol. 415 – 477v.

– Disputatie over den Catechismus van Heydelbergh (…) [DM kl.],1631, fol. 478 – 484v.

– Haeghsche disputatie [zonder titelblad], fol. 435v. [sic] – 464v.

– Proeve vande Heydelbergsche Catechismo [zonder titelblad], fol. 465 – 478v.

– Verantwoordinghe van ’t proces van den ketteren niet te dooden (…) [DM kl.],1631, fol. 479 – 489r.

– Gesprake van liefhebbers des ghemeynen nuts [zonder titelblad], fol. 489v. – 497v.

– Recht ghebruyck en misbruyck van tydtlijcke have [portret],1631, fol. 498 – 507r.

– ’t Bedrogh des werelds of luy en lecker leven [zonder titelblad], fol. 507v. – 517v.

– Lof van de ghevanghenisse [zonder titelblad], fol. 517v. – 520v.

– Abrahams uytganck [zonder titelblad], fol. 521 – 532r.

– Comedie van de blinde voor Iericho [zonder titelblad], fol. 532 –-541v.

– Comedie van Israel [zonder titelblad], fol. 542 – 562r.

– Medecijn der zielen [zonder titelblad], fol. 562v – 572r.

(Verzameld werk van Coornhert in drie kloeke banden. In 1612 verscheen bij JasperTournay inGoudaeen eerste deel van het verzamelde werk van deze humanist en vrijdenker. Om onbekende redenen staakte de Goudse drukker hierna het project. De Amsterdamse drukker Jacob Colom durfde het rond 1630 wel aan dit omvangrijke werk op de markt te brengen. Hij nam hierin ook de geschriften van Coornhert opnieuw op die al door Tournay waren gedrukt. Ook de levensbeschrijving uit de Goudse editie, van de hand van Coornherts vriend Adriaen Boomgaert,nam hij over en vulde deze aan met enkele briefteksten van en over Coornhert. In drie oorspronkelijke perkamenten banden met ribben en blindstempeling op voorzijde; gaatjes voor sluitlinten. Rug deel II bovenaan en deel III onderaan in- resp. afgescheurd. Titelblad deel I aan bovenzijde klein stukje afgescheurd; titelpagina deel II ontbreekt, titelpagina deel III gaaf; beide titelbladen met kleine stempel Universiteitsbibliotheek Utrecht en in potlood ‘dubbel’. In deel I eigendomsinschrijving “M.R. van Loon”. Paginering afwisselend in Latijn en Arabisch, met slordigheden; in deel I is een katern dubbel ingebonden)

[MATTHIAS DAMIUS], Harminiaensche leugentael ofte verhael ende bewijs van verscheyden leugenen, daermede het ernstigh schrijven aen de gedeputeerden der synoden verciert is, gedruckt in’t iaer 1630, 4o, 30p.

(Knuttel 4088, tegenschrift van 3966 – een schrijven van Wtenbogaert aan de gedeputeerden Hollandse synode. Eigendomsinschrijving “ Sum Nicolai Amelis Rotterdamensis” en “ A Duyel 1652”).

GUILLELMUS PEPIN, Conciones de immitatione sanctorum, pro illorum diebus, qui toto anno in ecclesia celebrantur. Ex quorum lectione non modo verbi Dei predicatores, verum-etiam sacræ theologiæ, & sacrorum canonum professores, animarumque curæ præpositi, admirabilem utilitatem sibi, & alijs proferent, & spiritualem profectum sentient [DM-IHS] Coloniæ, apud Ioannem Gymnicum, sub Monocerote, anno 1630, 4o, [xiv]+632+[iv] p.

(Preken over de navolging van de heiligen, voor de dagen die het hele jaar door in de kerk worden gevierd. Pepin (ca. 1465-1533) was een dominicaner monnik uit Frankrijk en een begenadigd prediker. Hij studeerde aan de Sorbonne en was in brede kring bekend om zijn advents- en vastengebeden en om zijn commentaar op Genesis. In gave perkamenten band, met auteursnaam en titel in oud handschrift op de rug. Sporen van sluitlinten. Binnenwerk gebruind. SJH).

GUILLELMUS PEPIN, Conciones ad sacros Evangeliorum sensus explicandos. Pars Quadragesimalis […] [DM-IHS] Coloniæ Agrippinæ, apud Ioannem Gymnicum, sub Monocerote, anno 1630, 4o, [xi]+508+[iv] p.

(Preken om de heilige betekenis van de evangeliën uit te leggen. Onderdeel van de vastentijd. In gave perkamenten band, met auteursnaam en titel in oud handschrift op de rug. Sporen van sluitlinten. Binnenwerk gebruind. SJH).

CONRADUS VORSTIUS, Commentarius in omnes epistolas apostolicas, exceptis secunda ad Timotheum, ad Titum, ad Philemonem, & ad Hebraeos. Olim in Gymnasio Steinfurtensi publicis praelectionibus ab eodem propositus; nunc vero in gratiam Verbi divini Studiosorum, in lucem editus [DM] Amsterdami. Apud Guilielmum Blaeu 1631, 4°, [vi]+667p.

(De theoloog Conradus Vorstius (1569-1622), hoogleraar theologie in Steinfurt, was de beoogd opvolger van Arminius in Leiden. Verdenkingen van socinianisme maakten dat de benoeming niet doorging. Hij vond een gastvrij onthaal in Gouda, waar hij zeven jaar lang trachtte zich in geschriften te verdedigen tegen alle beschuldigingen. Na de Synode van Dordrecht werd ook hij uit de Republiek verbannen. Hij trok naar Friedrichstadt in Sleeswijk-Holstein waar hij in 1622 overleed. De Commentarius verscheen postuum en bevat de colleges die hij verzorgde in het Gymnasium Arnoldinum in Steinfurt tussen 1600 and 1611. Deze uitgave is gebaseerd op een collegedictaat met opmerkingen van de auteur in de marge. Deze uitgave verscheen in hetzelfde jaar ook bij Theodorus Danielis in Harderwijk. Gedrukt door de bekende Amsterdamse boek- en atlasdrukker Willem Blaeu. Op de titelpagina zijn drukkersmerk “de Vergulde Sonnewijser”, met aan weerszijden figuren uit de Griekse mythologie: Chronos en Heracles. Daaronder de spreuk: Indefessus Agendo (Onvermoeibare werkkracht). Met vochtringen en wormgaatjes. Ingebonden met perkamenten bladen uit middeleeuws manuscript; voorzijde een lithurgische tekst uit de Paasnacht in zwart en rood, met enkele rode en groene rubriceringen. Het betreft het Gregoriaans Antifonarium van Sankt Gallen, oorspronkelijk geschreven in de jaren 993-997 door de monnik Hartker. Op de achterzijde een muziekblad in zwarte tekst en muzieknoten en rode initialen. Op de rug in – vervaagd – oud handschrift “Conradus Vorstij Commentarius epistolas”. Boek uit de bibliotheek van prof.dr. Klaus Berger (1940-2020), nieuwtestamenticus, die van 1970-1974 doceerde aan de Universiteit Leiden en van 1974 tot zijn emeritaat in 2006 hoogleraar was aan de Lutherse theologische faculteit van de Ruprecht-Karls-Universitet in Heidelberg. Kort voor zijn emeritaat zorgde Berger voor ophef door te stellen dat hij altijd katholiek was gebleven).

ANDREAS DE BOEYE, Levens der gehouder persoonen die heylighlyck geleeft hebben, al-hoe-wel sy noch niet al in ’t ghetal der Heylighen gestelt en zyn, t’Antwerpen by Ion Cnobbaert in S. Peeter 1631, 4o, [xii]+696+[xliii] p.

(Zeldzame verzameling (bijna)heiligenlevens, alfabetisch gerangschikt door de auteur, die jezuïet was. In Nederlandse bibliotheken alleen een exemplaar in de UB Groningen. Titelblad ontbreekt; ik fotokopie bijgevoegd. Tekst compleet, hoewel slordig is genummerd met verspringing van paginanummer. laatste bladzijde, met approbatie, los. In originele halflederen band met titelschildje “Levens der Heiligen”. Diverse schutbladen, waarop in oud handschrift over drie pagina’s een “geboortensgeheugenis” is geschreven voor Geertje Pieters, huisvrouw van Gerrit Jacobse Stip, die is ondertekend door pastoor H.J. Grasper. Beide echtelieden woonden, zo blijkt uit notariële archieven in de eerste helft van de achttiende eeuw in Amsterdam. In 1742 werd een testament opgemaakt, na het overlijden van Gerrit Jacobse Stip. Van Grasper is bekend dat hij in 1679 in Amsterdam werd geboren, in Leuven studeerde en was pastoor in Ouderkerk a/d Amstel (1722-1728) en in Statie ‘de Lely’ in Amsterdam van 1728 tot zijn dood in 1734).

[JOHANNES WTENBOGAERT], Antwoord op ’t blaeuw libel of boecxken onlangs uytgegeven met den titel Naerder Unie der Remonstranten Anno 1617 etc. Mitsgaders het versiert verhael by forme van Voor-reden voor, midsgaders de vinnighe Annotatien ende extracten, achter (…), [Orn.] Ghedruckt [z.pl. [Gouda?] in ‘t iaer ons Heeren 1631, 4o, 60p

(Eenvoudige papieren omslag. Enkele oude aantekeningen in handschrift. Toewijzing autersnaam Cattenburgh p. 158).

ALPHONSO RODERICIO, Exercitium perfectionis et virtutum christianarum [Afb.] Coloniæ Agrippinæ, apud Ioannem Kinckium sub Monocerote, anno 1631, 4o, [xv]+415p.

ALPHONSO RODERICIO, Exercitium perfectionis et virtutum christianarum, pars secunda, in qua de exercitio aliquarum virtutum, omnibus Deo seruire volentibus necessarium tractatur [IHS] Coloniæ Agrippinæ, sumptibus Ioannis Kinckii sub Monocerote, anno 1631, 391p.

ALPHONSO RODERICIO, Exercitium perfectionis et virtutum religiosarum, pars tertia, agit hæc de virtutum ad statum religiosum spectantium exercitio, & rebus alijs ad perfectionem consequendam mire conducentibus [IHS] Coloniæ Agrippinæ, apud Ioannem Kinckium sub signo Monocerote, anno 1631, 334+[xii] p.

(Drie werken van de jezuïet Alphonsus Rodriquez (1533-1617) in één band, vertaald door Matthiae Martinez. In gave band met omslaand perkament en resten van sluitleertjes. Titel in vervaagd oud handschrift op de rug. SJH).

STATUTA candidi et canonici Ord. Præmonstratensis. Renovata ac anno 1630 à Capitulo Generali plene resoluta, acceptata, et omnibus suis subditis ad strictè observandum imposita, Lovanii, typis Bernardini Masij [1631], 8o, [lx]+282+[xxxviii] p.

(Vroegste en zeer zeldzame Leuvense editie van de besluiten en voorschriften van de uit 1122 stammende orde van de premonstratenzers of norbertijnen (witheren), die leefden volgens de regel van Augustinus. De statuten werden opnieuw vastgesteld en aangevuld door het Generaal Kapittel van de orde in 1630. Drukker is Bernadus Masius I of II, vader en zoon, beiden als drukker werkzaam in Leuven. In oorspronkelijke sterk vervuilde perkamenten band, met sporen van sluitlinten. Perkament aan de randen gekruld. Gegraveerde titelpagina met de H. Augustinus en de H. Norbertinus, met twee kleine gaatjes. Met talrijke oude aantekeningen op schutbladen voor en achter en in de marge van de teksten).

PUB. TERRENTIUS, DAN[IEL] HEINSIUS, Comœdiæ sex: ex Dan. Heinsii recentione [DM] Amsterodami, apud Ioan. Ianssonium 1631, 24o, 228+[xii] p.

(Zeldzame ultra-kleine editie van de door Heinsius bewerkte comedie van de Romeinse dichter Terrentius. Aan het eind korte levensbeschrijving van hem. STCN kent slechts één exemplaar, aanwezig in het Trinity College te Dublin. Op titelblad naast het drukkersmerk zijn de letters P. G.C. M. met de hand geschreven. Op het eerste schutblad een eigenaarsstempeltje van José M. Duro en op keerzijde titelblad is geschreven: ‘Esta expurgado jegua el nuevo cathalogo de 1640. Es del P.F.C.G.’ (De nieuwe catalogus van 1640 is gekuist en behoort toe aan de P.F.C.G.). In fraai lederen bandje, met goudornamenten tussen de ribben op de rug en op rood titelschildje ‘Teren Comei’. Rood op snee. Twee kleine vlekjes op achterplat. Binnenwerk van het bandje is gemarmerd. Met groen leeslintje. In het midden (p.145-189) van het boekje steeds lichter wordende vlek onderaan op bladzijden).

[SIMON EPISCOPUS], De crachteloosheyt der godsalicheyt, van de leere Iacobi Triglandii, in syn boeck teghen de Enghe poorte D. Edvardi Poppii en specialijck in zijn dedicatie brief sommierlijck vervatet. Uyt syne eyghene fondamenten, naeckt en klaer aenghewesen [DM] Ghedruckt voor de Societeyt der Remonstranten anno 1632, 4o, 51+[v] p.

(Knuttel 4281. De remonstrantse voorman Episcopus neemt het op voor zijn geestverwacht Eduard Poppius, voormalig predikant te Gouda en auteur van de Enge poorte, die acht jaar eerder was overleden in Slot Loevestijn. Zonder omslag).

LODOVICUS BLOSIUS, Opera. Cura et studio R.D. Antonii de Winghe, aucta, ornata, et illustrata [Antverpiæ, ex officina Plantiniana Balthasaris Moriti, 1632, fol., [ciii]+820+[lxviii] p.

(Antwerpse editie van de vaak herdrukte werken van François-Louis de Blois of Blosius (1506-1566). Met fraaie frontispice, tevens titelblad. Erboven is in oud handschrift geschreven: “Soi J. Haestrecht”. Achterin groot drukkersmerk met de gulden passer van Plantijn. In spitselband van omslaand perkament met sporen van sluitlinten. Perkament aan de randen licht omgekruld. Titel in vervaagd oud handschrift op de rug. Blosius werd page van de aartshertog Clares (later keizer Karel V) maar trad toe tot de benedictijner abdij van Liessies toen hij veertien jaar was. Terwijl hij nog een novice was, werd hij naar de universiteit van Leuven gestudeerd, vanwaar hij in 1527 werd teruggeroepen om coadjutor te worden van de abt, Gilles Gippus. Deze benoeming werd bevestigd door een bul van paus Paulus III. Drie jaar later, in 1530, volgde hij Gippus op als 34ste abt van Liessies , en ontving in hetzelfde jaar de wijding en de abtszegen. Zijn eerste zorg in de abdij was het ontwikkelen van een echte monastieke geest en strikte discipline. Hij had zich nauwelijks tot het hervormingswerk gewend Vlaanderen werd ondergedompeld in oorlog vanwege de invasie door Frans I van Frankrijk, die plaatsvond in 1537. Liessies, aan de grens, werd daardoor een onveilige woonplaats en Blosius verhuisd naar de priorij van Ath. Toen een terugkeer naar Liessies in 1545 mogelijk werd, werd de hervorming aanvaard door degenen die daar waren gebleven en werd bevestigd door een bul van paus Paulus III. Blosius begon vervolgens met een restauratie en uitbreiding van de abdijgebouwen, die pas voltooid waren na zijn dood. In 1556 bood Karel V hem het aartsbisdom van Kamerijk en de abdij van Doornik aan, die hij beide weigerde om te Liessies te kunnen blijven. Hij was een ijverig student, vooral van de Schrift, de werken van de kerkvaders en de mystieke schrijvers van de veertiende eeuw. Op titelblad in oud handschrift eigenaarskenmerk: “Soc. J. Haestrecht” (jezuïeten Haastrecht). SJH).

ADRIANUS VLACQ, Trigonometria artificialis: sive magnus canon triangulorum Vlacq2logarithmicus, ad radium 100000,00000, & ad dena scrupula secunda, ab Adriano Vlacco Goudano constructus. Cui accedunt Henrici Briggii, geometriae professoris in academiâ Oxioniensi P.M. Chiliades logarithmorum viginti pro numeris naturali serie crescentibus ab unitate ad 20000. Quorum ope triangula plana & sphærica, inter alia nova eximiaque compendia è geometricis fundamentis petita, folâ additione, subtractione, & bipartitione, exquisitissimè dimetiuntur, Goudae, excudebat Petrus Rammasenius, anno 1633, fol., [iv]+52+[cccxcvi] p.

Vlacq1

Vlacq7Vlacq6(Wiskundig werk over de trigonometrie – over de relatie tussen zijden en hoeken Vlacq8van drie hoeken – van de hand van de Goudse wiskundige regentenzoon Adriaen Vlacq (1600-1667). Samen met de eveneens in Gouda woonachtige en als landmeter werkzame Ezechiel de Decker (ca. 1600-ca. 1646) geldt Vlacq wereldwijd als de bedenker van de eerste volledige logaritmetafel. Het onderhavige werk is het laatste van de wiskundige werken over de “telkonst” dat Vlacq in Gouda liet drukken in de drukkerij van Pieter Rammazeyn aan de Korte Groenendaal. Op moment van verschijning van dit boek was Vlacq al verhuisd naar Londen. In 1642 vertrok hij naar Parijs om zich ten slotte in Den Haag te vestigen, waar hij boekverkoper en uitgever was. Dit boek droeg Vlacq op aan graaf Karel I Lodewijk van de Palz, omdat deze edelman zich sterk maakte voor de wiskunde. Originele perkamenten band, met beschadigde rug. Deze is provisorisch gerestaureerd met een stuk perkament. Op de rug is in handschrift nog te lezen: “Vlacc. Trigon. Artific.”. Eerste 22 bladen aan de onderzijde licht beschadigd, zonder tekstverlies. Sommige bladen gebruind. Op titelpagina in handschrift eigendomsaanduiding van “Dr. Paolo Antonio Pavensi Romana in Citto Sem.no 9 Augusto 1709 Fl. 2.—“. Dezelfde inscriptie staat ook op de binnenzijde van de voorplatten. Op het schutblad het exlibris van apotheker E. Grendel uit Gouda, met afbeelding van de Goudse St.-Janskerk en apothekersinstrumenten).

NICOLAI BURGUNDI, I.C. et Professoris Ordinari Codicis in Academia Ingolstadiensi, Historia Belgica, ab anno M.D.LVIII [orn.], Ingolstadii, ex officinâ Wilhelmi Ederi, apud Ioannem Bayr, anno domini 1633, 8o, [viii]+355+[i] p.

(Geschiedenis van de eerste negen jaar van de Nederlandse Opstand vanuit een pro-Spaanse, katholieke invalshoek. Opnieuw gebonden in oud perkament, met titel in inkt op de rug. Biografische aantekeningen over de auteur in oud handschrift op schutblad. Tussen p. 224 en 225 velletje met commentaar in oud handschrift ingeboden. Uit aantekening op laatste bladzijde blijkt dat deze aantekeningen dateren van oktober 1822. Nicolai Burgundi (Nicolas de Bourgogne) werd 1586 in Henegouwen geboren, studeerde in Leuven (onder anderen bij Puteanus), was advocaat in Gent en werd in 1627 benoemd tot hoogleraar in Ingolstadt. In 1639 keerde hij terug naar de Nederlanden waar hij benoemd werd tot raadsheer bij de Grote Raad van Brabant, wat hij tot zijn overlijden in 1649 bleef. Hij publiceerde zowel historische als rechtskundige werken, maar was ook actief als dichter. Zijn meest bekende werk is deHistoria Belgica ab Anno 1558, waaraan hij in 1621 begon en waarvan de eerste druk in 1629 werd uitgegeven. Hij beweerde voor deze studie gebruik te hebben gemaakt van de papieren van Viglius en Tisnacq en van de briefwisseling tussen koning Filips II en Margaretha van Parma. Dit werk omvat echter slechts de eerste negen jaar van de Opstand; drukke werkzaamheden weerhielden hem ervan een grotere synthese te schrijven. Als rooms-katholiek kiest hij in dit werk duidelijk de zijde van de Spaanse koning en wijst hij Willem van Oranje aan als schuldige voor alle leed. Toch toont hij zich ook een verdediger van de vrijheid in gevallen van Spaanse willekeur. Deze uitgave van 1633 is de tweede uitgave bij Eder).

EVERHART VAN REYD, Oorspronck ende voortganck vande Nederlantsche oorloghen. Ofte waerachtighe historie vande voornaemste geschiedenissen inde Nederlanden ende elders voorgevallen zedert den jare 1566 tot het jaer 1601, verdeylt in achthien boecken. Beschreven door wijlen Everart van Reyd, Nassouschen raedt, gewesene burgemeester der stadt Arnhem ende Gecommitteerde ter vergaderinge der Generaliteyt. Tweede editie, naer des autheurs originael oversien, en met t’gene, twelck inde eerste druck uytgelaten was, vermeerdert; oock van alle druck-fauten ghesuyvert, ende verciert met nieuwe figuren [DM] Tot Arnhem, by Iacob van Biesen, ordinaris drucker vanden E. Hove van Gelderlant,1633, fol. [xxxvi] + 791 + [iv] + [ii] p.

(Standaardwerk over de eerste fase van de Nederlandse Opstand. Met titelpagina en fraaie frontispice. Met originele perkamenten band met sporen van sluitlinten. Doorleefd exemplaar met slijtage aan de onder- en bovenkant van de rug en onderaan de voorplatten. Eigenaarskenmerk op titelpagina in oud schrift van J.H. Verstegen. Het blad met de eerste twee bladzijden ontbreekt en is achterin in oud negentiende-eeuws handschrift op een schutblad toegevoegd.)

[ADRIAEN VAN HAEMSTEDE], Historien der vromer martelaren, die om het getuychenis des heyligen Evangeliums haer bloet ghestort hebben, van de tijden Christi af, tot desen teghenwoordighen tijt ende jare 1633 toe. Ende dat niet alleen in dese Nederlanden, maer oock in Vranckrijck, Engelandt, Schotlandt, Spaengien, Italien, Duytschlandt, America ende ander landen: met vele van hare brieven ende belijdenissen. Mitsgaders oock de moort van Parijs, de moort in de Voltoline ende andere strenghe vervolginghen der gheloovighen. In desen laetsten druck van nieuws oversien, verbetertende merckelijck vermeerdert […] door I.S. [orn.], Tot Dordrecht, by Fransoys Boels, boeckverkooper by ’t stadthuys in de Witte Ghecroonde Duyff, 1633[achterin: Ghedrucktter Goude, by Iaspar Tournay. 1633], fol., 471 [=942]+[x] p.

(Goudse druk voor Dordtse boekverkoper van het bekende martelarenboeken van Van Haemstede. Met prachtband van Van Gendt met blindstempeling op voorzijde, ribbenen titelschildje op de rug. Met lichte beschadiging op voorzijde. Boekblok stevig. Titelpagina gerestaureerd; vochtvlekken in eerste gedeelte. Tekst op schutblad: “Ter gedachtenis van mijn vriendin Magdalena Weslink, overleden 4 juni 1900 te Delft. G. Verschoor geb. Dekker”. Andere eigendomsinschrijving uitgesneden).

[FRAGMENTEN] GERARDUS MERCATOR, JODOCUS HONDIUS, Atlas. Das ist Abbildung der gantzen Welt, mit allen darin begriffenen Ländern und Provintzen : Sonderlich von Teutschland, Franckreich, Niderland, Ost und West Indien : Mit Beschreibung der selben, Amsterdam : bey Johan Jansson und Henricus Hondius, 1633, groot fol.

(Fragmenten uit een Duitstalige Amsterdamse editie van de bekende atlas van Mercator en Hondius, niet in STCN. Blad met opdracht aan markgraaf Georg Wilhelm van Brandenburg, met dagtekening Amsterdam, 6 september 1633; katern van vier pagina’s met “Das Leben Gerardi Mercatoris, desz trefflichen und Weltberühmten Cosmographi” – met aan het eind in 17de-eeuws handschrift: “Obijt an. 1594, 11 Decemb vz.m.8.9.5. Duisburg Clivorum” – en “Das Leben Jodoci Hondii, desz Fürnemen und Weltberühmten Cosmographi oder Weltbeschreibers” en Latijnse epitaaf-tekst voor Hondius van Johanneswindroos Montanus; katern van zes pagina’s met “Eine kurtze und nutzliche unterichtung, wie so wol die Alte als Neue Universal Geographia oder Erdbeschreibung zu verstehen ist”, ix hoofdstukken, tekst compleet, met 2 figuren, tabel en 2 windrozen in kleur; drie pagina’s met het volledige register; vier pagina’s (65-68) met de beschrijving “Von dem Königreich Dennmarck und erstlich von desselbigen Policen”; vier pagina’s (109-112) “Einleytung über Teutschland”, met opgave van alle rijksdelen, met diverse correcties en aanvullingen in oud handschrift; vier pagina’s (117-120) met laatste deel van de tekst van beschrijving “Von Teutschland” ; twaalf pagina’s (341-348 en 353-356) met complete “Vorrede. Von dem Koningreich Franckreich” en laatste deel “Von Franckreich”; acht pagina’s (465-468 en 473-476) met inleiding op “Beschreibung von Niederland” en laatste deel “Von Niederlant”; vier pagina’s (525-528) met begin van “Von Hispania und desselbigen Beschreibung”; vier pagina’s (565-568) met laatste gedeelte van “Von Italia”; twee Latijnstalige pagina’s “Index stemmatum quae in hoc opere continentur” en een bericht aan de lezers “Lectoricandido’s” van januari 1610. In totaal 56 pagina’s; sommige van deze 28 bladen zijn versterkt met opgeplakte perkamenten stroken, anderen wat viel of hebben vouwen. Niettemin en fraaie impressie van de teksten bij een imposante atlas die in oorsprong [xx]+684+[ii] p. telde).

JACOB CATS, Spiegel van den ouden ende nieuwen tijdt, bestaende uyt spreeck-woorden ende sinne-spreucken, ontleent van de voorige ende jgenwoordige eeuwe, verlustiget door mnigte van sinne-beelden, met gedichten en prenten daer op passende; tweeden druck. Vermeerdert met groote menigte van spreeck-woorden, door geheel het werck, met byvoeginge van nieuwe platen en gedichten; alles in de Nederlantsche Tale ten gerieve van de liefhebbers derselver [Elck spiegele hem selven], Tot Dordrecht ghedruckt in de Druckerije van de Maeght van Dordrecht, by Hendrick van Esch, boeck-drucker in’t Hof, anno 1633, 8o, [3 pagina’s ontbreken: titelblad, drukkersprent en ‘Aen de leser’] [xiv]+titelgravure+[xlvi]+168+30+96+144 [p.129-132 en p.139-144 ontbreken, inclusief De Doot]

(Bijna complete, maar stukgelezen tweede druk – de eerste verscheen een jaar eerder in 1632 – van een zeer populaire emblematabundel van Jacob Cats, die vele herdrukken zou beleven. Titelpagina ontbreekt, maar de titelgravure is nog aanwezig. Het boek is opgebouwd in vier blokken: 1. Op-voedinghe van kinderen; 2. Liefdes kort-sprake; 3. Spiegel van den voorleden, en jegenwoordigen tijdt. Tweede deel; 4. Spiegel van den voorleden, en jegenwoordigen tijdt. Derde deel. Van het laatste stuk ontbreken de slotpagina’s over de dood. In originele bruin gekleurde perkamenten band, met slordig binnenwerk door afgesleten en losgeraakte pagina’s. De talrijke gravures zijn nog in goede conditie).

MATHIAS NAVEUS, Catechesis de sacramentorum institutione, confessione sacramentali, extrema-unctione et matrimonio, […] Accedunt annotations aliquæ theologicæ [DM] Duaci, ex typographia Baltazaris Belleri, sub Circino aureo, anno 1633, 8o, [xiii]+300+[xxvii]p.

(Catechismus, gedrukt in Douai, waar de auteur pastoor en kanunnik was. De drukker gebruikt hetzelfde drukkersmerk als Plantijn in Antwerpen en noemde zijn drukkerij “in de gulden passer”. In originele perkamenten band, met auteursnaam vervaagd in oud handschrift op de rug. SJH)

COMPENDIUM vitæ sanctorum [Antwerpen by Jan Knobbaert, 1633], 12o, p.363-713+[xx] p

VITÆ SANCTORUM, cum divorum elogijs in singulos anni dies distributis. Pars altera, edition III [z.pl., z.j.], 12o, p. 451-880+[xxviii]p.

(Twee deeltjes van een verzameling heiligenlevens, het eerste in 1633 uitgegeven van censor Gaspar Estrix. Het tweede ook zonder titelblad. In origineel perkamenten bandjes, het eerste met met sporen van sluitlinten. Vervuilde rug. Titelblad ontbreekt. SJH)

A[UGERIUS] GISLENIUS BUSBEQUIUS, Omnia quae extant, Lugd[uno] Batavorum ex Officina Elzeviriana, anno 1633, 24o, 575+[xxiii]p.

(Ogier Ghislain de Busbecq (1522-1592), gezant van keizer Ferdinand I aan het Turkse hof van sultan Süleyman de Grote. In dit boekje de vier lange Latijnse brieven over dit gezantschap. Spitselbandje met overslaand perkament. Auteursnaam in oud vervaagd handschrift op de rug. Rood op snee.  Eigendomskenmerk op titelblad: “S.J.H.” (jezuïeten Haastrecht). SJH)

MARCUS ZUERIUS BOXHORNIUS, Toneel ofte beschryvinge der steden van Hollandt. Waer in haer beginselen, voortganck, privilegien, historie ende gelegentheyt vervat worden, int Latyn beschreven. In Nederlandts overgeset uyt de copye, by den autheur verbetert ende merckelyck vermeerdert door Geraerdt Baerdeloos, tot Amstelredam voor Iacob Keyns // [dit exemplaar is echter voorzien van de oorspronkelijke Latijnse titelpagina:]

MARCI ZUERII BOXHORNII, Theatrum sive Hollandiae comitatus et urbium nova descriptio. Qua omnium civitatum, praecipiorumq, locorum icones, origines, privilegia, immunitates ipsis principium tabulis expressa et viri illustres exhibentur, Amstelodami, sumptibus Nenrici Hondii [met op Franse titelpagina:] Tonneel ofte beschrijvinghe des landts, ende steden van Hollandt ende West-Vrieslandt [achterin:] Tot Leyden gedruckt by Willem Christiaens anno 1634, oblong, [x]+374+[viii] p.

(Nederlandstalige editie van het in 1632 verschenen werk van Boxhorn, waarbij wel de Latijnstalige titelgravure en niet de Nederlandstalige aanwezig is. Met originele bruinlederen rug met goudornamenten en rood titelschildje met de tekst “Theatrum sive Hollandiae discriptio”. Platten van gemarmerd karton. Op voorste binnenplat exlibris van De Lint. De meeste stadsplattegronden – van de hand van Henricus Hondius – zijn verdwenen, op vijf na: Dordrecht, Geertruidenberg, Workum, Heukelum en Asperen. De tekst is grotendeels compleet, op korte passages na die op de achterzijde staan van verwijderde kaarten. De beschrijving van Gouda is te vinden op p. 255-266. Het laatste stukje van de tekst ontbreekt, omdat het staat op de achterzijde van de verwijderde kaart van Rotterdam. Papier is gebruind, naar het eind toe steeds minder. Daardoor is met nam de kaart van Dordrecht vlekkerig.

.

PAULUS LAYMANN, Theologia moralis, in quinque libros distribute. Editio tertia, Antverpiæ, prostat apud Iohannem Meursium, anno 1634, gr.fol., [xii]+1010+198p.

(Laymann (1574-1634) was een Oostenrijkse jezuïet, geboren in Innsbruck, die in 1594 tot de orde toetrad. Hij doceerde filosofie aan de universiteit van Ingolstadt, München en Dillingen en schreef in totaal vijf delen over moraaltheologie. Met fraaie frontispice. Reusachtige foliant, in originele -geblindstempelde – perkamenten band; aan de uiteinden omgekruld. Delen van sluitlinten. Eigendomskenmerk “S.J.H.” (jezuïeten Haastrecht) op titelblad. SJH).

CHRISTIAN MAYER, Enchiridion industriarum, præcipuas vitæ piæ ac religiosæ exercitationes, quæ quodlibet die occurrunt perfecte obeundi [DM] Colonæ, In officina Birckmannica sumptibus Hermanni Mylii anno 1634, 12o, [xxx]+824+[2] p.

(De auteur was jezuïet. Eerste druk. Met voorwoord van de drukker Hermannus Mylius en uitvouwbaar zondenregister. In gaaf perkamenten spitselbandje, waarvan de rug wat vervuild is. Titel in handschrift op de rug vervaagd. Titelblad aan de rechterzijde rafelig. Met eigendomskenmerk “S.J.H.” (jezuïeten Haastrecht) SJH).

APPROBATIE van den Hove van Hollant nopende het prefereren van renten ende custing-paeyen [wapen van Holland; leeuw in tuin], Ter Goude, ghedruckt by Pieter Rammazeyn, boeckverkooper in de Corte Groenendael, in ’t vergult A/B/C, anno 1634, 4o, 4p.

(Officieel drukwerk voor de stad Gouda; custing-paeyen is het betalen van rente op onroerend goed).

HERBOLDUS THOMBERGIUS, De kleyne sand-bergh van parabolen ende gelijckenissen, uyt de groote Bybel der edeler nature, uyt de Heylighe Schrift, uyt den historien ende uyt de bevindelyckheyt, allen wtlanders ende vreemdelingen deser werelt tot opweckinghe ende naedencken byeen vergaedert ende in ‘t licht gegeven, [DM] Gedruct tot Haerlem, by Hans Passchiers van Wesbusch, boeckdrucker op de Marckt, in den beslaghen Bybel anno 1634, 12o,[xi]+395+[i] p.

(Tweede druk van werkje van de uit Duitsland afkomstige Goudse remonstrantse predikant Harbuldus Thombergius, afgezet in 1619 en naar Sleeswijk-Holstein, waar hij in 1625 overleed. De eerste druk verscheen in 1612 in Gouda bij Jaspar Tournay. Het levensverhaal van de auteur, dat wil in die uitgave was opgenomen, werd in de herdruk weggelaten. Derde druk verscheen in 1649 in Franeker. Drukkersmerk op titelblad met fraaie beslagen bijbel. In originele, maar sleetse perkamenten spitselband, aan voorzijde gekruld, aan achterzijde ontbreekt stuk perkament. Op titelblad eigendomsinscriptie “Grabues”? en “C.H.B.” en achterin “C. Basballe H.F. 1705”.

FRANCISCUS HEERMAN, De guldene annotatiën van Franciscus Heermans, vertonende de treffelyckste daden, deuchden ende sententiën der voornaemste coningen, princen, philosoophen, poëten, orateuren ende andere magnefijque en heroique persoonen. t’Amsteldam by Hendrick Laurents, boeckverkooper op ‘t water int’ schriefboeck, 1634 [achterin: Ter Goude, ghedruckt by Iacob vander Vliet, anno 1636], 8o, [xi] + 379 + [xviii] p.

(Zeldzaam Goudse drukje. Met gegraveerde titelpagina. Vuil perkamenten omslag, Poezelig door veelvuldig gebruik. Enkele wormgaatjes, laatste pagina’s van register compleet maar gehavend).

CORNELIS ADRIAENSZ BOOGAERT, Merck-teycken, om te komen tot kennisse van de ware ende valsche religie, kerck ende leeraren, uyt hare woorden ende wercken. In cruys, conscienti-dwangh, ende vervolgingh, om saecken des geloofs. Tot vertroostinghe van die om de religie vervolginghe lyden. Eerste deel. Tweeden druck. Wt historis-verhael van ‘t ghene ghedenckwaerdigh in christenrijck desen aengaende is gheschiet [DM], Tot Amsterdam, gedruckt by Michiel Colijn, boeck-verkooper op ‘t Water, aen de Koorn-Marckt 1635, 4o.

CORNELIS ADRIAENSZ BOOGAERT, Merck-teycken, om te komen tot kennisse van de ware ende valsche religie, kerck ende leeraren [DM], Ghedruckt int jaer ons Heeren 1633, 4o. [vii]+388+[ii] p

(Twee werken originele perkamenten band. Betreft een herdruk van een eerste druk uit 1633 nog gedrukt op kosten van de auteur, waarbij zijn naam nog verborgen ging achter de initialen C.A.B. De auteur is een Delftse regent en pleitbezorger van de ideeën van Dick Volckertsz Coornhert. Hij bezorgde de edities van Coornherts Verzamelde Wercken (Een eerste deel in 1610-1612 bij Jasper Tournay in Gouda en drie delen bij Colijn in Amsterdam 1630-1632) en schreef een eerste korte biografie, die in beide edities werd opgenomen en in het laatste geval verder uitgebreid. In dit werk zet hij zijn eigen opvattingen op papier, die sterk geïnspireerd zijn door Coornhert, met nadruk op vrijheid van consciëntie en afkeer van geloofsdwang. Hij haalt veelvuldig Erasmus aan, ook Castellio, Franck en Coornhert zelf (zie tweede werk; p. 290-293; met opsomming van alle scheldnamen en beschuldigingen die Coornhert ten deel vielen). Eigendomsinschrijving : “Behoort aan Roggeveen, hoogleraar in 1847”.

CHRISTIAN MAYER, Diarium meditationum, de præcipuis vitæ Christi mysteriis: divinis beneficiis, attributis: B. Virginis, & sanctorum festis & virtutibus. In singles anni dies ecclesiastico tempori congruenter digestarum,omnibus mentalis orationis, & christianæ perfectionis stadiosis peracommodum [DM-IHS-teken] Colonæ Agrippinnæ, In officina Birckmannica sumptibus Hermanni Mylii, 1635, 12o, [lxiv]+628p.

(Mayer, geboren in 1584 in Mengelrode bij Eisfelt, was een jezuïet die woonde in Keulen. Hij overleed in 1631. Eerste druk van dit handboek voor een vroom leven In originele omslaande perkamenten band. Rug vuil en aan onderkant licht beschadigd. Laatste bladzijden met wormgaatjes, zonder tekstverlies. Eigendomskenmerk “S.J.H.” (jezuïeten Haastrecht) op titelblad. SJH).

RAYMONDUS CARONUS HIEBERNO, Roma triumphans septicollis, qua nova hactenus, et insolita method comparative: toto fides Romano-Catholica clarissime demonstretur: atque infidelium omnium argumenta diluvantur [Orn.], Antverpiæ, apud viduam Ioanni Cnobari, anno 1635, 8o, [xiv]+528+[xvi] p.

RAYMONDUS CARONUS, Apostolatus evangelicus missionariorum regularium per universum mundumexpositus [afb. Maria met kind] Apud viduam Ion. Cnobari, 1633, 8o, [xii]+248+[viii] p.

(Polemisch werk tegen ‘ongelovigen’, geschreven door de Ierse franciscaan of minderbroeder en orde-overste Raymon Caron (1605-1666). Gevolgd door een twee jaar eerder gedrukt werkje van dezelfde auteur over het evangelische apostolaat van reguliere missionarissen over de hele wereld In gaaf omslaand spitselbandje van perkament. Auteursnaam in oud handschrift op de rug. Pagina 1 en registerblad los. SJH).

[STATENBIJBEL] BIBLIA, dat is de gantsche H. Schrifture. II. Deel, De prophetien der propheten, Tot Leyden, gedruckt by Paulus Aertsz van Ravensteyn, ’t jaer 1636, fol. [ii] + 138 fol.
HET NIEUWE TESTAMENT, ofte alle boecken des Nieuwen Verbondts onses Heeren Jesu Christi. Nu eerst, door last van de Hoog: Mog: Heeren Staten Generael der Vereenighde Nederlanden, ende volgens ’t besluyt van de Synode Nationael, gehouden tot Dordrecht, in de jaeren 1618 ende 1619, uyt de oorspronckelijcke Griecxsche tale in onse Nederlandsche getrouwelijck overgheset: met nieuwe by-gevoeghde verklaringen op de duystere plaetsen, aenteeckeningen van de gelijck-luydende texten, ende oock een nieuw register [orn.] Tot Leyden gedruckt by Paulus Aertsz van Ravesteyn. Voor de Weduwe ende Erfgenamen van wijlen Hillebrant Jacobsz van Wouw, ordinaris druckers van de Hoog: Mog: Heeren Staten Generael. Met privilegie voor XV volgende jaren, [achterin: 1636], fol. [ii] + [xxii]+166 fol.
(Keerzijde titelblad met Privilegie en Acte van Authorisatie, met de hand ondertekend door Barent Langenes, 1637)
DE BOECKEN GENAEMT APOCRYPHE, [zonder drukker en jaartal], fol. [iv] + 68 fol.

DSC07151

(Eerste druk van de fameuze Statenbijbel, alleen het tweede deel. Volgens het impressum gedrukt in 1636, maar officieel gepresenteerd in 1637. Met twee uitklapbare kaarten van Claes Jansz Visscher uit 1642, nummer 4 – Geographische beschryvinge van ’t Beloofde-Landt – en nummer 5 – Geographische beschryvinge van de wandeling der apostelen ende de reysen Pauli. Mitsgaders de landen ende rycken daer sy het Evangelium eerst hebben vercondicht – van uitzonderlijk frisse kwaliteit. Ook de bladen zijn zeer fris. Stevige leren band, met achttiende-eeuwse rugversiering tussen de zes ribben. Bovenzijde stuk afgebroken. Tekstschildjes met “Biblia” en II. Deel”.)

DSC07155

MATTHIAS PAULII, Vyf vriendelycke t’samensprekinghen tusschen eeDSC03141nen Hollandschen minister ende eenen Roomschen catholycken. D’eerste Van de begravinghe der overledene. De 2. ende 3. Van ’t vagevier. De 4. Van de Misse. De 5. Van de ceremonien der Misse. Tot Luyk by Leonaerdt Streel, boeckdrucker 1637, 12mo, [xlvii] + 474 p.

(Fraai perkamenten bandje, met delen van leren sluitlinten; voorwoord aan burgemeesters van Hasselt)

PHILIPS MARNIX HEER VAN ST. ALDEGOND, De byen-corf der H. Roomscher Kercke. By den auteur vergroot ende vermeerdert. Tot Amsterdam by Evert Cloppenburg 1638, 8o, [xxi] + 235 + [xi] p.

(Beruchte spot op de rooms-katholieke kerk van de dichter van het Wilhelmus)

PHILIPS MARNIX HEER VAN ST. ALDEGOND, De byen-corf der H. Roomscher Kercke. By den auteur vergroot ende vermeerdert. Tot Amsterdam by Evert Cloppenburg 1638, 8o, [xxi] + 235 + [xi] p.

(Zelfde werk als hierboven; mist alleen de titelpagina. Schone bladzijden. In nieuw perkamenten band. Op schutblad: “Dit boek hoor Janetie Bonte” met doorgehaalde naam; eronder: B. Tedinge van Berkhout).

EVERHARDUS SCHUTTENIUS, Den Christelicken ridder. Seer nutte ende profytelijck voor allen Staten ende Standen der menschen. Het tweede deel [orn.] t’Amsterdam ghedruckt voor Hendrick Laurensz, boeck-verkooper op ’t Water in ’t Schrijf-boeck 1638 [achterin: t’Zwolle, ghedruckt by Jan Gerritz ende Frans Jorijaensz boeck-druckers, anno 1638], 8o, [xiv]+1022+[v]p.

(Op zichzelf staand werk van de piëtistische Zwolse predikant Schuttenius. Het verscheen tien jaar nadat het eerste deel onder deze titel in Zwolle verscheen. Het eerste deel droeg de schrijver op aan stadhouder Frederik Hendrik. Hij was toen van plan het tweede deel op te dragen aan Ernst Casimir, doch die overleed in de tussentijd. Daarom begint dit deel met een opdracht aan diens zoon Hendrik Casimir. In dit deel geeft Schuttenius handreikingen voor christelijk gedrag aan legerleiders, officieren en soldaten. In originele omslaande perkamenten band. Rug laat iets los. Met gave titelgravure. Titelpagina en deel opdracht met vochtring. Register achterin wat rafelig).

MARTINI BRESSER BOXTELLANI, Theologi de conscientia. Libri sex. Ad omnigenas dirigendas idonei, Antverpiæ apud viduam Ioannis Cnobbari, anno 1638, 4o, [xx]+742+[xxxviii] p.

(Bresser (ca. 1587-1635) was een uit Boxtel afkomstige jezuïet, die theologie doceerde in Leuven en Brugge. In gave perkamenten spitselband. Fraai titelgravure. Titel in oud handschrift op de rug. SJH).

JEREMIAS DREXELIUS, Avrifodina artium et scientiarum omnium; excerpendi sollertia, omnibus litterarum amantibus monstrata, Antverpiæ apud viduam Ioannis Cnobbaert, anno 1638, 16o, [xviii]+294+[ii] p.

(De Duitse jezuïet Jeremias Drexelius (1581-1638) over keuzes op het vlak van kunst, literatuur en wetenschap. In origineel perkamenten spitselbandje. Op de rug titel en naam auteur: “Drexely, Afrivod”. Rood op snee.  Op titelpagina eigendomskenmerk “S.J.H.” (jezuïeten Haastrecht)) SJH).

WILLEM GERMAIN LAMORMAINI, Ferdinand II Romanorum imperatoris virtutes [DM] Antverpiæ, apud Ioannem Meursium, anno 1638, 8o, 196+[iv] p.

Larmormaini (1570-1648) was een Luxemburgse jezuïet, onder Ferdinand II betrokken bij de contra-reformatie. Hij was van 1624 tot 1637 ook biechtvader van de keizer. Dit werkje is een lofzang op de deugden van de keizer. In omslaand perkamenten bandje met enkele kleine vlekken; op de rug twee openingen, waar de bindtouwtjes te zien zijn. Op titelpagina eigendomskenmerk “S.J.H.” (jezuïeten Haastrecht) SJH).

DESIDERIUS ERASMUS VAN ROTTERDAM, Het eerste deel der paraphrasis. Dat is: Verklaringhe op het Nieuwe Testament onses Heeren Jesu Christi. Desen vierden druck, verbetert ende vermeerdert met vier dedicatien, op de vier Euangelisten [portret Erasmus], tot Hoorn, voor Zacharias Cornelisz. boeckverkooper op de Nieuwe-straet in den Liesveldtschen Bybel anno 1639 [achterin: Tot Haerlem gedruckt by Thomas Fonteyn, boeckdrucker in de Bartel-Iorisstraet, inde ghekroonde boeck-druckery 1639], fol., [iv]+304 fol [=628p.]

(Met geblindstempelde lederen band. Met gerestaureerde rug. Sporen van boekklampen. Met boekketting, aangebracht ter gelegenheid van de expositie Uitgelezen in Museum Uitgelezen14Gouda bij een reconstructie van de Goudse Librije. Schutbladen en eerste pagina’s voor- en achterin met vochtvlekken; gerestaureerd met Japans papier. Op voorste schutbladen eigentijdse aantekeningen van Jan Keijser uit Alkmaar. Voorin: “Int jaer 1642 den 1 januwari is Johannes Keijser 14 jaren oud geworden ende heeft dit boeck, genaemt het boeck Verklaringe van het Nieuwe Testament onses Heren lieve Jesu Christi, hetwelcke in druck heeft laten gaen de vermaerde Erasmus Rotterdami, van sijn lieve bestemoeder Niesken Claes tot een nieu jaer gift uijt liefden ontfangen. Geschreven den thiende februwari 1642 van Joannes Keijser. Qui recte incipiet debet cum numine ovim (?)”. Eronder: “In jaer sestienhondertveertich tweenveertich den 9 mert heeft het gebinnen te vriesen dat men den 13 mert 1642 heb over het ijs konnen loopen”. Achterin op laatste schutblad, op de kop: “1649 den 20 augusti den so smaendach was het seste quartier [beschadigd] heb ic IJslantie Pieters mijn lief tot mijn echte huysvrouw tot Alckmaer getrout. De Heer laet ons tsamen so lang als hem in eendrachde en vreede leven, belieft: en dat dees trou mach geschieden tot sijner Eere en onser beyde sielen salicheijt. Dit wensch ick met ganscher herte”. De echtgenote van Jan is afkomstig uit Harencarspel. Eronder in vager handschrift: “1650, den 9 augusti is mijn een jonge soon geboren, geheeten Pieter Keijser, smorgens tusschen tien uren ende ii was het volle maen. Den Heere laet hem in vreuchde opwassen ende maeckte een deugdelyck man van so lang hij leven sal”. Volgens het doopboek van de gereformeerde gemeente werd Pieter op 10-8-1650 gedoopt. Eronder: “1650 den 19 september is mijn soontje Pieter Keijser in den Heere gerust”. Volgende schutblad, eveneens op de kop: 1654, den 9 mert smaendachs smorgens de blo[beschadigd] tusschen sessen en half sessen is mij een soon geboren, geheten Symon Keijser, de Heere laete hem in vreuchde opwassen tot onse vreuchde ende sijne salicheijt amen”. Volgens doopboek gereformeerde gemeente Alkmaar werd Pieter op 11-3-1654 gedoopt. Het schutblad tegenover de titelpagina en de achterzijde van het titelblad bevat negentiende-eeuwse aantekeningen met pen en potlood met literatuurverwijzingen over het boek).

[LEONARDUS MARIUS], Amstelredams eer ende opcomen door de denckwaerdighe miraklen aldaer geschied, aen ende door het H. Sacrement des Altaers. Anno 1345, T’Antwerpen by Hendrick Aertssens 1639 door Boetius a Bolswert, 8o, [xx]+304p.

(Vroege druk van zeer populair boekje over het mirakel van Amsterdam, geschreven door de Amsterdamse pastoor Leonardus Marius ‘Goesanus’ (1588-1652) met een ingewikkelde drukgeschiedenis en zeker acht varianten van de eerste editie. Deze editie met opdracht aan Pieter Paul Rubens. Compleet met zestien zeer fraaie prentjes (en één titelgravure, met onderschriften in Latijn en Nederlands. Volgens de Amsterdamse geschiedschrijver Le Long waren de gravures een belangrijke reden van de populariteit van het werkje: “Waardoor dit boek eertyds soo greetig om de fraaije printjes verkocht wierdt, dat het niet als selden en tot een hoogen prys te koop was; waarop een baatsuchtig boekverkooper, (men segt tot Amsterdam;) aangeset wierdt, om het selve netjes te laaten nadrukken; doch de printjes, offschoon reedelyk wel gemaakt, zyn niet ten naauwsten gevolgt, en dese nadruk is onder anderen daar aan te onderscheyden, dat het Nederduytsche schrift onder de plaatjes meede in ’t kooper is gesneeden; ’t welke in d’origineele daar onder gedrukt is”. De Nederlandse bijschriften zijn in deze editie onder de gravureplaat gedrukt, dus gaat het om de originele druk. Die afbeeldingen zijn slechts voor een deel van Boetius a Bolswert (ca. 1580-1633). Zij gaan overigens terug op oude voorstellingen van de mirakelgeschiedenis geschilderdvóór 1521 door Jacob Cornelisz van Oostzanen (ca. 1475-1533). Zie over deze uitgave http://perkamentus.blogspot.com/2019/07/de-presentexemplaren-van-het.html en https://www.delpher.nl/nl/tijdschriften/view?identifier=MMUTRA01:001628001:00165&query=j.f.m.+sterck+marius+Amstelredams&coll=dts&rowid=2

IEAN BAPTISTE SAINCT-IVRE, De la connoissance et de l’amour du fils de Dieu nostre seigneur Iesus-Christ, divise en quatre livres. Où i lest traité des vertus principales & des poincts plus important de la vie spirituelle, Tome I. contenant le premier et second livre [DM] A Douay, chez Iean Servrier à l’enseigne de la Salemandre, 1639, 8o, [xiv]+499+[xxxvii]p.

(Eerste deel van een spiritueel werk van Sainct-Ivre, lid van de jezuïetenorde. In gaaf perkamenten spitselbandje, met licht omgekrulde omslaande rand. SJH).

JEREMIAS DREXELIUS, Deliciarum gentis humanæ, pars III. Christus Iesus resurgens, Antverpiæ, typis vidua Iohannis Cnobbaert, 1639, 16o, [x]+411p.

(Jeremias Drexelius (1581-1638) was een in Augsburg geboren jezuïet, hoogleraar geesteswetenschappen en retorica en schrijver van devote geschriften. Hij diende in München 23 jaar als hofprediker bij Maximiliaan I, keurvorst van Beieren en zijn vrouw Elisabeth van Lotharingen. Dit boekje, dat een jaar na zijn overlijden verscheen, wordt op de titelpagina ook aan hen opgedragen. Perkamenten spitselbandje. Titel in vervaagd oud handschrift op de rug. Op titelpagina eigendomskenmerk “S.J.H.” (jezuïeten Haastrecht) SJH).

HENRICUS ADRIANI, Catholycke sermoonen op alle de Epistelen ende Evangelien vande sondagen ende heylige daghen vanden gheheelen jare, t’Antwerpen by Hieronymus Verdussen inde thien Geboden 1639, fol., [v]+857+[iii] p.

HENRICUS ADRIANI, Catholycke sermoonen oft verklaringhen op alle de Epistelen ende Evangelien van den sondagen van den gheheelen vasten, t’samen vergadert, uyt verscheyden leeraers der catholijcker kercken, naer den eysch van desen teghenwoordighen wanckelbaren tijt, ende tot voorderinge, stichtinge en onderwijs van alle catholijcke devote christen menschen int licht gebracht [IHS-teken] t’Antwerpen by Hieronymus Verdussen, op de Cammer[straet ] 1628, fol. [i]+306p.

(De auteur is volgens vermelding op het titelblad: “Priester ende pastoor van S. Elizabetten Gast-huys binnen Antwerpen”. Eerste editie van eerstgenoemd werk stamt uit 1599. In sleetse bruinleren band, met koperen hoekstukken en middenstuk. Eén functionerende koperen boekklamp; andere ontbreekt. Band los van rug. Titelblad en eerste bladen los en rafelig. Slordig exemplaar. SJH)

JACOBUS TRIGLANDIUS, Opuscula. Dat is, verscheyden boecken en tractaten. Tot verklaringe, bevestiginge ende verantwoordinge der H. Waerheydt ende der Christelijcke Godsaligheyt op verscheyden tyden gemaeckt ende uyt-gegeven. Ende nu, ten dienste des christelijcken lesers, by een versamelt, ende in drie stucken ordentlijck verdeelt [DM] t’Amstelredam, gedruckt voor Marten Jansz. Brandt, boeck-verkooper, woonende by de Jan-Roon-Poorts-Toorn, in de Gereformeerde Catechismus, 1640: Het eerste deel, vervatende die boecken ende schriften Jacobi Triglandii, dewelcke handelen vande vijf artyckelen ende van de moderatie, die men daer over ghesocht heeft te maecken [DM] t’Amstelredam, gedruckt voor Marten Jansz Brandt, boeck-verkooper, woonende by de Jan-Roon-Poorts-Toorn, in de Gereformeerde Catechismus, 1639 [achterin: t’Amstelredam. Ghedruckt by Nicolaes van Ravesteyn, anno 1639], fol., [xxx]+860+[xiv] p.

(Eerste van drie delen van het verzamelde werk van Jacubus Trigland (1583-1654), die in Gouda opgroeide in een rooms-katholiek gezin. Na overgang tot de gereformeerde leer studeerde hij theologie in Leiden en werd hij in 1607 de eerste predikant van Stolwijk, nabij Gouda. In 1610 werd hij beroepen naar Amsterdam. Namens de synode van Noord-Holland nam hij deel aan de Synode van Dordrecht (1618-1619). Vanaf 1634 was hij ook hoogleraar theologie in Leiden. Trigland was een van de prominentste vertegenwoordigers in het contra-remonstrantse kamp. In dit eerste deel zijn alle werken van hem bijeengebracht die betrekken hadden op deze strijd. De Goudse predikant Eduardus Poppius was een van zijn belangrijkste opponenten. Het tweede en derde deel van de Opuscula hebben respectievelijk betrekking op de gereformeerde leerstukken en zijn strijd tegen de rooms-katholieken. Gerestaureerd exemplaar. In nieuwe, geblindstempelde bruinleren band, met op de rug “Jacobi Triglandium, Opuscula, 1640”. Boekblok gaaf, maar wat kort afgesneden. Met portret van Trigland. Algemeen titelblad vlekkerig en met Japans papier gerestaureerd. Eerste blad, met toe-eygeningsbrief aan de gemeente Amsterdam in losse kopie toegevoegd. Verder compleet. Enkele wormgaatjes; vochtlucht).

CLAUDE MYDORGE, Examen du livre des recreations mathematiques: et de des problems en geometrie, mechanique, optique, & catoptrique. Où sont aussi discutees & restablies plusieurs experiences physiques y proposes [DM] A Rouen, chez Charles Osmont, en la grand rue des Carmes, 1639, 8o, [xii]+280p.

CLAUDE MYDORGE, La seconde partie des recreations mathematiques. Composee de plusieurs problemes plaisans & facetieux en faict d’d’arithmatique, geometrie, astrologie, optique, perspective, mechanique & chymie, & autres rares secrets non encore veus, ny mis en Lumiere [DM] A Rouen, chez Charles Osmont, demeurant en la grand rue, devant les Carmes, 1639, 8o, 106+[x]p.

H.P.E.M., Notes sur les recreations mathematiques: en la fin de divers problemes, servant à l’intelligence des choses difficiles & obscures [DM] A Rouen, en la grand rue des Carmes, 1639, 8o, 39p.

(Puntgaaf, met ongeveer tachtig houtsnedes geïllustreerd boekje met wis- en natuurkundige raadsels. Drie delen in één originele perkamenten spitselband. Handgeschreven titel op rug (“Recreations math”). Derde druk, Het betreft een commentaar door Claude Mydorge (1585-1647) – een vriend van Descartes – van de recreations mathematiques van Jean Lerechon, jezuïet, gepubliceerd in 1624 in Pont-à-Mousson onder het pseudoniem H. Van Etten. Het tweede deel, dat een aparte titel heeft, bevat “aangename en grappige” problemen in rekenen, meetkunde, astrologie, perspectief, enz. Het boekje bevat nog een “derde deel”, dat in feite een belangrijk hoofdstuk is over vuurwerk, versierd met twaalf houtsneden in de tekst. Dit laatste deel, staat op naam van D.H.P.E.M., achter welke initialen Denis Henrion, hoogleraar wiskunde, schuilgaat. Henrion is vooral bekend vanwege het schrijven van een van de eerste verhandelingen over logaritmen. SJH).

I[ACQUES] B[OURSIER], Le Prévôt des maréchaux, ou Recueil des édits, arrêts et règlements concernant les charges des prévôts vice-baillis, vice-sénéchaux ; où est aussi traité du siége de la connétablie et maréchaussée de France et officiers d’icelle. Seconde édition, Paris chez Martin Collet, libraire 1639, 8o, [ix]+578p.

(Zeldzame editie met beschrijving van de bevoegdheden van de zogeheten provoost van de maarschalken. Dat was een officier van de koning onder het ancien régime in Frankrijk. Hij oordeelde in eerste en laatste instantie misdaden en overtredingen gepleegd door landlopers (vaak deserteurs) en soldaten (militaire politie), en provoostzaken, ernstige misdaden begaan op de hoofdwegen en koninklijke wegen. De functie ontstond in de veertiende eeuw. Het nam toen als kader de koninklijke baljuwschappen. De provoost van de maarschalken stond ​​aan het hoofd van de politie. De auteur was mons. de Montarlot en prévôt provincial desdits sieurs en la résidence de Sens. Titelpagina in handschrift toegevoegd in 1993. In originele, doorleefde perkamenten band met lichte beschadiging van het voorplat. Binnenwerk verder compleet met uitzondering van kleine beschadiging met amper tekstverlies op p. 427-428).

JOHANNES BOLLAND, ADRIEN POIRTERS, Af-beeldinghe van d’eerste eeuwe der Societeyt Iesv voor ooghen ghestelt door de Duyts-Nederlantsche provincie der selver Societeyt, T’ Antwerpen, in de Plantiinsche druckeriie, 1640, 4o, [viii]+712+[ii] p.

(Nederlandstalige jubileum- en emblemataboek ter gelegenheid van het eerste eeuwfeest van de jezuïetenorde. Latijnse titel luidde: Imago primi sæcvli Societatis Iesv a provincia Flandro-Belgica eivsdem Societatis repræsentata. Vertaling door Laurentius Uwens. Titelgravure van de hand van Michel Natalis, naar Abraham van Diepenbeeck. Met 103 verschillende emblemata-afbeeldingen en een paginagrote, alle van de hand van Cornelis Galle. Op p. 138 en 140 is een van de afbeeldingen per abuis twee keer afgedrukt. De twee hoort een prent met een met een slot gesloten hart te staan. Opnieuw gebonden in zwart half linnen band, met gemarmerde platten. Platten, randen en hoekjes afgesleten. In het voorwerk enkele oude bruine vlekken in de boven- en binnenmarge, katern met pag. 689-704 verkeerd gebonden (achter p. 640)  en 4 bladen van de inhoudsopgave achterin het boek ontbreken. Met de mooie tekstgravures. Approbatie achter op de titelplaat geplakt. Hier en daar wat oude vochtschade, kringen of achter in het werk stukjes onderaan ontbreken; niet in de tekst. De tekst is van de Antwerpse jezuïet Johannes Bolland (1596-1665). De gedichten zijn van Adriaan Poirters (1605-1674) was een Noord-Brabantse (Oisterwijk) jezuïet, contrareformatorisch dichter en prozaschrijver. Hij werd op 2 november 1605 gedoopt in de Sint-Petrus’-Bandenkerk in Oisterwijk. Hij was een herbergierszoon van een herberg aan de kerk in Oisterwijk, De Ploeg genoemd. In 1618 of 1619 begon hij met een studie Latijn aan het jezuïetencollege in ‘s-Hertogenbosch, zette vervolgens zijn studie verder aan het jezuïetencollege van Marchiennes en ging dan naar Leuven, waar hij de studies filosofie en theologie volgde. In 1638 werd hij tot priester gewijd, waarbij hij belast werd met de zielzorg te Duinkerken om later prefect der studiën te Roermond en daarna te Mechelen te worden. Poirters was daarna actief als leraar, geestelijke en schrijver van gedichten die vaak een moraliserende inhoud hadden. Als zodanig wordt hij wel gezien als de katholieke tegenhanger van Jacob Cats. Het bekendste werk van Poirters is Het Masker van de Wereldt, in 1646 te Antwerpen uitgegeven, en sindsdien meer dan zestig keer herdrukt. Adriaan Poirters staat bekend als een groot voorvechter van de contrareformatie. Hij overleed op 4 juli 1674 in Mechelen, mogelijk aan de gevolgen van de pest).

[JACOBUS MARCHANTUS], Vitis florigeræ pars altera de festis sanctorum, qui nonnullis in ecclesiis speciali devotione coluntur, Tomus II [Orn.] Parisiis, sumptibus Michaelis Soly, viâ Iacobæâ sub signo Phœnicis, 1640, 8o, 429+[xl] p.

(Tweede deel van een werk over ‘de bloeiende wijnstok van de feestdagen der heiligen’. Marchantus (1537–1609) was een Vlaming, vooral bekend als historicus In originele, wat vlekkerige band met omslaand perkament en restanten van sluitleertjes. Exlibris op schutblad doorgehaald en naast drukkersmerk onleesbaar. SJH).

HUGO GROTIUS, De veritate religionis christianæ. Editio nova, additis annotationibus, in quibus testimonia, [DM] Lugduni Batavorum, ex officina Iohannis Maire, 1640, 8o, [viii]+327p.

HUGO GROTIUS, Annotationis ad libros De veritate religionis christianæ, [DM] Lugduni Batavorum, ex officina Iohannis Maire, 1640, 8o, [vii]+372p.

(Geannoteerde heruitgave van het bekende werk van Hugo de Groot over de ware godsdienst. In origineel perkamenten spitselbandje. Titel en jaartal 1640 in oud handschrift op de rug. Het gedeelte met de annotaties heeft een eigen titelpagina en nummering. Gaaf exemplaar. Op titelpagina eigendomskenmerk “S.J.H.” (jezuïeten Haastrecht) SJH)

ISAAC VOSSIUS, Trogue pompee. Iustini historiarum ex Trogo Pompeio Lib. XLIV. cum notis Isaaci Vossii, Lugd. Batavorum ex officina Elzeviriana , anno 1640, 12o, [xii]+310+36+[l] p.

(Werk van Trogus Pompey, met 36 pagina’s commentaar van de toen 18-jarige Vossius. Met fraaie handgekleurde frontispice, waar Vrouwe Fortuna te zien is die gelijkenis toont met het bekende drukkersmerk van de Goudse boekdrukker Jasper Tournay. In origineel bandje met omslaand perkament en de titel in oud handschrift op te rug: “Iustini Histor”. Tekst met in het begin oude onderstrepingen en pagina met scheurtje. In gravure doorgehaalde eigenaarsinschrijving. Erboven in oud handschrift “Holmbergh de Beckfelt”. Dit is een van oorsprong Zweedse familie, die in 1838 in Nederland tot de adelstand werd verheven. Op laatste schutblad “Herman van Lit, v.d.m. [dominee]  Schalkwijk”.

THOMAS COURTOIS, De vita, et moribus R.P. Leonardi Lesii e Societate Iesu Theologi. Liber. Ad utramque provinciam Societatis Iesu per Belgium jubilæum anno seculari suo celebrantem. Unâ cum divinarum perfectionum opusculo. Cura & sumptibus, Bruxellæ, apud Godefredum Schovartium, 1640, 8o, [xiii]+230+[ii] p

LEONARDUS LESSIUS, Quinquaginta nomina Dei seu divinarum perfectionum compendiaria exposito. Ad mentem sursum elevandam & maximarum virtutum actus facili modo excitandos, Brurellæ [sic], apud Goedefredum Schovartium, 1640, 8o, [ii]+161+[ii]p.

(Over het leven en karakter van Leonardus Lessius (Lenaert Leys, 1554-1623), Zuid- Nederlands theoloog van de Sociëteit van Jezus (jezuïet) en adviseur van de aartshertogen Albrecht en Isabella. Opgedragen aan elke provincie van de Sociëteit van Jezus in België die zijn jubileum viert Samen gebonden met zijn bekende gulden boekje over de vijftig namen Gods betreffende de goddelijke volmaaktheden. Dit boekje schreef Lessius op zijn sterfbed. In fraaie perkamenten spitselband; met titel in oud handschrift op de rug. Frontispice los. Daarop wordt de drukker overigens Schoevartius genoemd. Op laatste schutblad uitvoerige Latijnse aantekeningen in oud handschrift. Op titelpagina eigendomskenmerk “S.J.H.” (jezuïeten Haastrecht) SJH).

PLACAET vande Hooge ende Mogende Heeren Staten Generael der Vereenighde Nederlanden, inhoudende verboth dat geene jesuijten, priesters, papen, monicken of andere geordende persoonen vande roomsche gesinden in dese landen en sullen mogen komen ofte verblijven etc. [DM] In ’s Graven-hage, byde weduwe ende erfgenamen van wijlen Hillebrandt Iacobssz van Wouw, ordinaris druckers vande Ho: Mo: Heeren Staten Generael, anno 1641, 11p.

I.I. ORLERS, Beschrijvinge der stadt Leyden. Inhoudende ’t begin, den voortgang ende den wasdom der selver: de stichtinge van de kerkcken, cloosteren, gasthuysen, ende andere publijcque gestichten etc., desgelijcx de oprechtinge van de Academie, ende de Collegiën Theologie. Mitsgaders van alle de belegeringen, ende aenslagen, die deselve stadt zedert den jare 1203 geleden heeft totte laetste strenge belegeringe ende verlossinghe ghevallen in den jaere 1574. In desen tweeden druck, boven vele vermeerderingen, vergroot met een derde deel, inhoudende den staet ende regeringe der stadt Leyden. [orn.] Tot Leyden voor Andries Jansz. Cloeting tot Delf ende Abraham Commelijn tot Leyden, Anno 1641 [achter het register staat:] Tot Leyden, Gedruckt by Ian Iansz. van Dorp, woonende op Marendorp, in de Vergulde Son, Anno 1641, 4o, [xxviii]+738+[xiii] p.

(Stadsgeschiedenis van Leiden. Titelpagina met Leids stadswapen “Haec libertatis ergo”. Met vroegste vermelding van geboortejaar en werk van Rembrandt. Incompleet exemplaar omdat vrijwel alle prenten zijn uitgesneden. De bladzijden 81-82, 157-158, 169-172, 177-180, 203-204, 207-208 en 211-212 ontbreken, evenals de drie kaarten. Kartonnen omslag met loszittende gebroken rug. Vochtvlekken).

GAUGERICO LESPAGNOL, Medicus animæ, sive de cura spirituali infirmorum [orn.] Duaci, typis viduæ Marci Wyon, sub signo Phœnicis, 1641, 8o, [xii]+200+290p.

(De auteur was presbyter van de oratorianen in Douai.In originele perkamenten band, met leren sluitlintjes. In de binding is strook middeleeuws manuscript zichtbaar. Titel in oud handschrift op de rug. Op schutblad opdracht in handschrift van Do Nicolao Dircken aan Nicolaus Amand, 1649. SJH).

IOANNIS EUSEBII NIEREMBERGIUS, Theopoliticus, sive brevis illucidatio et rationale divinorum operum, atque providentia humanorum. Differtantur præcipua quæsita circa divinam providentiam. & tres cardines publicæ rei piè administrandæ digeruntur [IHS] Antverpiæ, ex officina Plantiniana Balthasar Moreti 1641 [achterin: DM Plantijn], 4o, [xxxvi]+571+[lvi] p.

(In dit werk geeft Nierembergius, een Spaanse jezuïet en leefde van 1595 tot 1658, een korte toelichting op de grondgedachte van goddelijke werken en menselijke voorzienigheid. In originele perkamenten band met delen van sluitleertjes. Rug vervuild, waardoor titel in oud handschrift is vervaagd. SJH)

IOANNES DE CARTHAGENA, Homiliæ catholicæ in universa christianæ religionis & de sacris deiparæ V. Mariæ et S. Iosephi arcanis [DM] Coloniæ Agrippinæ apud Ioannem Kinchium sub Monocerote, 1641, gr. 4o, [xvii]+848+[xix]p.

IOANNES DE CARTHAGENA, Homiliæ catholicæ de sacris arcanis deiparæ Mariæ et Iosephi. Tomus secundus [IHS-teken] Coloniæ Agrippinæ apud Ioannem Kinchium sub Monocerote, 1641, gr. 4o, [vi]+535+[xx]p.

(Tweede deel van een prekenbundel van Juan de Cartagena (1563-1618), een Spaanse theoloog en minderbroeder. In gave perkamenten spitselband met groene sluitlinten en rood op snee. Titel in oud handschrift op de rug. SJH)

FRANCISCUS ZYPÆUS, Notitia iuris Belgici. Editio tertia priori emendatior & correctior [DM] Arnhemiæ, typis Johannis Iacobi, bibliopolæ, 1642, 8o, [xiv]+336+[ilvii]p.

(Frans van den Zype (1580-1650) was theoloog en jurist, gespecialiseerd in canoniek recht. Eerste druk van dit werk verscheen in 1635. Hij steunde het ultramontanisme tegen met name de Noord-Nederlandse juristen. In originele perkamenten band. Auteursnaam “Zypeus” in oud handschrift op de rug. Met twee stroken middeleeuws manuscript als bindstroken. SJH)

TURANO VEKITI [ARNOUT KIEVIT], Het Catholyck Memory-Boeck: in welck veel plaetsen soo uyt de H. Schrifture, als uyt de Oudt-Vaders, die geleeft hebben in de eerste vierhondert jaren nae de geboorte Christi worden verhaelt, met verscheyden redenen tot bevestinge van het Catholijck Apostolijck Roomsch Geloof, Den derden druck seer verbetert ende vermeerdert [IHS-teken] Tot Loven, [by] Bernardyn Maes, in’t Groene Cruys, anno 1643, 8o, [xiii]+1057+[v]p.

(Derde druk van een veelgelezen werk, waarvoor in 1624 licentie verleend werd. In 1679 verscheen nog een zesde editie. De naam is een anagram voor Arnout Kievit, een jezuïet uit Rotterdam die in 1648 overleed. Zijn werk riep een gereformeerde reactie op van Pieter Cabeljauw, regent van het Statencollege in Leiden, die in 1661 met een uitvoerige – tweedelige – reactie kwam. Opnieuw gebonden met gemarmerde kartonnen platten en papieren rug. Klein linkerhoekje onderaan titelpagina gerestaureerd. SJH).

JOOST VAN DEN VONDEL, Maeghden. Treurspel. [vignet] T’Amsterdam, voor Abraham de Wees, op den Middeldam, in ’t nieuwe Testament 1643, 4o, 69+[iii] p.

(Vroege druk van toneelstuk van Vondel. Vignet met waterput en tekst “Elck zyn beurt”. Met eenvoudige kartonnen omslag).

DESIDERIUS ERASMUS ROTTERODAMUS, Dialogus de recta Latini Græcique sermonis pronuntiatione [DM] Lugduni Batavorum ex officina Ioannis Maire 1643, 12o,

(Ingeleid door Gerardus Johannes Vossius, in licht vervuild verwrongen origineel perkamenten bandje, lichte watervlekken, enkele kleine brandgaatjes en onderstrepingen; voorste schutblad los).

VERHANDELINGHE vande Vnie, Eeuwigh Verbondt ende Eendracht: tusschen die Landen, Provincien, Steden ende Leden van dien hierna benoemt, binnen die Stadt Utrecht ghesloten ende ghepubliceert vanden stadt-huyse den 29. Januarij, Anno MD.LXXIX [DM] Na de copye ghedruckt t’Vtrecht by Coenraedt Henricksz., In ’s Graven-Haghe, by de Weduwe, ende Erfgenamen van wijlen Hillebrant Iacobssz van Wouw, ordinaris druckers vande Hog.Mog. Heeren Staten Generael. Anno 1643, 4o, [xxii] p.

(Knuttel 6747. Gaaf exemplaar. Drukkersmerk met slak en randschrift Palatim avec le temps)

PHILIPPE ALEGAMBE, Bibliotheca scriptoruum Societatis Iesu. Post excusum anno M.DC.VIII Catalogum R.P. Petri Ribadenairæ societatis eiusdem theology. Nunc hoc novo apparatu librorum ad annum reparatæ salutis M.DC.XLII editorum concinnata, &illustrium virum elogiis adornata [DM] Antwerpæ apud Ioannem Meursium, anno 1643, fol., [xxii]+587p.

(Catalogus van alle werken, die geschreven zijn door paters jezuïeten, over de jaren 1609-1642. Met voor elke schrijver een korte biografie. Zo is op p.6 informatie over Adrianus Mangotius uit Gouda te vinden. Alegambe (1592-1652) was een uit Brussel afkomstige Belgische jezuïet en bibliograaf. Hij dankt zijn bekendheid vooral aan deze voortzetting van de catalogus van Pedro de Ribadenaira uit 1608. In originele perkamenten band en ribben en titel in handschrift op de rug. Leren sluitlintjes half aanwezig. Versiering op de platten. Fraai drukkersmerk van Meursius.  Op titelpagina eigendomskenmerk “S.J.H.” (jezuïeten Haastrecht) SJH).

NICOLAS CAUSSIN, Traicte de la conduite spirituelle selon l’esprit du B. Francois de Sales, evesque de Geneve [DM] A Douay, de l’imprimerie de Iean Serrurier à la Salamandere, 1643, 12o, [xiv]+304p.

(Nicolas Caussin (1583-1651) was een Franse jezuïet, biechtvader van Lodewijk XIII maar op een zijspoor gezet door kardinaal Richelieu. In de strijd met de jansenisten schreef hij in opdracht van de ordeleiding een boek tegen Antoine Arnauld. Dit werkje over Franciscus de Sales verscheen voor het eerst in 1630. In origineel, vervuild perkamenten bandje, met de titel in vervaagd handschrift. Sporen van sluitlinten. Op schutblad eigendomsinschrijving in oud handschrift door Franciscus Matthei en met modernere hand J.G.M.(?) Seegers. Ook bibliotheekstempel “Ex libris Passionarium Maria Hoop (L.)”. Enkele oude onderstrepingen. BPH)

ALPHONSUS RODRIGUES, Oeffeninghe der volmaecktheyt ende religieuser deughden. Over-gheset door P. Iacobus Susius. Het III. Deel, T’Antwerpen by de Weduwe Cnobbaert 1643, [vi]+642+[lv] p.

(Eerste druk uit 1628. Zowel de auteur, als de vertaler is jezuïet. In gave, omslaande perkamenten spitselband met sluitleertjes en perkamenten flapjes. SJH)

IOANNES DE BEKA, WILHELMUS HEDA, Episcopis Ultraiectinis, recogniti et notis historicis. Illustrati ab Arn. Buchelio. Accedunt Lamb. Hortensii Montfortii secessionum Ultratraiectinarum libri, et Siffridi Petri Frisij Appendix ad Historiam Ultrajectinam, Ultraiecti ex officina Ioannis a Doorn, 1643, fol., [xiii]+191+[xii]p.

WILHELMUS HEDA, ARNOLDUS BUCHELIUS, Historia Episcoporum Ultraiectensium. Præposito Arnhemensi, Levita & Canonico [Zegel] Ultraiecti, sumptibus Ioannis à Doorn, bibliopolæ anno 1642, fol. [ii]+333+12+[xxviii]p.

LAMBERTUS HORTENSIUS, Montfortii Secessionum civilum Ultraiectinarium, et bellorum ab anno XXIV supra M.CCCCC, libri septem [Stadswapen] Ultraiecti, sumptibus Ioannis à Doorn, bibliopolæ anno 1642, fol., [vii]+180+[xxx]p.

(Kroniek van het bisdom Utrecht in drie delen. Fraai gegraveerde titelpagina met de Heilige Willibrord en een gezicht op de stad Utrecht. In originele perkamenten band, met rood titelschildje met de tekst “Beka et Heda, Historia Ultraiectin”. Hechting voorplat aan het boekblok zwak. Met ornament op voor- en achterplat. Achterzijde vlekkerig. Boekblok op snee en zeer fris, met kaart en enkele afbeeldingen van munten en zegels).

SAMUEL VELTIUS, Waerheyts-licht, waerdoor aengewesen ende wederleydt werden een-en-tachtentich paepsche articulen van pater Ioseph Malevaleta, jesuwyt gestelt tot hanthavinghe van de hedendaeghsche Roomsche leere in sijn (by hem ghenaemt) Handt-boecxken der catholijcker waerheydt. Mitsgaders een verantwoordinghe der gereformeerden teghenwerpinghen over de paepsche leere, alsmede een corte antwoort op twintigh vragen, om te beantwoorden van hem Malevaleta voorghestelt. t’Amsterdam voor Johannes Troost, boek-verkooper in de Warmmoes-straat op de haek van de Visch-steeg, in ‘t gekroonde Schrijf-boek 1644, 8o, [xii] + 435 + [v] p.

(Zeldzaam werk van een predikant die in 1619 wegens remonstrantse gevoelens werd afgezet en deze in 1621 herriep, waarna hij weer predikant werd. Vlekkerige perkamenten band. Grote oude inktvlek aan de onderkant, vrijwel zonder tekstverlies. Katernen met voorwoord en aan het eind, vanaf p. 403, in facsimile. In andere handen overgegaan in 2011).

CONVOLUUT

PETRUS DE LA FAILLE, Bekeeringhe Petri de la Faille, predikant te Caudekerck uyt de calvinissche ketterije tot het H. Catholijck geloove der H. Catholijcker Roomscher Kercke door het lesen der Oudt-vaderen. Mitsgaders de maniere hoe dat hy solemnelijck synen Woorden-dienst, des predikanschaps heeft nedergeleyt (…) Verdeylt in twee tractaten. Tweede editie, verbetert [Orn.], Tot Leuven, by Bernardijn Maes, anno 1644, 12o, [iv]+300+[ii] p.

PETRUS DE LA FAILLE, Oogen salve Petri de la Failie, eertijts predicant van Caudekerc, uyt calvinische ouders gebooren, van calvinische predikanten gedoopt ende van joncx af in de calvinisterye opgevoet; tot verlichtinge dergener die sitten in de duysternisse der dolingen en dwalinghen des ongeloofs en der ketteryen ofte twijfelmoedigheyt der oprechte Goddelijcke Religie ende in die donckere schaduwe des doots. Verdeylt in drie tractaten [afb.], Tot Leuven, by Bernardijn Maes, anno 1645, 12o, [xv]+212+[viii] p.

PETRUS DE LA FAILLE, Oogen salve, het tweede tractaetjen, verhandelt van de twelf merckteeckenen der ware kercke Godts, waeruyt dat se lichtelijck van eenyeghelijck kan worden bekent ende onderscheyden van alle andere vergaderingen der ongeloovigen, ‘tzy joden, heydenen, Turcken ofte ketters [afb.], Tot Leuven, by Bernardijn Maes, anno 1647, 12o, [ix]+267+[v]p.

[PETRUS DE LA FAILLE], Oogen salve. Het derde tractaetjen verhandelt en beschrijft de geboorte, het leven en doodt der dry principaelste artsch-ketteren van onsen tijden, te weten van Luther, het hooft der Lutheranen en Jan Calvijn, het hooft der Sacramentarisen ende van Menno Simons, met zijnen aenhanck de eerste hoofden der ministen ofte Herdooperen [afb.], Tot Leuven, by Bernardijn Maes, anno 1645, 12o, 150+[xii] p.

(Convoluut. Titelblad eerste werk ontbreekt. Afbeelding op titelblad tweede werk zou een kopie zijn van een houtsnede van Albrecht Dürer, van de hand van Cornelis van Sichem. In dit werk diverse paginagrote houtsneden van Van Sichem; Het derde werk heeft op de titelpagina een houtsnede van Christus in de wijnpers. In het derde werk verschillende houtsneden van Bijbelse verhalen en Maria. Op de titelpagina van het vierde en laatste werk een houtsnede met twee afschrikwekkend skeletten naast een crucifix. Dit werk wordt gevolgd door een “Byvoeghsel”, met een bewijs dat de paus de antichrist niet was, noch wezen kon. Laatste stuk ontbreekt. In originele, beschadigd perkamenten band: op voor- en achterzijde en rug stukje perkament verdwenen. In oud handschrift op de rug: “P. de la Faille, bekeeringhen en oogensalve IV delen”).

STUCKEN aengaende de catholycken onderdanen van de Staten der Vereenighde Provincien van Nederlandt. [gestileerd kruis] Overgeset uyt de Fransche copye van

DSC06685Munster ende nu gedruckt anno 1644, 4o, 92p.

(Knuttel 5135. Verzameling overheidsmaatregelen tegen katholieken in de Republiek vanaf 1572, zowel van de Staten-Generaal, diverse Staten als van steden, zoals Haarlem, Roermond, Schoonhoven en Leiden. Uit laatstgenoemde stad onder meer de vonnissen tegen de uit de stad verbannen klopjes in 1641 en hun verweren. Oorspronkelijk in het Frans uitgegeven in Munster, onder de titelPieces touchantes les Catholiques sujets des Etats de Provinces Unies du Pays-Bas. Sleetse omslag van gemarmerd papier; bladzijden aan de hoeken gevouwen met klein stukje bovenin uit titelblad; vochtspikkels in de marge en op schutbladen; tekstblok gaaf).

Convoluut

J[OOST] V[ANDEN] V[ONDEL], Altaer-geheimenissen. Ontvouwen in drie Boecken [DM], Te Keulen. In de Nieuwe Druckerye 1645, 4o, 168p.

J[OOST] V[ANDEN] V[ONDEL], De heerlyckheit der kercke. Haer ingang, opgang, en voortgang, begrepen in dry boecken [Orn.], In Kolen, ter oude Druckerye, 1663, 4o, 100+[ii] p.

J[OOST] V[ANDEN] VONDEL, Brieven der Heilige Maeghden, martelaressen. Vicit Iter Durum Pietas [Afb.], t’Amsterdam, voor Jacobus van der Deister, boeckverkooper op de Princegraft, tegen over de Wester Kerk, Anno 1687, 4o, [vi]+76p.

(Convoluut met werken van de in 1641 rooms-katholiek geworden Vondel, in fraaie perkamenten spitselband. Op de rug zijn de titels in oud handschrift aangebracht, maar geheel vervaagd; en een signatuur: 3.5.3. Deze eerste druk van Altaer-geheimenissen gaat vooraf door titelprent. Deze gravure is van de hand van Theodorus (Dirck) Matham, naar een kopie van Cornelis Galle uit Antwerpen, 1638. Drukkersmerk met man met een harp en de tekst Iustus-Fide-Vivit. Dat motto is ontleend aan Aeneas, VI en betekent “Met Godsvrucht kwam zij de zware weg te boven”. Op de titelpagina verder vage bibliotheekstempel “Bibliotheek Delft …onleesbaar” en signatuur in pen: F.148.I. Op laatste pagina een ornament met bloemvaas, gevolgd door een gedicht op het “Eeuwgety der Heilige Stede, t’Amsterdam” en “Kenteken des afvals”, afgesloten met een ornament met nog grotere bloemvaas. Keuls drukkersadres is een pseudoniem. Ook het tweede werk over de heerlijkheid van de kerk is een eerste druk en ook de oude Druckery is een gefingeerd adres. Voor beide werken wordt aangenomen dat Abrham de Wees in Amsterdam de drukker was. In derde werk – waarvan de eerste editie in 1642 verscheen – op de titelpagina een gravure van twee engelen die doek met twee gekruiste palmtaken en cirkel van rozen vasthouden en elk met een palmtak in de hand. Twaalf ovaalvormige gravures van vrouwelijke heiligen met hun vaste attributen: S. Agatha, S. Barbara, S. Agneta, S. Cecilia, S. Eulalia, S. Apollonia, S. Lucia, S. Catharina, S. Theodora, S. Maria Magdalena, S. Tekla en S. Pelagia. De namen bij de gravures wijken qua spelling af van die Vondel gebruikt. De prenten zijn dan ook wellicht van Franse of Italiaanse makelij

FAMIANO STRADA, De Bello Belgico, decas prima. Ab excessu Caroli V. Imp. Usque ad initia prefectura Alexandri Farnesii Parmae, ac placentiae ducis III, Lugd. Bat. Ex officina Jacobi Marci 1645, 12o, [iv]+520+[cviii] p.

(Eerste deel van de Latijnse editie van het werk van de Romeinse jezuïet Strada over de Nederlandse Opstand. In hetzelfde jaar verschenen ook een Nederlandse en Franse vertaling. Met frontispice en dertien portretjes: Philips II (p.19), Margaretha van Parma (p. 37), Karel V (p. 59), Granvelle (p. 67), Willem van Oranje (p. 74), Farnese (p. 155), Alva (p. 296), Aremberg (p. 320), Mansfeld (p. 348), Sancius Avila Argis (p. 383), Chiappiniu Vitellius Cetonae (p. 401) Requesens (p. 403) en Ioannes van Oostenrijk (p. 506). In originele lederen band. Rug bovenaan licht ingescheurd; met ribben en gouden ornamenten; titelschildje weggesleten).

[STATENBIJBEL] BIBLIA, dat is de gantsche H. Schrifture, vervattende alle de canonijcke boecken des Ouden en des Nieuwen Testaments, Tot Leyden gedruckt by Paulus Aertsz. van Ravesteyn, in ‘t iaer 1645, kl. fol. [ix] + 428 + 24+ [ii] + 126 fol.
bijbelHET NIEUWE TESTAMENT, ofte alle boecken des Nieuwen Verbondts onses Heeren Jesu Christi. [dm] Tot Leyden gedruckt by Paulus Aertsz. van Ravesteyn, in ‘t iaer 1645, kl. fol., [iii] + 150 + [x] fol.
DE BOECKEN GENAEMTAPOCRYPHE, [1645] kl. fol. [ii] + 70 fol.

(Statenbijbel in tamelijk zeldzaam klein folioformaat. Met Silhouet van de stad Leiden op de titelpagina; met op voorste schutblad geslachtsregister Willem van der Velde, beginnend in 1725; achterin ook enkele genealogische aantekeningen uit voornamelijk de negentiende eeuw. Acte van Autorisatiemet handtekening B. Langenesch. Bijbel in 1975 door toenmalige eigenaar Van den Ende bij boekbinderij Horsten in Gorinchem gerestaureerd met nieuw leer om oorspronkelijke platten en hergebruik beslag; marges vuil en kleine watervlekken; bladspiegel gaaf).

LEONARDUS LESSIUS, In D. Thomam de beatitudine. De actibus humanis. De incarnatione verbi. De sacramentis et censuris. Prælectiones theologicæ posthumæ. Olim in academia Lovaniensi. Ab anno MDLxxxv iteratò propositiæ. Et tam in vita, quàm à morte auctoris plurimorum votis ad prælum expetitiæ. Accesserunt eiusdem variorum casuu,m conscientiæ resolutiones [DM] Lovanii, typis Cornelii Coensestenii 1645, fol., [x]+310+177+428p.

(Diverse werken van Leonardus Lessius (Lenaert Leys, 1554-1623), Zuid-Nederlands theoloog van de Sociëteit van Jezus (jezuïet) en adviseur van de aartshertogen Albrecht en Isabella. Met prachtige frontispice met de auteur te midden van engelen, getekend door Abr. à Diepenbeke en gegraveerd door Iac Neeffs. In originele perkamenten band, met resten van sluitlinten. Titel in vervaagd oud handschrift op de rug. Binnenwerk met vochtringen. SJH).

CORNELIUS SCHONAEUS, Terentius Christianus seu Comœdiae Sacræ tribus partibus distinctæ, Terentiono stylo a Corn. Schonæo Goudano conscriptæ: editio nova et a multis merdis purgata, Amstelodami, sumptibus Henr. Laurentii. Anno 1646, 8o [xvi]+360p.

CORNELIUS SCHONAEUS, Terentij Christiani. Pars Secunda: qua continentur sacrae Comediae Sex. Susanna, Daniel, Triumphus Christi, Typlus , Pentecoste, Ananias. Auctore Cornelio Schonaeo Goudano, Gymnasiarcha Harlemensi, omnia ab auctore diligenter emendata atque recognita [Orn.] Amstelredami, impensis Henrici Laurentij, bibliopolae , 8o, [xvi]+240p.

CORNELII SCHONAEI Goudani, Gymnasiarchæ Harlemensis , lucubrationum, Pars Tertia; qua continentur Baptistes, Dyscoli, Pseudostrationae, Cunae, Vitulus. Quibus adjecti sunt Liber Elegiarum, et alter Epigrammatum [Orn.] Amstelredami, impensis Henrici Laurentij, bibliopolae [achterin: Goudae, Apud Guilielmum vander Hoeve, 1646], 8o,

(Verzameld werk van Cornelius Schonaeus. Band van overlappend perkament met auteur, titel en jaartal geschreven op de rug. Band los van boekblok. Schutbladen en eerste bladzijden iets gekreukt, inhoud iets verkleurd. Overwegend in uitstekende staat. Betreft drie delen in een band. Het boek is gedrukt bij Willem van der Hoeve in Gouda. Cornelius Schonaeus werd in 1540 in Gouda geboren en woonde aan de Turfmarkt (nu nummer 17). Hij overleed in Haarlem op 23 november 1611. Hij werd geboren als Cornelis Schoon, was een Noord-Nederlandse classicus, dichter, toneelschrijver, (gymnasiaal) rector van de Latijnse School in Haarlem en onderwijsbestuurder. Tot zijn toneelstukken behoren dertien bijbelse toneelstukken (‘comoediae sacrae’). Hij koos Bijbelse thema’s voor zijn toneelstukken, omdat die hem als pedagoog een meerwaarde boden, en niet zozeer omdat hij de klassieke Romeinse dichters niet geschikt achtte voor de jeugd. In dit boek zijn de comediae sacrae gebundeld. In het eerste deel: Naaman, Tobaeus, Nehemias, Saulus, Josephus en Juditha. In het tweede deel Suzanna, Daniel, Triumphus Christ, Typhlus, Pentacoste en Ananias en in het derde deel Baptiste, aangevuld met enkele kluchten, een blijspel en zijn lyrische poëzie. De eerste delen worden voorafgegaan door opdrachten en lofprijzingen van zijn vriendenkring, onder meer zijn opvolger als rector en geschiedschrijver van Haarlem, Petrus Scriverius. Schonaeus debuteerde in 1569 met het bijbelse drama Tobaeus en een bundel verzen (Carminum libellus). In 1570 volgden twee nieuwe ‘comoediae sacrae’: Nehemias. De instauratione Hierosolymae comoedia sacra en Saulus Conversus. In 1572 gaf hij zijn vierde ‘gewijde komedie’ uit: Naaman. Nadat in 1580 en 1581 door Christoffel Plantijn een nieuwe uitgave van zijn herziene Tobaeus, Saulus Converus en Naaman – Nehemias was reeds in 1570 door Plantijn gedrukt – was verzorgd, verschenen de vier stukken in 1591, gebundeld onder de titel Terentius Christianus, in Keulen. Deze editie kwam niet op initiatief van Schonaeus zelf tot stand, maar werd buiten zijn medeweten bezorgd door zijn Goudse oud-studiegenoot en vriend Cornelis Loos. De uitgave zette in eerste instantie kwaad bloed bij de auteur, omdat hij de titel Terentius Christianus te pretentieus vond en vreesde dat deze de afgunst zou wekken van mensen die niet wisten dat hij niet betrokken was geweest bij de uitgave. In 1596 en 1598 liet hij in Keulen en Antwerpen niettemin een nieuwe editie van de Terentius Christianus drukken. Deze was inmiddels door het ontstaan van twee nieuwe bijbelse drama’s, Iosephus (1590) en Iuditha (1592), die met de vier oudere stukken waren gebundeld in de Sacrae comoediae sex-editie van Haarlem 1592 en de Terentius Christianus-editie van Keulen 1595, van vier tot zes toneelstukken uitgegroeid. Schonaeus’ zevende bijbelse spel, Daniel, verscheen in 1596, gevolgd door zijn Susanna in 1599. In dat jaar verscheen ook Triumphus Christi, het eerste bijbelse drama waarvan de stof geput was uit het Nieuwe Testament. Eveneens ontleend aan het Nieuwe Testament waren de thema’s van Typhlus, Pentecoste en Ananias die alledrie tezamen in 1602 uitkwamen. Schonaeus’ laatste bijbelse drama was Baptistes, een ‘tragicomoedia’ die in 1603 het licht zag. De Goudse editie uit 1646 bundelt het grootste deel van zijn werk).

TURANO VEKITI [ARNOUT KIEVIT], Het Catholyck Memory-Boeck. In welck veel plaetsen soo uyt de H. Schrifture, als uyt de Oudt-Vaders, die gheleeft hebben in de eerste vierhondert jaren nae de gheboorte Christi worden verhaelt, met verscheyden redenen tot bevestinghe van het Catholijck Apostolijck Roomsch Geloof, Den vierden druck vermeerdert [IHS-teken] Tot Antwerpen, by Hendrick Aertssen, in de witte Lely, anno 1646, 8o, [xv]+1057+[xiv]p.

(Vierde druk van een veelgelezen werk, waarvoor in 1624 licentie verleend werd. In 1679 verscheen nog een zesde editie. De naam is een anagram voor Arnout Kievit, een jezuïet uit Rotterdam die in 1648 overleed. Zijn werk riep een gereformeerde reactie op van Pieter Cabeljauw, regent van het Statencollege in Leiden, die in 1661 met een uitvoerige – tweedelige – reactie kwam. Op schutblad aantekening uit 1652 van Pieter Pietersz. In originele geblindstempelde bruinleren band, met houten platten. Leer gesleten en loslatend aan bovenzijde en op achterzijde. Sporen van koperen boekklampen. SJH).

MATTHIAS FABER, Auctarium operis concionum tripartite, adiectum ab eiusdem operis. Pars prima de dominicis [DM] Bruxellis, apud Franciscum Vivien, anno 1646, fol. [xii]+886p.

MATTHIAS FABER, Auctarium operis concionum tripartite, adiectum ab eiusdem operis. Pars secunda, quæ est de sanctis [DM] Bruxellis, apud Franciscum Vivien, anno 1646, fol. [vi]+438+[xxi] p

(Matthius Faber (1587-1653) was een Duitse jezuïet, geboren in Altomünster in Beieren en werd na zijn priesterwijding pastoor in Ingolstadt en hoogleraar aan de universiteit aldaar. In 1637 trad hij toe tot de jezuïetenorde. Hij trok daarna naar Hongarije en werd hoogleraar in Boedapest. Deze verzameling preken liet hij in 1631 voor het eerst drukken, waarna verschillende herdrukken volgden. In fraaie, doorleefde blindgestempelde bruinleren band; aan de randen iets omgekruld. Schutbladen was gevouwen en gescheurd. Boekblok gaaf. Met in beide delen groot drukkersmerk “Fructus concordiæ”, met hoornen met fruit en met boeken.  Op titelpagina eigendomskenmerk “S.J.H.” (jezuïeten Haastrecht) SJH).

JAN SAS VANDER GOUDE, Historisch verhael van de voyagie der Hollanderen met dry schepen gedaen naer de Oost-Indien, onder het beleydt van den Admiraal Steven vander Hagen. In den Iare 1599 ende volghende. Daer by ghevoecht is de voyagie van twee Achins-vaerders, onder het beleyt van Cornelis Pietersz ende Guiljam Senecal. Gedaen in den iaere 1600 ende 1601. Item: Extract uyt het iournael van den admirael Iacob Heemskerckx voyagie, ghedaen in den Iaere 1601 &c., ghehouden by Reyer Cornelisz, stierman op den Vive-Admirael, [Amsterdam, Johannes Janssonius 1646], oblong sm. 4o, 31p.

WOLFHART HARMANSEN, Journael, ofte dach-register van de voyagie ghedaen onder het beleydt van den admirael Wolfhart Harmansen. Naer de Oost-Indien, in den iaren 1601. 1602. ende 1603. Vervatende de vermaerde Zee-slagh, met zijn 5. schepen gedaen voor Bantam. Teghens de Portugese admirael Don Andrea Fortado Mendas, met sijn vlote bestaende uyt acht groote galioenen, ende 22 soo groote, als kleyne galeynen. Alsmede kort verhael van de twee iaerighe voyagie ghedaen naer de Oost-Indien door Cornelis van Veen, [Amsterdam, Johannes Janssonius 1646], oblong sm. 4o, 27p.

(Deel van Isaac Commelins Verzameling Begin Ende Voortgangh Van De Vereenighde Nederlantsche Geoctroyeerde Oost-indische Compagnie. Gebonden in moderne hardkartonnen kaft. Tiele, Mémoire p.232 en 203; Tiele 81 (8 en 9); Landwehr, VOC 250 (8 en 9). Jan Sas vander Goude, waarschijnlijk afkomstig uit Gouda, voer in 1599 als ‘opper-koopman’ mee aan boord van een van de drie schepen, te weten De Sonne, waarop ook Steven vander Hagen als admiraal de vloot aanvoerde en Cornelis Jansz Schouten de schipper was. De andere twee schepen waren De Maene en De Morgen sterre.)

FAMIANUS STRADA, De thien eerste boecken der Neder-lantsche Oorloghe. In’t Latijn beschreven door den Eerweerd. P. Famianus Strada, Priester der Societeyt Iesu. Ende verduytscht door Guiliam van Aelst, Ghebortigh van Antwerpen. Den eersten druck [orn.], T’ Antwerpen, by de weduwe, ende Eerf-ghenamen van Ian Cnobbaert, 1646, kl. fol. [x]+414+[lv]p.

(Eerste Nederlandse vertaling in folio-uitgave van het beroemde boek van Famiano Strada over de Nederlandse Opstand over de jaren 1555-1578, gezien vanuit Spaanse ogen. Strada, in zijn tijd zeer vermaard jezuïet, wetenschapper en filosoof. Hij schreef zijn epos over de opstand van de Nederlanden tegen Spanje, met als originele titel De Bello Belgico decades dua, 1555-1590, met hulp van Alexander Farnese en voltooide het werk rond 1602. Het werk werd pas in 1632 uitgegeven, en een Nederlandse vertaling (‘nederduytsch’) voor het eerst in 1646. Er verscheen in grote oplage een editie in octavo en deze bijzondere uitgave in klein folioformaat. De vertaling is van Guilliam van Aelst bij leven schoolmeester in Vlaanderen. Bevat de complete tien eerste boeken en een uitgebreid en compleet register. Aan het eind een kerkelijke approbatie van het werk van Strada van 12 oktober 1643 met de mededeling dat het boek is “profijtelijck om [te] lesen voor alle Katholijcke persoonen”. Tekst compleet; gravures incompleet: naast titelgravure van A. Oemans (met Mars, omlijst met wapens en trommels) bevat dit exemplaar 11 (van 13) portretten over volledige pagina, ook van de hand van Oemans en met gelijksoortige omlijsting. Aanwezig zijn Farnese, Karel V, [Philips II ontbreekt], Margarethe van Parma, Aremberg, [Mansfelt ontbreekt], Antonius Perenottus, Willem van Oranje, Alva, Sancius Avila, Vitellius, Ioannes Austriacus en Requesens). Verder 4 (van 11) prenten over dubbele pagina’s van de beschreven veldslagen, waarvan er een los in zit (De belegering van Valencijn, De heyrtocht naer Duyve-land, De slag bij Jemmingen; de veldslag van Glemboers; de titels van enkele van deze prenten in het midden wat vervaagd) . De bekende Leo Belgicus ontbreekt. De graveur van deze grotere prenten is Frans van den Wyngaerde (1614-1679), een van de belangrijkste prentenmakers van Antwerpen in de zeventiende eeuw. De gravures zijn over het algemeen (de portretten stuk voor stuk) in goede staat, afgezien van enkele watervlekje, vouwen en scheurtjes. Gerestaureerd en voorzien van halflederen rug, gemarmerde platten en nieuwe schutbladen. Rug met titel, auteursnaam en jaar 1646 in gouden letters en met goudversiering. Het boekblok is over het algemeen schoon en fris, beschadigingen aangevezeld, kort afgesneden en soms wat te kort, bovendien aan het einde en begin van het boek wat lichte (water)schade. Her en der kleine aantekeningen in oud handschrift).

UBBO EMMIUS, De Agro Frisiae inter amasum et lavicam fl. deque urbe Groninga in eodem agro, & de jure utriusque syntagma, cum serie magistratuum praecipuorunt [Orn.], Groningae, typis Joannis Nicolai, anno 1646, 8o, [xiv]+328+20p.

(Stadsgeschiedenis van Groningen, met lijsten van magistraten en rectores magnifici van de Universiteit Groningen. In oorspronkelijke, omslaande perkamenten band. Op de rug in slordig oud handschrift “Emmius, De Agro Frisiae”. Zonder kaartje van de stad).

Reacties zijn gesloten.