Biografie

 

Paul H.A.M. Abels werd op 29 okto­ber 1956 in Nijmegen geboren als zoon van Leo Abels (1930) uit Enschede en Wil­helmina Leenaarts (1926–1988) uit Geertru­iden­berg. Hij groeide op in Almelo, waar hij de Sint-Egbertusschool en het Pius X col­lege (HAVO, 1974; VWO, 1976) bezocht. In Nijmegen studeerde hij geschiede­nis, met als afs­tudeer­richt­ing de Geschiede­nis van het Ned­er­lands Katholi­cisme voor het Her­s­tel van de Biss­chop­pelijke Hiërar­chie in 1853. De hoogler­aar die deze bij­zon­dere leer­stoel bek­leedde, prof.dr. M.G. Spiertz, zou later ook zijn pro­mo­tor wor­den. Het thema van deze dis­ser­tatie, die in 1994 voorzien werd van het nieuwenongezien1judi­cium cum laude, vor­m­den de maatschap­pelijke veran­derin­gen die zich aan het eind van de 16de en het begin van de 17de eeuw voltrokken in Delft en de omrin­gende dor­pen als gevolg van de Refor­matie. Dit proef­schrift was de helft van een tweeluik, dat Abels samen met A.Ph.F. (Ton) Wouters het licht liet zien onder de titel Nieuw en ongezien. Kerk en samen­lev­ing in de clas­sis Delft en Delfland (1572–1621), 2 delen, Eburon Delft 1994.

Na zijn studie was Abels van 1981 tot 1984 werkzaam als jour­nal­ist bij het toen nog zelf­s­tandige dag­blad De Twentsche Courant. Als redac­teur geestelijk leven ver­zorgde hij de kerkhis­torische rubriek Kerke­sproake en schreef hij diverse artike­len die gebaseerd waren op eigen his­torisch onder­zoek, waaron­der een veelbe­spro­ken eigen the­o­rie over de oor­sprong van het Vlöggeln, een bek­end Paas­ge­bruik in Oot­mar­sum. Dit artikel werkte hij in 1988 om tot een bij­drage voor het Jaar­boek Twente. In deze peri­ode was Abels tevens medew­erker van het broederen2maand­blad Het Twentse leven, waar­voor hij enkele his­torische bij­dra­gen schreef. Zijn doc­tor­aalscrip­tie over De Broed­eren van Twen­the. Een studie van de eerste Twentse dom­i­nees (1597–1678) werd in in 1984 als boek uit­gegeven door Uit­gev­erij Broekhuis en de Twents-Gelderse Uit­gev­erij Witkam te Hengelo.

In het­zelfde jaar 1984 ver­ruilde Abels zijn jour­nal­istieke werk voor een baan als belei­d­sambte­naar bij het min­is­terie van Bin­nen­landse Zaken in Den Haag (en vanaf 2005 bij het min­is­terie van Justi­tie). Met vrouw en kind streek hij neer in Gouda, waar hij een jaar later toe­trad tot het bestuur van Oud­hei­d­kundige Kring ‘die Goude’ (thans His­torische Verenig­ing ‘die Goude’). Voor deze verenig­ing was hij betrokken bij het opzetten van een verenig­ings­blad, dat de titel Tidinge van die Goude meekreeg. Hij maakt al vele jaren deel uit van de redac­tie en schreef in de loop der jaren voor dit blad ver­schil­lende artike­len en boekbe­sprekin­gen. Ook ver­zorgt hij voor dit blad de rubriek ‘Goudana’, gewijd aan bij­zon­dere Goudse (boek)drukken.

Namens ‘Die Goude’ maakte Abels enkele jaren deel uit van de gemeen­telijke Advi­escom­missie voor het Goudse stad­sarchief. Toen het Goudse stads­bestuur in 1985 in dit gezelschap plan­nen open­baarde om een deel van het waarde­volle boeken­bezit uit de Goudse Lib­rije te verkopen ter dekking van gemeen­telijke teko­rten, trok hij aan de bel bij zijn jour­nal­istieke con­tacten. Ook debat­teerde hij met de toen­ma­lige burge­meester K.F. Broekens voor Radio West over deze zaak. De kwestie zou uit­groeien tot een lan­delijke affaire, waar­bij ook de bek­ende boekhis­tori­cus Bert van der Selm in de Volk­skrant de Goudse plan­nen afkraakte en uitein­delijk min­is­ter Eelco Brinkman van CRM zijn veto uit­sprak over een dergelijke ‘ver­ram­sjing’ van cul­tu­ur­goed­eren door overheden.

In 1986 zag een bij­zon­dere bron­nen­pub­li­catie het licht, bew­erkt door Abels en Wouters. Het betrof de notulen van de Grote Kerke­lijke Ver­gader­ing in ’s-Hertogenbosch, een schriftelijke weer­slag van een nationale poging om de Mei­jerij in 1648, na het afs­luiten van de Vrede van Mün­ster, alsnog te grotevergadering1win­nen voor de Refor­matie. Het Rijk­sarchief in Noord-Brabant pre­sen­teerde deze uit­gave ter gele­gen­heid van de open­ing van haar nieuwe onderkomen in de Citadel.

Abels beho­orde in 1988–1989 tot de ini­ti­atiefne­mers van een Verenig­ing voor Ned­er­landse Kerkgeschiede­nis (VNK), die zich moest gaan richten op kerkhis­torici en geïn­ter­esseer­den van uiteen­lopende con­fes­sionele sig­natuur. De formele opricht­ing vond plaats op 22 april 1989 in de Sint Janskerk in Gouda. Bij deze gele­gen­heid werd ook de eerste van een lange reeks bun­dels van de VNK gep­re­sen­teerd, getiteld In en om de Sint-Jan. De ein­dredac­tie was onder meer in han­den van Abels. In de daaropvol­gende jaren was hij als inenom1redac­tielid betrokken bij diverse andere bun­dels en bij Kerk­tijd, het con­tac­tor­gaan van de vereniging.

Opnieuw samen met Ton Wouters werd Abels in 1997 ein­dredac­teur van het vernieuwde verenig­ings­blad voor de VNK, dat ver­scheen onder de naam Tijd­schrift voor Ned­er­landse Kerkgeschiede­nis. In dit kader tek­enden zij voor diverse the­manum­mers (zoals De vrouw in de pas­to­rie, Prob­leem­predikan­ten, Hei­ligheid en heiligen).Voor het­zelfde blad schreef Abels diverse artike­len, columns en boekbesprekingen.

Toen Die Goude in 1997 het plan opvatte om een nieuwe Goudse stads­geschiede­nis te schri­jven, nam Abels de taak op zich van ein­dredac­teur voor het tijd­vak 1572–1795. Voor dit deel schreef hij de hoofd­stukken over poli­tiek en religie. De gedeeltes over de sociale zorg en de kunst schreef hij samen met enkele andere his­torici. Het boek ver­scheen in 2002 onder de titel Duizend jaar Gouda. Een stads­geschiede­nis bij duizenduit­gev­erij Ver­loren in Hil­ver­sum. Bij diezelfde uit­gever ver­scheen in dat jaar ook de Geschiede­nis van Hol­land, met in het tweede deel een hoofd­stuk over de religiegeschiede­nis van het gewest, ook van zijn hand.

Met de bew­erk­ing en bezorg­ing van een onvoltooid geschrift over Goud­sche onka­tolyke kerkza­ken gaf Abels in 1999 de aanzet tot de uit­gave van de nog resterende his­torische hand­schriften van de Goudse pas­toor en stads­geschied­schri­jver Ignatius Walvis. Jan Halle­beek, Mar­tin Par­men­tier lieten in het­zelfde jaar Walvis’ Het Goud­sche Aarts pries­ter­dom het licht zien en met dit twee­tal, aange­vuld met de Oud-Katholieke biss­chop Dick Schoon, heeft Abels het afgelopen decen­nium de bew­erk­ing van Walvis’ meest omvan­grijke geschrift, de Goud­sche en andre walvisonkat1daar­toe dienende kerk-zaaken, ter hand genomen, dat in 2012 zal verschijnen.

Op het vlak van de bron­nenu­it­gaven bezorgde Abels verder nog samen met co-promovendus Ton Wouters de Acta van de clas­sis Delft en Delfland (1573–1621), dat in 2001 werd uit­gegeven door het Insti­tuut voor Ned­er­landse Geschiede­nis als deel 93 in de kleine reeks van de Rijks Geschied­kundige Pub­li­catiën. Voor de web­site van de verenig­ing Oud-Utrecht stelde Abels in 2004 de bron­tekst beschik­baar van de Han­delinge der Gede­puteer­den des syn­odi in der saecken der ker­cken des Stichts van Utrecht, 1602, nadat hij een artikel over   deze Hol­landse bemoeie­nis met de Utrechtse kerk had gepub­liceerd in haar verenigingsblad.

Het jaar 2003 stond voor Abels in het teken van de afrond­ing van zijn studie naar Pibo Ovit­tius van Abbema, een markante zestiende-eeuwse Fries, waar­van hij een kwart eeuw lang de gan­gen was nage­gaan in tien­tallen archieven. Het boek werd uit­geven door de Fryske Akademy, onder de titel Ovit­tius’ Meta­mor­pho­sen. De onnavol­gbare gedaan­tewis­selin­gen van een ovittius(zielen)dokter in de refor­mati­etijd en opgenomen in de Fryske His­toaryske Rige. Het boek trok veel aan­dacht, niet alleen in Fries­land, maar ook in de lan­delijke media. Het radio­pro­gramma OVT van de VPRO besteedde er aan­dacht aan, eve­nals diverse lan­delijke dag­bladen en het His­torisch Nieuws­blad.

Voor het door Kok Kam­pen in 2006 uit­gegeven Hand­boek voor Ned­er­landse Kerkgeschiede­nis, dat het aloude hand­boek van O.J. de Jong moest ver­van­gen, schreef Abels samen met Willem van Asselt het hoofd­stuk over de zeven­tiende eeuw en met Aart de Groot het hoofd­stuk over de acht­tiende eeuw. Dit stan­daard­w­erk wordt gebruikt door vele onder­wi­jsin­stellin­gen en beleefde in 2010 een tweede, herziene, druk. Aan een Engelse ver­tal­ing wordt gew­erkt. Met kerkhis­tori­cus De Groot had Abels al vanaf eind jaren tachtig con­tact, toen deze als ein­dredac­teur optrad voor het Biografisch Lex­i­con voor de Geschiede­nis van het Ned­er­lands Protes­tantisme, eve­neens ver­sch­enen bij Kok Kam­pen. Voor dit biografisch woor­den­boek ver­zorgde Abels tussen 1988 en 2006 in totaal 22 lem­mata, verdeeld over de delen 3 tot en met 6.

In 2006 raakte Abels betrokken bij de dis­cussie tussen Gouda en Rot­ter­dam over de geboorteplaats van Eras­mus. Hij nam de ein­dredac­tie op zich van een spe­ciale aflev­er­ing van de Tidinge van die Goude, waarin de tiderasmus1ver­schil­lende con­nec­ties van de grote Europese human­ist met Gouda wer­den uit­gelicht. Ook schreef hij het open­ingsar­tikel over de wijze waarop de stad Eras­mus door de eeuwen heen had toegeëi­gend en onteigend.

Voor de cur­sus Goudolo­gie van het His­torisch Plat­form, bedoeld als intro­duc­tie in de geschiede­nis van Gouda voor nieuwkomers, geïn­ter­esseerde Gouwe­naars en ambtenaren die in deze stad aan de slag gaan, treedt Abels sinds 2005 op als een van de vaste docen­ten. Hij ver­zorgt voor de basis­cur­sus het gedeelte over de religiegeschiede­nis van de stad en voor de gevorder­den (Goudolo­gie) twee the­masessies over ‘De gedachten van Gouwe­naars over het hier­na­maals’ en over ‘Goudse boekdrukkers’.

Het jaar 2009 stond voor Abels in het teken van de pop­u­laris­er­ing van de Goudse geschiede­nis . Hij ver­zorgde twee para­grafen in het blad Erf­goud, ter illus­tratie van het thema ‘Gouda op de kaart gezet’ voor open mon­u­mentendag. Ook werkte hij mee aan de Goudse canon op inter­net (www.goudsecanon.nl), waar­voor hij vijf ven­sters schreef (Eras­mus, Adri­aan van Swi­eten, Coorn­hert, de Goudse Cat­e­chis­mus en Ignatius Walvis). Vanaf 2011 zijn deze ven­sters ook uit­gew­erkt in televisie-uitzendingen voor Gouwes­tad TV, waarin Abels toelichtin­gen geeft op de door hem geschreven ven­sters. De Goudse roem als ‘kraamkamer’ van de vri­jzin­nigheid in de Ned­er­lan­den tra­chtte hij verder te ver­sprei­den door mid­del van een artikel in de afschei­ds­bun­del voor de Gron­ingse  hoogler­aar voor het remon­stran­tisme, Eric Cossee.

Het werk van Abels is gelei­delijk steeds sterker bepaald door zijn fas­ci­natie voor oude drukken. Hij is een gepas­sioneerd verza­me­laar van eeuwe­noude boeken, die vele veilin­gen en anti­quar­i­aten in bin­nen– en buiten­land afstru­int. Zijn verza­mel­ing kent een aan­tal thema’s, waar­van de Goudana — boeken die in Gouda zijn gedrukt, over Gouda gaan of ander­szins met Gouda te maken hebben — de kern vormt. Maar ook boek­w­erken over de Bestandst­wisten en over de Vlaamse leken­polemist Arnout van Geluwe komen veelvuldig voor in zijn verza­mel­ing. Veel van deze geschriften stim­uleren hem tot nader archie­fonder­zoek en vor­men de basis voor nieuwe publicaties.

De ver­huiz­ing van Abels naar het hart van de Goudse bin­nen­stad in 2010 vor­mde voor hem inspi­ratie om nieuw onder­zoek te starten naar de geschiede­nis van zijn nieuwe woonomgev­ing. Momenteel werkt hij aan een minu­tieuze analyse van de tien roerig­ste jaren uit de Goudse geschiede­nis, 1570–1580. Ook de vooroor­logse geschiede­nis van de Goudse joden heeft zijn bij­zon­dere inter­esse. Samen met drs. Frans van Eeke­len maakte hij in 2011 een the­manum­mer van het Tijd­schrift voor Ned­er­landse Kerkgeschiede­nis dat geheel gewijd is aan de leken­polemist Arnout van Geluwe. Verder had hij in dit jaar zijn vuur­doop voor de lokale TV-zender Gouwes­tad. Twee uitzendin­gen wer­den gewijd aan door hem geschreven canons van Coorn­hert en Walvis. Abels ver­zorgde het com­men­taar in deze uitzendin­gen en ver­leende ook zijn medew­erk­ing aan de twee toneel­stuk­jes die spe­ci­aal voor deze aflev­erin­gen wer­den geschreven. Samen met dochter Marieke is hij ook betrokken bij de for­mu­ler­ing van de inhoudelijke kadertek­sten van de Goudse jeugd­canon, die wordt geschreven door kinder­boeken­schri­jf­ster Vivian den Hollander.

Paul Abels is sinds 1981 getrouwd met zijn Almelose jeugdliefde Christa Bolscher (1959) en samen hebben zij drie dochters: Marieke (1984), Leonie (1986) en Anouk (1989)

Pri­jzen:

  • 1980: Scrip­tieprijs van de vak­groep Geschiede­nis aan de Katholieke Uni­ver­siteit Nijmegen (500 gulden) voor zijn doc­tor­aalscrip­tie De broed­eren van Twen­the. Een studie van de eerste Twentse dom­i­nees (1597–1678). Deze scrip­tie werd in 1984 uit­gegeven door Uit­gev­erij Broekhuis en de Twents-Gelderse Uit­gev­erij Witkam in Hengelo
  • 1996: Eismaprijs voor de beste regionaal-historische studie voor de dis­ser­tatie over Delft en Delfland (7500 gulden). De prijs werd uit­gereikt door Jan Vaassen, directeur van het Open­lucht­mu­seum in Arnhem.

eismaprijs

  • 1998: Walvis­prijs voor het beste artikel over de Goudse geschiede­nis (500 gulden), met een artikel over de Goud­sche onka­tolyke kerkza­ken van Ignatius Walvis. De prijs werd uit­gereikt door de Goudse Wethouder Jan Potharst.

walvisprijs

  • 2005: Oud-Utrechtprijs voor het beste artikel over de geschiede­nis van het gewest Utrecht (1000 euro en een medaille in brons). De prijs werd toek­end door een jury onder voorzit­ter­schap van Renger de Bruin (midden).

oudutrechtprijs

Voor pub­li­caties van Paul Abels zie deze link.

Comments are closed.