Vrouwen in Museum Gouda 1. Hendrica Swanenburg (1732-1801). Regentendochter in Museum Gouda

Museum Gouda heeft veel kunstwerken in de collectie waarop vrouwen zijn afgebeeld of die door vrouwen zijn gemaakt. Ooit stond het museum bekend om de aandacht voor vrouwen, met name in de periode 1976-1986, toen zijn eerste vrouwelijke directeur, Josine de Bruyn Kops, zich toelegde op de aanschaf van vrouwenkunst. Toch bleef de aandacht voor vrouwen in en achter de kunst ook daarna altijd beperkt. Inmiddels werkt het museum hard aan de verdere ontsluiting van de vrouwenverhalen in het museum. Ik mocht mij in dit kader verdiepen in de achtergrond van enkele vroegmoderne werken. De resultaten van dit onderzoek worden gebruikt voor de collectiebeschrijving. De volledige verhalen die ik heb aangeleverd krijgen een plek op mijn eigen website, in vier afleveringen. De eerste gaat over een bijzondere Goudse regentendochter.

Henrica Swanenburg geportretteerd door Pieter Frederik de la Croix

Henrica Swanenburg was een telg uit een voornaam Gouds regentengeslacht. Pieter Frederik de la Croix schilderde dit fraaie portret van haar. Hij zou dit hebben geschilderd in 1742, toen zij nog maar 10 jaar oud was. Henrica werd in Gouda geboren op 27 april 1732 als dochter van Leonard Reiniersz. Swanenburgh (1701-1788) en Christina Anthonisdr. Streefland (1714-1734), die woonden aan de Oosthaven 24-25. Haar grootvader was Reinier Swanenburgh, die ook werd geschilderd door De la Croix, een Nederlandse schilder van Franse komaf die voornamelijk als portrettist werkte in Den Haag en Amsterdam.

Uit diverse testamenten blijkt dat Henrica al jong zeer vermogend was. Op 7-jarige leeftijd is zij al in het bezit van ‘boven en behalven de voorschreve alimentatie, uijtzet, en somma van agt duijsent guldens egter uijt vaderlycke liefde en hartelijke toegeneegentheyd als voor de gedagtenisse van hare moeder zaliger op haare meerderjarigheyt of eerder huwelijken staat, alle de juweelen en kleynodien die haare moeder heeft gehad en gedraagen, het bijbeltje met gouden slooten en verder gemaakt gout en zilverwerk ten lijve van haare moeder gedient hebbende, mitsgaders al zulke juweelen, zilverpoppegoet en verder gout en zilverwerk, als aan haar bereijts is en namaals nogh zoude mogen werden vereert en geschonken, ’t zij door ymand van haare vrinden of vreemden: Item nogh haare spaarpot of spaarpenningen, dewelke alreeds is monteerende ter somme van drie duijsent guldens’.[1]

Zij groeide dus op in grote welvaart, maar bleef lang ongehuwd. Pas op 37-jarige leeftijd vond zij in weduwnaar Arnoldus ter Croije (1731-1779) een echtgenoot, voor wie zij naar Oirschot in Noord-Brabant verhuisde. In de familiebijbel tekende haar vader het volgende op over dit huwelijk:‘1769 Op Dingsdag den 28e November is mijn Oudste Dochter Henrica tot Gouda in St Janskerk Savonts ten Zes Uuren bij een Kaarsje getrouwt met Mr Arnoldus Ter Croije, Raad en Oud-Schepen der Hoofdstad ’S Bosch en Secretaris der Vrij-en Heerlijkheid Oirschot, Meijerije van ’S Bosch quartier van Kempeland’. Hieruit blijkt dat zij een huwelijk op stand sloot, maar naar aanleiding van de opmerking over trouwen bij een kaars wordt door Bauer en Maatje in een artikel over de familie Swanenburg de suggestie gewekt dat dit een straf was omdat er iets mis zou zijn geweest met dit huwelijk.[2] Volgens deze auteurs werd de trouwerij in de acta van de gereformeerde kerkenraad van de Sint-Jan “aangeduid als een ‘besloten’ huwelijk, dus zonder publiek”. Waar zij zich op baseren is onduidelijk, want in de desbetreffende kerkenraadsacta wordt het huwelijk niet vermeld. Ook het kerkelijk huwelijksregister vermeldt geen bijzonderheden, zoals hieronder is te zien.


Huwelijksinschrijving van Henrica Swanenburg in de gereformeerde trouwboeken van de Goudse Sint-Janskerk

Het lijkt aannemelijker dat de echtelieden kozen voor een huwelijkssluiting in romantische sfeer, waarvoor waarschijnlijk – net als bij begrafenissen in de avond – meer betaald moest worden. Dat zou ook de vermelding van de vader in de familiebijbel verklaren, want als dit een schande voor de familie zou zijn had hij het waarschijnlijk niet zo opgetekend.

            De echtgenote van Henrica Swanenburg, Arnoldus ter Croije was een zoon van een gelijknamige medicus in Den Bosch en Arnolda van Hemert. Hij was eerder gehuwd geweest met Suzanna Jacoba Ruisch. Hij werkte als secretaris van de Meierij van ’s-Hertogenbosch, in welke functie hij in 1762 was aangesteld door de Staten-Generaal in Den Haag.[3] Twee jaar na het huwelijk met Henrica, werd in Oirschot hun enige dochter Arnolda Elisabeth geboren, die op 27 januari 1771 ten doop werd gehouden. Deze dochter zou later trouwen met de Goudse advocaat Arnoldus Gijsberti Hodenpijl.

            Na een huwelijk van slechts tien jaar overleed Arnoldus ter Croije in november 1779 en keerde Henrica als weduwe naar Gouda terug. Daar overleed zij op 13 april 1801 in de polder Broek, net buiten de stad. Wellicht had zij daar een ‘buiten’, want haar woonhuis stond aan de Westhaven.


Inschrijving in het begraafboek van de Sint-Janskerk van Henrica Swanenburg, wed[uwe] wylen Mr. Arnoldis TerCroij, Westhaven, 30 gulden

[1] Zie J.C. Bauer, G.A.F. Maatje, ‘De lotgevallen van de dynastie Swaneburg -behorende tot de Goudse elite in de 18e eeuw. Tidinge van die Goude 20 (2002) 136-138.

[2] Bauer, Maatje, ‘De lotgevallen van de dynastie Swaneburg -behorende tot de Goudse elite in de 18e eeuw. Tidinge van die Goude 21 (2003) 10.

[3] J. Lijten, ‘De secretarissen van Oirschot 1462 – heden II 1646 – heden’. Campina driemaandelijkse uitgave van het Streekarchief Regio Eindhoven 25 (1995) 69-70.

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.