Alba amicorum als (kunst)historische bron

Op de veiling van Burgersdijk & Niermans werd op 16 november het album amicorum geveild voor het aanzienlijke bedrag van €3600 (exclusief veilingkosten). Het album is dan ook van niemand minder dan de Goudse patriot en geschiedschrijver Cornelis Johan de Lange van Wijngaarden. Dit vriendenboekje hield hij in het jaar 1772, toen hij studeerde aan de Leidse universiteit (ingeschreven op 10 april 1771). In totaal toonden dertig medestudenten, hoogleraren en anderen zich bereid iets in dit album te schrijven. In twee gevallen voegden scribenten daar een tekening in waterverf aan toe. Een van de inscripties is van Johan Meerman (1753-1815). Zijn boekencollectie zou later de basis vormen voor Museum Meermanno/Huis van het Boek’ in Den Haag.

Het in rood marokijn uitgevoerde album – op het voor dergelijke alba gebruikelijke oblong-formaat – werd vervaardigd door een Leidse boekbinder. Op de voorzijde zijn in goud florale elementen aangebracht en de naam Cornelis Johan de Lange. Op de achterzijde is het jaar 1772 vermeld.

Het album van De Lange van Wijngaarden is met name interessant omdat het zicht biedt op de studentenomgeving van deze Gouwenaar, die landelijk bekendheid genoot vanwege zijn rol in de aanhouding van prinses Wilhelmina bij Goejanverwellesluis.

Het bijhouden van een album amicorum, nam aan het eind van de zestiende eeuw een grote vlucht. Met name studenten die hun universitaire studie afsloten met een ‘grand tour’, schepten er een groot genoegen in om vooral medestudenten en hoogleraren een korte opdracht, levenswijsheid of klassiek spreuk te laten schrijven in zo’n album, bij voorkeur in het Latijn. Deze gewoonte bleef populair tot begin negentiende eeuw. Een van de fraaiste exemplaren is het album van Jacob Heyblocq, waarvan in 1998 een fraaie facsimile verscheen. Vanaf 1645 legde deze Leidse theologiestudent en latere leraar zijn album voor aan talrijke vooraanstaande personen, zoals Vondel, Cats, Revius, Voetius en Rembrandt van Rijn. Sommigen, zoals laatstgenoemde, voorzagen het boekje van een fraaie afbeelding.

De eerste keer dat ik zelf zo’n album onder ogen kreeg was begin jaren tachtig, toen ik werkte aan mijn doctoraalscriptie over Twente predikanten. Een van hen, Fredericus Kemenerus – zoon van de Bentheimse hofprediker Johannes Kemenerus – studeerde begin zeventiende eeuw theologie en maakte in dat kader een rondreis langs verschillende universiteiten in de Republiek en in Engeland. Dankzij dit album kreeg ik een fraai inzicht in de academische contacten en omgeving van deze latere Twentse predikant.

Van veel latere datum – twintig jaar nadat De Lange van Wijngaarden een dergelijk vriendenboekje bijhield – stamt het album amicorum van Nijmegenaar Frederik de Man, die een rechtenstudie volgde aan de universiteit van Utrecht. Dit album, dat ik onlangs wist te bemachtigen via het onvolprezen Marktplaats heeft grote overeenkomsten met dat van de Goudse regentenzoon. Het kent hetzelfde oblong-formaat, de band is – iets minder uitbundig – versierd met goudkleurige ornamenten en de naam van de eigenaar prijkt ook in goud op de band. Alleen staat de naam van De Lange op de voorzijde en die van De Man op de achterzijde. Verder is het album van laatstgenoemde niet marokijn-rood, maar groen. De bijdragen zijn niet in chronologische volgorde in het album aangebracht en ook niet direct achter elkaar. Het stond scribenten blijkbaar vrij ergens in het album een lege pagina voor hun bijdrage uit te kiezen.

Bijzonder van het album van De Man is verder dat het foedraal bewaard is gebleven, waarin het werd bewaard. Dat foedraal is van karton, met een leren uiteinde in de vorm van een boek, waarop in vervaagde letters nog ‘album amicorum’ te lezen is. Nadeel van zo’n foedraal is wel dat de band aan beide zijden licht gewreven is als gevolg van het insteken en uithalen

van het album.

Waar De Lange slecht één jaar (1772) met het album bezig was, heeft Frederik de Man het drie jaar (1794-1797) bij zich gehouden. Dat heeft geleid tot meer inschrijvingen (50, tegenover 30 bij De Lange) en meer tekeningen (5 tegenover 2). Bijzonder is verder dat De Man het album ook in zijn latere leven incidenteel liet aanvullen, met name door enkele predikanten. De laatste inschrijving in het album dateert zelfs van 1831. Ook heeft hij bij diverse scribenten in de loop der jaren ‘obiit’ toegevoegd als hij hoorde dat zij waren overleden.

Analyse van de inschrijvingen in het album van De Man laat zien dat het in merendeel zijn medestudenten waren, waarvan der inschrijving aan de Utrechtse universiteit ook in de matrikels is terug te vinden. Opvallend veel personen uit Gelderland (15), en met name Arnhem, bevinden zich onder hen. Dat zou wel eens kunnen betekenen dat zij elkaar als Gelderse studenten nadrukkelijk opzochten in het Utrechtse en wellicht ook georganiseerd waren in een aparte studentenvereniging.

Al met al geven alba amicorum een fraai inzicht in het netwerk van een student. Daarnaast zijn het door de uitvoering en de ingetekende afbeeldingen ook fraaie kunstwerkjes, die een mooi tijdbeeld geven.

INSCHRIJVINGEN IN HET ALBUM AMICORUM VAN F. DE MAN

(ASU = Album Studiosorum Universiteit Utrecht)

Amicus sacrum           F. De Man, J.U. stud. 1794

                                   (ASU: Frederik de Man, Neomagensis, J., 14-11-1795)

  1. Blad 5:            D. Merens, J.U. stu., Horna Batavus, Trajecta ad Rhenum 16-12-1796

(ASU: Dirk Merens, Horna-Batavus, J., 21-3-1796)

  • Blad 10:          J.T. van den Steen, Arnhem 15-7-1794

(ASLeiden: Johannes Theodorus van den Steen, Armhemia-Gelrus, 17-6-1790)

  • Blad 11:          G.J. Laclé, Arnhem 10-7-1794

(ASU: Guilielmus Jacobus La Clé, Amstelod. M., 18-11-1798)

(KB: Schreef ook in Album Amicorum van Annette Croese op 16-4-1800)

  • Blad 13:          W.T. Hoff, J.U. cand, Lugduni Batavorum 7-6-1794

(ASLeiden: Johan Willem Theodoor Hoff, Arnhemia-Gelrus, 16, J, 17-9-1791)

  • Blad 16:          J.G. van der Meulen, z.pl., z.d.

(ASU: Jan Bavius (?) van der Meulen, Isulstadiensis, 1790)

  • Blad 22:          D. Hoola van Nooten junior, Jur. Utr, Schoonhovia Batavus, Utrecht

13-6-1794

(ASU: Dirk Hoola van Nooten junior, Schoonhoviae-Batavus, J. 1795)

  • Blad 23:          Henricus Thierens, Francisci Filius, Jur. Utr. Stud., z.pl., z.d.
  • Blad 30:          H.M. van Asch van Wijck, Utrecht 26-3-1797

(ASU: Hendrik Maria van Asch van Wijck, Traject., J., 17-11-1795)

  • Blad 32:          J.H. (?) van Beusechem, Utrecht 27-3-1796

(Mogelijk identiek met nummer 36)

  1. Blad 34:          J.F. des Tombes, Chanoise

kanunnik de l’Eglise Cathedrale d’Utrecht,                Utrecht 16-12-1796

  1. Blad 35:          Jacob des Tombe, medicinae docter & oud-schepen der stad                                Rotterdam, Utrecht 16-12-1796

(NA-Utrecht: Jacob des Tombes, heer van de Hegge (1725-1799), arts, oud-schepen van Rotterdam en oud-drossaard van Amerongen, 18-7-1783)

  1. Blad 36:          P.W. Provo Kluit, Traj. ad  Rhenum, februari 1796

(ASU: Pieter Willem Provo Kluit, Lilloa-Batavus, J., 10-3-1796)

  1. Blad 37:          A. van Riemsdijk, med. studios. Hardenbergha Transisulanus, z.pl., z.d.

(ASU: Antoni van Riemsdijk, Hardenbergha-Transisa;., M., 14-11-1795)

  1. Blad 73:          H.J. Arntzenius, Autecess (?) Traiect., Traject. 28-1-1797

(Hendrik Johan Arntzenius (1734-1797), geboren in Nijmegen. Gewoon hoogleraar Romeins recht en rechtsgeschiedenis aan de Universiteit van Utrecht vanaf 1788 tot zijn overlijden op 7-4-1797; leermeester van De Man)

  1. Blad 79:          T. Feldmann, Voorst 11-9-1815, “kort voor myn vertrek naar de Oost”
  2. Blad 90:          J.O. Arntzenius, J.U.D. Zutphania-Gelrus, Traj. ad Rhenum 25-11-1794

(ASU: Jan Otto Arntzenius, Zutphania-Gelrus, 1793)

  1. Blad 91:          W. van den Brandeler, Jur. Utr., Dordraco Batavus, Utrecht 26-11-1794

(ASU: Willem van den Brandeler, Dordraco-Batavus, 1793)

  1. Blad 92:          J. Titsingh, Med. Cand. Amsteloed. Batavus, Utrecht 25-9-1794

(ASU: J. Titsing, Amstelodamensis, 1794)

  1. Blad 93:          Jan Tjaeksz van den Bank, Med.Cand., Amstelo-Batavus, Utrecht

6-5-1794

(ASU: Jan Tjerksz van der Bank, Amstelosdamensis, 1793)

  • Blad 112:        J.Y. Staveren, J.U.D. Delpho-Bat., 14-9-1794

(ASU: J. van Staveren, Delphis-Batavus, 1794)

  • Blad 113:        A.J.D. von Strahlendorff, J.U. stud. ex insula Java, Ultrajecti 20-6-1794
  • Blad 114:        P.J. Swaving, med. stud. peregrinus, Trj. ad R. 16-6-1794

(Overleden te Brummen in 1808)

  • Blad 115:        S. Hoola van Nooten, Jur. Utr. Cand. Hagae Batavus, Trajectum ad                        Rhenum 27-5-1794

(ASU: S. Hoola van Nooten, Haganus, 1793)

  • Blad 116:        D.A.J. Troulja, Med. stud., Utrecht 30-5-1794

(ASU: Diederik Alexander Johan Troulja, Noordwijkerhouta-Batavus, M, 1795)

  • Blad 117:        H.J. van Lith de Jeude, Jur. Utr. Cand., Trajectum ad Rhenum 31-5-1794

(ASU: H.J. van Lidth de Jeude, Tila-Gelrus, 1792)

  • Blad 125:        A.J.D. van Simmeren(?), 15-10-1794 [afbeelding]
  • Blad 131:        J.J. Hoffman, J.U.S., Amstelod. Bat., Utrecht 24-9-1794

(ASU: Jacob Jan Hoffman, Amstelodamensis, 14-11-1795]

  • Blad 143:        E.J. Everwyn, 1795 [afbeelding]
  • Blad 148:        L.J. van der Sluis, Utr. Stud., Arnhemia Gelrus, Leiden 10-6-1794

(ASU: Laurentius Johan van der Sluis, Arnhemia-Gelrus, J., 1797)

  • Blad 149:        H.W. Brantsen, J.U. Cand., Arnhemia Gelrus, Leiden 7-6-1794

(ASLeiden: Hendrik Willem Brantsen, Arnhemia-Gelrus, 17, J., 9-9-1790)

  • Blad 151:        Grosheim. Officier int regiment (?) Waldeck, Nijmegen 1-9-1794                          “gestorven in de belegering van de Grave anno 1794”
  • Blad 158:        C. Hagen, J.U. Cand., Amstelod. Bat., Utrecht 10-9-1794

(ASU: C. Hagen, Amstelodamo-Batavus, 1794)

  • Blad 159:        J.D. de Louw, Med. Stud., z.pl., z.d.

(ASLeiden: Johannes Dominicus de Louw, Reeka-Ravesteiniensis, 22,M., 20-5-1794)

  • Blad 167:        F.C. Cluisenaer, t’Utrecht 1-6-1796 [afbeelding]

(ASU: Frans Cornelis Cluysenaer, Trajectinus, J., 7-6-1796)

  • Blad 180:        Tho. Hen. Pauw, canonick van S. Mariæ te Utrecht, 7-8-1796                                [afbeelding]

(ASU: Thomas Hendrik Pauw, civis Trajectinus, J., 17-11-1795)

  • Blad 181:        A. van Beusechem, J.U.S., Utrecht 30-3-1796

(ASU: Adriaan van Beusechem, Culenburgensis, J., 11-11-1796)

  • Blad 182:        R. van Dam, Dordrechto Hollandus, trajecti ad Rhenum 1797

(ASU: Roeland van Dam, Dordrechtanus, J. 17-11-1795)

  • Blad 183:        H.M.A.J. van Asch van Wyck, Utrecht 27-1-1797 [afbeelding]

(ASU: Hubert Matthijs Adriaan Jan van Asch van Wijck, Ultrajectinus., J., 17-11-1795)

  • Blad 187:        D. Schiff, Med. stud., Utrecht 17-1-1797

(ASU: D. Schiff, Neomago-Gelrus, Th., 5-3-1796)

  • Blad 218:        D.N. Asbeek van Hoytema, Boemelia gelrus, Traj. ad Rhen. 30-10-1794

(ASU: Dominicus Namna Asbeek van Hoytema, Bommelia-Gelrus, 1794)

  • Blad 219:        C.J.G. Copes van Hasselt, J.U.St., Thila Gelria, Arnhem 13-8-1794

(ASU: Coenraad Jacob Gerbrand Copes van Hasselt, Tila Gelrus, J., 19-11-1795)

  • Blad 221:        Joh. Kerkhoven, Twello, September 1833

(Johannes Kerkhoven (1783 Amsterdam – 1859 Twello); bankier; in 1812 oprichter van het Amsterdamse effecten- en bankierskantoor Kerkhoven en Co aan de Herengracht; was lid van de Provinciale Staten van Gelderland)

  • Blad 223:        C.L.C. Nering Bögel, z.pl., z.d.

(Militair 7de Compagnie, 18-2-1791; Gardes te paard: dient als cornet eff. Bij de compagnie van Ritmeester Gignoux; 184 benoemd tot Venduemeester; 1804-1806: Raad van de Amerikaanse Bezittingen en Etablissementen)

  • Blad 231:        E. van Weede, J.U.S. aus Amsterdam, Utrecht 16-6-1796

(ASU: Everard van Weede, Amstelodamo-Batavus, J., 1795)

  • Blad 259:        J.A. Wentholt, Arnhemia Gelrus, Ultrajecti ad Rheinum 14-12-1794

(ASU: Johan Adriaan Wentholt, Arnhemiensis, J., 13-6-1796)

  • Blad 260:        W.R. van Heeckeren van Brandsenburg, Utrecht 9-3-1798

(Walraven Robbert, baron van Heeckeren van Brandsenburg (1776-1845) Utrechtse landeigenaar en bestuurder, die in 1814 zitting had in de Notabelenvergadering. Zoon van een diplomaat en bestuurder in Brabant. Kreeg tijdens de inlijving bij Frankrijk zijn eerste bestuursfunctie burgemeester van Utrecht, van 1817 tot 1824; lid Gedeputeerde Staten van Utrecht, van 13 december 1828 tot 20 oktober 1840; waarnemend Gouverneur van Utrecht, van 6 januari 1840 tot 15 september 1840 (na het overlijden van L. van Toulon); lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 21 oktober 1840 tot 23 juli 1845, voor de provincie Utrecht).

  • Blad 261:        N.P. van Beusechem, Utrecht 17-4-1796

(ASU: Nicolaas Philippus van Beusechem, Ysselstenensis, L., 7-1-1797)

  • Blad 272:        Pauw, Evangelieprediker te Renkum, Renkum 22-1-1797

(Hermannus Pauw, geb. Utrecht 1770, 1792 pred. Renkum, 1798 Krommenie, 1802 Breda, 1806 Brielle, 1816 Brussel; emeritus 1831; overleden 1856) 

  • Blad 277:        M. Jongeneel, predik. te Ede, Ede 14-4-1801

(Martinus Jongeneel, geb. Amsterdam 1768; pred. Ede 1793, 1802 Voorburg, 1806 Nijmegen; emeritus 1835; overleden te Leiden in 1841)

  • Blad 312:        B.C. Moorrees, Nijmegen 9-4-1803
  • Blad 315:        W.C. Lantman, z.pl., z.d.
  • Blad 332:        S. Crommelin, predt. te Druten, Druten 14-3-1804

(Samuel Crommelin, geb. Amsterdam 1779, 1802 pred. Druten, 1804 Rozendaal, 1814 Hillegom, 1817 Zaltbommel, 1824 Leeuwarden, 1847 emeritus; overleden 1858)

  • Blad 344:        M. Gousset van Heel, J.U.S., Trajecti ad Rhenum 3-6-1796

(ASU: Martinus Gousset van Heel, Rotterodam., J. 19-11-1795)

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *