Goudse art deco: een vaas van Chris van der Hoef

Gouda is bekend om veel producten waarmee de naam van de stad is verbonden. Er is waarschijnlijk geen stad in Nederland met zo’n sterke ‘productidentificatie’. Wie Gouda zegt hoort overal ter wereld als een echo ‘kaas’ terug. Maar er zijn meer typisch Goudse producten. In de middeleeuwen was Goudse kuitbier tot ver in Vlaanderen een begrip. Er was in de 17de en 18de eeuw waarschijnlijk niemand in Nederland die niet bekend was met Goudse pijpen. In de 20ste eeuw bezorgden de stroopwafels of siroopwafelen de stad wereldfaam. En vanaf eind 19de eeuw tot circa 1980 was er het Gouds plateel, sieraardewerk dat een belangrijk product werd om nieuwe vormen, kleuren en kunststijlen op toe te passen.

PZH of Plazuid-fabriek aan de Raam

De bloeitijd van het Gouda plateel lag in de eerste drie decennia van de 20ste eeuw. In een toenemend aantal plateelbakkerijen werden in Gouda op grote schaal vazen geproduceerd, maar ook potjes, serviezen en ander sierlijk aardewerk. Een groot aantal kunstenaars trad als ontwerper in dienst bij plateelbakkerijen. Het schilderen zelf werd meestal door Gouwenaars gedaan, overwegend vrouwen. Veruit de grootste werkgever op dit gebied zou de – vanaf 1930 Koninklijke – Plateelfabriek ‘Zuid-Holland’ (PZH, in de volksmond Plazuid) worden, opgericht in 1898 door Adrianus Jonker en Egbert Esti√©. Als beeldmerk op hun plateel kozen zij een gestileerde weergave van het Lazeruspoortje in Gouda, dat ooit voor het leprozenhuis stond en tegenwoordig achter de Sint-Janskerk. Het bedrijf profileerde zich aanvankelijk vooral met jugendstil-keramiek.

De Wereldtentoonstelling van 1915 in Sint-Francisco was voor het modern plateel een doorbraak. PZH was hier samen met vier andere plateelbakkerijen vertegenwoordigd. Het aardewerk werd hier geprezen als modern alternatief voor het aloude Delfts blauw Delftware. De kleurstelling van de vazen en andere voorwerpen was dan ook revolutionair anders, waarbij Gouda zich vooral profileerde met groentinten. Maar er werd ook aardewerk in andere kleuren geproduceerd.

Van de ontwerpers die PHZ in dienst nam, was Henri Breetvelt ongetwijfeld de meest bekende. Hij signeerde zijn werk met ‘decor Breetvelt’ en wordt wel aangeduid als ‘de koning der plateelschilders’. Een andere succesvolle ontwerper was C.J. (Chris) van der Hoef (1875-1933). Deze geschoolde beeldhouwer kwam in aanraking met het plateel via zijn leermeester Lambertus Zijl, die als beeldhouwer artistiek leider werd van de de kunstkeramiekfabriek Amstelhoek. Ook Van der Hoef ging in 1895 voor dit bedrijf werken. In 1904 maakte hij de overstap naar de PZH in Gouda.

Van der Hoef ontwikkelde een voorkeur voor serviezen, die hij voorzag van blokjesmotieven. Maar hij ontwierp ook andere voorwerpen met een verrassende vormgeving en motieven. Die versieringen hadden bij hem vaak kenmerken van jugendstil en art deco en werden niet zelden ‘ingelegd’. Een bijzonder exemplaar van zijn werk werd onlangs verkocht in de plateelwinkel van de helaas enkele jaren geleden overleden Nico van Eijk. De winkel houdt op te bestaan en zijn collectie is door zijn drie dochters in de uitverkoop gedaan. Daarmee verdwijnt na ruim een eeuw de laatste keramiekwinkel uit de stad waar het Gouds plateel ooit door duizenden handen geproduceerd werd. Keerzijde van deze betreurenswaardige ontwikkeling is wel, dat er nu een unieke kans was om topkeramiek tegen een betaalbare prijs te bemachtigen.

Ons object van Van der Hoef is een zogeheten ‘rozensteker’. Dat wil zeggen dat op de vaas een keramieken schijf ligt, waarin gaten zijn aangebracht om bloemen in te steken. Dit exemplaar is niet gesigneerd, maar heeft uiteraard wel het beeldmerk van het Lazaruspoortje en een met de hand geschilderde tekst ‘Zuid-Holland’. Uit een ondertekening van een ander werk met eenzelfde motief kan worden opgemaakt dat deze vaas een ontwerp is van Van der Hoef.

Opvallend is de kleur van de vaas. Waar Gouds plateel overwegend donker groen is, heeft nu alleen de voet deze voor Gouda kenmerkende kleur. De vaas zelf is wit, met daarop ingelegd het art deco-motief in verschillende tinten blauw en zwart. Vorm en stijl doen vermoeden dat de vaas in de jaren twintig moet zijn ontworpen en gemaakt. Opvallend zijn verder de oren, die in contrast met de strakke vaaslijnen, ribbelig en gedraaid zijn. Zoals bij aardewerk van meer dan een eeuw oud gebruikelijk is, zit er het nodige craquelé in het glazuur.

Gouds plateel is gemaakt als sieraardewerk, dus niet om daadwerkelijk te gebruiken. Toch leent deze vaas van Van der Hoef zich bij uitstek voor gebruik, door de mogelijkheid om er bloemen in te steken. Dat zullen wij dan ook zeker doen, met enige voorzichtigheid.

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.