Inventaris ontdekt van liturgische gewaden van de priesters in de Goudse Sint-Jan rond 1573

Het jaar 1573 was voor Gouda en bijzonder jaar. De immense Sint-Janskerk – met een lengte van 123 meter de grootste van Nederland – werd met de nodige voorzichtigheid ontdaan van alles wat aan de rooms-katholieke eredienst herinnerde. De katholieke Gouwenaars, die hier eeuwenlang hun geloof hadden beleden en de kerk steen voor steen hadden opgebouwd, uitgebreid en verfraaid, waren hun recht op het gebouw op slag kwijtgeraakt, toen een nieuwe bewind onder leiding van prins Willem van Oranje de macht greep. Dit nieuwe bewind bepaalde in april van dat jaar dat de openbare uitoefening van de katholieke religie bij wet werd verboden en dat een nieuwe leer, van calvinistisch-gereformeerde snit, voortaan het enige officieel toegestane en door de overheid bevoorrechte geloof zou zijn. Consequentie was dat de katholieken de Sint-Janskerk moesten ontruimen om plaats te maken voor de gereformeerden. Samen met het stadsbestuur – vertegenwoordigd door de kerkmeesters die beheerders waren van het gebouw – moesten zij ervoor zorgen dat de kerk ‘leeg’ werd opgeleverd.

Koorkap uit circa 1450, in het bezit van de oud-katholieke kerk aan de Hoge Gouwe, de ‘kleine sint-jan’, gewijd – net als de grote – aan Johannes de Doper.

Bijzonder voor de situatie in Gouda was, dat omzichtig en zorgvuldig te werk werd gegaan bij deze kerkwisseling. De Sint-Jan ging bijna een jaar lang op slot. De altaarstukken werden niet vernield of vernietigd, maar zorgvuldig gedemonteerd en overgebracht naar andere plekken. Soms werden ze opgeborgen; andere stukken kregen een nieuwe plek en betekenis. Zo kwam het schilderij van de gruwelijke marteldood van Jacobus de Meerdere – waarschijnlijk ter afschrikking – te hangen in de Schepenkamer op het stadhuis, de ruimte waar criminelen berecht werden. Beelden en andere kostbaarheden konden de priesters en gelovigen ook in veiligheid brengen, zoals het (naar later bleek) wonderdoend Mariabeeld, dat op een zolder van een huis in de Peperstraat belandde en midden zeventiende eeuw een plek zou krijgen in een kerk in Waddinxveen. Een uitzondering vormden de Miskelken en ander liturgisch goud en zilver. Dat werd al eerder op last van Oranje ingenomen en omgesmolten ter financiering van de strijd tegen Spanje.

Wat er precies gebeurde met een andere kerkelijke schat, namelijk de kostbare altaarkleden, paramenten, kazuifels en andere priesterkledij, was moeilijk na te gaan. Zeker was wel dat een deel ervan in bezit kwam van pastoor Petrus Purmerend, die rond 1615 aan de Hoge Gouwe enkele huizen liet aankopen en daar een schuilkerk inrichtte. Deze zogeheten ‘Kleine Sint-Jan’ kreeg een deel van deze textiele erfenis in haar bezit, zoals een fraai koorkap uit circa 1450, met een afbeelding van Jezus als tuinman die Maria Magdalena ontmoet (foto hierboven). Overigens waren veel van deze textielstukken – zo is uit onderzoek gebleken – niet afkomstig uit de Sint-Jan, maar uit enkele Goudse kloosters, die gelijktijdig met de overdracht van de Sint-Jan moesten sluiten en werden opgeheven, afgebroken en/of herbestemd.

Met betrekking tot de lotgevallen van het kerkelijke textiel uit de Sint-Jan deed ik vorige maand een interessante ontdekking. Het betreft een archiefstuk dat blijkbaar nog niet bekend was bij de historici die inmiddels bijna elke snipper papier hebben onderzocht die is overgebleven uit de tijd van de kerkwisseling. Dat het stuk tot op heden onopgemerkt is gebleven, is waarschijnlijk toe te schrijven aan de vreemde plek waar het ooit werd opgeborgen. Het document bleek te zitten in het archief van Hendrik van Wijn (1740-1831), bewaard in het Nationaal Archief in Den Haag. Hij was de allereerste ‘Rijksarchivaris’ en voordien jarenlang pensionaris in Gouda (1779-1787). Wellicht is het stuk om een of andere reden in zijn persoonlijk archief beland. Blijkens een aantekening op de achterzijde zat het ooit “in de derde lade”, wat duidt op een archiefinstelling.

Het document bevat een opsomming van liturgisch textiel dat voor de reformatie werd gebruikt door priesters in de Goudse Sint-Janskerk. Aangezien het om een inventaris gaat van goederen die in één transactie werden overgedragen aan één persoon, namelijk Syvert Maertensz de snyer (kleermaker) is het aannemelijk dat het document uit 1573 of daaromtrent stamt, toen de hele kerk werd ontruimd. Genoemde kleermaker kan in de twee decennia daarvoor veel werk hebben gehad aan de vervaardiging of het herstel van deze gewaden, vanen en kleden uit de Sint-Jan, aangezien bij de grote kerkbrand van 1552 ook veel textiel verloren moet zijn gegaan of beschadigd geraakt.

Overigens blijkt uit het grafboek dat Syvert Maertensz werd begraven in de Sint-Jan de Nieuwe Zuidzijde. Een jaartal wordt helaas niet vermeld. Uit onderzoek dat emeritus hoogleraar Koen Goudriaan momenteel doet ten behoeve van Museum Gouda is inmiddels gebleken dat het niet vreemd is dat juist hij de liturgische kleden en gewaden in ontvangst nam, want deze kleermaker was de textielmeester van deze kerk en zorgde samen met zijn vrouw Aeltgen ook voor de reiniging ervan. Over Dirck Woutersz, die als ‘principael’ (volmachtgever) het stuk mede ondertekende, is verder (nog) niets bekend. Ook zijn rol in dit verband is onduidelijk. Overigens is het niet geheel ondenkbaar dat met ‘kouckenbakker’ hier gedoeld wordt op het bakken van de hosties voor de Eucharistie.

De waarde van deze nu ontdekte lijst is, dat we hiermee ons beeld van de voorreformatorische Sint-Janskerk weer wat verder kunnen aankleden. Dat is juist nu waardevol, omdat door Museum Gouda in het kader van Gouda750 hard gewerkt wordt aan een grote tentoonstelling in het koor van deze kerk, waarbij getracht zal worden deze situatie te reconstrueren, met behulp van alle altaarstukken en andere voorwerpen die bewaard zijn gebleven. Dat beeld kan nu ook weer wat beter ingekleurd worden met behulp van deze nieuw ontdekte bron.

TRANSCRIPTIE

Stucken van ornamenten, toebehorende sint Jans parochiekerck, gelevert Syvert die snyer ende is voor diezelfde Syvert borch als principael geworden Dirck Wouterssz kouckvercooper, die mede dit onderteykent heeft

In den eersten die alderbeste cappelle van goude laken, waer off zyn drie vespercappen met haere capproenen, waer off die eene heeft acht ende dertich sylveren bellen, met drie knooppen, twee dienaersrocken, met een carsoffel, drie alven, drie amicten, twee stoolen, drie manipelen met drie stoxken met drie kindersrockxgens met amicten.

Item het beste daer aen een cappelle van blauw, met goude loveren, drie vespercappen, met een caproen, twee rocken ende een carsoffel, drie alven, twee amicten, twee stoolen, drie manipelen, drie stockryemen, met drie blauw kinderrockxgens.

Item noch een cappelle genaempt Engelsche cappen met goude aerenden, drie cappen met hair capproenen, twee rocken, met een carsoffel, drie alven, drie amicten, twee stolen, drie manipelen met drie stockselen.

Item een cappelle van root fluweel, drie capppen met hair capproene, sonder knoopen, twee rocken, een carsoffel, drie alven, drie amicten, twee stolen, drie manipelen ende drie scortselen.

Noch een oudt goude carsoffel, met een alff, amict, een stoel, een manipel ende een scortsel.

Item een taneyt fluweel, carsoffel, twee rocken, met drie alven, twee stoolen, drie amicten, drie manipelen voor tsacrament.

Noch een carsoffel van zwart fluweel, met twee rocken, drie alven, drie amicten, twee stolen, drie manipelen met drie scortselen

Item een antipendium van goudt laecken

Noch vier cleederen van root fluweel, met goude koorden.

Item drie kryssen, waervan die een geheel sylver  is.

Item twee syde witte vanen

Item een riddervaen van witte zyde mettet cruys.

Item twee vanen van tsacrament

Ende noch twee pellen.

Bij mij Zivert Maertensoen als ontfanger van desen vs. goeden [huismerk]

Bij mij Dirick Woutersoen als boerch van dese selfde goeden [huismerk]

Verklarende woordenlijst

Alve = albe (mv alba; wit onderkleed)

Amict = amict of humeraal (rechthoekig halsdoek met linten, voor onder de albe)

Antipendium = antipendium (voorhangsel voor de onderkant van een altaar)

Capelle = set lithurgische gewaden

Carsoffel = kazuifel (mouwloos opperkleed)

Dienaersrock = soutane (toga)

Kaproen = kaproen (schild van textiel)

Manipel = manipel (strookvormige doek over de linkerarm)

Pelle = pelle (doodskleed)

Stole = stola of stool (band over de schouders)

Vesperkap = vesperkap (koormantel)

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

1 Reactie op Inventaris ontdekt van liturgische gewaden van de priesters in de Goudse Sint-Jan rond 1573

  1. Webmaster schreef:

    Het bericht is op onze site geplaatst. Met dank!

    Mvrgr

    Stichting Restauratie Oud-Katholieke Kerk Gouda

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *