De Goudse tollenaar Dirck van Reynegom en zijn voorname familie

Bij veilinghuis Arenberg in Brussel zijn in deze maand oktober twee zeer interessante boeken onder de hamer gekomen, die beide een relatie hebben met de in Gouda bekende bierbrouwer en tolgaarder Dirck Cornelisz van Reynegom. Hij speelde een prominente rol in de Goudse samenleving voor en na de overgang van de stad naar de prins van Oranje. Hij was telg uit een voornaam, belangrijk en vermogend geslacht, dat via connecties met de graven van Arenberg in Naaldwijk belandde, als heerlijkheid in bezit van gravin Margaretha van der Mark-Arenberg en Jan de Ligne.

De zoon van Dirck, Cornelis van Reynegom werd in 1538 in Gouda geboren en trad op 1 september 1575 in het huwelijk met Josina van Hoof, dochter van Willem van Hoof, ontvanger-generaal en rentmeester van de graven van Arenberg, woonachtig op het slot te Honsholredijk (Honselersdijk). Cornelis volgde zijn schoonvader na diens dood in 1616 op in de ambten en trad in dienst van het huis van Arenberg. Uit hun huwelijk werden negen kinderen geboren.

Via dezelfde Arenberg-lijn kwam ook een broer van Dirck, genaamd Cornelis Cornelisz van Reynegom, naar Naaldwijk. Hij studeerde theologie in Bologna en zou de laatste deken zijn van het kapittel van de Sint-Adriaenskerk van Naaldwijk. Hij bleef ook na de komst van de geuzen in Naaldwijk wonen, tot de heerlijkheid ten tijde van het Twaalfjarig Bestand door de familie Arenberg verkocht werd.

Daarna trok hij zuidwaarts, eerst naar Zevenbergen (ook een heerlijkheid van de Arenbergs) en in 1617 werd hij biechtvader bij de Victorinnen te Antwerpen. Dit klooster – Sint-Margrietendaal – schonk hij een gebrandschilderd glas met opschrift en zijn familiewapen. Later trok hij weer noordwaarts en vestigde zich in Delft. Hier trad hij op 17 februari 1634 op als getuige en gaf een in het Latijn opgestelde verklaring over twee van de Brielse martelaren, de norbertijnen Jacobus Lacoupe en Adrianus van Hilvarenbeek. Cornelis van Reynegom overleed te Delft in 1636.

Van Cornelis is bekend dat hij in het bezit is geweest van het in België beroemde Van Reynegom-getijdenboek uit circa 1425-1435, dat nu bewaard wordt in de Koninklijke Bibliotheek in Brussel (zie foto’s boven). Dat was blijkbaar niet het enige getijdenboek dat in zijn bezit was, want op de Arenberg-veiling (hoe toepasselijk) wordt en andere getijdenboek te koop aangeboden, dat ook in het bezit is geweest van de Naaldwijkse Cornelis. Dat is zeker, omdat hij zijn naam op diverse bladen heeft gemeld. Het gaat hier niet om een handgeschreven exemplaar, maar om een gedrukte Venetiaanse Missale Romanum uit 1607. De handgekleurde afbeeldingen zijn wonderschoon en telkens voorzien van de handgeschreven naam van Cornelis en telkens een andere naam. Om wie het bij deze personen gaat is niet bekend. Dit getijdenboek bracht op de Brusselse veiling maar liefst €9500 (exclusief veilingkosten) op.

d

De naam van de Goudse Dirck van Reynegom komt in dit getijdenboek niet voor. Dat is wel het geval in een uitgebreide handgeschreven genealogie van de familie Van Reynegom, die op dezelfde veiling onder de hamer kwam en €900 opbracht (exclusief veilingkosten). dit handschrift draagt de titel “Livre des extraits originaux des baptistaires, des mariages et des morts de la très noble et très ancienne famille de van Reynegom originaire d’Hollande”. Op een van de pagina’s wordt een afschrift van de huwelijksacte van zijn zoon weergegeven, die voor de notaris een rooms-katholiek huwelijk sloot in Delft.

Boven het document wordt gemeld dat Dircks zoon, de eerdergenoemde Corneille (Cornelis) van Reynegom in februari 1538 geboren is in “Tergoude”, Gouda dus. Vervolgens wordt ook verwezen naar vader Dirck, de “malheureux Thyry” (de ongelukkige Thierry), de Franse benaming voor Dirck. Van hem wordt gezegd, dat hij “pour la fidilité a Dieux eta son prince mourut en prison á Delft l’an 1584 et eut toutes ses terres et biens confisqué par les etats rebelles” (Hij stierf voor zijn trouw aan God en zijn prins in de gevangenis in Delft in het jaar 1584 en al zijn land en goederen werden in beslag genomen door de opstandige staten).

De samensteller van de Van Reynegom-genealogie is goed geïnformeerd, zij het dat Dirck niet in de gevangenis belandde. Hij werd wel verbannen uit Gouda. Al zijn bezittingen, inclusief zijn fraaie woonhuis aan de Westhaven 12, werden verbeurd verklaard, vanwege zijn betrokkenheid bij de eerste van twee pogingen om Gouda terug te brengen onder het gezag van de koning van Spanje. Als overtuigd katholiek had Van Reynegom met lede ogen aangezien hoe de stad in 1572 in handen was gevallen van de geuzen, die zich met veel geweld vergrepen aan de geestelijkheid en het kerkelijke bezit. Zijn met andere vooraanstaande Gouwenaars gesmede plan mislukte echter tragisch, toen een betrokken hopman argwaan wekte, werd opgepakt en doorsloeg. Van Reynegom kon daarna ternauwernood zijn vege lijf redden en vond een veilig heenkomen bij zijn familie in Naaldwijk.

d

Alle inspanningen van Dirck van Reynegom om de in 1552 door een catastrofale brand getroffen Sint-Janskerk in oude glorie te herstellen en aan een fraai samenstel van gebrandschilderde glazen te helpen, moeten op dat moment in zijn ogen tevergeefs zijn geweest. Op 29 oktober 1553 was hij nog samen met burgemeester Gijsbert Jan Martenszoon en de bekende glazenier Dirck Pieterszoon Crabeth met succes naar Utrecht gereisd, waar zij oud-Gouwenaar Herman Lethmaet, deken van Sint Marie en vicaris-generaal van de bisschop, bewogen hadden enkele glasschenkingen voor het koor van de Sint-Janskerk te doen. Wat zou daarvan overblijven?

De duivel lijkt onder de mantel van Dirck van Reynegom gekropen…

Wonderlijk genoeg overleefden de inmiddels geplaatste ramen de kerkwisseling naar het protestantisme. Als schenker van het glas ‘ De bespotting van Christus’ aan het Goudse Regulierenklooster aan de Raam, vervaardigd in 1556, zal Dirck ook nooit hebben kunnen bevroeden, dat zelfs dit glas met in de schenkersrand de portretten van hemzelf, zijn vrouw Aechte Jansdochter en hun kinderen ( de jongen links naast hem zou heel goed Cornelis kunnen zijn) nog tijdens zijn leven, in 1581, in de Sint-Janskerk aangebracht zouden worden. De Gouwenaren lijken zijn rol bij de mislukte coup echter niet helemaal vergeten te hebben, getuige het fel gekleurde duiveltje (op de ontwerptekening onopvallend onderdeel van een tafeltje) dat hem tot op de dag van vandaag – nu in de Van der Vormkapel – vergezelt.

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.