De fondslijsten van de boekdrukkers van de Goudse Vrijheid gereconstrueerd

De Goudse Vrijheid, een term ontleend aan Dirck Volckerszoon Coornhert, was een voor Nederland unieke periode van bijna een halve eeuw (1572-1618), waarin het stadsbestuur van Gouda vrijheid van consci├źntie (geweten) als leidend principe hanteerde voor zijn beleid. Negatieve ervaringen met het Spaanse gezag brachten de Goudse regenten ertoe elke vorm van gewetensdwang af te wijzen. Dat was zo opmerkelijk, dat zelfs felle jezu├»eten in de Zuidelijke Nederlanden Goudse bestuurders bestempelden als ‘zoetemelcxe geuzen’ en gereformeerden de stad verafschuwden als ‘het rattenest ende den dreckwaghen van alle ketterijen’.

De Goudse Vrijheid kreeg op allerlei manieren vorm. Gereformeerden kregen weliswaar de beschikking over de Sint-Janskerk, maar hun bemoeienis met gelovigen werd aan banden gelegd vanuit de opvatting dat er na een Roomse inquisitie geen Geneefse inquisitie mocht komen. Aanhangers van andere geloofsstromingen, zoals de katholieken en lutheranen, werd geen strobreed in de weg gelegd om hun geloof te belijden. De Hollandse plakkaatwetgeving bleef in Gouda een dode letter. De boekdrukkunst was misschien wel een van de meest opvallende terreinen waarop de Goudse Vrijheid volledig tot wasdom kwam.

In de genoemde periode waren er drie boekdrukkers in Gouda actief, wier productie een indrukwekkende weerslag in inkt vormt van de vrijheid die in Gouda bestond om afwijkende opvattingen te koesteren en uit te dragen: Jaspar Tournay, (drukkersmerk hierboven) Jan Zas Hoens en Jacobus Migoen. Ten behoeve van een studie naar hun werk en invloed – binnenkort te verschijnen in het tijdschrift Boekenwereld – zijn de fondslijsten van deze drie drukkers door mij gereconstrueerd. Hun productie blijkt veel groter te zijn geweest, dan voorheen gedacht. Dankzij determineringstechnieken van Paul Valkema Blouw en Paul Dystelberge konden namelijk diverse anoniem uitgegeven werken toegeschreven worden aan een van de genoemde drukkers.

Het fonds van de Zuid-Nederlander Jaspar Tournay is veruit het omvangrijkst, maar zijn arbeidzame leven omvatte dan ook meer dan een halve eeuw. Het grootste deel van die jaren bracht hij door in Gouda, waar hij een keur aan heterodoxe schrijvers op de persen kon leggen zonder te hoeven vrezen voor vervolging door het stadsbestuur. De vrijheid die hij hier genoot was lange tijd schier onbegrensd, in tegenstelling tot Delft, Enkhuizen en Leiden, waar hij ook zijn geluk beproefde.

In de rubriek Bronnen zijn alle fondslijsten vanaf nu raadpleegbaar. Zij vormen de basis voor verder onderzoek naar de Goudse Vrijheid, die gedurende de viering van Gouda750 en Coornhert 500 in het jaar 2022 ook volop aandacht zal krijgen.

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.