De staat van de stad. Historisch Gouda in 2019

Het achter ons liggende jaar was in menig opzicht een ‘ademjaar’, waarin de stad even adem haalde na alle commotie en veranderingen van het jaar ervoor en ook even de adem inhield voor wat gaat komen. Op historisch vlak vielen er daardoor nauwelijks ingrijpende zaken te vermelden. De verbouwing van het Weeshuis-cum-annex is het afgelopen jaar nog steeds niet gestart. Wel zijn er uitbaters gevonden van het hotel-restaurantgedeelte. Dat is het echtpaar Van Gastel, dat al eerder deLichtfabriek en het Museumcafé nieuwe glans gaf. Inmiddels wordt het echter hoog tijd dat begonnen wordt met de verbouwing, want het oude onderkomen van de weeskinderen begint hier en daar al de sporen van langdurige leegstand te vertonen.

Eigenaar en projectontwikkelaar White House Development heeft intussen wel een tijdelijke bestemming weten te vinden voor de Schoolmeesterwoning en de Jeruzalemkapel; die worden beschikbaar gesteld aan de Werkgroep Gouda750, die onder leiding van Ronald van Rossum en Marien Brand de voorbereidingen treft voor de viering van het jubeljaar 2022. In jaar jaar – liever gezegd vanaf juli 2021 tot juli 2022 – herdenkt Gouda op grootse wijze dat het 750 jaar geleden is dat graaf Floris V van Holland aan de bewoners van deze nederzetting op het kruispunt van Hollandse IJsel en Gouwe stadsrechten gaf. De voorbereidingen daarvoor zijn het afgelopen jaar echt van start gegaan.

De viering van Gouda750 zal lopen van juli 2021 tot juli 2022. De eerste initiatieven die in voorbereiding zijn doen vermoeden dat het een bijzonder jaar zal worden. Spectaculair is het plan van Museum Gouda om alle bewaard gebleven altaarstukken van na de grote brand van 1552 – en dat zijn ze allemaal – teruggeplaatst zullen worden op de oorspronkelijke plek in het koor van de Sint-Janskerk. Daar hebben ze gestaan tot 1572, totdat Gouda de zijde van de Prins van Oranje en daarmee de Reformatie koos. Een ander plan dat inmiddels in uitvoering is, is de vervaardiging van een populaire versie van de stadsgeschiedenis. Twintig jaar na de verschijning van het standaardwek Duizend jaar Gouda wil Historische Vereniging Die Goude dit publieksboek het licht laten zin.  Op 19 juli 2022, de exacte datum van de verlening van de stadsrechten, is dan de grote slotmanifestatie.  

De gemeente Gouda heeft voor de financiering van dit soort initiatieven speciaal een fonds in het leven geroepen (genaamd: Geef Gouda Door) dat maar liefst 1,2 miljoen Euro mag besteden aan de waaier van activiteiten die in dat jaar zullen plaatsvinden. Bovendien heeft de gemeente 150.000 Euro uitgetrokken voor eigenaars van monumenten met achterstallig onderhoud, die bereid zijn hun woning of andersoortig onroerend goed op te knappen, zodat de stad zich in het feestjaar op haar mooist gaat tonen.

Wethouder Thierry van Vugt van Cultuur overhandigt een cheque van meer dan 1,2 mln aan de drie leden van het Fonds Geef Gouda Door, bestemd voor de viering van Gouda750

Van achterstallig onderhoud aan monumenten is in Gouda helaas nog steeds sprake. Er zijn divers plekken aan te wijzen die verval tonen. Zo is de Gouwekerk, het ‘landmark’ dat van de reizigers al van verre aandacht vraagt voor de stad als ware het een opgestoken vinger, een zorgenkindje. Sinds de groep van Johan Maasbach het gebouw verlaten heeft en de kerk gekocht is door een particulier wordt er gezocht naar een nieuwe bestemming. Dat geldt ook voor de aanpalende pastorie. De pastoorswoning is groot genoeg om daar verschillende luxe appartementen in te vestigen – dat zal het probleem niet zijn – maar de kerk is een lastig te vullen reusachtige ruimte. Tegelijkertijd bied die majestueuze ruimte een unieke gelegenheid voor grootschalige evenementen. Na de ijsbaan van vorig jaar – niet de meest respectvolle en geschikte herbestemming van dit monument – hebben er dit jaar onder meer een tentoonstelling met werken van Chagall, een grootschalige informatiemarkt en een pop-up restaurant onderdak gevonden. Een definitieve bestemming lijkt nog niet in zicht. Ook hier is het White House Development die een geschikte bestemming moet vinden.

Een directeur van deze firma heeft voor eigen (prive)gebruik nog een ander monument gekocht, dat momenteel een ingrijpende verbouwing ondergaat. Het voormalige bankgebouw van Knox en Dortland aan de Turfmarkt, waar tot voor kort het Verzetsmuseum was gehuisvest, wordt grondig hersteld. Dat was ook dringend noodzakelijk, omdat funderingsproblemen ervoor zorgden dat het gebouw en de aangebouwde ‘toren’ van elkaar losgescheurd waren. Met nieuwe onderheiing is verder verval gestopt.

Ook de achter het bankgebouw gelegen grote tuin wordt door de nieuwe eigenaar stevig onder handen genomen. Niet helemaal duidelijk is wat er met het Poortje van Jongkind gebeurt, dat toegang geeft tot deze tuin. Dat poortje, in de jaren tachtig hier geplaatst, stond eeuwenlang aan de Zeugstraat. Op deze plek is het achter de huizen gelegen hofje met twaalf woningen voor een belangrijk deel intact gebleven en daar is inmiddels een goed draaiend restaurant in gevestigd. De eigenaars zouden niets liever willen, dan een van die hofjeswoningen, die nu nog in gebruik is als opslagruimte, volledig in de oorspronkelijke staat herstellen en toegankelijk maken voor publiek. De middelen daarvoor ontbreken helaas nog. Terugplaatsing van het Poortje op de oorspronkelijke plek lijkt niet meer mogelijk, maar wellicht zou het binnen in het hofje een toepasselijke plek kunnen krijgen.

Het jaar 2019 was ook het jaar van de verdwenen beelden. Zo viel het plots op dat De Moriaan, het voormalige pijpen- en aardewerkmuseum aan de Westhaven dat een jaar of tien geleden ten prooi viel aan gemeentelijke bezuinigingsdrift en verkocht werd aan een particulier die er een woonhuis van heeft gemaakt, het al jaren moet stellen zonder het beeld van een pijprokende Afrikaan en het daarachter geplaatste bord met een indiaan. Beide objecten blijken bij verkoop van het gebouw overgebracht te zijn naar Museum Gouda. Door de aandacht die het Algemeen Dagblad/ Groene Hart eraan schonk klinken er nu weer geluiden om het beeldje op zijn oorspronkelijke plek terug te plaatsen.

De Blau Haan op de originele plek

Een ander verdwenen beeld is de Blau Haan, dat het kaaspakhuis van De Producent aan de Kattensingel sierde. Die haan stond in een nis in de voorgevel van het pakhuis, dat in de jaren tachtig vervangen werd door een modernere opslagruimte voor Gouda’s bekendste exportproduct. Op initiatief van de Oudheidkundige Kring Die Goude werd dit beeldje destijds herplaatst. Nu ook dit vernieuwde pakhuis zijn langste tijd heeft gehad en afgebroken zal worden, is de haan zijn sokkel ontvlucht. Inmiddels is een ‘amber alert’ uitgegaan.

Een historische ontwikkeling voltrok zich ook in de huiskamer van Gouda, de oude Markt. Aan de ronde zijde daarvan, vanwege die vorm vanouds aangeduid als de regenboog, verdwenen de laatste winkels. De hele boog is thans gevuld met horeca-ondernemingen, met als enige onderbrekingen twee monumenten: De Waag en Arti Legi. Gouda is hiermee meer en meer ook een uitgaansstad geworden, waar de terrassen  tot ’s avonds laat overvol zijn met bezoekers. Milieuvervuilende buitenkachels maken dit mogelijk, evenals steeds verder uitdeiende ‘tentenkampen’ waar rokers hun verslaving kunnen blijven botvieren. Dat komt enerzijds de levendigheid van de stad zeker ten goede, maar zorgt ook voor bijhorende problemen als lawaai-overlast en vervuiling. Aangezien nu ook al aan beide zijflanken van de Markt nog weer nieuwe horeca opduikt, bestaat het gevaar dat Gouda ‘verPurmerent’. In deze Noord-Hollandse stad is de historische Markt inmiddels volledig omgevormd tot een door cafe’s omzoomd groot terras. Hoog tijd voor de gemeente Gouda dus om enige paal en perk te stellen aan deze ontwikkeling.

Ook het stadhuis op de Markt – eveneens ten prooi gevallen aan bezuinigingsdrift van de gemeente en verhuurd als evenementenhal – vraagt oplettendheid. Het gebouw was ruim zes eeuwen lang het middelpunt van de stad, waar elke Gouwenaar terecht kon voor contacten met politiek en bestuur en waar hele generaties zijn getrouwd. Nu is het alleen nog toegankelijk voor bruidsparen of andersoortige gezelschappen met een goed gevulde portemonee. Het gebouw wordt hierdoor relatief weinig gebruikt en maakt vooral in de avonden een desolate indruk. Bovendien zijn er rond dit middeleeuwse gebouw veelvuldig activiteiten die in potentie beschadigend kunnen zijn voor dit monument, zoals een ijsbaan die er tegenaan wordt gebouwd en een kermis met steeds groter wordende attracties die het stadhuis doen trillen op de grondvesten. Ook in dat opzicht is bijzondere zorg op zijn plaats.

Bijzondere zorg kregen het afgelopen jaar ook enkele zaken in het museum en het archief. Museum Gouda kreeg van de rooms-katholieke  Sint-Jozefparochie twee porttretten in langdurige bruikleen die een belangrijk gat in de rijke en unieke collectie Goudse schuilkerkenkunst opvullen. Met een schilderij van de minderboeder Gregorius Simpernel op zijn doodsbed en van ‘zijn’ klopje Anna van Geffe is naast de seculiere staties en de jezuietenstatie nu ook de minderboederstatie aan de Hoge Gouwe (waar nu de Gouwekerk staat) stoffelijk aanwezig. Het Streekarchief Midden-Holland ontving dit jaar een belangrijke schenking, te weten het persoonlijk archief van de stadshistoricus Nico Habermehl. Zijn weduwe Jeanette Habermehl droeg dit archief over aan archivaris Sigfried Janzing.

Kaas is wereldwijd zo ongeveer synoniem met Gouda. Toch is tot voor kort relatief weinig gedaan met deze naamsbekendheid. Daar begint nu verandering in te komen. Na en lange aanloop lijkt begin volgend jaar dan toch eindelijk de Gouda Cheese Experience zijn deuren te openen. Met deze in het oude Magdalenaklooster-Pestgasthuis-Kazernegebouw-Veemarkt-Bioscoop, gehuisveste ‘beleving’ krijgen toeristen en andere geïnteresseerden op luchtige wijze het proces van kaasmaken voorgeschoteld. Naast het in de Waag gehuisveste kaasmuseum kent Gouda daarmee strakt twee gele toeristische attracties. Ook de middenstand speelt hier inmiddels goed op in, met diverse kaaswinkels die ook op zon- en feestdagen zijn geopend.

De vele honderdduizenden toeristen die jaarlijks Gouda bezoeken – dit jaar werd zelfs het miljoen aangetikt –  kunnen zich ook vergapen aan andere typisch Goudse producten. In de oude bakkerij van De Vlaam op de Markt is sinds twee jaar ook en siroopwafel-experience gevstigd, die grote groepen belangstellenden trekt. Of ook de Goudse pijp blijft trekken, was tot voor kort de vraag, omdat met Adrie Mourings de laatste pijpenmaker het licht uitdeed en de oudste tabakswinkel van Nederland (Van Vreumingen) in de Wijdstraat zijn deuren leek te gaan sluiten. Gelukkig heeft de eigenaar van laatstgenoemde winkel, Loet van Vreumingen, toch een opvolger gevonden. Dat wordt na drie generaties Van Vreumingen weliswaar iemand met een andere achternaam, maar die is vast van plan het bijzondere interieur van de winkel te behouden.

Aan de tragedie rond de Turfmarktkerk is het afgelopen jaar een nieuw hoofdstuk toegevoegd. De door de gemeente naar zich toegetrokken sloop van dit gebouw – volgens de gemeente onvermijdelijk geworden wegens instortingsgevaar – heeft zich in de eerste maanden van 2019 voltrokken. Het werd een sloop met fluwelen handschoenen: dakpan voor dakpan en steen voor steen. Er was volgens de gemeente door het spoedeisende karakter van de afbraak geen tijd en geen mogelijkheid om deze sloop op reguliere wijze te doen. Het gevolg daarvan was dat de sloopkosten opliepen tot een slordige zes ton, waarvan de rekening werd neergelegd bij eigenaar Khalid Boutachekourt. Voor dit bedrag werd de kerk overigens niet eens volledig gesloopt, maar alleen tot ‘veilige hoogte’, die 8 meter moest zijn, maar op sommige plekken nog een stuk hoger uitkwam.

Schandvlek van Gouda

Tegelijkertijd werd gewerkt aan een nieuwe (in het diepste geheim voorbereid) bestemmingsplan voor deze locatie, dat moest voorkomen dat de eigenaar een gebouw van de omvang en het volume van de kerk zou neerzetten. Met veel stoom en kokend water slaagde het college erin dit bestemmingplan in de laatste weken van dit jaar door de raad te krijgen, waarbij op het laatste moment nog enkele aanpassingen gedaan werden wat betreft de hoogte van de toegestane bouw en de mogelijkheid van het sluiten van de bebouwing aan de Turfmarkt (‘de plint’).  Wat nu rest is een ruïne als schandvlek in het hart van de stad en verruïneerde verhoudingen in de buurt en in de politiek. Rechtsgang kan nog jaren duren, reden voor de eigenaar om zijn hand uit te steken naar de gemeente en voor te stellen een ultieme poging tot overeenstemming te ondernemen, onder leiding van een onafhankelijke bemiddelaar.

Niet alleen in de kwestie rond de Turfmarktkerk, maar ook op andere vlakken, is in Gouda behoefte aan samenbindend leiderschap. In dat opzicht is de hoop zeker gevestigd op de nieuwe burgemeester die een maand geleden zijn intrede deed. Pieter Verhoeve, voorheen burgervader van Oudewater, was als SGP’er een verrassende keuze. Zijn enthousiasme en voorliefde voor geschiedenis zijn hoopvolle tekenen dat deze historicus veel kan betekenen voor de stad en het bewaren en koesteren van haar geschiedenis.

Niet alleen Gouda750 werpt zijn schaduw vooruit, ook een ander bijzonder jubileum dat in 2022 gevierd gaat worden. In dat jaar is is het namelijk 500 jaar geleden dat Dirck Volkertszoon Coornhert werd geboren, de humanist en veelzijdig denker die met zijn pleidooi voor Vrijheid van Conciëntie grote invloed heeft gehad op de politiek van de stad in de late zestiende en vroege zeventiende eeuw. Om niet overvaren te worden door het slagschip van Gouda750 zal het zwaartepunt van de activiteiten rond Coornhert in de laatste helft van 2022 liggen, met onder meer een grote Coornhert-herdenking in de Sint-Janskerk, toneelstukken, een wetenschappelijk congres en een Coornhertwandeling. Ook zal er een Kraamkamer van de Vrijzinnigheid ingericht worden, als uitvalsbasis voor alle activiteiten in dit kader.

Dat Gouda stijlvol kan herdenken bleek op ook het afgelopen jaar. Op 15 september werd in het Houtmansplantsoen en in Concordia uitgebreid stilgestaan bij het feit dat het exact vierhonderd jaar geleden was dat Gouwenaar Cornelis de Houtman voor het eerst voet aan wal zette in West-Australië. Met een prachtige eenakter van toneelgroep De Zwaan, een toespraak van een vertegenwoordiger van de Australische ambassade, een luisterrijk optreden van de Utrechtse muziekgroep Camerata Trajectina en twee lezingen werd op fraaie wijze stilgestaan bij dit feit. Op 2 november stond een andere historische figuur uit de stad centraal in de Sint-Janskerk, waar werd gememoreerd dat vierhonderd jaar eerder de Goudse dominee Eduardus Poppius op de Synode van Dordrecht werd veroordeeld om zijn vrijzinnigheid en het land werd uitgegooid.

Vieren en herdenken is een van de manieren om de aandacht voor de geschiedenis van de stad en haar monumenten vast te houden, dus met Gouda750 en het Coornhertjaar op komst geeft dat de historisch geëngageerde burger moed.

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.