De staat van de stad: historisch Gouda in 2018

Net voor het aflopen van dit opmerkelijke kalenderjaar werd bekend dat de Goudse leraar klassieke talen, archeoloog, historicus en ‘ontdekkingsreiziger’ Henkjan Sprokholt een nieuwe spectaculaire ontdekking heeft gedaan. Nadat hij eerder de exacte plek van de MelkbussenhoogteGoudse motte wist te vinden, de versterkte verhoging in het landschap waaromheen Gouda ontstaan is, heeft hij nu een volstrekt onbekende handgetekende kaart uit de archieven opgeduikeld die als ware het een luchtfoto (volgens anglofielen een bird eye view) zicht biedt op de stad in de vroege zeventiende eeuw. Zo’n kaart verdient diepgaande bestudering omdat zij zicht kan bieden op tal van onbekende details ten aanzien van het aangezicht van de stad, de stadsontwikkeling en de stadsverdichting. Sprokholt heeft beloofd zich hier vol op te storten in het nieuwe jaar.

Het jaar 2018 kan in veel andere opzichten de boeken in als een historisch jaar. Dat geldt niet alleen voor brede ontwikkelingen als de opwarming van de aarde, de politieke instabiliteit in de wereld of de economie, maar op microniveau ook voor zaken in Gouda. Dat ook Gouda geraakt wordt door deze bredere problematiek blijkt alleen al uit de berichten over droogte en bodemdaling, die een directe bedreiging beginnen te vormen voor de monumenten in de historische binnenstad. Dit jaar was de stad – en met name ‘onze’ Turfmarkt veelvuldig in beeld, om waarschuwende woorden van wethouder Hilde Niezen te illustreren met zorgwekkende beelden van een zeer lage kademuur. Dat het water al eeuwen zo hoog staat aan deze gracht, teneinde turfschepen makkelijker te kunnen laden en lossen, deed daarbij blijkbaar niet te zake.

Avondrood

Toch is er wel degelijk wat aan de hand; ook aan de Turfmarkt. Door inklinking van de bodem blijft de bodem dalen en worden grenzen bereikt voor het verder kunstmatig naar beneden brengen van het grondwaterpeil. Als dit nog verder daalt komen de houten palen onder sommige woningen droog te liggen en zullen ze in een mum van tijd gaan rotten. Daardoor kunnen de huizen gaan verzakken of uit het lood worden getrokken door huizen die met betonnen palen zijn onderheid. De gemeente Gouda heeft dit jaar serieus werk gemaakt van het onderzoeken van deze problematiek en daarbij ook haar burgers betrokken. Gezamenlijk wordt naarstig gezocht naar betaalbare oplossingen.

Hoe fout het kan gaan met fundamenten liet de eveneens aan de Turfmarkt gelegen voormalige gereformeerde kerk zien. De bouw van een woningencomplex annex parkeergarage op het erachter gelegen voormalige brandweerterrein, naar een eerdere Kerksloopbestemming aangeduid als de Clarissenhof, is er zoveel grondwater aan het terrein van de kerk onttrokken dat paalrot optrad en de kerk dreigde in te storten. De eigenaar, de er naast wonende Khalid Boutachekourt, wilde het godshuis al slopen en op die plek een appartementencomplex in de vorm van de te verdwijnen kerk bouwen, maar die tijd werd hem niet gegund. Eerste nam de gemeente in het diepste geheim een voorbereidingsbesluit om het bestemmingsplan te wijzigen, zodat het bouwplan geen doorgang kon vinden in deze vorm. Daarna gelastte de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) snellere sloop omdat de veiligheid van omwonenden in het geding zou zijn. Daarbij werd uiteindelijk gegrepen naar het paardenmiddel van de bestuursdwang om de eigenaar tot actie te dwingen. Zijn voorbereidende werkzaamheden werden echter keer op keer afgekeurd, hoezeer hij zich ook precies trachtte te houden aan de voorschriften van de ODMH. Overnacht werd vervolgens een noodverordening uitgevaardigd, waarbij de gemeente een aantal omwonenden adviseerde en later dwong hun huis een tijdlang te verlaten wegens instortingsgevaar. Vrachtwagens mochten zelfs niet – en later slechts stapvoets – over de gracht rijden. Vervolgens nam de gemeente de sloop van de kerk volledig uit handen van de eigenaar. Alle beloften ten spijt werd vervolgens niet gewerkt met de door de eigenaar al ingehuurde sloopbedrijven, maar met andere bedrijven. Boutachekourt kreeg te horen dat alle kosten – die in de tonnen zullen gaan lopen – voor zijn rekening zullen komen.

Zelden heeft een monument in Gouda zoveel beroering veroorzaakt. Heel Gouda heeft er wel een mening over. Sommigen verwijten de eigenaar nalatigheid, anderen vrezen voor de financiële consequenties voor de belastingbetaler. Boutachekourt kan namelijk aanspraak maken op zogeheten planschade, aangezien hij door het voorbereidingsbesluit zeer waarschijnlijk niet het volume kan bouwen dat hij op het oog had. Anderen betwijfelen zeer de noodzaak van de noodverordening. In december ging de eigenaar in bezwaar en vervolgens legde de rechter de sloop stil tot haar uitspraak op 13 december. Daarin werd de gemeente in het gelijk gesteld, omdat een noodverordening ook bij twijfel verdedigbaar is. Veel spoed maakte de gemeente vervolgens niet met de afbraak, want wegens de Kerst en de jaarwisseling werden de sloopwerkzaamheden dit jaar toch niet meer hervat. Op dit moment is de kerk besteigerd, onttopt en ontpand, maar nog even in haar volle omvang te zien. Wordt vervolgd.

Ook op een andere manier kwam het terrein waar vroeg het Clarissenklooster stond (tussen Turfmarkt en Nieuwe Haven) in het nieuws. Begin deze eeuw, voor de bouw van het appartementencomplex, werd uitvoerig archeologisch onderzoek gedaan. Omdat de bouwer vervolgens failliet ging ontbraken de middelen om de resultaten daarvan in kaart te brengen en te beschrijven. Dankzij een massafinancieringsactie, door anglofielen ook crowd funding genoemd, wist de archeologische vereniging Golda dit jaar echt voldoende middelen bijeen te schrapen om het project alsnog af te ronden. Dat resulteerde in een prachtig boek, waarin nu iedereen kan lezen waar precies de kapel van de zusters heeft gestaan en wie er zoal begraven lag bij en in die kerk. Dankzij een onderzoek naar de opgegraven gebeenten weten we nu dat er niet alleen zusters begraven lagen, maar ook enkele mannen en kinderen.

Positiever en voorspoediger dan de gang van zaken rond de Turfmarktkerk lopen op dit moment diverse projecten van projectontwikkelaar White House Development. Zo is deze maand een begin gemaakt met de verbouwing van het Weeshuiscomplex tot hotel, restaurants en appartementen. In goed overleg met onder meer Historische Vereniging Die Goude is besloten de Paterssteeg niet te overkappen en de Jeruzalemkapel beschikbaar goudschaatste houden voor publieksactiviteiten. Een andere ‘uitdaging’ voor WHD was dit jaar de verbouwing van het Spaardersbad tot appartementen. De afronding is nabij. Een fraai winkel-hoekpand aan de Kleiweg-Turfmarkt is eveneens onder handen genomen. De onderetage is hersteld en weer als winkel ingericht, terwijl erboven diverse wooneenheden worden gerealiseerd. Ook de Gouwekerk is inmiddels in handen van een van de betrokkenen bij WHD. Hij is nog op zoek naar een passende bestemming, maar biedt de majestueuze ruimte in afwachting daarvan aan voor diverse activiteiten. In november-december lag er een ijsbaan in. Of dit echt passend is, mag worden betwijfeld. Dezelfde eigenaar heeft ook het voormalige bankgebouw aan de Turfmarkt gekocht, waar tot nu het Verzetsmuseum Zuid-Holland is gevestigd. Hij is van plan daar zelf zijn woonhuis van te maken.

Heel langzaam werpt de viering van Gouda750 haar schaduw vooruit. De gemeente had een Rotterdams reclame- en evenementenbureau in de arm genomen om bekendheid te geven aan deze viering. De uitvoering laat echter te wensen over, want de campagne ‘Het Geheim van Gouda’ sloeg nauwelijks aan en de relatie met het jubileum was voor weinig mensen duidelijk. Inmiddels heeft de gemeente ingegrepen en het project in handen gegeven van twee Gouwenaren, Marien Brand en Ronald van Rossum, die vast voornemens zijn het in de stad aanwezige potentieel aan te boren voor de planvorming. Historische Vereniging Die Goude wilde al niet langer afwachten en heeft een eindredacteur in de arm genomen, die met behulp van een schrijverscollectief in 2022 een gepopulariseerde versie van de stadsgeschiedenis uit 2002 gaat produceren. Veel nieuwe historische boeken verschijnen er op dit moment niet over Gouda. Een gunstige uitzondering was dit jaar een boek over een klein buurtje bij de Boelekade, bijgenaamd de Glazen Stad. Het boek dat hierover het licht zag, onder redactie van de gebroeders Helmond, is een fraai voorbeeld van kleine geschiedschrijving voor een groter publiek. Bovendien is het boek zeer fraai vorm gegeven.

verradersbriefjeHet Streekarchief Midden-Holland (SAMH) deed dit jaar een serieuze gooi naar het ‘Archiefstuk van het jaar’. De Gouds inzending betrof het zogeheten ‘verradersbriefje’ uit 1574, een inderdaad zeer ontroerend document, dat vele mensen het leven zou kosten en anderen hun bezittingen. Het briefje bevat een gecodeerde boodschap aan complotplegers die buiten de stad lagen en voornemens waren Gouda terug te brengen onder het gezag van de Koning van Spanje. Nabij het Vlamingpoortje (waar nu de Guldenbrug ligt) trok de als kleermaker vermomde bode door zenuwachtig gedrag de aandacht van de wachten. Hij liet een bolletje garen vallen, met daarin het briefje. Toen kwam het complot uit en werden betrokkenen gearresteerd, berecht en ter dood veroordeeld. Hun hoofden werden ter afschrikking op de stadspoorten gespiest. Het nootlottige briefje, met een staaltje van het garen, wordt nog steeds bewaard in het Goudse archief. Ondanks dit verhaal en een zeer creatief tekenfilmje, met archivaresse Coretta Wijbrans in de hoofdrol, werd dit ontroerende document uiteindelijk niet verkozen, maar behaalde wel een eervolle vierde plaats.

De Sint-Janskerk trok dit jaar ook weer nationale belangstelling. Voor het eerst sinds lange tijd werd een (deel van) een gebrandschilderd glas uitgenomen om elders tentoongesteld te worden. De afbeelding van koning Philips II werd op deze wijze de ouverture voor de grote tentoonstelling over Tachtig jaar Oorlog in het Rijksmuseum in Amsterdam. Daar is ook nog een carton (ontwerptekening) van de glazen te zien. De kerk is nu ook met de Museumjaarkaart toegankelijk, wat het toch al hoge bezoekersaantal verder zal doen toenemen. De kerk wordt ook professioneler uitgebaat dan voorheen, wat blijkt uit het grote aantal concerten, de inmiddels tot een traditie geworden grote Kerstmarkt rond Gouda bij Kaarslicht (voor heen Kaarsjesavond) en het uitlichten van de Goudse Glazen van binnenuit.

Pieter-Pourbus-en-de-vergeten-meesters-2

Museum Gouda brak alle records qua bezoekersaantallen met een zeer geslaagde tentoonstelling over Pieter Pourbus, een in Gouda geboren zestiende-eeuwse schilder, die vooral furore maakte in Brugge. Ter gelegenheid van deze expositie verscheen ook een fraaie catalogus. Ook werd bij de voorbereidingen duidelijk dat de Sint-Jan na de grote brand een retabel als hoofdaltaar heeft gehad, gewijd aan Johannes de Doper. Drie panelen ervan blijken nog bewaard te zijn (in in Museum Gouda en twee in het Rijks). Het museum zal pogingen doen de twee andere panelen ook ‘naar huis’ te halen. De museumcollectie werd verder uitgebreid met twee schilderijen die afkomstig zijn uit de Sint-Franciscuskerk van de franciscanen, de kerk die nu als Gouwekerk bekend staat. Op een van de schilderijen is Peterus Simpernel, de zeventiende-eeuwse stichter van de betreffende statie (parochie), op zijn doodsbed te zien. Het ander stelt het klopje Anna van Geffe voor, die de aankoop van het kerkje destijds financierde.

Aan de randen van de stad waren ook enkele initiatieven waar te nemen, die het historische karakter van de stad positief beïnvloeden. Zo is een groep bewoners bezig de oude wallen te herstellen als groenstroken, waardoor een wandeling rond de stad weer tot een aangenaam tijdverdrijf kan worden. Aan de overzijde van de Hollandse IJssel is het terrein van de voormalige asfaltcentrale inmiddels uitgegroeid tot een bloeiende kweekvijver van talrijke initiatieven op cultureel gebied. Pal ernaast is ook nog eens een fabriekshal tot toneelzaal omgevormd, de TheaterBakkerHey, waardoor het cultureel aanbod in Gouda met sprongen vooruit gaat. In de binnenstad zelf is het einde van de crisis zeer goed zichtbaar, want de winkelleegstand neemt zienderogen af. Boven de winkels worden steeds meer ruimtes omgevormd tot wooneenheden, wat de levendigheid van de stad zeer ten goede komt.

Tot slot verdienen ook particulieren vermelding die kosten noch moeite hebben gespaard Ingehuisom hun oude huizen te restaureren en te verfraaien. Was vorig jaar de regentenwoning De Roos aan de Oosthaven vermeldenswaardig, dit jaar is dat het woonhuis van Tony en Inge Philips aan de Hoge Gouwe. Met een ijzeren volharding hebben zij hun totaal vervallen huis weten op te kalefateren tot een fraai monument en een sierraad aan de gracht. Dit jaar werd als laatste onderdeel van dit project de voorgevel onder handen genomen. Hun voorbeeld verdient navolging, want er zijn nog steeds monumenten in Gouda die een stevige opknapbeurt verdienen. Om te eindigen waar we begonnen: aan de Turfmarkt staan nog steeds vier voormalige gemeentepanden leeg, die wachten op grondige renovatie. Dat gebeurt, maar tergend traag. Jammer dat ODMH hier niet de daadkracht aan de dag legt, die ze wel toont rond de Turfmarktkerk. Risico’s voor omwonenden zijn zo mogelijk nog groter (er was al eens brand door een verborgen hennepplantage op zolder), maar nog steeds leidt dat niet tot doortastendheid.

 

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.