Een kast, een kast, een koninkrijk voor een kast

Bibliofielen zijn een raar slag mensen. Ze kenmerken zich door een niet te stillen honger naar boeken, maar lezen zelf weinig. Daar hebben ze eigenlijk geen tijd voor. Steeds zijn zij op zoek naar nieuwe aanwinsten voor hun collectie, want die is nooit compleet. Als bibliofielen namelijk iets niet kunnen, dan is het wel afgrenzen en inperken; focussen heet dat tegenwoordig. Dat komt omdat ze bij het afstruinen van boekenmarkten, kringloopwinkels, veilingen en beurzen voortdurend stuiten op exemplaren die dan wel VanderVinneniet in hun collectie passen, maar er toch ook prachtig uitzien, fraai vormgegeven zijn of een bijzondere signatuur hebben. Je bent nu eenmaal boekenliefhebber of je bent het niet. En als de prijs dan ook nog meevalt, dan kun je ook zo’n buitenbeentje natuurlijk niet laten liggen.

Gevolg is, dat de bibliofiel ondanks zijn heilige voornemen zich voortaan in te houden en zich te beperken tot zijn daadwerkelijke interessegebied, voortdurend te kampen heeft met geld- en ruimtegebrek. In plaats van het geld te reserveren voor het moment dat dat unieke boek, waarnaar hij al jaren op zoek is, op de markt komt, stilt hij zijn honger tussentijds met buitenkansjes en koopjes. Als dan het daadwerkelijke droomboek voor het grijpen c.q. kopen ligt, schieten de middelen niet zelden tekort om mee te blijven bieden. Bovendien nemen die ‘ook mooi’-aanwinsten een groot deel van de ruimte in de boekenkasten in beslag, waardoor er voor de fraaie exemplaren van de feitelijke collectie steeds minder ruimte is om ze optimaal tot hun recht te laten komen.

Gisteren had ik het voorrecht een oog te mogen werpen op de verzameling van een collectioneur die het anders aanpakt. In zijn appartement staan aan de wanden geen boekenkasten, maar grote vitrinekasten, met daarin boeken met de fraaist denkbare boekbanden vanaf de late middeleeuwen tot heden. Dat is dan ook zijn verzamelgebied: boekbanden. De inhoud doet er bij hem minder toe; het is de vorm die het doet. Fraaie leren en perkamenten geblindstempelde bijbels en theologische werken staan zij aan zij met gebedenboeken van allerlei formaat met schildpadomkleding of voorzien van kostbaar goud of zilver. Maar ook moderne boekomslagen, art deco of jugendstil, uit de negentiende of vroeg twintigste eeuw krijgen bij hem een plek. Een collectie om je vingers bij af te likken, al kun je dit beter niet doen omdat vocht slecht is voor boeken.

Het opbouwen van zo’n collectie vereist precisie, kennis, smaak en natuurlijk ook geld. Hoewel ik over al deze zaken wel enigermate denk te beschikken, denk ik niet dat het mij zou lukken zo gericht te werk te gaan. Daarvoor is mijn interessegebied eenvoudigweg te groot, evenals mijn honger voor boeken. Ik spits mij dan wel toe op enkele terreinen (Goudana, Bestandstwisten, Bijbels, stadsgeschiedenissen, katholieke polemieken en algemene geschiedwerken), maar ook daarbuiten heb ik nog vele boeken die mij dierbaar zijn en waar ik nooit afstand van zou willen doen. Mijn grootste vijand daarbij is steeds opnieuw ruimte. ‘Waar laat je al die boeken?’ is na ‘heb jij dat allemaal gelezen?’ de vraag die het meest aan mij gesteld wordt.

Bij onze verhuizing van de nieuwbouw naar de binnenstad van Gouda, nu acht jaar geleden, dacht ik voor lange tijd verlost te zijn van mijn ruimtevrees. Ik kreeg voor mijn boeken immers een hele benedenverdieping als bibliotheek beschikbaar, die schier oneindige mogelijkheden leek te bieden voor mijn verzamelwoede. Toch bleek ook dezeKast1 ruimte als snel weer te klein. Door het instorten van het modern antiquariaat kon ik het niet laten elke donderdag op de Haagse boekenmarkt, maar ook op de jaarmarkten in Dordrecht, Deventer en elders, grote aantallen prachtige boeken aan te schaffen tegen ridicuul lage prijzen. Daarnaast weten mensen mij steeds meer te vinden als zij van boeken van zichzelf of van overleden familieleden afwillen. En zeg dan maar eens nee.

Kort voor de Deventer markt, zoals altijd op de eerste zondag in augustus, leek het moment aangebroken dat ik tegen mijzelf moest zeggen: vol = vol. Dat kon niet waar zijn. Tompoes verzin een list. Ik dacht al aan het inrichten van een boekenkast in onze garage of een tijdelijke opslag op het werk, toen een inbrengwinkel – in elk geval tijdelijk – een oplossing bood. Daar zag ik in de etalage een wonderlijke kast staan, die precies bood wat ik zocht: dubbele ruimte. Deze Chinese kast, met donkere buitenkant en fraai kersenhouten binnenzijde, was ongetwijfeld niet bedoeld voor boeken, maar is er uitstekend voor geschikt. En met enig passen en meten was er nog net plek voor te maken in mijn bibliotheek, binnen de randvoorwaarden die mijn lief van meet af aan heeft gesteld: we moeten net genoeg ruimte overhouden om er met ons boodschappenkarretje langs te kunnen richting keuken. En zo heb ik met Chinese hulp voorlopig weer ruimte om mijn verzameling uit te breiden. Een hele troost.

Kast2

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.