’t Arminiaens Testament. De Bestandstwisten in een spotprent samengevat

In de inmiddels tien jaren dat ik het voorrecht geniet om als docent Goudologie te mogen vertellen over duizend jaar kerkgeschiedenis van Gouda, gebruik ik ter illustratie van de roerige episode van de Bestandstwisten steevast een detail uit een bekende contraremonstrantse spotprent. De bijzondere positie van het Gouda van die dagen, als vrijplaats voor allerlei afwijkende opvattingen, komt in dit detail goed tot uitdrukking. Het fragment maakt deel uit van een veel groter geheel, dat als titel ’T ARMINIAENS TESTAMENT draagt en is gegraveerd door Claes Jansz Visscher. Van deze spotprent bestaan twee sterk van elkaar verschillende versies, die beide zijn uitgegeven in 1618. Het Goudse detail in deze prenten is echter identiek, met dien verstande dat in de bewerkte versie – die ik onlangs op een Haarlemse veiling heb weten te bemachtigen – de letter G. is toegevoegd. Die letter verwijst naar een toelichtende “Inventaris” die aan beide zijden van de prent is toegevoegd (maar ontbreekt bij mijn exemplaar). Blijkbaar had ook de lezer uit die tijd behoefte aan nadere toelichting op deze uitbundige spotprent, die bol staat van verwijzingen en symboliek.

De twee versies van t’Arminiaens Testament verschillen op diverse punten van elkaar. De meest uitgebreide versie en de bewerkte variant zijn gespiegeld van elkaar. Bovendien zijn aan de zijkant en onderaan de uitvoeringen in elkaar geschoven en versimpeld. De uitgebreide versie heeft onderaan ook de steden verpersoonlijkt in de vorm van vrouwfiguren. In de bewerkte versie laat hij het bij de stadswapens.

TestamentVersie2

TestamentMetInventaris

Visscher heeft zijn Arminiaens Testament overduidelijk gebaseerd heeft op een spotprent van Simon Frisius, die verscheen in 1609 met als titel Piramide van de Vrede. Deze prent vredeverscheen bij het ingaan van het Twaalfjarig Bestand, dat de Noordelijke Nederlanden in een rustiger vaarwater moest brengen. Nu de strijd tegen Spanje was geluwd, laaiden de onderlinge conflicten echter hoog op, met een theologisch dispuut over de predestinatie (Goddelijke voorbeschikking) als aanleiding en brandstof voor het conflict. De fiere overwinningsobelisk voor de jonge Republiek die Frisius met zijn burijn oprichtte, is bij Visscher verworden tot een wankel bouwwerk van remonstrantse signatuur. Hij legt daarmee de schuld voor de binnenlandse troebelen volledig bij remonstranten, die met leugen en bedrog de ware (contraremonstrantse) gereformeerde kerk en het voorspoed van het land ondermijnd zouden hebben. Waar Frisius zijn bouwwerk laat flankeren door de personificaties van Vroomheid (Pietas) en Rechtvaardigheid (Justitia), doet Visscher dit door Laster-Leugen en Lichtverley.

Bovenop de toren zit een non, met in haar hand een rozenkrans en een boek Zij verbeeldt het ‘Misverstand’ en kijkt door haar vingers. Onder deze non zijn op torenspits de wapens van de steden afgebeeld waar de remonstranten het voor het zeggen hebben (of, zoals de contraremonstrantse toelichting wil, “steden, die de oude Religie afgevallen” zijn). Daaronder zijn kleine brilletjes te zien, de ‘christallijne brillen’, een verwijzing naar een berucht remonstrants pamflet, in 1613 geschreven door Bernardus Dwingloo en uitgegeven door Jasper Tournay in Gouda. Maar de brillen moeten de beschouwer ook in staat stellen de waarheid helder te zien.

Dan volgen van boven naar beneden negen taferelen, waarin geruchtmakende gebeurtenissen uit de voorafgaande jaren in genoemde steden worden afgebeeld. Elk van die taferelen is voorzien van het wapen van de betreffende stad. Bij Kampen wordt getoond hoe contraremonstranten de stad worden uitgezet terwijl een plakkaat wordt voorgelezen. In Alkmaar lopen de slijkgeuzen – een scheldnaam voor de contraremonstranten – naar Koedijk om daar een kerkdienst bij te wonen bij een geestverwante dominee. In Hoorn worden de bruggen opgehaald om de troepen van prins Maurits tegen te houden. In Schoonhoven wordt het huis waarin contraremonstranten hun kerkdiensten houden, afgebroken door de stadszakkendragers, die daarvoor beloond worden met een groot vat bier.

TestamentDetail

Dan volgt het tafereel over Gouda. Te zien zijn de hoogleraar Jacobus Arminius en zijn beoogd opvolger aan de Leidse universiteit, Conradus Vorstius. Zijn benoeming werd aangehouden omdat er twijfels waren over zijn rechtzinnigheid. Hij werd met open armen in Gouda ontvangen en kocht een huis aan de Turfmarkt (waar nu de synagoge staat). Daar schreef hij jarenlang boeken om zich te verdedigen tegen alle aantijgingen. Vorstius houdt op de prent samen met Arminius een boek van bedreigend grote omvang vast, de zogenoemde ‘Goudse catechismus’. In werkelijkheid was dit een klein leerboekje voor de schooljeugd, geschreven door de Goudse predikant Herman Herbers, diens zoon Dirck en zijn collega Thombergen, dat in Gouda gebruikt werd in plaats van de elders gangbare Heidelbergse Catechismus. Links op de prent staan waardgelders, huursoldaten die de schutterij moesten versterken voor het geval stadhouder Maurits een aanval op de stad zou doen. Rechts wordt iemand de stad uitgeleid door de schout. Dat verwijst naar de dolerende (contraremonstrantse) poorter Dirck Geduldich, die in 1617 werd verbannen wegens het houden van heimelijke kerkdiensten binnen de stad.

Onder Gouda in het bouwwerk het tafereel van Rotterdam. Daar wordt een schuur waarin contraremonstranten in het geniep bijeenkomen, dichtgespijkerd. Ook wordt een kanon geplaatst op een wal voor het stadhuis. Verder is het plakkaat van Schieland van 21 juni 1616 afgebeeld, gericht tegen contraremonstrantse kerkdiensten in Zevenhuizen. In Haarlem zitten afgedankte waardgelders opgesloten onder het schavot en worden schepen en schuiten op indringers onderzocht. In Leiden is de zogenoemde Arminiaanse Schans te zien, een verdedigingswerk van het remonstrantse stadsbestuur in de Breestraat. De ijzeren pinnen die daarop te zien zijn werden Oldebarnevelts tanden genoemd, naar de politieke beschermheer van de remonstranten. Verder een kanon en een hooiwagen. Geheel onderop worden in Utrecht de contraremonstranten de stad uitgezet op basis van een plakkaat van 1617. Rechts leggen de waardgelders de eed af. Op de achtergrond is te zien hoe zij hun wapens moeten neerleggen. `Elc sijn beurt’ staat erbij geschreven. Onderaan staat “Dat Hof is uyt” (het spel is uit).

Eerdergenoemde personages Laster-Leugen en Lichtverley houden elk een stok in hun hand, met daaraan verschillende voorwerpen. Links staat ‘Laster-leugen’ met aan zijn stok allerlei voorwerpen die verwijzen naar titels van bekende remonstrantse pamfletten. Afgebeeld zijn van boven naar onder: (links) “Naespoor, Sedich versoek, Am[sterdamse] Brie[ven], Tols, Kerfstok, Conventus, Onderl[inge] verdraechs[aem]heit, Postbode, Bloempot, Quelgeest” (en rechts) “Reuck appel, Weechschael, K[leyne] Wechwijser, Vrag-al, Wat Nieus, Taffereel” en helemaal onderaan “Brantclock”. In spiegelschrift staat naast de voorwerpen de kryptische zin: “De seel morders bullen” (De zieldodende geschriften?) en eronder dwarrelt een geschrift, met in spiegelschrift “Remonstrantse brieven”. Aan de rechterkant heeft Lichtverley allerlei attributen van de waardgelders aan zijn stok, “Wertgelders wapenen”, zoals een harnas, laarzen en zwaarden. Aan zijn riem bungelt een stevige geldbuidel, waarmee de huurlingen betaald worden.

Links en rechts naast beide personages zweven kleinere personages door de lucht: links verjaagt de figuur de “Tijt” de kwelgeesten Twijst (Twist), Bedroch en Gewelt. Rechts is het een engel die op een loftrompet blaast met het woord Fama (Faam). Vanaf de stok van Laster-Leugen lopen diverse touwen naar een toren aan de linkerzijde en bij die lijnen zijn de volgende teksten geplaatst: “Gouden stock – Levendich discours – Pracktick van Spanschen Raet – Provijsioneel openinge – Geisel – Gulden S. Jan. Bovenop de kasteeltoren waaraan de touwen zijn vastgemaakt zijn twee leeuwen te zien: de Nederlandse leeuw met zwaard en vrijheidshoed. De andere leeuw houdt zeven pijlen vast; symbool voor de zeven gewesten. Bovenop de toren staan een boom met het Latijnse devies van stadhouder prins Maurits. “Tandem fit Surculus Arbor” (Uiteindelijk wordt het een boomtak). Halverwege deze toren staat een man met een verrekijker, met de tekst “Die noch tou sach”.

Ook rechts is nog een toren te zien. Daarboven steekt de hand van God uit een wolk, “der Vromen hulp”, die aan drie hengsels een zeef vasthoudt. Op de rand van de zeef staat “Hooch nodich”. Aan de linkerkant steekt een bos met zeven pijlen naar buiten – weer het symbool voor de zeven gewesten – met rondom in een halve cirkel de tekst “Godt helpende dese beschermen wij”. Vanaf de toren schudt prins Maurits, met boven zich de tekst “Je Maintiendray”, aan de zeef. Sommige personen die plaats hebben genomen op de zeef vallen erdoor, de afgrond in. Dat zijn volgens het bijschrift “Weifelars” (in de andere editie van de prent heten zij “waggelmutsen”). In spiegelschrift is daar nog het woord “wackerheijt” bijgeschreven.

Lager op het wankele bouwwerk in het midden staan aan weerszijden vier “Waertgelders”, die met gebogen hoofden, geboeide handen en geketende voeten staan. Op hun schouders aan beide kanten zit een uil, volgens de toelichting op de prent “by alle vremde Vogelen gehaet, ende die van alle andere Vogelen wert nagekreeten”. Aan de voeten van de waardgelders rechts en link grote massa’s mensen, met de tekst “verscheyden natien”. Helemaal onderaan kijken de figuren Nijdt en Bedroch arglistig om de hoek, de eerstgenoemde met een troffel in de hand. De andere heeft een hamer in zijn linkerhand en in de rechterhand een bord met een drol. Op zijn hoofd staat een muizenval.

Helemaal onderaan is een brede band van “Orangien” gespannen, met de tekst “Den bandt der vrye Vereende Nederlanden”. Eronder zijn de wapens van de zeven gewesten afgebeeld, die door de Oranjes bij elkaar worden gehouden. Daarmee laat deze prent zien dat de Bestandstwisten niet alleen een religieus dispuut waren, maar vooral ook een politiek conflict. De spanning tussen het streven naar gewestelijke soevereiniteit (gepersonifieerd door Johan van Oldenbarnevelt, raadspensionaris van Holland) en de centralistische aspiraties van de Oranjes (in de persoon van stadhouder prins Maurits) werden uiteindelijk met behulp van militaire bluf door laatstgenoemde beslecht.

Op deze gedetailleerde wijze heeft Visscher in zijn spotprent een fraaie samenvatting gegeven van de contraremonstrantse visie op de Bestandstwisten. Daarmee is het een dankbaar object voor een docent die deze gecompliceerde materie moet uitleggen aan een lekenpubliek.

 

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.