De Goudse Catechismus (1607) en een Goudse catechismus (2014)

De Goud­sche Cat­e­chis­mus zorgde er in 1607 voor dat Gouda de woede van heel 070720102752calvin­is­tisch Ned­er­land over zich afriep. In plaats van de Hei­del­bergse Cat­e­chis­mus, die bin­nen de gere­formeerde kerk ver­plicht was gesteld om de gelovi­gen de leer van Calvijn in te scher­pen, koos het lib­er­ti­jnse Gouda voor een veel milder en ruimer leer­boek, dat om die reden door de tegen­standers smal­end werd aange­duid als een “schoen die iedereen past”. Schri­jvers en ‘gebruik­ers’ van de Goudse Cat­e­chis­mus waren de remon­strantse predikan­ten Eduard Pop­pius, Har­boldus Thomber­gen en  Dirck Her­bers. Het liep niet goed af met deze voor­gangers. Zij wer­den door  de Syn­ode van Dor­drecht in 1618 uit de gere­formeerde kerk gezet en ver­vol­gens uit het land en uit hun ambt gezet. Zie over de achter­gron­den http://www.goudsecanon.nl/15/1607/De-Goudse-Catechismus/

Van de roem­ruchte Goud­sche Cat­e­chis­mus, met als titel Korte onder­wi­js­inghe der VNK25GlismijerAfbCatechsismus2kinderen in de chris­telijcke religie, zijn maar enkele exem­plaren overgeleverd. Gelukkig bevindt zich in de Goudse Lib­rije, de oude stads­boek­erij die in bewar­ing is gegeven aan het Streekarchief Midden-Holland, nog een exem­plaar van dit werkje dat gedrukt werd door Jacobus Migoen, die woonde en werkte in de drukkerij ‘In de lad­der Jacobs’ aan Achter de Vis­markt. Op veilin­gen of bij anti­quar­i­aten is nim­mer een exem­plaar aange­bo­den. De kans dat ik ooit de hand zou kun­nen leggen op dit werkje is dan ook nihil. De ware boeken­sne­u­per gaat in dat geval op zoek naar een alter­natief, dat op z’n minst enigszins tege­moet komt aan zijn ontem­bare bezitsdrang.

thumb.php

Daar­door ben ik sinds van­daag in het gelukkige bezit van een Goudse cat­e­chis­mus. EEN, niet DE. Het betreft ook geen exem­plaar van papier, maar in oliev­erf, van de hand van de fijn­schilder Ruud Verk­erk en ver­vaardigd in zijn ate­lier aan de Lage Gouwe; op Goudse bodem dus. Met zijn fijne penseel heeft hij een oude ‘katholieke cat­e­chis­mus’ uit de vroege acht­tiende eeuw geschilderd, waar­van de ver­sleten rug de bindin­gen en rafels een fraai lij­nen­spel vor­men. Het gaat om een boekje dat hij jaren gele­den in deze toe­s­tand op de Raam kocht tij­dens de vri­j­markt op Koninginnedag. De titel van het werkje luidt: Med­i­ta­tien tot de H. Com­mu­nie op alle de sonda­gen en andere hoog-tijdagen des jaers. Schri­jver was Abra­ham van der Mat (pseudoniem voor de Utrechtse priester Abra­ham van Brienen (1606–1683). Het betreft een her­druk uit 1709, gedrukt in Antwer­pen en uit­gegeven in Lei­den door de boek­drukker en boekverkoper Chris­tianus Ver­mey. Dezelfde drukker zou vier jaar later overi­gens met zijn Goudse collega’s, de stads­drukkers Johannes en Andries Enden­burg, de allereer­ste stads­geschiede­nis van Gouda van de persen laten komen, geschreven door de pas­toor Ignatius Walvis.

Het­zelfde lij­nen­spel en de kleurstelling van de ‘cat­e­chis­mus’ zetten zich op het schilderij voort in een schelp die Verk­erk bovenop het boekje heeft gelegd. Wereld­wijd is de schelp een sym­bool bij begrafenis­riten, bedoeld om een overledene een aan­ge­naam lot in het hier­na­maals te wensen. In die zin is dit een toepas­selijk sym­bool in com­bi­natie met een cat­e­chis­mus, aangezien een dergelijk leer­boek ook de weg naar heil­szek­er­heid wil wijzen. In de Hei­del­berger is deze weg geplaveid met onzek­er­heid, opof­fer­ing en de absolute afhanke­lijkheid van de almachtige God.  Het Goudse leer­boek daar­ente­gen was min­der veeleisend en bood  - bij alle gevraagde toewi­jd­ing aan God — uitein­delijk meer ruimte voor de vrije wil van de mens.

In oliev­erf op paneel heb ik nu toch mijn Goudse cat­e­chis­mus. Van de schilder heb ik het boekje, fraai ver­sierd met prenten, erbij gekregen.

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.