Gereformeerd kijkje in een Roomse zielhttp://www.paulabels.nl/wp-content/uploads/2014/11/RD3-225x300.jpg

Het Refor­ma­torisch Dag­blad, met een groot lez­ers­bereik in de behoudende en bevin­delijke seg­menten van protes­tants Ned­er­land, reserveerde maar liefst drie pagina’s voor een groot inter­view met bovengetek­ende. Dat deze kerkhis­tori­cus onlangs gerid­derd  was, vor­mde vol­doende aan­lei­d­ing hem eens aan de tand te voe­len over zijn kijk en het geloof en het leven. De mooie foto op de bijlage-omslag is goed gekozen, aangezien Arnaut van Geluwe, leken­polemist aan het front van de contra-reformatie, stri­jd­vaardig over mijn schoud­ers meek­ijkt. De plofkop op de bin­nen­pag­ina doet meer denken aan een gevulde pater dan aan een afge­trainde weten­schap­per, maar zal daarmee wel vol­doen aan de in refor­ma­torische kring lev­ende vooro­orde­len van het Rijke Roomse Leven… Mooi dat deze behoudende refor­ma­torische zuil toch zoveel open­heid betoont en belang­stelling heeft voor opvat­tin­gen buiten de eigen kring. Daar kun­nen de vele religie–bash­ers in deze tijd wat van leren.

RD1RD2RD3

 

 

Na elf jaar krijgt Pibo-boek zijn mooiste recensie

Deze maand is het alweer elf jaar gele­den dat mijn boek over de merk­waardige Fries Pibo Ovit­tius van Abbema ver­scheen. Het boek, uit­gegeven door de pres­tigieuze Fryske KrantAkademy, kreeg des­ti­jds promi­nent aan­dacht in de media. Lan­delijke dagbladen,  vakbladen als het His­torisch Nieuws­blad en zelfs het geschiedenis­pro­gramma OVT van de VPRO maak­ten er meld­ing van. Mijn jong­ste dochter Anouk was des­ti­jds nog maar 14 jaar en beloofde mij plechtig dat zij het boek zou lezen ‘als ze later groot was’. Als klein kind was ze menig­maal meegezeuld naar dor­pen en kerken in de ver­ste uithoeken van het land waar Pibo gewoond en gew­erkt had. Voor haar was hij een sprook­jes­figuur, waarover haar vader span­nende ver­halen kon vertellen. Dat prikkelde soms ook haar eigen fan­tasie, bijvoor­beeld toen we eens een bezoek brachten aan Olde­boorn, het dorp waar Pibo woonde voor zijn ver­ban­ning uit Fries­land. Lopend over een grind­pad bij de kerk aldaar zong zij tot hilar­iteit van haar twee oud­ere zussen een zelfver­zon­nen lied: “kners, kners, kners, zijn moeder is gestor­ven…”. Nu is het kleine meisje groot gewor­den en werkt ze als ein­dredac­teur van de Boekenkrant. Dit weekeinde ver­raste zij mij met een unieke edi­tie van haar krant, gewijd aan mijn boek van Pibo. Zij loste daarmee haar belofte van des­ti­jds op cre­atieve wijze in. Nu het later was en zij groot, was het vol­gens haar tijd voor een vol­waardige recen­sie van mijn boek. Ons bei­der liefde voor het boek kon niet fraaier tot uit­drukking gebracht worden.

De his­tori­cus en de kameleon van het noorden

His­tori­cus Paul Abels raakte gefasci­neerd door een zestiende-eeuwse Fries met de opmerke­lijke naam Pibo Ovit­tius Abbema. In Ovit­tius’ Meta­mor­pho­sen onthult de his­tori­cus het leven van een man van vele gezichten.

Door Anouk Abels

Paul Abels, die onlangs gerid­derd werd voor zijn inzet voor de Ned­er­landse kerkgeschiede­nis, bleef tij­dens zijn vele archief­be­zoeken aan­lopen tegen de naam Pibo. De mys­terieuze Fries ont­popte zich als apotheker, priester en dom­i­nee, maar ook als leu­ge­naar en bedrieger. Wie was deze man, die op zoveel plekken en met zoveel ver­schil­lende beroepen het verleden onveilig maakte? Toen Abels tij­dens een spon­taan bezoek aan een kerk in Alde­boarn een gedenksteen voor Pibo aantrof, besloot hij zijn lev­ensver­haal op te teke­nen. Een taak die de kerkgeschied­kundige, zoals hij in zijn inlei­d­ing schri­jft, als een echte his­tori­cus wilde aan­pakken: ‘De geschied­schri­jver is immers geen romancier die het verleden naar eigen believen kneedt in het belang van een span­nend, ontroerend of poëtisch verhaal.’

(meer…)

De geschiedenis schrijven van de stad waar je van houdt

Onder deze prikke­lende titel schreef de Enschedese uit­gever Paul Abels, van AfdH Uit­gev­ers, op 7 novem­ber in het Twentse opinieblad De Roskam een prikke­lende bij­drage over het belang van stads­geschiede­nis vanuit uit­gev­ers– en bewon­ersper­spec­tief. enschede1_560x355Aan­lei­d­ing was de ver­schi­jn­ing van de stads­geschiede­nis van Enschede, stad uit stoom en strijd door dr. Wim Nijhof.  De uit­gever voelde zich daar­toe enigszins uitgedaagd door enkele tweets van mij, zijn gelijk­namige achterneef. Als ervar­ings­deskundige, die heeft meegew­erkt aan de stads­geschiedenis­sen van Gouda en van Rijswijk, ben ik van mening dat zo’n veelz­i­jdig geschied­w­erk beter niet door 1 per­soon geschreven zou moeten wor­den. Er is immers een breed scala aan exper­tises vereist om alle rel­e­vante facetten van de geschiede­nis van een stad te doorgronden. 

Een schri­jver­scol­lec­tief garan­deert overi­gens niet bij voor­baat dat een stads­geschiede­nis een suc­ces wordt. Alge­meen bek­end zijn de prob­le­men die ontston­den bij de tot­stand­kom­ing van de Haar­lemse stads­geschiede­nis, toen een veel­heid van auteurs een echte syn­these in de weg stond en er een boek ver­scheen met een ver­snip­perde inhoud. Daar hebben anderen van geleerd, zodat ste­den als Dor­drecht, Lei­den en Gouda en een uit de krachten gegroeid dorp als Rijswijk, die met meer even­wichtig samengestelde boeken op de kaart wer­den gezet. Belan­grijk daar­voor is, dat vooraf goed nagedacht wordt vanuit welk per­spec­tief de betrokken auteurs het verleden van de stad bezien. Doen zij dat vanuit een soort heli­copter­view, met de stad als hoofd­per­soon, of doen zij dat vanuit de inwon­ers, met de burg­ers als vertrekpunt. Verder zijn een heldere struc­tuur en goede afspraken over stijl en omvang van de afzon­der­lijke delen, alsmede een spe­ciale beel­dredac­teur en een ein­dredac­tie met doorzettings­macht absolute voor­waar­den om een stads­geschied­schri­jv­ing­spro­ject tot een suc­ces te maken.

Daar komt dan vanuit opdracht­gev­ers– en uit­gev­ersper­spec­tief nog het finan­ciële aspect bij. De afgelopen decen­nia heeft in dat opzicht vele vari­anten te zien gegeven. Er waren extreem dure pro­jecten, zoals Dor­drecht, dat des­ti­jds ruim een miljoen gulden op tafel legde, Delft — dat onlangs ook een grote som reserveerde — of Ams­ter­dam, dat met vijf dikke delen in zes boeken finan­cieel de pan uitrees. Maar er zijn ook voor­beelden als Zut­phen en Gouda, die met releatief geringe mid­de­len en met de medew­erk­ing van een grote schare geschoolde ‘amateur-historici’ en pas afges­tudeer­den ook ges­laagde pro­jecten wis­ten af te ron­den. Het aller­be­lan­grijk­ste is echter dat de geschiede­nis van stad en land wordt vast­gelegd en dat de ken­nis erover steeds weer wordt verdiept en aange­vuld. Enschede heeft dus ‘uit armoede’ gekozen voor een een­mans­boek. Dat kon in de tijd van Van Ben­them of Stroink. Of dat nu kan betwi­jfel ik. Zwolle en Rot­ter­dam gin­gen Enschede voor en dat zijn niet bepaald de stads­geschiedenis­sen die voor­beeldig zijn.

Het aller­be­lan­grijk­ste is echter dat we een mod­erne stads­geschiede­nis van Enschede hebben en dat is voor een snel veran­derde en nog steeds veran­derende stad als Enschede van lev­ens­be­lang.  Dergelijke boeken zijn immers een belan­grijke stim­u­lans voor inwon­ers om zich te gaan verdiepen in het verleden van hun directe woonomgev­ing. Daar­door zullen zij zich eerder gaan inzetten voor behoud van mon­u­menten en stadss­choon, zullen zij hun kinderen eerder ver­halen vertellen over hun stad en haar inwon­ers en kun­nen verenigin­gen en ini­ti­atieven op het vlak van cul­tuur en his­to­rie flo­r­eren. Dan moet het niet bij een boek alleen bli­jven. Het boek moet gaan leven, bijvoor­beeld door “Enschedeologie”-cursussen, waarin geïn­ter­esseer­den een cur­sus kun­nen vol­gen over het verleden van hun stad (na Bossolo­gie is er nu ook al Goudolo­gie, Schoonho­volo­gie en Dor­tolo­gie). Ook het opstellen van canons is zo’n vorm om de inhoud van de stads­geschiede­nis breder te ver­sprei­den en bijvoor­beeld voor kinderen toe­ganke­lijk te maken. Enschede is dus nog niet klaar.  Laat het geen een­mansaan­gele­gen­heid bli­jven, maar maak deze stads­geschiede­nis tot een lev­end prod­uct van alle Enschedeërs.

Zie hieron­der het betoog van uit­gever Paul G.F. Abels (meer…)

Standbeeld voor een Vlaamse Boer

Vangeluwebeeld

De zoek­tocht naar (kerk)historische objecten als boeken en beelden lev­ert de verza­me­laar soms ver­rassende ont­dekkin­gen op en brengt hem op onverwachte plaat­sen. Zo deed een adver­ten­tie op een Bel­gis­che vari­ant van Mark­t­plaats ons deze maand een tocht van 240 kilo­me­ter onderne­men naar het plaat­sje Houthalen, nauwelijks 40 kilo­me­ter ver­wi­jderd van de Franse stad Lille (Rijs­sel), om daar een curieus object te bemachti­gen. Het object, dat uitein­delijk na suc­cesvolle onder­han­delin­gen in de kof­fer­bak van de auto mee naar huis kon wor­den genomen, is in de kern te beschouwen is als een artistieke negentiende-eeuwse ver­tal­ing van lokale trots op een frontstri­jder van de contrareformatie.

De hoofd­per­soon
Drie jaar gelden wijdde het Tijd­schrift voor Ned­er­landse Kerkgeschiede­nis een heel the­manum­mer aan Arnout van Geluwe, alias de Vlaamse boer. Deze merk­waardige figuur uit de hoogti­jda­gen van de con­trar­efor­matie wist als ongeschoolde leek in woord en geschrift de strijd aan te binden met menig gere­formeerde predikant uit de Republiek.

(meer…)

Nico Habermehl (1946–2014) is geschiedenis geworden

Van­daag over­leed mijn goede vriend en kom­paan in de geschied­schri­jv­ing van Gouda,  Nico Haber­mehl. Een gedeelde passie voor geschiede­nis legde een ste­vig fun­da­ment onder onze vriend­schap. Samen hebben we vele activiteiten onder­nomen om de stad Gouda ook in his­torisch opzicht op de kaart te zetten. De stads­geschiede­nis, in 2002

Nico Habermehl na zijn promotie in 2000 tot doctor aan de Leidse universiteit.

Nico Haber­mehl na zijn pro­motie in 2000 tot doc­tor aan de Lei­dse universiteit.

ver­sch­enen onder de titel Duizend jaar Gouda,  was daar­van het absolute hoogtepunt.  Voor Nico was de geschiede­nis een onu­it­put­telijke bron van ver­halen waar hij naar hartelust uit kon put­ten. Als geboren verteller wist hij velen in Gouda te inter­esseren voor het verleden van de stad. Hij schreef boeken, artike­len en stukken in de krant, hij maakte televisieprogramma’s over het verleden van Gouda, sprak voor de radio en gaf lessen Goudolo­gie en ontel­bare lezin­gen. Nog in zijn laat­ste lev­en­s­jaar, toen hij wist dat hij het gevecht tegen zijn ziekte niet kon win­nen, bleef hij schri­jven, met onder meer een boekje over het gebouw Arti­Legi aan de Markt en een artikel over de Islam in Gouda als resul­taat. Ook als spreker bleef hij de ver­halen opdis­sen, met als absolute hoogtepunt de geïm­pro­viseerde speech van zeker twintig minuten nadat zijn vrien­den en de burge­meester van Gouda hem let­ter­lijk overvie­len met het ere­burg­er­schap van de stad. Enkele weken gele­den viel hij let­ter­lijk stil. De man die zijn hele leven in het teken had gesteld van het gespro­ken en geschreven woord had geen tekst meer en berustte in zijn lot. Omringd door zijn vrouw en twee zonen blies hij in de ocht­end van 17 okto­ber zijn laat­ste adem uit. Wat zal iedereen hem missen!

Goudse Post, RD en ND pakken ridderlijk uit

RDVNK                                                    Refor­ma­torisch Dag­blad (boven),

Goudse Post (linkson­der)                                                   Ned­er­lands Dag­blad (rechtsonder) krant 1TNKfoto

Het heeft de Koning behaagd…

Gerid­derd door de burge­meester van Gouda in in stam­pvolle Oud-Katholieke Kerk waar het 25-jarig Bestaan van de Verenig­ing voor Ned­er­landse Kerkgeschiede­nis werd gevierd. Geweldige ver­rass­ing en zeer vereerd door deze blijk van waarder­ing van mijn vrien­den van de VNK en van His­torische Verenig­ing die Goude.

Ridderlijk

 

TERUG NAAR GOUDA, de nieuwe bundel van de VNK en die Goude

Op zater­dag 11 okto­ber viert de Verenig­ing voor Ned­er­landse Kerkgeschiede­nis (VNK) haar 25-jarig bestaan in de stad waar zij in 1989 werd opgericht: Gouda. Net als des­ti­jds wordt bij de organ­isatie nauw samengew­erkt met His­torische Verenig­ing die Goude. In de goede tra­di­tie van de VNK, maar ook in die van die Goude, voe­gen beide verenigin­gen met de bun­del TERUG NAAR GOUDA een num­mer toe aan hun indruk­wekkende uit­gaven­reeks. Dit keer staat de vraag cen­traal wat het kerkhis­torisch onder­zoek in de afgelopen kwart eeuw aan nieuwe inzichten heeft opgeleverd, zowel wat betreft de Ned­er­landse kerkgeschiede­nis in het alge­meen, als wat betreft de kerkgeschiede­nis van de stad Gouda. Vooraanstaande auteurs als prof. dr. Koen Goudri­aaan, prof. dr. Mir­jam van Veen, prof.dr. Mir­jam de Baar, prof. dr. Jan Jacobs en prof.dr. Jan van Her­waar­den hebben een bij­drage geleverd voor dit boek, maar ‘ama­teurs’ in de goede zin van het woord, zoals mw. Hen­nie van Dolder-de Wit, Mar­i­anne van der Veer, Kees Plaizier en Marieke Abels. De ein­dredac­tie was in han­den van Paul Abels, Jan Jacobs en Mir­jam van Veen. De bun­del kost in de winkel €28,50; leden van die Goude en de VNK betalen €19,50

omslagje

Marieke Abels doet bijzondere ontdekking over de zus van Jan Steen

His­torisch onder­zoek van de Goudse his­tor­ica Marieke Abels ten beho­eve van een nieuw boek over de Goudse kerkgeschiede­nis heeft een opmerke­lijke ont­dekking opgeleverd. De zeventiende-eeuwse Lei­dse schilder Jan Steen, bek­end van zijn schilder­i­jen van vrolijke en rom­melige huishoudens, blijkt een bij­zon­dere relatie te hebben gehad met Gouda. In veel van deze stukken komt een in het donker gek­lede vrouw voor, die kinderen troost, oud­eren ver­ma­nend of bel­erend toe­spreekt of gewoon deel­neemt aan het fam­i­liege­beuren. Het gaat hier om een zoge­heten ‘klopje’, een onge­huwde vrouw die een geestelijk leven in de wereld leidt.

Twee fragmenten uit schilderijen van Jan Steen waarop zijn zus Swaantje Agnes Steen te zien is als klopje. Eronder handtekeningen van de jonge en de oudere Swaantje.

Twee frag­menten uit schilder­i­jen van Jan Steen waarop zijn zus Swaan­tje Agnes Steen te zien is als klopje. Eron­der handtekenin­gen van de jonge en de oud­ere Swaantje.

Bek­end is dat Jan Steen, die ook zichzelf vaak heeft afge­beeld op zijn schilder­i­jen, zijn zus Swaan­tje Agnes Steen meestal als model heeft gebruikt voor dit klopje. Swaan­tje was inder­daad ook zo’n klopje. Niet bek­end was dat Swaan­tje ruim twintig jaar in Goude woonde, nadat zij zich in 1682 inkocht in het zoge­heten Prove­nier­shuis. Dit huis voor met name alleen­staan­den stond op het Bol­w­erk, waar zich nu het Best West­ern Hotel bevindt. Met de ont­dekking van de Goudse con­nec­tie van Jan Steen is er een tweede beroemde zeventiende-eeuwse schilder die in ver­band kan wor­den gebracht met deze stad. Al langer is bek­end dat Rem­brandt van Rijn zijn huishoud­ster en bijs­laap Geertje Dircksz ged­won­gen liet opne­men in het Goudse Tuchthuis. Zoals Rem­brandt deze vrouw diverse keren heeft gebruikt als model voor zijn schilder­i­jen, zo heeft Jan Steen zijn in Gouda woonachtige zus Swaan­tje diverse keren een plek gegeven in de door hem geschilderde huishoudens. Marieke Abels is gepe­cialiseerd in de geschiede­nis van de klop­jes. Dit typ­isch Ned­er­landse fenoneem ontstond na de Refor­matie, toen alle kloost­ers in ons land ges­loten, herbestemd of afge­bro­ken wer­den. Vrouwen die toch een religieus leven wilden lei­den, toegewijd aan God en de kerk, plaat­sten zich onder begelei­d­ing van een biecht­vader, bleven onge­huwd en zetten zich zich op aller­lei manieren in voor de rooms-katholieke kerk. Ook Gouda telde in de zeven­tiende eeuw hon­der­den klop­jes. Het artikel met de onthulling over de zus van Jan Steen zal ver­schi­j­nen in de bun­del Terug naar Gouda. Religieus leven in de maal­stroom van de tijd, die op 11 okto­ber aanstaande zal ver­schi­j­nen ter gele­gen­heid van het 25-jarig bestaan van de Verenig­ing voor Ned­er­landse Kerkgeschiede­nis. Op die dag vindt in de Oud-Katholieke Kerk aan de Hoge Gouwe een feestelijk con­gres van deze VNK plaats, dat wordt geor­gan­iseerd in samen­werk­ing met His­torische Verenig­ing die Goude. Naast lezin­gen wor­den op die dag ook spe­ciale kerkhis­torische the­mawan­delin­gen aange­bo­den. Marieke Abels zal er daar­van een voor haar reken­ing nemen, gewijd aan het thema ‘vrouw en kerk in Gouda’.

VNK na 25 jaar Terug naar Gouda

In het gedenkwaardige jaar 1989, toen overal in de wereld muren geslecht wer­den en TerugnaarGoudahoop glo­orde, wer­den in Gouda ook ban­den ges­meed tussen mensen die voor­dien hoofdza­ke­lijk in geï­soleerde eigen krin­gen en zuilen ver­keer­den. Kerkhis­torici met zeer uiteen­lopende con­fes­sionele achter­grond von­den elkaar in de opricht­ing van een lan­delijke Verenig­ing voor Ned­er­landse Kerkgeschiede­nis (VNK). In de grote Sint-Janskerk gaven ruim twee­hon­derd belang­stel­len­den hun fiat aan dit ini­ti­atief, vanuit de over­tuig­ing dat de kerkgeschied­schri­jv­ing in ons land toe was aan zo’n door­braak. Inmid­dels zijn we een kwart eeuw verder en is het tijd om de bal­ans op te maken. Wat heeft de VNK kun­nen beteke­nen voor de kerkgeschiede­nis? Heeft de kerkgeschiede­nis überhaupt nog wel toekomst en bestaan­srecht in deze snel sec­u­laris­erende samen­lev­ing? Kor­tom; is er wel reden voor een feestje?

Het VNK-bestuur nodigt alle leden uit om op 11 okto­ber 2014 opnieuw naar Gouda te komen om die (tussen)balans op te maken. Vol­gens een beproefde for­mule zal daar­bij de kerkgeschiede­nis van de stad van samenkomst de basis en het vertrekpunt vor­men voor deze Dag van de Ned­er­landse Kerkgeschiede­nis. In lezin­gen en een spe­ci­aal voor de gele­gen­heid samengestelde bun­del artike­len wordt stilges­taan wat wij in de afgelopen 25 jaar wijzer zijn gewor­den op het kerkhis­torisch vlak; wat betreft Gouda, en in breder opzicht ver­vol­gens ook in Ned­er­land als geheel. Prof.dr. Willem Fri­jhoff opent de dag met een lez­ing onder de feestelijke — maar door het vraagteken ook omineuze titel “Lang leve de Kerkgeschiede­nis?”. Ver­vol­gens zal de Goudse kerkhis­tori­cus Paul Abels de kerkhis­to­rie van zijn stad vergelijken met het lan­delijk normbeeld.

Veel van wat Abels te berde zal bren­gen is gebaseerd op onder­zoek van hemzelf in de afgelopen decen­nia, maar ook van vele anderen die zich in deze peri­ode met de Goudse geschiede­nis hebben bezigge­houden. His­torici als Marieke Abels, Henny van Dolder-de Wit, John Exalto, Gert­jan Glis­mei­jer, Koen Goudri­aan, Jan van Her­waar­den, Kees Plaizier, Mir­jam van Veen, Mar­i­anne van der Veer en Nico Haber­mehl pre­sen­teren in de bun­del Terug naar Gouda. Religieus leven in de maal­stroom van de tijd de nieuw­ste inzichten over de Goudse kerkgeschiede­nis en kop­pe­len die waar mogelijk aan een bredere trend in Ned­er­land. In het boek wordt daar­naast door Jan Jacobs, Paul Abels en Chris­ti­aan Ravens­ber­gen teruggekeken en nabeschouwd op de activiteiten van de VNK in de afgelopen 25 jaar. Het boek wordt, net als de eerste VNK-bundel In en om de Sint-Jan uit 1989, uit­gegeven in samen­werk­ing met His­torische Verenig­ing Die Goude.

Na het inhoudelijk deel van de bijeenkomst, dat wordt gehouden in de ‘Kleine Sint-Jan’, zoals de Oud-Katholieke Kerk aan de Hoge Gouwe ook wel wordt genoemd, kun­nen de deel­ne­mers kiezen uit ver­schil­lende the­marondlei­din­gen door Gouda. De dag wordt afges­loten met een receptie.