De eigenheid van de Reformatie te Naaldwijk

Fotonaald1Ter gelegenheid van de alom herdachte start van de Reformatie, deze maand 500 jaar Fotonaald3geleden, mocht ik in de prachtige Grote of Adrianus-Kerk van Naaldwijk op 12 oktober een lezing houden over de invoering van de kerkhervorming in deze Westlandse plaats. Voor een omvangrijk gehoor dook ik na 23 jaar opnieuw in de resultaten van mijn promotieonderzoek, dat ik op Hervormingsdag 1994 samen met mijn vriend en collega Ton Wouters verdedigde aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Waar in deze dubbeldissertatie de stad Delft centraal stond, heb ik voor deze gelegenheid Naaldwijk – ook behorend tot de classis Delft en Delfland uitgelicht. Dat bracht enkele bijzondere kenmerken aan het licht.

Naaldwijk9Zo beschikt Naaldwijk over het alleroudste kerkenraadsboek van Nederland. Het dateert van 9 augustus 1572, amper vier maanden nadat de geuzen met de inname van Den Briel voet aan de grond kregen in Holland. Het boek begint met een terugblik, want Naaldwijk was de enige plaats in de classis waar al voor deze gebeurtenis een gereformeerde gemeente ‘onder het kruis’ was gevormd, waarvan de leden hadden moeten vluchten naar Duitse gebieden. Op de eerste pagina staat te lezen:

Register vande acten, geschiedenissen, oirspronck, voortganck ende obbouwinge vande gemeente van Naeldwijck nae den Woorde Gods gereformeert naedat die eerste verstroijinge der christenen in den jaere 1567 begonnen en desen Nederlanden een eijnde genomen hadde ende es beginnende vande 9. Augusti anno 1572

Na een bespreking van de verschillende kerkelijke en maatschappelijke veranderingen die het gevolg waren van deze omwenteling, was mijn conclusie dat Naaldwijk een reformatieproces heeft gekend met geheel eigen kenmerken:

– Vroege beginNaaldwijkje23
– Oudste administratie
– Alleen Vlaamse predikanten en ‘idioten’ (ongestudeerden)
– Geen probleempredikanten; geen Bestandstwisten
– Rijke diakonie
– Een eigen – maar zwakke – Latijnse School; vooral goed voor rederijkerij, die fel bestreden werd door de classis

De Reformatie in Naaldwijk blijkt, gelet op de hoge opkomst van deze avond, nog steeds springlevend en het herdenken waard.

Oude paden en een nieuwe baan

Wellicht voor vaste lezers van dit blog onverwacht, maar voor ‘binnenstaanders’ zeker niet, is schrijver dezes op 1 september 2017 begonnen aan een nieuwe baan. Daarmee komt zijn tot op heden anonieme ambtelijke bestaan als medewerker van achtereenvolgens de BVD, de AIVD, de NCTb en de NCTV plots in de schijnwerpers te staan. De decennialange ervaring als inlichtingenproducent en -consument vormde voor de Universiteit Leiden aanleiding hem te benoemen als bijzonder hoogleraar Governance of Intelligence en Security Services, zeg maar geheime diensten. Zijn ‘comming out’ vond plaats via De Volkskrant op de dag van zijn aanstelling via een interview met Huib Modderkolk.

VK

Een tweede, wat langer en persoonlijker, artikel verscheen op 7 september in het weekblad Elsevier.

Abels2

Abels3

Abels1

De komende vijf jaar ga ik proberen het in Nederland nog onderontwikkelde vak van Inlichtingenstudies op de kaart te zetten en het debat over de aansturing en het functioneren van deze bijzondere dienst impulsen te geven. Dat zal niet alleen gebeuren via media-optredens, maar ook door middel van het geven van colleges, het begeleiden van studenten en promovendi, het doen van eigen onderzoek en het publiceren over de materie. Helemaal blanco ben ik niet wat betreft publicaties op dit vlak. In de publicatielijst op deze site trof u die niet aan, want die hebben louter betrekking op historisch onderzoek, maar onderstaande artikelen en boekbijdragen van (mede) mijn hand hebben reeds het licht gezien.  Hopelijk kunnen hier weldra de nodige titels aan toegevoegd worden.

.

En voor de Goudse achterban verscheen op 22 september het volgende portret:

AD-GH

En voor de Twentse achterban, een interview met Theo Hackert in de krant van mijn vroegere werkgever. Over Almelo, de emigratie naar het Westen, ervaringen met de BVD en NCTV en – natuurlijk – de liefde voor Heracles.

TC0TC1

 

 

 

 

 

 

 

.

.

En in het Journaal, gevolgd door Nieuwsuur.

Nieuwsuur2

Publicaties op vlak I&V en CT

P.H.A.M. Abels, R. Willemse, Veiligheidsdienst in verandering; de BVD/AIVD sinds het einde van de Koude Oorlog, in: Justitiële Verkenningen. Themanummer Inlichtingendiensten 2004, afl. 3, p. 83-98.

Paul Abels, ‘Je wilt niet geloven dat zoiets in Nederland kan’. Het Nederlandse contraterrorismebeleid sinds 1973, in: I. Duyvesteyn, B. de Graaf (red.), Terroristen en hun bestrijders vroeger en nu, Amsterdam 2007, 121-128.

P.H.A.M. Abels, Dreigingsbeeld terrorisme Nederland: nut en noodzaak van een ‘all-source threat assessment’ bij terrorismebestrijding, in: E.R. Muller, U. Rosenthal, R. de Wijk (red.), Terrorisme. Studies over terrorisme en terrorismebestrijding, Deventer 2008, p. 535-544.

P.H.A.M. Abels, ‘Inlichtingen- en veiligheidsdiensten en terrorismebestrijding’, in: B.A. de Graaf, E.R. Muller en J.A. van Reijn (red.), Inlichtingen- en veiligheidsdiensten, Kluwer Alphen a/d Rijn 2010, p. 205-223

P.A., De brede benadering in de terrorismebestrijding: oorsprong, ontwikkeling en stand van zaken, (Den Haag 2012) via www.nctv.nl

Max de Bruijn, Paul H.A.M. Abels, ‘Het dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN). Kanonschot of brandklok? Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing 10 (2012) nr. 6, p. 39-41.

Paul H.A.M. Abels, ‘Terrorisme van de toekomst’. Magazine Nationale Veiligheid, 14.1 (2016) 17-18.

P.H.A.M. Abels, ‘De toekomst van het terrorisme’. Inleiding op de conferentie Tien jaar DTN; barometer van de dreiging, 16 december 2015

Paul Abels, ‘Beschaffung und Auswertung. The Sense or Nonsense of a Wall between Collection and Processing’. Voordracht NISA 25th anniversary conference 1991 – 2016. Witness to CHANGE Intelligence analysis in a changing environment, 28 oktober 2016.

Paul Abels, ‘Inlichtingen en nieuwe partners in het digitale tijdperk’. Het einde van alle geheimen [Bijdrage aan openingsconferentie ISGA, 9 november 2016]

Paul H.A.M. Abels, Threats and guarantees for ethical behaviour in the world of intelligence and security, in: Michael Kowalski (ed.), Ethics of counterterrorism (Amsterdam 2017) p. 123-134.

P.H.A.M. Abels, J. de Roy van Zuijdewijn, Dreigingsbeeld terrorisme Nederland: nut en noodzaak van een ‘all-source threat assessment’ bij terrorismebestrijding, in: E. Bakker e.a. (red.), Terrorisme. Studies over terrorisme en terrorismebestrijding [ter perse]

Archeologie van het papier; graven in oude boeken

Oude boeken dragen een hele geschiedenis met zich mee. Een boek kan veel vertellen over vorige eigenaars, verschillen in smaak door de tijden heen, voorkeuren van eigenaren, technieken van de drukker(s) en boekbinder(s), et cetera. Je zou kunnen zeggen dat oude drukken zich uitstekend lenen voor boekarcheologisch onderzoek. Er zijn verzamelaars die alleen puntgave exemplaren in hun kast willen, met frisse badzijden en compleet wat het illustratiemateriaal betreft. Voor mij is dat van minder belang. Voor mij moet een boek het patina van de tijd hebben, waaraan valt af te lezen dat het gelezen en gebruikt is. Voor mij is alles acceptabel, zolang de bladen maar niet los liggen of de boekband niet meer doet wat zij geacht wordt te doen: de boel een beetje bij elkaar houden. Als daarvan sprake is wordt het tijd voor de restaurator of de boekbinder.

In Gouda hebben we het geluk dat hier een vakvrouw als boekbinder en papierrestaurator waterjufferwerkzaam is die behoort tot de besten van Nederland. Niet voor niets weten belangrijke instellingen als de Universiteitsbibliotheek van Leiden en het Rijksmuseum in Amsterdam haar te vinden als hun boeken en documenten hersteld moeten worden. Deze expert, Wilma van Iperen werkt onder de bedrijfsnaam De Waterjuffer dagelijks in haar werkplaats aan de Korte Raam met grote precisie en geheel volgens de regels van het ambacht aan het herstel en behoud van cultureel erfgoed.  Toen ik ondanks voor een grijpstuiver een exemplaar van de bekende stadsgeschiedenis van Gouda van Ignatius Walvis uit 1713 in zeer deplorabele staat kon aanschaffen, ben ik uiteraard naar haar atelier gesneld om te bezien of zij er heil in zag het boek nog voor het nageslacht te redden. Dat kon.

Dit exemplaar van de Walvis was zeker de moeite waard. De lederen band was weliswaar Walvisbandzwaar beschadigd en los geraakt van het boekblok, maar het werk was nog compleet; overcompleet zelfs, want het boek bevatte naast de vier gebruikelijke gravures (een stadsplattegrond en afbeeldingen van het Kasteel, de Sint-Jan en het Stadhuis) nog twee grote uitvouwbare platen. Die waren door verkeerd en ruw open- en terugvouwen echter behoorlijk beschadigd geraakt en in eerder tijden tamelijk provisorisch met papierstroken hersteld. Verder zijn de bladzijden behoorlijk verveeld en vervuild, en een deel van de pagina’s heeft wormvraag aan de bovenzijde. Het zou de nodige uren kosten, maar Wilma was alleszins bereid om er weer wat fatsoenlijks van te maken.

walvisvouw

Het mooie van zo’n officiele boekrestauratie is, dat het boek geheel uit elkaar gehaald wordt, waardoor je meer aan de weet komt over bindwijzen en vorige restauraties. Elke stap in de restauratie wordt keurig beschreven en op zuurvrij papier achter in het boek gelegd. Op die manier weten latere restauratoren precies wat een voorganger met het werk gedaan heeft. Uit het verslag van de werkzaamheden blijkt dat mijn Walvis in eerder tijden al een keer gerestaureerd is, waarbij het boek opnieuw genaaid is, niet meer op ribben, maar op verzonken touwen zoals dat in het jargon heet. Ook bleek dat de oorspronkelijke schutbladen al een keer vervangen waren.

misintentie


Van de wormgaatjes in een deel van de bladzijden werden alleen de grotere, waar meer schade te vrezen zou zijn in de toekomst, van een steunlaagje van Japans papier voorzien. De oorspronkelijke kapitalen (het bindwerk bovenaan de rug, waren niet meer aanwezig en werden daarom opnieuw geknoopt op touw met linnen garen.

WalvisbandDe boekband onderging ook een opmerkelijke ingreep. Al het leer was losgekomen van de platten en daardoor behoorlijk gekrompen. De meer gave achterzijde is vervolgens als voorzijde gebruikt en de oorspronkelijke – zwaar beschadigde – voorzijde is aan de achterkant gekomen. Het leer daarvan is ingestuckt en een los deel teruggeplakt. Het leer van de rug werd helemaal vernieuwd en voorzien van een zuurvrije inleg-rug met nepribben. Een deel van de oorspronkelijke rug, met titelaanduiding, kon daarna weer een plek krijgen. Het gebruikte leer betreft plantaardig gelooid kalfsleer.

Het boek bevat geen provenance; dat wil zeggen inschrijvingen van namen of andere gegevens van vorige eigenaren. Van wie het boek geweest is valt dus niet meer na te gaan. Wel is dus duidelijk dat er in eerder tijden ingrepen zijn gepleegd. De toevoeging van de twee extra gravures moet van later datum zijn, omdat die pas rond 1730-1741 zijn gedrukt, terwijl het boek oorspronkelijk in 1713 van de persen kwam. Ergens aan het eind van de negentiende of begin twintigste eeuw moet er ook een restauratie plaatsgevonden hebben, afgaand op het bij de jongste restauratie ontdekte fragment van het tijdschrift De Tijdspiegel, dat in deze periode verscheen. Tot slot trof ik in het boek ook een een briefje aan dat refereert aan de beroemde pagina 123 van deel 1. Deze bladzijde komt maar in een klein aantal exemplaren van de WWalvisbriefjealvis voor, omdat deze op last van de familie van een notaris vervangen moest worden door een neutralere aanduiding. De aanwezigheid van de gecensureerde bladzijde maakt dat dit exemplaar een hogere marktwaarde wordt toegekend dat exemplaren met een gecorrigeerde pagina.

Dankzij Wilma van Iperen kan deze Walvis weer enkele eeuwen mee en is een belangrijk stukje cultureel erfgoed behouden voor het nageslacht.

Pieter vander Slaart voor de eeuwigheid bewaard; met dank aan de boekenmarkt van Deventer

Vandaag vond de 29ste boekenmarkt van Deventer plaats. In de loop der jaren moesten wij hooguit twee keer verstek laten gaan. Vanaf het eerste jaar waren wij daar present, want waar krijg je anders de kans om zoveel boeken bijeen te zien en zijn er zoveel mogelijkheden om verrassende vondsten te doen. Daarvoor is het wel zaak vroeg op te staan en in alle vroegte ter plekke te zijn, op het moment dat handelaren nog bezig zijn hun waar uit te stallen. Op dat tijdstip, zo vanaf half negen, heb je nog alle ruimte en gelegenheid om de boeken op de kramen te bekijken. Het spannende is dat je ‘s-ochtends niet weet, waarmee je ‘s-middags naar huis terug zult keren. Ik heb wel eens specifiek naar een boek gezocht, maar dan kom je het zelden of nooit tegen. Maar wel boeken die je daar nooit had verwacht of waarvan je het bestaan niet wist.

Slaart

Ook dit jaar keerden wij rond het middaguur huiswaarts met een goed gevulde rugtas. Dit keer werd zelfs de hand gelegd op een zestal fraaie oude drukken, die te koop werden aangeboden voor ongedacht lage prijzen. Ook dat is een charme van deze boekenmarkt: soms worden belachelijke, veel te hoge prijzen gevraagd, maar een andere keer kent de aanbieder overduidelijk de marktprijs van zijn waar niet. Dan is het zaak toe te slaan en dat deed ik vandaag. De meest bijzondere aankoop was een boekje met een bijzondere en dierbare herinnering, die teruggaat tot mijn studententijd. Rond 1980 volgden mijn studiegenoot Ton Wouters en ik het bijvak “Intellectuele betrekkingen” bij professor Hans Bots. In deze (werk)colleges kregen de deelnemers opdracht onderzoek te doen naar een van de vele boekdrukkers die eind zeventiende en begin achttiende eeuw actief waren in Rotterdam.

Ton en ik kozen voor de boekdrukker Pieter vander Slaart. Hij had een gat in de markt ontdekt door een Nederlandstalig geleerdentijdschrift uit te geven, getiteld Boekzaal van Europe.  Hierin waren vooral recensies te lezen van pas verschenen boeken. De Rotterdamse geleerde Pieter Rabus was eindredacteur. Beiden stonden aanvankelijk op goede voet met elkaar en de persen van Van der Slaart produceerden naast het tijdschrift ook diverse boekwerken. De eerste vrucht van hun samenwerking betrof de uitgave van een door Rabus bezorgde Zeeuwse dichter, P.J. Beronicius. Uitgerekend dit boekwerkje uit 1691, in octavo gedrukt en in perkament gebonden, vond ik vandaag in Deventer. Het was destijds de tweede titel in het fonds van Van der Slaart, in het eerste jaar van het bestaan van zijn drukkerij, en de eerste uitgave met zijn eigen drukkersmerk: in elkaar gevlochten initialen PvdS.

De relatie tussen Rabus en Van der Slaart verslechterde naar verloop van tijd en de boekdrukker had het steeds moeilijker om zijn hoofd financieel boven water te houden. Uiteindelijk ging hij in 1702 failliet. In de bij die gelegenheid opgemaakt boedelinventaris staan ook grote voorraden onverkochte, door hem gedrukte boeken. Het boekje van Beronicius was toen blijkbaar al uitverkocht, want dat wordt niet vermeld.

Ons artikel over Van der Slaart ging vergezeld van een reconstructie van zijn uitgeversfonds. In totaal traceerden wij destijds 81 titels met eigen titelpagina’s. Daarmee wist deze Rotterdamse drukker een klein, maar zeer divers fonds op de markt te brengen. De resultaten van onze inspanningen bleven erg lang op de plank liggen, maar onze bijdrage zou zeventien jaar later alsnog in druk verschijnen (P.H.A.M. Abels, A.P.F. Wouters, Pieter vander Slaart, boekdrukker en boekverkoper in Cicero, 1691-1702, in: H. Bots, O.S. Lankhorst, C. Zevenbergen (red.), Rotterdam bibliopolis. Een rondgang langs boekverkopers uit de zeventiende en achttiende eeuw, Rotterdam 1997, p. 327-363).

Dankzij de Deventer boekenmarkt ben ik thans in het gelukkige bezit van een door Pieter van der Slaart gedrukt boekje!

Lopik past predikantenlijst aan

Een van de redenen om historisch onderzoek te doen is het steeds scherper in beeld brengen van het verleden. Daarom is het altijd een groot genoegen om te zien dat de resultaten van deze inspanningen concrete vruchten afwerpen. Vandaag stuitte ik op een lokale nieuwszender in Lopik, die bericht over een correctie van de borden met de namen van de predikanten die in dit dorp op de kansel stonden. Die aanpassingen blijken gebaseerd om een onderzoek van mij uit 2004.

predikantenlijst

Lopik – Op woensdag 5 juli 2017 heeft de voorzitter van de kerkenraad van Lopik, ds. A.J. Sonneveld een nieuwe en bijgewerkte predikantenlijst ontvangen. Deze oude lijst is in 1944 aangeboden door onze oud predikant Prof. Dr. S. van der Linden. Alle daarop volgende predikanten worden daar op vermeld. Van der Linden heeft deze lijst samen kunnen stellen alleen aan de hand van de beschikbare kerkenraads notulen. Volgens deze lijst zou onze huidige predikant Sonneveld de 39ste predikant zijn, maar dat is volgens deze nieuwe predikantenlijst niet correct. Hij is nu de 41ste predikant in onze gemeente.

In 2004 heeft kerkhistoricus Dr. Paul H.A.M. Abels een artikel gepubliceerd, “Predikantenlijst provincie Utrecht tot 1622” hierin stond Lopik ook vermeld, met 2 predikanten die niet op de Van der Linden lijst voorkomen.
Aan de hand van deze lijst is er verder onderzoek gedaan. Dr. Abels gaf al aan dat hij onderzoek had gedaan voor zijn boek “Ovittius metamorphosen. De onnavolgbare gedaantewisselingen van een (zielen)dokter in de reformatietijd”. In het oude archief van de State van Utrecht heeft hij deze gegevens gevonden en deze flarden van aantekeningen in het genoemde artikel beschreven.
Er zijn nu 2 predikanten toegevoegd, namelijk de 4de predikant in rij, ds. Pieter Jansz. Backer en de 5de is ds. Dirck Thomasz. Van der Goude. Deze predikanten worden ook niet genoemd in de lijst van Frans Verkade van de website www.dominees.nl.
De predikanten komen inderdaad voor in de oude stukken van de Staten van Utrecht. Ze zijn in ieder geval benoemd door de State van Utrecht, of ze ook daadwerkelijk in Lopik geweest zijn is niet duidelijk. Ze komen niet voor in de kerkenraads notulen, dat weten we. Het kwam in die tijd wel vaker voor dat een benoemde predikant, nog nooit een voet heeft gezet in het dorp waar hij aangesteld was.
Als je de predikantenlijst zo ziet, zegt het ons niet veel, het zijn namen van predikanten. Maar achter deze namen schuilen vele verhalen. Het waren niet altijd brave borsten geweest, zeker niet net na de reformatie. Om deze namen wat meer te laten leven, wordt er nog steeds onderzoek gedaan naar deze predikanten. Diverse archieven worden onderzocht om zo meer te weten te komen over deze herders en leraren.
Op zaterdag 9 september is er op Lopik Open Monumentendag, met als thema: Boeren, burgers en buitenlui. Het grootste monument, onze dorpskerk zal dan ook open zijn. U kunt dan deze nieuwe predikantenlijst bekijken en er zal dan ook kleine stukjes te lezen zijn over de (eigen)aardigheden van de predikanten. Verder is er een fototentoonstelling te zien, een diapresentatie met ingekleurde foto’s van de oude kerk en dorpsstraat en word er op diverse borden in de kerk informatie gegeven over de kerkklok, muurschilderingen en restauratie van de kerk.

Bus vol Büchnerfans bij opening Büchnerhuis aan de Turfmarkt

Bordje

Op de plek waar van 1806 tot 1855 de bekende Goudse stadsarts Willem Frederik Büchner woonde met zijn vrouw Elisabeth Polijn is op 15 juni 2017 een ANWB-tekstbordje onthuld,

Oudste foto van het woonhuis van Büchner, door zijn dochter gezonden naar familie in Hessen.

Oudste foto van het woonhuis van Büchner, door zijn dochter gezonden naar familie in Hessen.

waarop de verdiensten van de mans voor de gezondheidszorg in Gouda zijn beschreven. Het bordje is aangebracht op het kantoor en woonhuis van Khalid Boutachekourt en zijn echtgenote Linda Emmelkamp. Zij kochten het pand in 2009. Voorheen deed het gebouw dienst als kerkelijk centrum Het Brandpunt, behorend bij de nabijgelegen gereformeerde Noorder- of Turfmarktkerk. Kerk en toebehoren werden in dat jaar verkocht omdat ze door de fusie van de gerformeerden en hervormden tot Protestantse Kerk in Nederland (PKN) overbodig waren geworden. Toen de nieuwe eigenaren hoorden dat op de plek van hun pand ooit de beroemde stadsarts had gewoond, besloten ze Het Brandpunt om te dopen in het W.F. Büchnerhuis, welke naam in fraaie letters boven de hoofdingang werd aangebracht. Dankzij het tekstbordje weten voorbijgangers nu ook op wie de naam van het pand betrekking heeft.

Portret van Büchner (ca. 1840)

Portret van Büchner (ca. 1840)

De plechtigheid werd extra bijzonder dankzij de aanwezigheid van 22 leden van het Louise Büchner Gesellschaft uit Hessen, de geboortestreek van de Goudse arts. De Duitse gasten zijn bewonderaars van de familie, die naast de Goudse arts onder meer ook een bekende feministische schrijfster – achternicht Louise, naar wie de vereniging is genoemd – en de invloedrijke toneelschrijver Georg Büchner, een neef, telde. Het gezelschap kwam speciaal naar Gouda om in het voetspoor van Willem Frederik de stad te leren kennen. Na rondleidingen door stad en museum werden ze ook in het Büchnerhuis ontvangen, waar ze in twee lezingen bijzonderheden voorgeschoteld kregen over de Nederlandse tak van de familie. In de verhalen van de germanist en tekstbewerker Jan Gielkens en handtekeningBuchnerondergetekende viel op dat de familie Büchner talrijke artsen, wetenschappers en schrijvers  heeft voortgebracht. Ook de gelijkenis in de fysionomie tussen de verschillende Büchners viel op, met name het gedrongen gestalte, ronde hoofd, de ‘hohe Stirn’ en de diepe frons in het voorhoofd. Ook de wenkbrauwen van de aanwezigen fronsten, toen uit het verhaal bleek dat de bewonderde Goudse arts naast zeven wettige kinderen ook nog een onwettig kind had verwekt bij de pijpmaakster Krijna van Reeuwijk, dat notabene dezelfde namen als de arts meekreeg: Willem Frederik Büchner.

Leden van het Louise Büchner Gesellschaft bij de buste van Friedrich Wilhelm

Leden van het Louise Büchner Gesellschaft bij de buste van Friedrich Wilhelm

 

Büchnerfan uit Hessen fotografeert zijn idool in Museum Gouda

Büchnerfan uit Hessen fotografeert zijn idool in Museum Gouda

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bordje2Nadat het Duitse gezelschap was uitgezwaaid arriveerden een select gezelschap van Goudse gasten uit de medische en historische wereld voor de officiële onthulling van het tekstbordje. Die werd verricht door de Goudse burgemeester Milo Schoenmaker. Daarna mochten de aanwezigen luisteren naar de twee eerdergenoemde voordrachten, maar nu in de Nederlandse taal, en naar een verhaal van dr. Van de Heijden, internist in het voormalige St-Jozefziekenhuis. Na een schets van de ziekenzorg door de eeuwen heen sloot hij zijn betoog af met een boeiende reconstructie van het bewogen en zich jarenlang voortslepende fusieproces van de Goudse ziekenhuizen tot het Groene Hart Ziekenhuis, waarbij hij nauw betrokken was geweest. De drie verhalen leidden tot een prachtige gedachtenwisseling over de ziekenzorg, de verzuiling en het kerkelijk leven in Gouda.

 

500 jaar Reformatie in Gouda herdacht

Dit jaar is het op de kop af 500 jaar geleden dat de Duitse monnik Maarten Luther de knuppel in het Roomse kippenhok wierp. Met het aanslaan van 99 stellingen aan de deur van de slotkapel van Wittenberg, waarin hij zijn kritiek op de aflatenpraktijk van de Rooms-Katholieke Kerk vervatte, werd de aanzet gegeven voor een ingrijpende verandering en uiteindelijk ook een versplintering van de christelijke eenheid in de wereld. Refo500StJanDeze beweging, die Hervorming of Reformatie ging heten, kende en kent vele richtingen. Ook een middelgrote stad als Gouda telt vele tientallen vertakkingen van een beweging die begon met Luther en hier in de Nederlanden vooral werd doorgezet door volgelingen van een andere hervormer, de Fransman Jean Calvin (Calvijn).

Historische Vereniging Die Goude heeft ter gelegenheid van 500 jaar Reformatie een speciaal themanummer het licht laten zien. Onder de titel ‘De Goudse Reformatie vertakt’ worden hierin de lotgevallen van enkele tientallen grote en kleine protestantse kerken beschreven. In eerdere studies en ook in de stadsgeschiedenis uit 2002 werd er al veel over deze religieuze geschiedenis van de stad gepubliceerd, maar de diverse (kerk)historici die aan dit nummer meewerkten zijn erin geslaagd nog veel onbekende episodes en gegevens uit de bronnen op te duikelen. Zo beschrijft mw. Henny van Dolder – De Wit, de onverslijtbare oud-archivaresse van de Sint-Janskerk – de geschiedenis van de Waals-gereformeerde gemeente, die twee eeuwen kerkte in de Gasthuiskapel. Aan deze Franstalige kerk was tot op heden nog nauwelijks aandacht besteed. J.M. ten Napel dook in de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk van Gouda vanaf 1849 tot haar opgaan in de Protestantse Kerk van Nederland (PKN). Hij liet zelfs reconstructietekeningen vervaardigen van het verdwenen kerkgebouw aan de Kattensingel en ook de thans bouwvallige Turfmarktkerk komt aan bod.

Tidinge

Natuurlijk ontbreken in de Tidinge de lutheranen, aanstichters van het jubileum, niet. In een bijdrage van dr. J.J.H. Bik wordt geschetst hoe zij hier al vroeg de beschikking kregen over de Joostkapel aan de Lage Gouwe. Het in deze kapel hangende fraaie – en voor Nederland unieke – portret van dominee Clemens Bijsterveldt als pastor bonus (goede herder tussen de schapen), siert ook de omslag van het tijdschrift als ode aan de lutheranen. Maar ook de vele evangelische en bevindelijke bewegingen in de stad ontbreken niet en komen aan de orde in bijdragen van respectievelijk A.J. Dijkstra en J. Mastenbroek. In de bijdrage van laatstgenoemde staat een foto van een kerkje dat verstopt ligt achter de Nieuwehaven en dat waarschijnlijk maar weinig Gouwenaren weten te vinden. De geschiedenis van de grote Hervormde Gemeente is minder onbekend, maar Udo Doedens is erin geslaagd in haar ontwikkeling in enkele heldere lijnen uit te tekenen.

Zelf heb ik geprobeerde alle doperse sporen in Gouda in kaart te brengen. Doopsgezinden AanbiedingRefo500-2waren hier weliswaar slechts een zeer kleine kudde, maar hun geschiedenis verdient het eveneens om te boek gesteld te worden. Dankzij een tip van archivaresse Marianne van der Veer kwam ook het bestaan van een doopsgezinde vermaning (kerk) in de Hoefsteeg aan het licht. Zij wees mij erop dat de kerk vermeld werd in een inventarisatie van brandemmers in de stad uit 1677. Net na afsluiting van het tijdschrift ontdekte ik overigens dat mijn veronderstelling dat het hier ging om een kerk van de behoudende stroming van de ‘Vlaamse mennisten’ door niemand minder dan  Ignatius Walvis wordt bevestigd in zijn stadsgeschiedenis uit 1713. Bij zijn beschrijving van het kort na de overgang van de stad naar de prins in 1572 afgebroken Minderbroederklooster, meldt hij dat op die plek de hoefsteeg was gebouwd en dat daar – op de plek waar het koor van de kloosterkapel had gelegen – tot voor kort de Vlaamse mennisten kerk hielden.

Deze bijzonder aflevering van de Tidinge, maar liefst 60 pagina’s dik, werd op 10 juni 2017 in de Sint-Janskerk door mij aangeboden aan de Goudse wethouder  Corine Dijkstra. Dat gebeurde tijdens de Zuid-Hollandse viering van Refo500. Voor niet-leden van die Goude is het tijdschrift in de boekhandel te koop voor 5 euro.

 

Een traan bij het einde van een dierbaar archief

Aan de Oude Delft, op steenworp van de Prinsenhof en in de slagschaduw van die scheve toren van de Oude Kerk, is het Delftse stadsarchief gevestigd. In een zestiende-eeuws AC6pand, dat de naam Wapen van Savoyen draagt. Daar worden eeuwen Delftse geschiedenis zorgvuldig bewaard en ontsloten. Nog wel, maar niet lang meer. Het archief dat zo sereen de stilte van eeuwen ademt, waar je als onderzoeker de geschiedenis aan den lijve kunt voelen en aanraken, wordt namelijk opgestoten in de vaart der volkeren. Vele archiefinstellingen gingen hem voor in een poging eigentijds en modern te zijn. Nu moet Delft er ook aan geloven en daarom moet het archief verhuizen naar een – God betert – een industrieterrein. Maar ook dat is niet nieuw. Ook in Gouda verdwenen de archiefstukken al eerder naar zo’n troosteloos gebied, ongeveer op het laagste punt van Nederland. De studiezaal bleef in de oude stad, ondergeschoven in de stedelijke bibliotheek annex uitspanning, waar de bezoeker in een lawaaierige omgeving geduldig moet wachten tot zijn aangevraagde document met een busje uit het Moordrechtse depot is gehaald. Rust kan hij alleen vinden in een container, waarvan er maar een paar zijn.

Archieven in Nederland worden dus overal opgeslokt in grotere verbanden, met musea, bibliotheken en andere erfgoedinstellingen. Daar komt bij dat het aantal echte archivarissen vaak met een zaklamp gezocht moeten worden. In plaats daarvan maken ArchiefDelftmanagers, communicatieadviseurs en educatief medewerkers de dienst uit. Wat prijs ik mij gelukkig dat ik de afgelopen veertig jaar nog historisch onderzoek heb mogen doen in echte archieven, op prachtige historische locaties, waar de stukken onder handbereik lagen en de weg werd gewezen door echte archiefkenners. Zoals in Delft, waar ik jarenlang vele dagen in de studiezaal doorbracht voor het onderzoek voor mijn dissertatie. Waar zijn ze gebleven, de Harry van Leeuwens en Bas van der Wulpen, die onvermoeibaar hielpen zoeken naar stukken die niet of op een verkeerde plek in een inventaris waren opgenomen, dozen bleven aanslepen, gratis kopieën maakten omdat het ‘voor de wetenschap’ was en die zelf ook zoveel van de materie wisten dat zij vastlopende zoektochten weer op gang wisten te brengen.

Vandaag was ik voor het eerst sinds jaren weer in dat archief in Delft. Voor een klein onderzoekje. En zowaar: alsof er niks was veranderd: Bas van der Wulp zat achter de balie. Weer smaakte ik de historische sensatie van het aanvragen en per ommegaande in handen krijgen van enkele zeer bijzondere zeventiende-eeuwse archiefstukken. Maar de oude sfeer was er niet meer. De serene stilte was ver te zoeken. Geen wonder, want de oude studiezaal wordt inmiddels gebruikt voor de voorbereidingen van de verhuizing. Bezoekers moeten het doen met een provisorisch ingerichte voorkamer, met een balie, enkele ladenkasten en een paar leesapparaten. In juli sluiten de deuren definitief, waarna de bezoekers zich voortaan ergens buiten de oude stad mogen melden, om ontdaan van elke sfeer, een kille duik te nemen in het papieren verleden. Het zal wel gezeur zijn van een oude man, maar ik vind dat jammer. Oude archieven van oude steden dienen op een historische locatie bewaard en beschikbaar gesteld te worden voor onderzoek. En zij dienen in vertrouwde handen te zijn van gekwalificeerde mensen met hart voor hun vak.

Dwars durven zijn. Gouda staat stil bij 500 jaar Reformatie

Dit jaar, op 31 oktober, is het precies 500 jaar geleden dat de Duitse DSC06529monnik Maarten Luther met het (laten) aanslaan van 99 stellingen op de deur van de slotkapel van Wittenberg de aanzet gaf tot de Reformatie. De tot dan ongedeelde Katholieke Kerk spatte daarmee uiteen in een tot op het bot verdeelde en versplinterde christenheid. Ook in Gouda leidde dit uiteindelijk tot een veelheid aan kerkgenootschappen, wat tot op de dag van vandaag – met name op zondagen – zichtbaar is. Vanuit alle hoeken spoedden zich dan kerkgangers naar hun kerken en kerkjes en de lucht is zwanger van klokgebeier en orgelspel.

De Reformatie heeft gelovigen in beweging gezet en het straatbeeld – hoofdzakelijk zwart – gekleurd. De kerkgangers zijn gedreven door wat mensen ten diepste bezighoudt, hun lotsbestemming. Deze worsteling heeft door de eeuwen heen tot veel goeds geleid, maar ook tot conflicten, afsplitsingen en afsnijdingen. Dat roept de vraag op of het vijfde eeuwfeest van de Reformatie wel gevierd moet worden. Velen vinden van wel, anderen spreken liever van herdenken.

Doedens1

Hoe het ook zij, op zaterdag 10 juni organiseren 500 Jaar Protestant en Refo500 een grootschalige Reformatiebijeenkomst in Gouda. Doel van deze bijeenkomst is volgens de organisatoren “terug te zien en vooruit te kijken”. De bijeenkomst is een onderdeel van een  estafette van de Protestantse Kerk van Nederland (PKN), die het hele land doorgaat. In elke provincie is zo’n bijeenkomst; voor die in Zuid-Holland is Gouda uitgekozen als plaats van samenkomst.

In de middag zal in drie historische kerkgebouwen (de St. Janskerk, de lutherse St.Joostkapel en de Oud-Katholieke Kerk) een wandelconcert worden georganiseerd. Deze rondgang zal worden afgesloten met een middeleeuwse maaltijd in de St Janskerk Dezelfde kerk zal ’s avonds het decor zijn van een boekpresentatie, een theatrale vertelling en een expositie: zingen in kleur, de psalmen verbeeld, allemaal betrekking hebbend op 500 jaar Reformatie. Diverse prominente protestanten zullen aanwezig zijn om een bijdrage te leveren aan de Reformatiebijeenkomst. Naast prof. dr. H.J. Selderhuis, directeur Refo 500 en prof. dr. W.P. van den Berken zullen o. a. EO-presentator Tijs van den Brink, Corine Dijkstra (Wethouder ChristenUnie Gouda), drs. P.L de Jong acte de presence geven.

Onder leiding van het (gast)hoofdredacteurschap van ondergetekende heeft de Tidinge, het blad van de Historische Vereniging die Goude, speciaal voor deze gelegenheid een dik themanummer samengesteld. In een zestal bijdragen wordt de geschiedenis van een groot aantal protestantse kerken en stromingen geschetst. Natuurlijk ontbreken daarin de lutheranen niet, als aanstichters van de gehele beweging. Maar ook vroeger reformatorische vogels als de wederdopers of doopsgezinden komen uitgebreid aan de orde, ook al is hun aanhang in Gouda altijd klein geweest voor Hollandse begrippen. Uiteraard heeft de grote hervormd-gereformeerde kerk een prominente plek in het nummer, maar ook de synodaal gereformeerden, de bevindelijkheid en de evangelischen ontbreken niet.

Een drukproef voor de Goudana-collectie

Als verzamelaar van boeken en documenten die in Gouda geproduceerd zijn of op enigerlei andere wijze betrekking hebben op Gouda doe je van tijd tot tijd zelf bijzondere ontdekkingen. Soms door eigen inspanningen, maar soms ook wordt je erop geattendeerd door bekenden die weten dat je op zoek bent naar dergelijke ‘Goudana’. Het komt zelfs voor dat mensen direct contact met je opnemen om zo’n object te schenken. Deze week deed deze laatste situatie zich voor, toen ik van Ineke Verkaaik, voorzitter van het Historisch Platform Gouda, een sleetse envelop kreeg overhandigd met daarin gecorrigeerde drukproeven van de vijfde bundel van Oudheidkundige Kring ‘die Goude’ uit 1947.  Blijkbaar heeft iemand het waard gevonden om deze papieren zeventig jaar lang te bewaren.

Knuttel

De envelop alleen al is bijzonder, omdat zij zicht biedt op het zorgvuldige productieproces bij de totstandkoming van die eerste bundels van Die Goude. Drukker van deze boeken was “Drukkerij voorheen Koch & Knuttel”, gevestigd aan de Turfmarkt 106 en het direct erachter gelegen pand aan de Nieuwe Haven 177. Telefoonnummer van deze Naamloze Vennootschap was nog kort: 2714. Blijkbaar gebruikte de drukkerij speciale enveloppen voor drukproeven, want naast het adres is ook “Drukproef met copie” voorgedrukt. In het adresvlak treffen wij de naam en adres aan van de toenmalige secretaris van de vereniging, J.H. Carlier, woonachtig aan de Van Swietenstraat 7. Verder is de datum van de drukproef in handschrift vermeld: “16 sept. ’47”.

carlierCarlier, geboren in 1882,  was naast secretaris ook een verdienstelijk amateurhistoricus. Hij verdiepte zich in de geschiedenis van zijn woonplaats nadat hij in 1941 door een beenkwetsuur noodgedwongen vervroegd zijn loopbaan in het onderwijs moest beëindigen. Hij was achtereenvolgens als schoolmeester werkzaam aan de lagere rooms-katholieke school op de Gouwe en vanaf 1906 aan de toen nieuw geopende Aloysiusschool aan de Spieringstraat. In 1920 stapte hij over naar het middelbaar onderwijs om hoofd te worden van de ULO, eerst in de Keizerstaat en daarna aan de Nieuwe Haven. Na zijn pensionering verslechterde zijn gezondheid verder, waardoor hij op 2 oktober 1954 overleed op 72-jarige leeftijd.

Carlier was volgens Nico Habermehl – die hem een plaats gaf in zijn reeks korte levensbeschrijvingen van Goudse historici – vooral van belang door zijn vermogen een breed publiek aan te spreken door zijn heldere schrijfstijl en afgewogen taalgebruik. Door zijn beeldende manier van schrijven – onder meer in artikelen voor de krant De Nieuwe Zuid-Hollander – wist hij een groot lezerspubliek te trekken. Hij deed zelf weinig bronnenonderzoek, maar baseerde zich vooral op bestaande literatuur. De drukproef van de bundel laat zien dat hij daarnaast ook zeer nauwkeurig was. Met grote precisie weet hij fouten in de proefdruk  te signaleren. De met de vulpen aangebrachte verbeteringen zijn – zo blijkt uit een vergelijking met de uiteindelijke bundel – nauwgezet door de drukker doorgevoerd.

Zo vormt ook deze drukproef op zichzelf weer een aardige bron voor de Goudse geschiedenis en geschiedschrijving en daarmee een bijzondere uitbreiding van mijn verzameling Goudana.