Fraaie nieuwsbrief Vereniging Goudse Museumvrienden over UITGELEZEN!

De Verenig­ing voor Goudse Muse­umvrien­den besteedt in haar Nieuws­brief voor de win­ter van 2015 ruim aan­dacht aan de ten­toon­stelling Uit­gelezen. Ten aanzien van twee van de vier zalen die voor deze exposi­tie ingericht zullen wor­den, wordt een tipje van de sluier opgelicht door gast­con­ser­va­toren Jan Willem Klein en Paul Abels.

nieuwsbrief 1nieusbrief

Prelude voor UITGELEZEN! in Haagse Museum Meermanno

In het Haagse Museum Meer­manno (Prins­esseg­racht 30) is ter gele­gen­heid van de grote ten­toon­stelling UITGELEZEN! in Museum Gouda — die op 17 feb­ru­ari voor het pub­liek open­gaat — nu al een zaal ingericht met een aan­tal zeer bij­zon­dere incun­abe­len, gedrukt door de Goudse boek­drukker Ger­aert Leeu. Daar­bij wor­den boeken getoond uit zowel zijn Goudse peri­ode (1477–1484) als zijn Antwerpse tijd (1484–1492). De Web­site van Meer­manno meldt het vol­gende over deze expositie:

Pre­sen­tatie in de Boekzaal:
Gher­aert Leeu, drukker in Gouda en Antwerpen

Pre­sen­tatie in de boekzaal, 6 jan­u­ari t/m 17 mei

De Gouwe­naar Gher­aert Leeu was een van de eerste Ned­er­landse drukkers, en een van de meest pro­duc­tieve uit­gev­ers van de vijf­tiende eeuw. Zijn eerste uit­gave, een verza­mel­ing47135-gerard-leeu tek­sten uit de bij­bel die tij­dens de mis gelezen wer­den, ver­scheen in 1477. De boek­drukkunst was toen al zo’n twintig jaar oud; in 1454 of 1455 had Johannes Guten­berg in Mainz het eerste West­erse gedrukte boek gepro­duceerd, een Lati­jnse bij­bel. Vanaf de jaren ’70 van de vijf­tiende eeuw werd er ook in Ned­er­land gedrukt, en vanaf 1473 ken­nen we een aan­tal drukkers bij naam: Kete­laer en Van de Leempt in Utrecht (1473) , Van der Meer en Yemantszoon in Delft en Pafraet in Deven­ter (beide 1477). En in Gouda dus Gher­aert Leeu.

De eerste jaren drukte Leeu alleen in het Ned­er­lands, maar vanaf 1479 richtte hij zich ook op de markt voor Lati­jnse boeken. Dat neemt niet weg dat Ned­er­landse boeken een belan­grijk aan­deel in zijn fonds bleven: van de 223 titels die Leeu van 1477 tot en met 1492 drukte zijn er 129 (58%) in het Latijn en 82 (37%) in het Ned­er­lands – de resterende 12 zijn in het Engels (6), Frans (5) en Duits (1). Leeu had een oog voor typografis­che vernieuwing: hij was een van de eerste drukkers die titelpagina’s toevoegde aan zijn boeken en gebruikte vanaf 1483 let­ter­typen die uit Venetië kwa­men. In 1484 ver­huisde Leeu van Gouda naar Antwer­pen. Daar werkte hij tot 1492; hij stierf in decem­ber van dat jaar als gevolg van een messteek tij­dens een ruzie met zijn lettersnijder.

Van 17 feb­ru­ari t/m 17 juni is in Museum Gouda de ten­toon­stelling Uit­gelezen te zien, over de beteke­nis van het boek in Gouda. In die ten­toon­stelling liggen ook drukken van Gher­aert Leeu, waaron­der enkele uit de col­lec­tie van Museum Meermanno.

 

Heeft tolerantie christelijke wortels?

Tij­dens het zoge­heten Jans­de­bat is op woens­da­gavond 14 jan­u­ari in een ijsk­oude Sint-Janskerk te Gouda een nieuw boek van de pub­li­cist en con­ser­vatief denker Bart Jan Spruyt gep­re­sen­teerd. Onder de titel ‘Voor religie en vri­jheid’. Protes­tantse tek­sten over recht­staat, tol­er­antie en chris­telijk burg­er­schap’, pre­sen­teert en becom­men­tarieert hij een selec­tie belan­grijke his­torische tek­sten over tol­er­antie. Voor een gehoor van zeker driehon­derd aan­wezi­gen – onder wie een opval­lend groot aan­tal man­nen­broed­ers’ lichtte Spruyt de inhoud toe, waarna bovenge­noemde en dom­i­nee Kater uit Apel­doorn co-referaten hielden en met de aan­wezi­gen in debat werd gegaan onder lei­d­ing van Anna van Poper­ing, raad­slid van de Chris­ten Unie in de stad. Onder­staand mijn reac­tie op het boek van Spruyt. DSC09234 Van­daag pre­cies over een maand, wordt hier vlak naast, in het Museum Gouda, een ten­toon­stelling geopend, die gewijd zal zijn aan Het Boek. Ik heb de eer als gast­con­ser­va­tor een van de vier zalen te mogen inrichten. Dat biedt mij de kans de schi­jn­wer­pers te richten op een episode uit de Goudse geschiede­nis die ik De Goudse Vri­jheid heb gedoopt en die uniek is in Ned­er­land. Het is de peri­ode tussen 1572 en 1618, waarin het stads­bestuur de Vri­jheid van Con­sciën­tie als basis­principe hanteerde en hier ook con­se­quent naar han­delde, bin­nen de marges die daar­voor bin­nen de bredere Hol­landse con­text gegeven waren. Aan die koers dankt deze St.-Janskerk ook het glas Vri­jheid van Con­sciën­tie uit 1596, dat niet voor niets in de ran­gorde der glazen het num­mer 1 draagt. Het glas werd geschonken door de Staten van Hol­land en is geïn­spireerd op het gedachte­goed van Coorn­hert. Deze con­se­quente stri­jder voor de gewetensvri­jheid vond in Gouda een gastvrij onthaal, nadat hij elders ver­dreven was. Hier voerde hij zijn laat­ste belan­grijke pennestrijd, tegen Jus­tus Lip­sius, die vond dat een over­heid in het belang van rust en vrede het recht had om ket­ters te doden. En hier, in deze kerk, vond Coorn­hert ook zijn laat­ste rustplaats.

Geen passender omgev­ing dus om te spreken en na te denken over con­cepten van vri­jheid en tol­er­antie. Het boek van Bart Jan Spruijt en de door hem gekozen tek­sten moeten zijnDSC09240 stelling onder­schri­jven dat tol­er­antie oude chris­telijke wor­tels heeft en niet pas door de Ver­licht­ing in beeld kwam. Sterker nog: dat tol­er­antie niet mogelijk zou zijn geweest zon­der chris­telijk geloof. In het huidige tijds­gewricht ziet hij een tegen­stelling tussen die oude prin­cip­iële tol­er­antie en mod­erne tol­er­antie die zou voortkomen uit – wat hij noemt — rel­a­tivisme en onver­schil­ligheid. Bij prin­cip­iële tol­er­antie wordt het uit­dra­gen van een eigen, rotsvaste, over­tuig­ing begrensd door het onwrik­baar principe dat – hoezeer je ook over­tu­igd bent van je eigen gelijk — je de eigen over­tuig­ing nooit met geweldsmid­de­len aan anderen mag opleggen. Met de aanslag in Frankrijk van vorige week zijn beide tol­er­antiecon­cepten weer eens indrin­gend op de proef gesteld. Ik kom daar aan het eind op terug.

Ik denk dat Bart Jan en ik het er snel over eens zijn dat tol­er­antie veel oud­ere wor­tels heeft dan de Ver­licht­ing. Ik denk wel dat we ver­schillen van inzicht hoe chris­telijk geïn­spireerd die tol­er­antie door de eeuwen heen geweest is. Over­he­den noem­den zich in de vroeg­mod­erne tijd uit­er­aard ‘chris­telijk’. In de Ned­er­lan­den was vanaf 1573 slechts één chris­telijke vari­ant – de gere­formeerde — offi­cieel toege­laten en bevoor­recht. Zij werd ook geacht norm­stel­lend te zijn. De andere kerken waren niet alleen ‘non-privilegiato’ , maar de pub­lieke uitoe­fen­ing was ook wet­telijk ver­bo­den. De tol­er­antie beperkte zich offi­cieel dus tot het gedrag achter de eigen voordeur van burgers.

De garanties die zo plecht­statig in offi­ciële doc­u­menten als de Unie van Utrecht uit 1579 zijn vast­gelegd, klinken fraai. Daarin staat immers dat ‘eeny­der in sijn religie vrij sal mogen bli­jven’. De prak­tijk was weer­barstiger, als je ten min­ste geen aansluit­ing zocht bij die offi­ciële gere­formeerde kerk. Rooms-katholieken, doops­gezin­den, remon­stran­ten en de tal­loze ‘Chré­tiens sans église’ die er toen ook al waren, bleven vero­ordeeld tot een kerke­lijk leven op het achter­erf en een tweed­erangs burg­er­schap. Zij waren uit­ges­loten van pub­lieke ambten en moesten hun vri­jheid let­ter­lijk duur kopen.

Is dit wat we onder chris­telijk geïn­spireerde tol­er­antie ver­staan Bart Jan? Hoe kon­den de DSC09249heersende chris­te­nen deze ongelijkheid met hun geweten in overeen­stem­ming bren­gen? We kun­nen het erover eens zijn dat hun vorm van tol­ereren niet voortk­wam uit onver­schil­ligheid. Uit­er­aard waren zij ervan over­tu­igd de Waarheid (met een hoofdlet­ter) in pacht te hebben. Een harde kern van gere­formeer­den was zelfs bereid zeer ver te gaan om anderen hun wil – of liever Gods wil – op te leggen, bij voorkeur met hulp van de over­heid. Denk bijvoor­beeld aan de stro­ming van wat in lat­ere tijd ‘de Nadere Refor­matie’ is gaan heten. Zij bestook­ten de over­he­den met uitvo­erige reformatieprogramma’s en eis­ten dat van alles en nog wat aan ban­den werd gelegd, in het bij­zon­der de gruwelijke paapse afgoderij, zoals dat heette, en ook de open­bare gods­di­en­s­tu­itoe­fen­ing van andere groepen. Boven­dien werd geprobeerd alle burg­ers via wet­gev­ing te dis­ci­plineren tot een door God gewilde levenswijze.

(meer…)

Goudse Koppermaandaguitgave 2015 als opmaat tot de expositie Uitgelezen!

Geheel in eeuwe­noude tra­di­tie werd de Kop­per­maandagvo­er­ing 2015 in Gouda op 12 jan­u­ari aangevan­gen met een ste­vige maaltijd en een goed glas bier of wijn. En natu­urlijk Kopper1werd deze toogdag van het boek­drukkers­gilde opgeluis­terd met een fraai nieuwe Kop­per­maanda­gui­t­gave. Met dit op hand­persen van Sub Signo Leo­nis ver­vaardigd boekje gaf de Goudse Drukker­swerk­plaats, geves­tigd in de stads­bib­lio­theek, blijk van het tech­nisch kun­nen van haar leden. Onder de titel “Weeklang Kop­per­maandag­boek. Met de stil­stand van het jaar begin­nen” geven beeldend kun­stenares Mieke de Haan en dichter Jan Graafland kopper-impressies voor zeven dagen van de week. Vor­mgever Peter­paul Kloost­er­man heeft via een inge­nieus vouwsys­teem een week­boekje geschapen met een titel­pag­ina en lege bladz­i­j­den met louter de dagaan­duid­ing. Opengevouwen komen ver­vol­gens de tekenin­gen en dichtregels tevoorschijn. Als let­ter­type zijn de Can­celleresca Bas­tarda en Roman­nee van oud-Gouwenaar Jan van Krimpen gekozen. Het handzetwerk is van Hans Saar­loos en Ton Spoel, ter­wijl Mar­ius van den Heuvel het druk– en stan­swerk ver­zorgd heeft. Daarmee is deze Kop­per­maanda­gui­t­gave pre­cies wat het hoort te zijn:
vernieuwend in tech­niek, vor­mgev­ing en inhoud.

De mak­ers geven aan dat zij hun inspi­ratie ontleend hebben aan Ger­aert Leeu, de Goudse boek­drukker die als eerste de titel­pag­ina intro­duceerde. Deze genum­merde uit­gave, die voor vijf euro verkri­jg­baar is bij de Drukker­swerk­plaats, pre­sen­teren de mak­ers als opmaat voor de exposi­tie UITGELEZEN!, die op 15 feb­ru­ari in Museum Gouda begint.

Oude Drukken-bestand net op tijd op orde voor speciaal boekenjaar in Gouda

De eerste maandag na het feest van Driekonin­gen, 12 jan­u­ari 2015, is het weer Kop­per­maandag. Op deze toogdag, die als eeuwen wordt gevierd met een feestmaal en gele­gen­hei­ds­druk­w­erk, bren­gen de drukkers een eerbe­toon aan de uitvin­der van de boek­drukkunst en tonen zij hun kun­nen. Ook in Gouda is dit al eeuwen­lang een tra­di­tie. Tegen­wo­ordig is het de Drukker­swerk­plaats, geves­tigd in de nieuwe stads­bib­lio­theek in de Chocalade­fab­riek, die deze tra­di­tie in ere houdt.  Met een feestmaal, de pre­sen­tatie van een Kop­per­maandag­prent, ver­vaardigd door de Goudse dichter Jan Graafland en kun­ste­naar Mieke de Haan en een lez­ing door Just Enschedé, directeur van de Sticht­ing Best Ver­zorgde Boeken luidt Kop­per­maandag 2015 een bij­zon­der jaar in voor het Goudse boek.

folder

Een maand later, op 15 feb­ru­ari 2015, zal in Museum Gouda de ten­toon­stelling UITGELEZEN! offi­cieel wor­den geopend. In vier zalen van het voor­ma­lige Catha­rina Gasthuis wordt de bij­zon­dere band van Gouda met het gedrukte woord door vier gast­con­ser­va­toren zicht­baar gemaakt. Jan Willem Klein belicht de vroege boek­drukkunst in Gouda (Ger­aert Leeu en Col­latiebroed­ers). De passie van het verza­me­len van boeken en de strijd over de inhoud van het boek, onder meer in de Lib­rije is het thema van Paul Abels). Mau­rice Wery toont het genot van het lezen: een selec­tie van de aller­mooiste 19e eeuwse schilder­i­jen, met vooral veel lezende dames. Tot slot wordt de blik vooruit gericht, met de stelling van gast­con­ser­va­tor Petra Luijk, dat ‘de toekomst aan het fraai vor­mgegeven boek is’. Kunstenaar Lynne Leegte par­ticipeert in de ten­toon­stelling met een boek van alabaster.Parallel aan de Goudse exposi­tie toon Museum Meer­manno in Den Haag alle incun­abe­len van de Goudse boek­drukker Ger­aert Leeu, die dit belan­grijk­ste boeken­mu­seum in Ned­er­land in zijn bezit heeft.

Beide exposi­ties over het Goudse boek wor­den omli­jst met activiteiten, zoals lezin­gen, rondlei­din­gen en edu­catieve programma’s. Ook ver­schi­jnt er de gele­gen­hei­d­suit­gave ‘Vernieuwing en ver­rass­ing – de vroege boek­drukkunst in Gouda’, geschreven door Jan Willem Klein. His­torisch tijd­schrift de Tidinge, het blad van His­torische Verenig­ing die Goude, heeft in de eerste aflev­er­ing van deze jaar­gang, die media feb­ru­ari ver­schi­jnt, bij­zon­dere aan­dacht voor de exposi­tie, in de vorm van twee artike­len van Jan Willem Klein en Paul Abels. His­torisch Plat­form Gouda organ­iseert een Goudolo­gie II-leergang over de Goudse boek­drukkunst, die dit­maal voor de gele­gen­heid gekop­peld  wordt aan de ten­toon­stelling UITGELEZEN!

Het overzicht van Oude Drukken van bovenge­noemde bib­liofiel is ter gele­gen­heid van UITGELEZEN! op orde gebracht. Dat betekent dat de prob­le­men met het bestand Zeven­tiende Eeuw, waar­door lange tijd een Adden­dum nodig was, zijn opgelost en er weer een com­pleet overzicht gebo­den kan wor­den, inclusief weggevallen afbeeldin­gen. Ook zijn alle nieuwe aan­win­sten toegevoegd, met bij­zon­der­he­den over deze boeken. Een aan­tal van deze boeken zal te zien zijn op de exposi­tie in Museum Gouda.

 

De staat van de stad: historisch Gouda in 2014

Het achter ons liggende jaar was een aaneen­scha­kel­ing van hoogte– en dieptepun­ten. Om met het laat­ste te begin­nen: het onver­mi­jdelijke – dat al twee jaar boven his­torisch Jaar8Gouda hing – liet zich niet afwen­den. Net toen er hoop was geput voor een broos maar sta­biel her­s­tel, open­baar­den zich bij de Goudse stad­shis­tori­cus Nico Haber­mehl opnieuw symp­tomen van de ziekte die al zo’n zware wis­sel op hem had getrokken. Dit keer was er geen kruid gewassen tegen de ziekte en moest hij ons loslaten, hoezeer hij ook hechtte aan het aardse bestaan en alles wat hem lief was. Vanaf 17 okto­ber maakte hij zelf deel uit van de geschiede­nis waar hij zich zo graag mee bezighield. Ruim een week later begelei­d­den vele hon­der­den Gouwe­naars hem naar zijn laat­ste rust­plaats op de IJs­sel­hof. Dat hij er uitein­delijk had gekozen zich ter aarde te laten bestellen in Goudse bodem, en niet in het fam­i­liegraf in Zwolle, maakte duidelijk hoezeer hij na 29 jaar was geworteld deze stad en ver­knocht ger­aakt aan haar inwoners.

Door de ongek­ende veerkracht waarmee Nico Haber­mehl omging met zijn ziekte, slaagde hij erin alle nog lopende onder­zoeken af te ron­den. Naast het boek over het genen­cen­trum van zijn fam­i­lie, Nieuwveen, waren dit onder meer de overige twee delen van het zoge­heten straat­na­men­boek, met als titel Stad van de Gouwe­naars. Zelfs zijn belofte om een bij­drage te lev­eren aan het jubileum­boek Terug naar Gouda, waarmee de Verenig­ing voor Ned­er­landse Kerkgeschiede­nis feestelijk her­dacht dat zij 25 jaar gele­den in deze stad werd opgericht, wist hij nog waar te maken. Dit artikel, over de ‘Islam in Gouda’, zou zijn laat­ste pub­li­catie wor­den. De tal­rijke pub­li­caties en lezin­gen van Nico Haber­mehl vor­m­den voor het Col­lege van Jaar9Burge­meester & Wethoud­ers van Gouda aan­lei­d­ing hem te benoe­men tot ere­burger van de stad. Op 17 juni, tij­dens een repeti­tie van het shan­tykoor West-ZuidWest, werd hij hier­mee ver­rast door burge­meester Milo Schoen­maker, fam­i­lie en vrien­den. Deze snikhete avond in de Speel­winkel aan de Raam werd een onver­getelijk eerbe­toon, niet in de laat­ste plaats door de twintig minuten durende geïm­pro­viseerde toe­spraak van de kers­verse ere­burger. De hon­der­den stadgenoten die drie maan­den hem begelei­d­den op zijn laat­ste gang vor­m­den miss­chien nog wel een indruk­wekkender eerbetoon.

Naast droef nieuws is er over het afgelopen jaar ook veel posi­tiefs te melden over his­torisch Gouda. Het Bol­w­erk, tien­tallen jaren een ‘rotte voor­tand’ van de oude bin­nen­stad, kan na een geschiede­nis vol pla­gen nu toch hopen op een posi­tieve afrond­ing van het ambitieuze bouw­plan. Na het fail­lisse­ment van vorige aan­nemers en pro­jec­ton­twikke­laars von­den de resterende perce­len ein­delijk hun weg naar een nieuwe eige­naar en ook de Licht­fab­riek lijkt ein­delijk de ged­roomde bestem­ming te kri­j­gen van Grand Café. De exploitan­ten van het Muse­um­restau­rant hebben het imposante fab­rieks­ge­bouw voor dit doel gehu­urd. Als de ‘Wel­stand­scom­missie’ geen roet in het eten Jaar11gooit met onmo­gelijke eisen, kun­nen Gouwe­naars en toeris­ten daar bin­nenkort hun eerste kop koffie drinken. Dat kan nu al vlak achter dit com­plex, in de vri­jwel van de grond af aan nieuw opge­bouwde ‘oude kleis­chuur’ van Pla­teelfab­riek Zuid-Holland (Plazuid). Hoewel velen denken met deze ‘als-nieuw’ restau­ratie geweld is aangedaan aan het his­torische karak­ter van dit gebouw, vormt het in deze steeds lev­endi­ger en ook met wonin­gen steeds voller bebouwde hoek van de bin­nen­stad zeker een ver­rijk­ing. Of de ‘Legokoe’, die aan de rand een plek kreeg dankzij ini­tiefrijke omwo­nen­den, een lang leven is beschoren, moet betwi­jfeld wor­den. Ook dit stuk grond heeft een bouwbestem­ming. Of dat de aan­blik op het bol­w­erk zal ver­beteren is nog maar zeer de vraag.

In cultuur-historisch opzicht was het ook een jaar van grote veran­derin­gen in de stad. De bib­lio­theek, het archief en de Drukker­swerk­plaats ver­li­eten het oude Weeshuis­com­plex en betrokken de Choco­lade­fab­riek op Klein Amerika. Daar­naast von­den de oude archief­s­tukken en arche­ol­o­gis­che vond­sten een kli­ma­tol­o­gisch ver­ant­wo­ord nieuwe onderkomen in een depot onder Moor­drecht. Dat bezoek­ers van het archief hun stukken nu van tevoren moeten aan­vra­gen of moeten wachten tot een busje ze heeft gebracht, is een nadeel. Groot voordeel is dat de studiezaal nu zeven dagen in de week toe­ganke­lijk is, zelfs in de vooravond. Daar staat dan weer het nadeel tegen­over dat de Choco­lade­fab­riek door de vele jeugdige bezoek­ers en hard pra­tende bib­lio­the­ca­ressen miss­chien beter de Lawaaifab­riek genoemd zou kun­nen wor­den. Vooral archief­be­zoek­ers, gewend aan een fluis­terende stilte, valt dit zwaar. Uit de bezoek­er­saan­tallen blijkt dan ook dat vooral de bib­lio­theek garen spint bij deze verhuizing.

Over garen spin­nen gespro­ken. De co-locatie van vele Goudse cul­turele instellin­gen in de

Jan Willem Klein toont boek uit Margarethaklooster bij opening depot

Jan Willem Klein toont boek uit Mar­garethak­looster bij open­ing depot

Jaar10Garen­spin­nerij heeft niet alleen gezorgd voor een aantrekke­lijk onderkomen voor hen, maar ook tot de restau­ratie en het behoud van een prachtig indus­trieel mon­u­ment. Maar zoals altijd ‘heb ook dit voordeel een nadeel’, om met de grote filosoof J.Cruyff te spreken. Ver­schil­lende mon­u­men­tale onderkomens die de nieuwe bewon­ers van de Choco­lade­fab­riek en Garen­spin­nerij leeg hebben achterge­laten wachten op een nieuwe bestem­ming. De Werkschuit aan de Boe­men­daalseweg kon snel verkocht wor­den, maar de Muziekschool aan de West­haven, de Jeruza­lemkapel en het Weeshuis staan leeg en ver­val dreigt. Er zal druk op de gemeente moeten bli­jven om hier zorgvuldig mee om te gaan. Een alter­natief plan voor het Weeshuis, opgesteld nadat een plan om er een vijf­ster­ren­ho­tel van te maken ges­neefd is, zal op zijn haal­baarheid onder­zocht wor­den. Gelukkig vie­len er ook weer enkele staalt­jes van par­ti­c­ulier ini­ti­atief te noteren, die heilzaam uitwerken op het mon­u­mentenbe­stand in Gouda. Bij­zon­dere ver­meld­ing ver­di­ent de restau­ratie van een winkel­pand aan de Lange Tien­deweg door Galerie Honin­gen, waar een tweede ves­tig­ing van deze ‘kun­sthandel’ is gekomen. In de

Opvallende verschijning in de Vrouwentoren

Opval­lende ver­schi­jn­ing in de Vrouwentoren

fun­da­menteel ver­ste­vigde Vrouwen­toren heeft zich zowaar een ate­lier geves­tigd van en sier­aden­maak­ster. Een lelijk gat in de bebouwing van de Hoge Gouwe is het afgelopen jaar gevuld door mid­del van een his­toris­erende bebouwing door de Gemiva, met wooneen­heden voor gehand­i­capten. Jam­mer is alleen dat daar­bij vol­strekt onn­odig en tegen alle afspraken in een oude won­ing niet werd geïn­te­greerd in dit com­plex, maar ges­loopt werd. De naast­gele­gen Galerie Mon­tulet heeft deze gele­gen­heid aange­grepen om ook hun pand te ver­fraaien. Een laat­ste hoopvolle ontwik­kel­ing voor leegstaande mon­u­menten is de aankoop van het stadspaleis van J.C. de Lange van Wijn­gaer­den aan de West­haven door een par­ti­c­ulier, waar­door aan een lange peri­ode van kraakwacht en ver­waar­loz­ing een eind komt. Nu is het wachten nog op een geschikte koper voor de Moriaan!

Goudologieles, met kosteres Marjan van der Veer in de Oud-Katholieke Kerk

Goudolo­gieles, met kosteres Mar­jan van der Veer in de Oud-Katholieke Kerk

Van de his­torische verenigin­gen tim­merde vooral het His­torisch Plat­form het afgelopen­jaar aan de weg, mede dankzij een nieuwe energieke voorzit­ter, voor­ma­lig boekhan­de­laar Ineke Verkaaik. De cur­sus Goudolo­gie draaide weer op volle toeren en sloot alweer haar tiende jaar­gang af. Daar­naast is het Goudse Gid­sen­gilde, trouw ‘afne­mer’ van gediplomeerde Goudolo­gen, uit­ge­groeid tot een suc­cesvol marketing-instrument van de stad. Een record aan­tal rondlei­din­gen door de his­torische bin­nen­stad maakte een verdere pro­fes­sion­alis­er­ing van dit uit de puin­hopen van het fail­li­ete Goudse VVV ontstane ini­ti­atief mogelijk. De arche­olo­gen van Golda kon­den hun hart ophalen in de Sint-Janskerk, waar alle grafkelders op het koor bloot­gelegd kon­den wor­den Jaar12 dankzij een noodza­ke­lijk gewor­den restau­ratie van licht wegza­kkende zuilen. His­torische Verenig­ing die Goude kon weer een nieuwe bun­del aan de eerbied­waardige reeks ‘bij­dra­gen’ toevoe­gen. Samen­werk­ing met de Verenig­ing voor Ned­er­landse Kerkgeschiede­nis leverde – naast een rid­derorde voor steller dezes — een nieuwe bun­del kerkhis­torische stud­ies op, met enkele bij­zon­dere ont­dekkin­gen. Zo ont­dekte Marieke Abels dat de zus van Jan Steen, die op veel van zijn schilder­i­jen voorkomt, twintig jaar lang in het Prove­nier­shuis van Gouda woonde, ter hoogte van het Bol­w­erk. En dan is er nog het Museum Gouda. De ontwik­kel­ing van deze bewaarplaats van oud­he­den en kun­st­ni­jver­heid heeft haar ontwik­kel­ing tot stedelijk museum onder lei­d­ing van directeur Ger­ard de Kleijn ook het afgelopen jaar verder doorgezet. Er kon­den enkele bij­zon­dere aankopen gedaan wor­den en exposi­ties trokken veel extra bezoek.

Joannes Wtenbogaert. Ets van Rembrandt te zien in Gouda

Joannes Wten­bo­gaert. Ets van Rem­brandt te zien in Gouda

Hoogtepunt was een ten­toon­stelling met etsen van Rem­brandt. Tegelijk richt het museum zijn blik alweer vooruit naar de komende twee jaren, waarin ten­toon­stellin­gen voorzien zijn over Goudse boeken, vijftig jaar Marokka­nen in Gouda en als klap­stuk een heuse Erasmus-tentoonstelling. De belang­stelling voor his­torisch Gouda groeide ook buiten de stad. Naast de bek­ende even­e­menten als Gouda bij Kaarslicht, Gouds Mont­martre en de Goudse Keramiekda­gen, was dit ook te danken aan de komst van de ‘echte’ Sin­terk­laas naar de stad. Nooit eerder trok de lan­delijke intocht van de Goed­heilig­man zoveel media-aandacht. De hoog oplopende Zwartepi­etendis­cussie was hier debet aan en lei­dde op de dag zelfs tot de aan­houd­ing van negentig activis­ten op de Markt. Daarmee werd Gouda zelfs wereld­nieuws. Het aan­tal mensen dat die dag naar Gouda kwam viel echter tegen, want het weer gooide roet in het eten, net als bij Kaarsje­savond. In beide gevallen regende het de hele dag pijpenstelen.

Sinterklaas aan het droogoefenen op de dag voor de intocht in de Korte Groenendaal

Sin­terk­laas aan het droo­goe­fe­nen op de dag voor de intocht in de Korte Groenendaal

Nooit waren de Goudse grachten zo leeg (en mooi) als aan de vooravond van de intocht

Nooit waren de Goudse grachten zo leeg (en mooi) als aan de vooravond van de intocht

Mooiste aanwinst in 2014: onbekend boekje van Poppius uit 1624

Bib­li­ografisch terug­b­likkend op het afgelopen jaar springt een klein boekje onmid­del­lijk in het oog, als de meest bij­zon­dere aan­winst van 2014. Het betreft een boekje uit 1624 van de uit Gouda ver­dreven remon­strantse predikant Eduardus Pop­pius, waar­van het bestaan niet bek­end was. Op de ten­toon­stelling UITGELEZEN! zal ook dit bij­zon­dere werkje te zien zijn. Het betreft zijn Chris­teli­icke gebe­den ten dien­ste van crancke per­soo­nen, die boet­vaerdigh zijn ende in Chris­tum ghelooven, so om voor ende met hun­lieden van andere; als oock om van haer sel­ven gedaen te wor­den. Het titel­blad ver­meldt verder dat de gebe­den op schrift zijn gesteld door genoemde Pop­pius, “in sijn leven Dien­aer des Heeren Jesu Christi, in de Ghe­meente bin­nen der Goude”. Een volledig impres­sum ontbreekt, niet ver­won­der­lijk gelet op de zware ver­vol­gin­gen waaraan de remon­stran­ten bloot ston­den in die jaren. Ook in Gouda. De titel­pag­ina bevat slechts de sobere ver­meld­ing: “Ghe­druckt in ’t Jaer ons Heeren 1624″. Hieruit valt af te lei­den dat het boekje kort na het over­li­j­den van de auteur, op 9 maart 1624, gedrukt moet zijn. Die zat gevan­gen op Slot Loevestein op een vage ver­denk­ing van betrokken­heid bij het bera­men van een aanslag op stad­houder prins Maurits.

SceperusKaderPoppius

Noch in de zoge­heten STCN (een overzicht van de Konin­klijke Bib­lio­theek van alle in Ned­er­land gedrukte werken tot 1800 die bek­end zijn) noch wereld­wijd in enige bib­lio­theek is een exem­plaar van dit 96 pagina’s tel­lende werkje terug te vin­den. Een unicum dus, opge­do­ken op een onverwachte plek, ver weg van de plek waar het ooit gedrukt werd, namelijk op een veil­ing in San Fran­cisco in de Verenigde Staten. Dankzij een gouden tip van een stu­dent uit Apel­doorn, Arie van Elst, die op deze web­site mijn belang­stelling voor Pop­pius zag, kon ik nog net mee­bieden en het werkje naar Gouda halen.

Het boekje heeft een sleets, over­slaand perka­menten bandje en op de bin­nen­z­i­jde een eigen­dom­sin­schri­jv­ing van “Elis­a­beth de Puw. Mijn boek al in het jaer 1755”. Het kleinood is van klein octavo-formaat, geschikt om zo in de bin­nen­zak bij je te steken. Het VUMCC01_UBVU001-1-POP-001_Xis driftig gebruikt, want de bladz­i­j­den zijn beduimeld en rafe­lig. Dat prikkelt de fan­tasie. Voor Goudse remon­stran­ten, die diepbedroefd moeten zijn geweest over de tragis­che dood van hun ver– en opge­jaagde predikant, moet het boekje een tast­baar en dier­baar aan­denken aan hem zijn geweest, dat ze bij zich kon­den dra­gen als ze op weg waren na een clan­destiene gods­di­en­stvier­ing in de velden buiten de stad, beducht voor arresta­tie en beboet­ing door baljuw Antony Cloots. De drukker moest zijn iden­titeit daarom ook geheim houden. Afgaand op een orna­ment in het boekje, dat ook in andere werken voorkomt, lijkt het van de persen gekomen te zijn bij Pieter Ram­mazeyn, remon­strants boek­drukker die vanaf ongeveer 1619 een drukkerij had aan de Korte Groenendaal.

In 1628, toen de ver­vol­gin­gen van de remon­stran­ten geluwd waren, werd het boekje opnieuw gedrukt, nu in Ams­ter­dam. Daar zijn meerdere exem­plaren van bewaard gebleven. De Goudse edi­tie is nu ook uit de ver­getel­heid opgediept. Met dank aan Arie van Elst.

Eerbetoon aan Gheraert Leeu op tentoonstelling Uitgelezen!

Leeu1484In de ten­toon­stelling UITGELEZEN!, die vanaf 15 feb­ru­ari 2015 te zien is in Museum Gouda, brengt Jan Willem Klein — archivaris in het Goudse Streekarchief en ken­ner van Mid­deleeuwse hand­schriften en incun­abe­len — in de eerste zaal een ode aan Gher­aert Leeu. Deze grond­leg­ger van de Goudse boek­drukkunst geniet niet alleen inter­na­tionale bek­end­heid door zijn boeken van hoge kwaliteit, maar ook door de wijze waarop hij deze illus­treerde met aantrekke­lijke hout­sne­den en een brede leken­markt wist aan te boren.  Leeu was zeven jaar in Gouda werkzaam (1477–1484) en legde in die peri­ode ongeveer  zeventig werken op de persen. Daarna ver­plaat­ste hij zijn bedrijf naar Antwer­pen, de Europese ‘hoofd­stad’ van dat moment, om zo een nog grotere afzetmarkt te vin­den. Ook zijn broer Claes Leeu ging daar aan de slag als boek­drukker en geza­men­lijk wis­ten zij een omvan­grijk oeu­vre te pro­duc­eren. Uitein­delijk zou Gher­aert tragisch aan zijn eind komen. Tij­dens een ruzie met zijn letter-snijder bracht deze hem in 1492 met een burijn een klein steekje toe in zijn hoofd, aan de gevol­gen waar­van de drukker enkele dagen later overleed.

In Gouda is Gher­aert Leeu altijd in hoge acht­ing bli­jven staan. Er is een straat naar hem 150px-Gheraert_Leeu_drukker_Goudagenoemd en in het Willem Vroe­sen­park staat een stand­beeld van Leeu, staande achter zijn drukpers (Roel Bendijk, 1976). In de Goudse Lib­rije wor­den nog twaalf incun­abe­len van hem bewaard. Tij­dens de ten­toon­stelling zullen veel van deze wiegen­drukken aan het pub­liek getoond wor­den, waar­bij Klein er zelfs in ges­laagd is vanuit Duit­s­land een hand­schrift in bruik­leen naar Gouda te halen dat door Leeu in druk is uit­gegeven. Voor het eerst sinds 1993 kri­jgt het pub­liek de kans een grotere col­lec­tie werken van Leeu te bewon­deren. Voor het boek­mu­seum Meer­manno in Den Haag is de Goudse exposi­tie aan­lei­d­ing om in dezelfde peri­ode de eigen col­lec­tie van Leeu-drukken ook uit de kluis te halen en ten­toon te stellen.

Waarschi­jn­lijk is ook het laat­ste werk dat Leeu in 1484 in Gouda op de persen legde te zien in de exposi­tie. Dit was het Boeck van den seven sacra­menten. Zoals gebruike­lijk is zijn impres­sum hele­maal aan het eind van het werk te vin­den, met ver­meld­ing van de exacte datum waarop hij zijn druk­w­erk afs­loot. Hij meldt: “Voleyn­det ter goude in Hol­lant by my Gherit Leew int iaer ons heren M.CCCC ende lxxxi­iii [1484], den xix dach in Junio”.  De tekst kent de vorm van een dialoog tussen ‘Hostien­sis’ en de leer­ling ‘Actoer’. Het werk is geïn­spireerd door Aurea summa, een geschrift van Hen­ri­cus de Segu­sio (ca. 1200–1271), ook wel Henry de Susa of Hostien­sis genoemd, en door de werken van Nico­laus de Tude­schis. Elk van de zeven hoofd­stukken begint met een hout­snede die het betr­e­f­fende sacra­ment uit­beeldt. Daar­naast staan steeds ook beide gesprekspart­ners afge­beeld. Door een gelukkig toe­val kon op een recente veil­ing een blad uit dit werk gekocht wor­den, han­de­lend “Van dat hey­lighe sacra­ment des out­aers dat is dat hey­lighe waerdighe lichaem gods christi”. Dat was een Uit­gelezen! mogelijkheid om mijn col­lec­tie te ver­rijken met het oud­ste frag­ment van een in Gouda gedrukt boek­w­erk, inclusief een van de fraaiste afbeeldingen.

Expositie plaatst Librije en Jacobus Sceperus in de schijnwerpers

OLYMPUS DIGITAL CAMERAIn het Museum Gouda wordt op 15 feb­ru­ari 2015 de exposi­tie UITGELEZEN! geopend, gewijd aan boek­drukkunst, boeken en lezen. Vier gastcu­ra­toren – Jan Willem Klein (Streekarchief Mid­den Hol­land), Paul H.A.M. Abels, Mau­rice Wery en Petra Luijkx (Museum Meer­manno) – kri­j­gen de kans om hun fas­ci­natie voor het boek ten­toon te sprei­den. Elke gastcu­ra­tor staat daar­voor een hele zaal ter beschikking. Jan Willem Klein, ken­ner van de vroeg­ste boek­drukkunst, brengt een eerbe­toon aan Gouda’s vroeg­ste boek­drukker Ger­aert Leeu. Hij toont een unieke verza­mel­ing van vroege incun­abe­len van deze boek­drukker met inter­na­tionale faam, voor wie Gouda in 1484 te klein werd en die zijn drukkerij daarom ver­plaat­ste naar Antwer­pen. Mau­rice Wery brengt een bij­zon­dere verza­mel­ing schilder­i­jen bijeen van lezende per­son­ages, onder wie de gezusters Arntze­nius (vol­gens Maarten van Rossum het mooiste schilderij van Ned­er­land) en Sjaan­tje (vol­gens Vind Mag­a­zine het mooiste naakt van Ned­er­land). Petra Luijkx tekent voor een pre­sen­tatie van de der­tig best vorm gegeven boeken van deze eeuw, ges­e­lecteerd door een deskundige jury.

Dan is er nog een zaal die door bovengetek­ende wordt ingericht. Daarin zal een kleine DSC06726recon­struc­tie te zien zijn van de Goudse Lib­rije, die zich in de Sint-Janskerk bevond. De basis voor deze eeuwe­noude stads­boek­erij werd na de refor­matie gelegd met de inbeslagname van boeken van kerken en kloost­ers. In deze zaal wordt ook een ode gebracht aan de ‘Goudse Vri­jheid’, de peri­ode 1585–1618, toen Gouda een vri­j­plaats was voor schri­jver en drukkers die elders ver­volgd wer­den. Cen­trale figuur in dit deel van de exposi­tie is Jacobus Scepe­rus (1607–1677). Deze ultra-orthodoxe zeventiende-eeuwse dom­i­nee is van grote beteke­nis geweest voor de Goudse Lib­rije. Een Col­lege van Lib­ri­je­meesters beheerde dit laat-middeleeuwse boeken­bezit en vulde het aan met belan­grijke boek­w­erken die nadien ver­sch­enen. Devanderhem-2 Lib­rije weer­spiegelt daarmee de intel­lectuele inter­esse en smaak van de Goudse elite door de eeuwen heen. Scepe­rus was vele jaren Lib­ri­je­meester, in welke func­tie hij in 1648–1649 nauw betrokken was bij een her­in­richt­ing en mod­erniser­ing van de leeszaal. Ook ver­zorgde hij een nauwgezette admin­is­tratie en reg­is­tratie van het boeken­bezit. Hij zorgde er hoogst­per­soon­lijk voor dat de Lib­rije ver­rijkt werd met een unieke negen­delige Atlas van Bleau. Uit brieven van Scepe­rus aan deze beroemde Ams­ter­damse boek­drukker blijkt dat hij zich met suc­ces inspande voor de aan­schaf van deze kost­bare kaartenverzameling.

(meer…)

Tegendraads kerkhistoricus

Het Refor­ma­torisch Dag­blad is in de ban van Gouda. Dat kan niet anders. Nadat de krant Bijlage1voor bevin­delijk Ned­er­land vorige week al een drie-paginagroot inter­view met bovengetek­ende plaat­ste, ver­scheen er deze week een grote, 17 pagina’s tel­lende, bijlage onder de titel “Cul­tu­urstad Gouda”. Het begrip cul­tuur moet hier trouwens vooral opgevat wor­den als ‘gere­formeerde cul­tuur’, want daar gaat het in deze spe­ciale edi­tie om. De lezer wordt eerst weg­wijs gemaakt in de kerkgeschiede­nis van de stad met een uit­geschreven wan­del­ing onder de titel ‘Tussen Coorn­hert en Com­rie”. Daarna is er ruimte voor het lan­delijke onder­wi­jsin­sti­tuut van de gere­formeerde gemeen­ten, de Dri­es­tar, de chris­telijke boekhan­del van ‘de gezusters Smit’, het gereformeerd-kerkelijk leven in de stad, een ver­bor­gen boeken­schat in de stad (nee, niet de Lib­rije, maar de Steen­blok­bib­lio­theek, opges­la­gen in Huize Win­ter­dijk, het gere­formeerd bejaar­den­te­huis dat onder Gouwe­naars bek­end staat als ‘het kraaien­pakhuis’), de gere­formeerde kerkge­bouwen, het gere­formeerde muziek­leven, de in Gouda opgerichte Verenig­ing voor Ned­er­landse Kerkgeschiede­nis en het Con­ser­vatief Café (dat weke­lijks bijeenkomt in sociëteit De Reünie aan de Oost­haven, de plek waar overi­gens Coorn­hert voor het laatst zijn ogen sloot en zijn mond dicht hield). In het hart van de Gouda-bijlage van het Refor­ma­torisch Dag­blad wor­den twintig ‘Cul­tu­ur­dragers in de kaasstad’ geportret­teerd. Tot mijn ver­rass­ing trof ik ook deze Bijlage2rooms jon­gen aan in deze lijst, die toch hoofdza­ke­lijk uit mensen van protestants-christelijke huize bestaat. Ga maar na: de koster van de St.-Jan, Mau­rits Tom­pot, de archiva­resse van dezelfde kerk, mw. Henny van Dolder-de Wit, de eigenaren van de chris­telijke boekhan­del Smit, Job en Rebecca Koppe­jan, Kun­st­geschiedenisler­aar van de Dri­es­tar, Jan Veld­man, oprichter van het Con­ser­vatief Café, Wilco Boen­der, Dri­es­tar­do­cent en voorzit­ter  van de Sticht­ing Goudse St.-Jan, Ton Hage, de dichter Bert Hof­man, roman­schri­jf­ster Trudi Blom, jurist en Bomansken­ner Cor Verkade, de bib­lio­the­caris van de Steen­blok­bib­lio­theek, Johan van Berkum, con­ser­vatief pub­li­cist Bart Jan Spruyt, tek­endo­cent van de Dri­es­tar, Jan van den Berge, organ­ist Chris­ti­aan Ingelse, muziek­do­cente van de Dri­es­tar, Geral­dine van Gelder, beeldend kun­ste­naar Tijs Huis­man, uit­geef­ster bij het Boeken­cen­trum, Bep­pie de Rooy, oud-bibliothecaris van de The­ol­o­gis­che School van de Gere­formeerde Gemeen­ten, John Mas­ten­broek en onder­wi­jzer H. van Dam. Onder num­mer 20 wordt daar­naast nog een aan­tal namen genoemd van mensen die vol­gens de krant ook niet had­den mis­staan in de lijst. tegendraads In dit illus­tere gezelschap van ‘zware jon­gens en meis­jes’ komt bovengetek­ende dus ook voor , met een type­r­ing die opgevat zou kun­nen wor­den als een geuzen­naam: tegen­draads kerkhistoricus.