De laatste hand van de meester

Op de dag dat Jan Six, kunsthandelaar en telg uit een roemrucht Jannengeslacht, wereldkundig maakte dat hij in eigen persoon een nieuwe Rembrandt had ontdekt bij een onoplettend veilinghuis, legde een eigentijdse Rembrandt bij ons thuis de laatste hand aan een duoportret dat hij van Christa  en mij heeft gemaakt. Het schilderij hangt al enige tijd in onze kamer, maar moest nog voor een laatste keer door de kunstenaar, Reinout Krajenbrink uit Groningen, worden afgelakt om het zijn finale glans en bescherming te geven.

Vernis3

Bij het nieuw ontdekte portret van een onbekende jongeman, wordt met stelligheid door Six gesteld dat het werk is geschilderd door Rembrandt van Rijn. In een door hem handjegeschreven boek legt hij uitvoerig uit hoe hij de meesterhand heeft herkend, met name door de blik van de afgebeelde persoon die de kijker recht in de ogen kijkt en door de wijze waarop de kraag van de man is geschilderd. Die kraag stelt hem in staat het doek zelfs zeer nauwkeurig te dateren op 1634. Toch zijn er ook twijfels. Met name de merkwaardige hand roept vragen op, zeker op Twitter. Bij goede beschouwing blijkt het te gaan om een hand met een handschoen. Dat doet echter niets af aan het gegeven dat dit gedeelte van het portret weinig overtuigend is.

 

Hoe anders zijn de handen op ons portret. Er wordt wel eens gezegd dat handjesweinig kunstenaars bedreven zijn in het schilderen van handen. Dat kan niet gezegd worden van onze schilder, die aan de Groningse academie Minerva geschoold is in de traditie van de Noordelijke realisten. Vanavond in Museum Gouda leerde de bekende Volkskrant-recensente Wieteke van Zeil in een lezing hoe je moet kijken naar details in een schilderij om de diepere waarde van een kunstwerk goed te kunnen onderkennen. Als wij dat toepassen op ons dubbelportret, dan valt pas goed op hoe belangrijk onze handen daar zijn. Rembrandt zou er jaloers op zijn.

Geestelijken op de Hollandse tegel; geloof achter de voordeur

Eerder is op deze blog al eens gewezen op bijzondere aspecten van de oud-Hollandse tegel als bron voor historisch onderzoek. Wat betreft afbeeldingen is het een onuitputtelijke bron, want je kunt het zo gek niet bedenken of het is wel afgebeeld op een tegel. In de vuistdikke ‘bijbel’ voor tegelverzamelaars, De Nederlandse tegel. Decors en benamingen, 1570-1930 van Jan Pluis, wordt een uitputtend overzicht gegeven van afbeeldingen (decors), formaten, ornamenten, omlijstingen, hoekmotieven en de voornaamste productiecentra (tegelbakkerijen). Tegels zijn niet gesigneerd, maar op basis van verschillende bovengenoemde elementen kunnen zij met een zekere marge gedateerd worden.  Voor mij als kerkhistoricus kunnen de tegels een interessante bron zijn, die naast schriftelijke bronnen, schilderijen en religieuze voorwerpen, op een andere manier zicht kunnen bieden op het religieuze leven in de Republiek, gedurende de zeventiende en achttiende eeuw.

T1

T2T3

 

 

 

 

Tijdens mijn zoektocht naar tegels op veilingen, webshops, rommelmarkten en in antiekzaken viel mij op dat er nog al wat tegels uit met name de periode 1630-1670 bestaan, waarop een of meer geestelijken te zien zijn. Dat is een opvallende constatering, want in de Republiek was de gereformeerde kerk de enige door de overheid bevoorrechte kerk. Andere religies waren officieel verbonden en de aanhangers werden verbannen naar het kerkelijk achtererf, in schuur- en schuilkerken. Kerken werden afgepakt van de katholieken en overgedragen aan de gereformeerden. Kloosters werden gesloten en de goederen geconfisqueerd. Elke openbare manifestatie van het rooms-katholieke geloofsleven – zoals processies, knielen en bidden bij graven, het dragen van priesterkleding etc. – was bij wet verboden. Overtredingen werden fors bestraft met boetes en in sommige periodes zelfs met verbanning.  Tegen die achtergrond zou je dan ook niet verwachten dat tegelbakkerijen tegels lieten beschilderen met heiligen of geestelijken. Toch is dat in aanzienlijke mate gebeurd.

T4

T5T7

 

 

 

 

Ik heb mij bij mijn speurtocht toegespitst op tegels met geestelijken (pastoors, paters, nonnen, klopjes). Inmiddels heb ik er zeven in mijn bezit gekregen, waarbij ik moet aantekenen dat ik diverse heb laten liggen omdat er voor tegels vaak zeer hoge prijzen gevraagd worden. Ik zoek weliswaar geen zeldzame Goudse spijkertegels, zo genoemd omdat er vogels op afgebeeld staan die op een spijker zitten, die vele honderden tot duizenden euro’s kosten, maar ook voor mijn geestelijke vogels wordt soms toch tegen de honderd euro gevraagd. De prijs hangt af van de populariteit van de afbeelding (in dat opzicht heb ik geluk met mijn verzamelgebied), de ouderdom van de tegel, eventuele schade of restauratie en bovenal de kwaliteit van de afbeelding. Het is opvallend hoe sommige tegelschilders er met een paar verfstreken in slaagden geen geloofwaardige figuur neer te zetten, terwijl anderen zelfs met dikke kwasten niet echt uit de verf komen.

T6

 

Een verklaring voor het toch geregeld voorkomen van deze eerwaarde broeders en zusters op de tegels zou gezocht kunnen worden in het gebruik van dit steengoed in de private omgeving. Openbare uitingen van het katholicisme of manifestaties van de geestelijkheid waren taboe, maar wat de gelovigen binnenshuis aan religieuze uitingen of andere aan naar de rooms-katholieke kerk  gerelateerde voorwerpen blijf uit de greep van de overheid. Zolang religie ‘achter de voordeur’ beleden werd, kende de Republiek der Verenigde Nederlanden, zo blijkt ook uit andere bronnen, daadwerkelijk vrijheid.

Van oude documenten en oude adel

Een van mijn geheime genoegens in het leven zijn de donderdagse lunchpauzes, waarin ik al enkele tientallen jaren een bezoekje breng aan de Haagse boekenmarkt. Deze markt wordt in de zomer gehouden op de Korte Voorhout, waar zij wordt gecombineerd met een antiekmarkt. In de winter zetten alleen de boekhandelaren – ook in weer en wind – hun nering voort, maar dan op het Plein. Als vaste bezoeker ken je op den duur alle handelaren

Adolph Philip Zeyger, graaf van Rechteren. Foto: Stichting Familie van Rechteren Limpurg.

Adolph Philip Zeyger, graaf van Rechteren. Foto: Stichting Familie van Rechteren Limpurg.

(bij hun voornaam), hun specialismen en hun onderhandelingsruimte. Omgekeerd kennen ze jou ook, evenals jouw interessegebieden en zwaktes in begeerte. Ook een aanzienlijk deel van de bezoekers ken je, meestal van gezicht, maar in sommige gevallen ook bij naam, omdat het collega’s uit de eigen departementale wereld zijn of bekend zijn van radio en tv. Zo snuffelt Wim de Bie elke donderdag tussen de oude boeken. De historicus Han ter Horst en – als de tijd het toelaat – onze ‘onderkoning’ Piet Hein Donner doen hetzelfde.

Ook in de voorraad oud papier komt de vaste bezoeker vele bekenden tegen. Boeken waarvoor hij ooit als student vele tientallen guldens bijeen gespaard heeft, liggen nu achteloos bij de euroknallers voor 1 of 2 euro’s. Maar er vinden ook andersoortige ontmoetingen plaats met oude papieren bekenden, die soms zeer verrassend zijn. Zeldzame drukjes, waarvan je het bestaan kent maar denkt dat zij nooit in je handen zullen vallen, liggen soms achteloos tussen de stapels. Of – zoals in mijn geval – boekwerkjes die in Gouda gedrukt zijn en nu de kans krijgen terug te keren naar hun ‘geboorteplaats’, in mijn collectie Goudana.

Maar soms kom je bekenden tegen die je niet onmiddellijk herkent of kunt plaatsen. Vaak komt dat omdat je ze niet op deze plek verwacht. Het gevoel is dan vergelijkbaar met de

Huize Almelo, woonstee van de grafelijke familie Van Rechteren, herbouwd in 1652

Huize Almelo, woonstee van de grafelijke familie Van Rechteren, herbouwd in 1652

situatie waarin je op vakantie in een ver land plots een collega of buurman voorbij ziet lopen. Ook dan duurt het even voordat het kwartje valt. Soms is zo iemand al om de hoek uit het zicht verdwenen, voordat het besef doordringt dat het een bekende was die in een andere wereld thuishoort. Datzelfde kan ook gebeuren met oud papier. Tussen een oude stapel paperassen zag ik een document uit de achttiende eeuw liggen. Omdat ik eigenlijk principieel tegen het aankopen van archiefstukken ben, had ik het stuk perkament al achteloos terzijde geschoven, toen het tot mij doordrong dat de naam van de ondertekenaar mij wel heel bekend voorkwam. Toen werd mij duidelijk dat het ging om een telg uit het geslacht Van Rechteren, heer van Almelo en Vriezenveen, uit de adellijke familie waarvoor mijn ouders jarenlang hebben gewerkt als kokkin en toezichthouder / jachtopziener op het landgoed. Ondanks mijn huiver om archiefstukken te kopen, besloot ik om redenen van nostalgie voor een keer van die regel af te wijken.

Het voor een luttel bedrag aangekochte document betreft een op 15 juli 1743 door graaf Adolph Philip Zeyger van Rechteren ondertekende leenbrief, waarin hij Berent Ennemans als voogd van Elsken Loeveling, dochter van de overleden Lambert Loeveling, beleent met een derde deel van erve Groot Luevink (Loeveling), gelegen in het gericht Kedinge in het kerspel Markelo. Hieruit blijkt dat het Huis Almelo ook ver buiten het eigen landgoed grote percelen grond in eigendom had. Het besluit tot belening wordt genomen in overleg met de zogeheten “mannen van leene”. Dat waren de jurist en richter van Almelo dr. Joan Frederik Nilant en rentmeester Gerard Boom. Ennemans legt tegenover de graaf en genoemde mannen de verplichte eed van trouw af, waarmee hij beloofde alles te zullen doen wat van een goed en getrouw vazal tegenover zijn leenheer verwacht mag worden.

Grafelijk

De inhoud van de akte is historisch niet uniek of bijzonder, want de vermelde gegevens corresponderen met de informatie die is terug te vinden in de leenprotocollen (leenregisters) van Overijssel, die bewaard worden in het provinciaal archief (Historisch Centrum) in Zwolle. In deze registers zijn vier eeuwen lang (van 1528 tot 1805) de beleningen opgetekend van ongeveer 2500 boerderijen, landerijen, tiend- en visrechten in het gewest. Bijzonder is wel dat het document een autograaf bevat van een belangrijke telg uit het geslacht Van Rechteren en de namen van zijn twee voornaamste raadsheren vermeldt.

Adolph Philip Zeyger van Rechteren was geboren op 19 februari 1699 als oudste zoon van graaf Adolf Hendrik van Rechteren en Sophia Juliana, gravin von Castell-Rudenhausen. Zijn vader was een vooraanstaand diplomaat, die als gevolmachtigde van de Staten-Generaal in Den Haag een prominente rol speelde in de onderhandelingen die leidden tot de Vrede van Utrecht (1713). Zoon Adolph ontving waarschijnlijk eerst onderricht op het Huis, waarna hij zich als 17-jarige liet inschrijven aan de Illustre School van Deventer. In 1724 verkreeg hij aan de zijde van zijn vader een plek in de Landdag. Na het overlijden van senior in april 1731 werd de jonge Adolph beleend met de Heerlijkheid Almelo en Vriezenveen. Hij was op dat moment al weduwnaar, want Augustina Florentina, gravin Von Ysenburg Budingen, met wie hij op 11 september 1722 in het huwelijk was getreden, overleed reeds zeven jaar later, op 18 oktober 1729. Zij schonk hem twee kinderen, van wie een zoon, Frederik, zeer jong overleed en een dochter, Sophia Caroline Florentina, hem zou opvolgen.

Adolph Philip Zeyger van Rechteren op oudere leeftijd. Foto: Stichting Familie van Rechteren Limpurg

Adolph Philip Zeyger van Rechteren op oudere leeftijd. Foto: Stichting Familie van Rechteren Limpurg

De tragisch jong overleden echtgenote van graaf Adolph, Augusta Florentina. Foto: Stichting Familie van Rechteren Limpurg

De tragisch jong overleden echtgenote van graaf Adolph, Augusta Florentina. Foto: Stichting Familie van Rechteren Limpurg

 

Adolph Philip Zeyger van Rechteren bleef de rest van zijn leven ongehuwd, maar zwaaide met verve de scepter over Huis en Landgoed. Hij zette zich vastberaden in voor handhaving van allerlei rechten van zijn hoge heerlijkheid, als deze werden aangevochten. Een belangrijk geschilpunt vormde het zogeheten hoge of lijfstraffelijke gericht over de ingezetenen van zijn heerlijkheid. De strijd ging in het bijzonder over criminele daden die zijn ‘onderdanen’ gepleegd hadden buiten de heerlijkheid. Een dergelijk geval deed zich voor in juni 1747, toen twee Almeloose schippers zich in Ootmarsum schuldig hadden gemaakt aan doodslag. Beide mannen werden voor de criminele vierschaar op Huize Almelo gedaagd en bij hun verschijnen onmiddellijk in de boeien geslagen. De Landdrost van Twente tekende echter protest aan, omdat hij vond dat hij bevoegd was het tweetal voor het gerecht te dagen en hij eiste dan ook hun uitlevering. De zaak liep hoog op toen de verdachten in februari 1748 uit hun cellen op het kasteel wisten te ontsnappen. Ridderschap en Steden, het gewestelijk bestuur van Overijssel, koos in de procedure de kant van de drost. Voor graaf Adolph was dat aanleiding een topjurist in de arm te nemen, de destijds alom bekende mr. J. Schrassert, die een verweerschrift opstelde onder de titel Deductie van de rechten en gerechtigheden van het Huis Almelo (1749). Hiertegen schreven de juristen S.E. ten Brink en G. Jordens voor Ridderschap en Steden een repliek, onder de titel Consideratiën (1751), wat voor Schrassert nog in het zelfde jaar weer aanleiding was voor een dupliek of Contra-Consideratiën. De procedure bracht geen oplossing, waarna beide partijen in 1754 tot een minnelijke schikking kwamen.

De heerlijke rechten wist de Almelose graaf met zijn vasthoudendheid toch grotendeels te

Sophia Carolina Florentina, gravin van Rechteren. Foto: Stichting Familie van Rechteren Limpurg

Sophia Carolina Florentina, gravin van Rechteren. Foto: Stichting Familie van Rechteren Limpurg

waarborgen. Dat gold ook zijn opvolging, die aan de orde was toen hij op 4 november 1771 overleed en werd bijgezet in de grafkelder van de familie in de Gravenallee. De grafelijke rechten gingen over op zijn enige dochter, Sophia Carolina Florentina. Hij zal haar ongetwijfeld het belang van goede juristen hebben bijgebracht, want naast de hulp van de fameuze Schrassert had hij jarenlang ook dagelijks assistentie van mr. Joan Frederik Nilant (1680-1750). Deze uit Deventer afkomstige gepromoveerde jurist – ook genoemd in de op de Haagse boekenmarkt gevonden leenakte – werd door graaf Adolph ‘weggekocht’ uit het graafschap Lingen, waar hij leraar Geschiedenis en Retorica was aan het Academisch Gymnasium. Nilant werd aangesteld als richter van Almelo en Vriezenveen, en had dus tot taak de heerlijke rechten in de praktijk uit te voeren.

Net als haar vader, maakte ook gravin Sophia, zich sterk voor het behoud van de eeuwenoude rechten. Als vrouw moest zij zich daarbij vooral druk maken over het recht van opvolging. De erfopvolging van gravin Sophia werd namelijk aangevochten door haar ooms en neven. Zij vonden dat de heerlijkheid Almelo alleen via de mannelijke lijn kon vererven. Dat leidde tot een jarenlange opvolgingsstrijd, die uiteindelijk in 1786 in het voordeel van gravin Sophia werd beslecht. De arme kasteelvrouwe had het overigens niet alleen te stellen met afgunstige familieleden, maar ook met weerspannige Almelose burgers. Onder invloed van de ideeën van de Franse Revolutie probeerden ook zij te morrelen aan de aloude grafelijke rechten.

Abelsboek

Bij de zoektocht naar het verhaal achter de mensen die genoemd worden in de aangekochte leenakte, kwam ik via het verhaal van gravin Sophia terecht bij een boek dat ik bijna een kwart eeuw geleden cadeau kreeg van mijn vader bij mijn promotie aan de universiteit Nijmegen. Dat boek kreeg door dit verhaal ook veel meer context, want het betreft een in 1790 in Kampen verschenen geschrift op naam van gravin Sophia, met als titel Recht van opvolging. Daarin zijn alle documenten zijn terug te vinden die zij in haar juridische strijd heeft aangevoerd. Zij grijpt daarbij uiteraard ook terug op de Deductie van haar vader en ook de naam van richter Nilant komt in het boek een aantal keren voor. Zo brengt een vondst op de Haagse boekenmarkt in kort tijdsbestek een hele adellijke familiegeschiedenis in beeld en ook de ontroerende boodschap die mijn eigen vader – die vorige maand overleed – in 1994 voorin het boek schreef. Waar een lunchwandeling in Den Haag allemaal niet toe kan leiden.

Een referendum dat er toe doet: terugblik op drie weken WIV-debatten

Mijn benoeming tot bijzonder hoogleraar Governance of Intelligence Services aan de Universiteit Leiden kwam op een wel heel bijzonder moment. Kort nadat de lange aanstellingsprocedure was afgerond, kregen vijf studenten van de VU het voor elkaar dat er een raadgevend referendum gehouden zou worden over een nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV), die net door het parlement was aangenomen. Daarmee belandde mijn leerstoelthematiek plots in het middelpunt van de publieke belangstelling en het maatschappelijke debat. Ik stond daarmee voor de keus eerst rustig het academische veld te verkennen en dieper te duiken in de vakliteratuur over inlichtingenstudies, of mij nadrukkelijk te mengen in het debat. Een echte keuze was dat niet, want vele media en organisatoren van debatten wisten mij onmiddellijk te vinden, omdat ik als een van de weinige experts op dit terrein kan bogen op een lange ervaring (34 jaar) als inlichtingenproducent en – consument bij achtereenvolgens de BVD/AIVD en de NCTb/NCTV. Ik besloot de handschoen op te pakken en te doen waarvoor ik onder meer ben aangesteld: inzicht verschaffen in de taken, werkwijzen, aansturing van en controle op de geheime diensten.

Met Karin Alberts van Radio1

Met Karin Alberts van Radio1

In totaal heb ik de afgelopen drie weken aan zeker twintig debatten en talloze interviews (NRC, Leidsch Dagblad, AD, Noord-Holands Dagblad, podcasts, stemwijzers en websites meegewerkt (Radio1, BNR, 1Vandaag, Nieuwsuur, AT5). Dat hadden er nog veel meer kunnen zijn want er is wat afgediscussieerd in den lande over de WIV, door tegenstanders en onwetenden consequent  aangeduid als de ‘Sleepwet’. Mijn inbreng bestond verder uit het actief twitteren over de materie en het schrijven van diverse opinieartikelen en een hoofdstuk in een themanummer van Justitiële Verkenningen, over ‘Intelligence leadership’. Al met al een ongekend heftige vuurdoop, die ook voor mijzelf veel inzichten heeft opgeleverd, maar mij ook deed belanden in soms ingewikkelde belangenafwegingen en dilemma’s. Als wetenschapper, wiens 0,2 leerstoel wordt gefinancierd door de NCTV, en die een deel van zijn tijd ook nog in dienst is als raadadviseur van diezelfde coordinator, is het zaak steeds transparant te zijn in welke hoedanigheid je spreekt en schrijft en te vermijden dat belangenverstrengeling optreedt. Daarbij was het van meet af aan voorspelbaar dat die onafhankelijkheidsvraag door deze en gene gesteld zou worden. Toch gebeurde dat maar sporadisch, wat enerzijds ermee te maken zal hebben gehad dat de NCTV slechts in afgeleide zin belanghebbende is (ontvanger van inlichtingenproducten) en anderzijds dat mijn verbondenheid met die organisatie op geen enkele manier verzwegen is. Mijn consequente reactie op die kritiek is dan ook geweest dat men mij moet beoordelen op basis van mijn bijdragen aan de discussie en mijn argumenten.

Het was een gelukkig toeval, dat mijn oratie gepland stond voor 16 februari, aan het begin

DG AIVD Bertholee (l) en een van zijn voorgangers, Van Hulst (r.) in gesprek met de voorzitter van de CTIVD, Brouwer. Tijdens de oratie op 16 februari jl.

DG AIVD Bertholee (l) en een van zijn voorgangers, Van Hulst (r.) in gesprek met de voorzitter van de CTIVD, Brouwer. Tijdens de oratie op 16 februari jl.

van de hele referendumdiscussie over de WIV. Ik heb die gelegenheid aangegrepen door te kiezen voor een onderwerp dat direct met de nieuwe WIV te maken heeft, de zogeheten Geïntegreerde Aanwijzing (GA). Mijn waarschuwingen tegen de gevaren van politisering van inlichtingen door deze nieuwe vorm van aansturing van de diensten door politiek en bestuur werden weliswaar door verschillende media opgepikt, maar vonden in de debatten van de maanden die erop volgden nauwelijks weerklank. Daarin overheerste de ‘sleepnet’- bevoegdheid in de nieuwe wet in alle gesprekken, alsmede enkele aanpalende bevoegdheden, zoals het bewaren van DNA-profielen, het hacken via derden en de bescherming van advocaten en journalisten. De GA-materie was wellicht te ingewikkeld en het bleek moeilijk de politiek en ambtenarij kritisch te laten kijken naar de risico’s die verbonden zijn met hun eigen bemoeienis met de I&V-diensten. Hier keurt niet de slager zijn eigen vlees, maar willen de keurmeesters niet door anderen gekeurd worden.

Met Europarlementarier Stientje van Veldhoven bij Jonge Democraten in Nijmegen

Met Europarlementariër Sophie in ‘t Veld bij Jonge Democraten in Nijmegen

In Tivoli-Utrecht in debat met BoF

In Tivoli-Utrecht in debat met Bits of Freedom

In de Rode Hoed met Douwtje Lettinga (Amnesty), Rob van Wijk (Leiden) en Hans de Zwart (Privacy First)

In de Rode Hoed met Doutje Lettinga (Amnesty), Rob van Wijk (Leiden) en Hans de Zwart (Bits of Freedom)

 

 

 

 

 

 

 

 

Jansdebat in Goudse Sint-Jan met prof. Marc de Vries van TU Delft

Jansdebat in Goudse Sint-Jan met prof. Marc de Vries van TU Delft

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naast de GA, is ook het delen van ongeëvalueerde data met buitenlandse diensten een terugkerend punt van kritiek van mij geweest in de debatten. Daarbij vond ik de meeste van de tegenstanders van de wet aan mijn zijde, zoals Amnesty, Privacy First, Bits of Freedom en – last but not least – de Piratenpartij. Tegelijk heb ik ook steeds zware kritiek gehad op de campagnes van deze organisaties, omdat deze in belangrijke mate gebaseerd waren op het zaaien van ongerustheid en angst bij de burgers op basis van een volstrekt onjuist en uitvergroot beeld van diensten die 24-uur per dag alle burgers zouden willen afluisteren en volgen. Voor een deel lijkt deze stellingname terug te voeren op een onbegrip over wat inlichtingenwerk behelst en hoe dit verschilt van opsporing en vervolging. Voor een ander deel lijkt het ook een bewuste vertekening van de werkelijkheid te zijn geweest, vanuit het campagnedoel om zoveel mogelijk tegenstand tegen de wet te mobiliseren.

Een cruciale rol in het hele proces speelde het satirische TV-programma Lubach op Zondag. Dankzij de aandacht die dit programma besteedde slaagden de vijf studenten van de VU die het initiatief namen tot een referendumaanvraag erin op het laatste moment alsnog de vereiste aantallen handtekeningen te verzamelen. In de maanden daarna bleef dit programma bezwaren tegen de WIV op quasi luchtige wijze opvoeren, waarmee het nee-kamp een geduchte medestander had in Lubach.  Daarmee verwerd satire tot journalistiek-activisme in een komisch jasje, waar voorstanders van de wet maar moeilijk tegenspel aan konden bieden. De normale journalistieke uitgangspunten van hoor en wederhoor gelden hier immers niet.

Met Jelle van Buuren in Nieuwspoort

Met Jelle van Buuren in Nieuwspoort

Collegetoer met Quirine Eijkman voor de Soroptimisten Gouda

Collegetoer met Quirine Eijkman voor de Soroptimisten Gouda

In de Balie in Amsterdam met een oud-Kamerlid van de PvdA

In de Balie in Amsterdam met een oud-Kamerlid van de PvdA

Gelukkig hanteerden de meeste organisatoren van debatten dit uitgangspunt wel, al hadden zij vaak de grootste problemen mensen te vinden die zich publiek wilden uitspreken voor de wet.

Voor landelijk congres Jonge Democraten in Wilmink-theater Enschede

Voor landelijk congres Jonge Democraten in Wilmink-theater Enschede

Omdat ik besloot dat wel te doen, aangezien er volgens mij een goede balans zit tussen bevoegdheden en toezicht en er op details na een evaluatie over twee jaar nog gerepareerd kan worden, werd ik een veelgevraagd expert. Ook mijn oud-collega bij de AIVD, Jan Kees Dellebeke, werd veelvuldig benaderd.  Van officiële (overheids)zijde trad vooral het hoofd van de AIVD op de voorgrond, Rob Bertholee, en – in mindere mate – zijn collega van de MIVD, Onno Eichelsheim. Verder viel selfmade expert Peter Koop op, interceptie-expert, die haarfijn kan uitleggen dat het sleepnet allesbehalve ongericht is. Pas in het allerlaatste stadium traden ook de politici, verantwoordelijk voor de wet, in de arena, minister van BZK Kajsa Ollongren voorop, gevolgd door de MP, collegaministers en enkele Kamerleden. Met name Kees Verhoeven van D’66 had het zwaar te verduren, omdat hij met de komst van het nieuwe coalitiekabinet  een draai van 180 graden moest maken van verklaard tegenstander naar enthousiast voorstander.

Met Dave Berghuis van de Piratenpartij in Enschede-Roombeek

Met Dave Berghuis van de Piratenpartij in Enschede-Roombeek

Met Ton Siedsma van Bits of Freedom voor Studentenvereniging Lipsius in Leiden

Met Ton Siedsma van Bits of Freedom voor Studentenvereniging Lipsius in Leiden

Inhoudelijk en procesmatig laat het referendumdebat een aantal positieve en negatieve zaken zien. Zo blijkt opnieuw dat zo’n simpel ja of nee feitelijk onmogelijk is bij dit soort, zeer ingewikkelde vraagstukken. Debat over zo’n vraagstuk is goed, maar het is van meet af aan een ongelijke strijd. Tegenstanders zijn altijd in het voordeel, omdat in campagnes alle nuances verloren gaan en een zeer breed onderwerp verkleind kan worden tot een klein onderdeeltje: sleepwet. Voorstanders moeten daar het genuanceerde verhaal tegenover zetten, wat altijd moeilijker verkoopt dan een botte nee. Ook doen tegenstanders weinig moeite aan te geven hoe het dan wel moet; dat laten zij maar al te graag aan de voorstanders over. Daarbij helpt het ook niet dat de meeste parlementariërs  achterover leunen, omdat hun werk met het aannemen van de wet immers gedaan is. Zij zouden veel meer hun best moeten doen het resultaat uiteindelijk ook tegenover de kiezer te verdedigen.

Uitermate positief is het politieke engagement van een grote groep jongeren. Het waren studenten die het bijna afgeschafte middel van het raadgevende referendum reanimeerden

In Nieuwsuur op 27 februari

In Nieuwsuur op 27 februari

met een maatschappelijk zeer relevant thema. Anders dan bij het vorige referendum over de Ukraine ging het dit keer over iets dat iedere burger aangaat. Bovendien is het de allereerste keer in de Nederlandse geschiedenis dat er breed en uitvoerig gedebatteerd is over de vraag wat wij verwachten van I&V-diensten en tot hoever ze zouden mogen gaan. Ook zorgde de volksraadpleging ervoor dat de diensten behoorlijk uit hun oesterkramp kwamen en de natie uitlegden wat ze doen en waarom. Pure winst voor een open democratische samenleving. Burgers zijn inmiddels volwassen genoeg om te begrijpen dat diensten nodig zijn om de nationale veiligheid te beschermen. Hun bestaansrecht werd in dit debat ook door niemand meer ter discussie gesteld.

Het Grote WIV-debat van ISGA, een thuiswedstrijd in Leiden met Peter Koop, Inge Philips en Constant Hijzen

Het Grote WIV-debat van ISGA, een thuiswedstrijd in Leiden met Peter Koop, Inge Philips en Constant Hijzen

Wat mij betreft doet de uitslag van het referendum er morgen niet eens meer zo toe. Belangrijk voor de toekomst en voor het vertrouwen in politiek en diensten is dat het kabinet en de Kamer de uitkomsten van de debatten serieus nemen. Zij zijn niet alleen wettelijk, maar ook moreel verplicht serieus in te gaan op de gehoorde bezwaren en commentaren en ervoor te zorgen dat deze op de een of andere wijze geadresseerd worden, om meegenomen te worden in de evaluatie, die al over twee jaar zal plaatsvinden. Ook de medewerkers van de diensten zelf en de commissies van toezicht (TIB en CTIVD) hebben ongetwijfeld goed geluisterd naar de bezwaren en zorgen van veel burgers, en ik ben ervan overtuigd dat zij deze zeker zullen meenemen in hun besluiten om te oordelen over de inzet van bepaalde bevoegdheden. Ook in dat opzicht zal deze referendumdiscussie daadwerkelijk effect sorteren.

De oude Almelose eik is geveld

Nog geen twee weken nadat hij in Leiden op de eerste rij zat, toen zijn zoon in de aula van de Leidse universiteit zijn oratie uitsprak, overleed in zijn slaap mijn vader Leo Abels. De dood kwam als een dief in de nacht en overviel hem in de slaap. Een mooie dood, dat wel, zeker voor iemand die als een berg opzag tegen een lang ziekbed of een gedwongen verhuizing naar een verpleeghuis.

Zwaaipa

Voor ons is het echter een groot gemis, want met zijn markante persoonlijkheid was hij Leoeen steunpilaar en raadgever voor velen. Een politieman ook, in hart en nieren. Na een dienstongeval werd hij afgekeurd, een persoonlijk drama, maar hij zat niet bij de pakken neer. Hij werd opzichter op het landgoed Almelo en adviseur van de Graaf van Rechteren Limpurg, jager en houthakker. Bovenal was hij echter een verteller, die beeldend en met een fotografisch geheugen stoere verhalen opdiste uit zijn politiepraktijk, zijn jachtavonturen of zijn klein- en achterkinderen. Die verhalenstroom is nu ook tot stilstand gekomen. Wat zal het stil worden in Almelo.

 

Per undas adversas? Oratie met waarschuwing voor politisering van inlichtingen

Met het uitspreken van zijn oratie, getiteld Per undas adversas? Geheime diensten in de maalstroom van politiek en beleid, heeft ondergetekende vrijdag 16 februari zijn ambt van bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Leiden aanvaard. Onder zijn gehoor bevond zich een keur aan wetenschappers en praktijkmensen uit de wereld van inlichtingen- en veiligheidsdiensten, alsmede mensen uit de andere ‘werelden’ waarin hij actief is, zoals kerkhistorici, Gouwenaars en uiteraard familie. De waarschuwing in de oratie voor politisering van inlichtingen kreeg veel aandacht in de media en werd direct betrokken op de maatschappelijke discussie over de nieuwe inlichtingenwet, waarover op 21 maart een raadgevend referendum zal worden gehouden.

Oratie Paul Abels HR-33

Kans op herstel Hofje van Jongkind

In de jaren zestig en zeventig verkeerde de oude binnenstad van Gouda in deplorabele staat. Overal stonden monumenten te verkommeren omdat eigenaren geen geld (over) hadden voor restauratie. Tal van gebouwen kwamen leeg te staan en werden een prooi voor grijpgrage projectontwikkelaars, die niets liever zouden doen dan de percelen slopen om de weg vrij te maken voor de moderniteit. Megalomane plannen om het Tolhuis te slopen en de Haven te dempen, zodat het autoverkeer vrij baan zou krijgen naar het Marktplein, vonden gelukkig geen doorgang. Maar elders in de stad werd zonder scrupule de slopershamer gehanteerd. Bijvoorbeeld aan de Karnemelksloot, die ook gedempt had moeten worden en omzoomd met hoge flatgebouwen. Een eenzame flat vormt nu nog een zichtbaar relict van dit waanzinnige plan. Aan de Oosthaven werden zonder omhaal eeuwenoude panden gesloopt om er een ‘moderne’ Arrondissementsrechtbank te bouwen en aan de Hoge Gouwe gebeurde hetzelfde voor een smakeloos Arbeidsbureau.

FondatieAls er dan toch nog kleine monumentjes met enige emotionele waarde in de weg stonden, werd een uitweg gezocht die typisch lijkt te zijn geweest voor Gouda. Deze monumentjes werden dan steen voor steen afgebroken en tijdelijk opgeslagen bij gemeentewerken. Dankzij inspanningen van vooral Historische Vereniging Die Goude vond zo’n monumentje later dan een plek elders in de stad. Een bekend voorbeeld hiervan is het fraaie Lazaruspoortje, dat tot de jaren zestig aan het Nonnenwater stond. Tegenwoordig staat dat als ingangspoort van Museum Gouda, pal achter de Sint-Janskerk. Het zogeheten Joodse Poortje, ooit de ingang van het joodse kerkhof aan de Boelekade, staat tegenwoordig in het Raoul Wallenbergplantsoen. Ook een poortje aan de Zeugstraat, dat de ingang vormde voor het Hofje van Jongkind met negen woninkjes voor armlastige vrouwen, moest in de jaren zeventig wijken voor modernisering van een winkelpui. Het werd vervolgens geplaatst aan de achterzijde van het Verzetsmuseum, waar het toegang bood aan de beeldentuin.

In het afgelopen jaar deden zich twee ontwikkelingen voor die de hoop doen toenemen dat het originele Hofje van Jongkind, dat stamt uit 1702, min of meer zal herrijzen. Aan de Zeugstraat verdween de foeilelijke etalagepui en werd de oude percelering hersteld. De plek waar ooit de poort heeft gezeten is zo ook weer goed zichtbaar. Het complex wisselde ook van eigenaar, waarbij de nieuwe bezitter bekend heeft gemaakt er een koffiefirma te willen vestigen, met gebruikmaking van de achterliggende hofjeswoningen. Tegelijkertijd werd bekend dat het Verzetsmuseum zijn pand aan de Turfmarkt gaat verlaten en dat pand en tuin verkocht zijn aan een particulier die er een woonhuis van wil maken. Interessant is nu wie de eigenaar is van de erachter liggende Jongkind-poort.

AD Groene Hart schonk aandacht aan het pleidooi van Krins en Abels

AD Groene Hart schonk aandacht aan het pleidooi van Krins en Abels

Schrijver dezes en ChristenUnie-raadslid Theo Krins, die zich beiden al eerder ingezet hebben voor behoud van het hofje, hebben nu de kat de bel aangebonden om te komen tot herstel van de situatie aan de Zeugstraat. Veel is nog onduidelijk; bijvoorbeeld of de huidige eigenaar van de panden aan de Zeugstraat bereid zou zijn tot medewerking. Maar ook, wie eigenaar is van het poortje. Toch willen zij de kans grijpen om een van de drieste acties uit de vorige eeuw een beetje terug te draaien en bij te dragen aan het oorspronkelijke karakter van de binnenstad van Gouda.

Gouda 750 jaar stadsrechten: een gebeurtenis om bij stil te staan (in 2022)

Historische momenten zijn altijd zeer geschikt om de aandacht voor de geschiedenis en cultuur op te wekken en de kennis erover te verdiepen. Zo ook het feit dat het in 2022 al 750 jaar geleden is dat de stad Gouda stadsrechten ontving uit handen van de Hollandse graaf Floris V. Dat de blik al op dit jubeljaar is gericht blijkt uit een nieuw boekje, dat is uitgegeven door de DeGoudseSchool. De redacteuren Niels Honkoop en Teun Hardjono hebben 75 Gouwenaars van uiteenlopende pluimage gevraagd in een kort artikel vooruit te blikken op 2022. Ook schrijver dezes behoorde tot de aangezochte auteurs.

In 1872, dus anderhalve eeuw geleden, vierde Gouda dat het zes eeuwen eerder 750stadsrechten ontving uit handen van de Hollandse graaf Floris de vijfde. Het was toen de eerste keer dat grootschalig aandacht besteed werd aan deze stedelijke geboorteakte. De hele viering was een demonstratie van stedelijke trots. Terwijl het nationalisme alom in opkomst was, propte de stad zoveel mogelijk kunsthistorische voorwerpen in één gebouw, om het locale verleden zichtbaar maakten. Deze gelegenheidstentoonstelling in gebouw Arti Legi op de Markt viel zozeer in de smaak, dat zij het fundament ging vormen onder een heus stadsmuseum. De viering van stadsrechten was destijds vooral een aangelegenheid van en voor de stedelijke elite.

Honderd jaar later – in 1972 – werd de stadsrechtenverjaardag niet alleen met een expositie gevierd, maar met een heel scala aan activiteiten. Onmiskenbaar hoogtepunt was een grote historische optocht, waarbij tal van personages en gebeurtenissen uit de Goudse geschiedenis uitgebeeld werden. Daarmee werd de herdenking ook naar de straten gebracht en werd het een feest voor alle Gouwenaars.

Straks is het 2022. Opnieuw is er aanleiding voor een feest omdat Gouda 750 jaar bestaat. De tijden zijn sinds eerdergenoemde vieringen ingrijpend gewijzigd. De stad is uit haar voegen gebarsten met de bouw van grote nieuwbouwwijken en de komst van grote aantallen binnenlandse en buitenlandse arbeidsmigranten. Hun betrokkenheid bij de stad en haar geschiedenis is vaak maar beperkt. Ze werken elders en komen hier veelal vooral om te slapen of zijn met hoofd en hart nog voor een belangrijk deel in hun land van herkomst. Gebondenheid aan stad of streek en lokale trots lijken vooral nog een zaak van ‘echte’ Gouwenaars, die inmiddels een kleine minderheid vormen.

Tegelijk weten steeds meer toeristen uit binnen- en buitenland Gouda te vinden. Zij komen af op de naam, die dankzij tal van producten (kaas, kaarsen, stroopwafels, plateel), of de beroemde Goudse Glazen en de fraaie historische binnenstad. Gouda’s glorie wint hierdoor steeds meer aan glans, waardoor inmiddels een miljoen mensen per jaar de weg naar deze stad weten te vinden.

De Jeruzalemkapel, een prachtig middelpunt voor de festiviteiten in het kader van 750 jaar stadsrechten

De Jeruzalemkapel, een prachtig middelpunt voor de festiviteiten in het kader van 750 jaar stadsrechten

Met de viering van 750 jaar stad zal Gouda in 2022 de kans moeten grijpen om deze twee schijnbaar tegengestelde ontwikkelingen met elkaar te verbinden om zo de stad sterker te maken. Met royale financiële en organisatorische ondersteuning van de gemeente, het bedrijfsleven en de diverse instellingen en verenigingen die de stad rijk is, viert de stad op eigentijdse wijze haar bestaan. Niet alleen voor een elite of alleen voor echte Gouwenaars, maar met de blik naar buiten gericht. Met de Jeruzalemkapel als symbolisch middelpunt van de mondiaal gerichte viering, kunnen onophoudelijk bruggen gebouwd en verbindingen gezocht worden, zowel in de stad als naar buiten toe. Gouda heeft goud in handen en kan dat een jaar lang trots laten zien aan de wereld, zodat in de daaropvolgende halve eeuw niemand meer om Gouda heen kan en alle inwoners trots zijn om in deze stad te mogen wonen.

Een extra kans om Gouda in de schijnwerpers te zetten in 2022 biedt een ander historisch feit. In dat jaar is het ook 500 jaar geleden dat een van de grootste denkers die de stad ooit binnen haar stadspoorten heeft gehuisvest werd geboren. Deze vrijgeest, Dirck Volckertszoon Coornhert zag het levenslicht in Amsterdam, maar woonde de laatste jaren van zijn leven in Gouda. Hier overleed hij op 29 oktober 1590 en werd hij begraven in de sint-Jan. Zijn invloed op het liberale geestelijke klimaat in de stad is groot geweest en weerspiegelt zich in glas nummer 1 in de Sint-Jan, gewijd aan zijn voornaamste uitgangspunt: Vrijheid van Consciëntie (Geweten). Ook deze erfenis van Coornhert verdient het om bewaard en uitgediept te worden in 2022.

2022 belooft dus een historisch boeiend jaar te worden. Voor het zover is is er echter nog veel werk aan de winkel, waarbij de gemeente Gouda, het stadsmuseum en talrijke verenigingen hun handen ineen zullen moeten slaan om er een professionele herdenking van te maken.

De Staat van de Stad. Historisch Gouda in 2017

Het economisch herstel dat zich vorig jaar al aandiende, heeft zich in 2017 versterkt doorgezet. Ook in Gouda was dat goed merkbaar. Zelfs de meest incourante panden wisselden van eigenaar en de akelig lege winkelstraten krabbelden aarzelend op dankzij tal van startende ondernemers. Voor de Goudse binnenstad komt dit herstel precies op tijd.

Toerist

Het stadsbestuur heeft de ambitie om per jaar honderdduizend toeristen naar deze stad te trekken en uit alles blijkt dat dit geen onrealistisch streven is. Terwijl Amsterdam zo langzamerhand genoeg begint te krijgen van het massatoerisme en de toerist de hoofdstad begint te mijden wegens overbevolking en filevorming op de grachten, profiteren de kleinere Hollandse steden hier overduidelijk van. Het Best Western Hotel klaagt weinig meer, wat duidt op een hoge bezettingsgraad. Tientallen huizenbezitters hebben daarnaast AirB&B ontdekt als lucratieve (neven)inkomstenbron. Ook wordt er hard gewerkt om twee nieuwe grote hotel- en conferentieoorden in de stad te vestigen. Het Weeshuis aan de Spieringstraat, jarenlang middelpunt van een herbestemmingsdiscussie, gaat nu daadwerkelijk een hotel herbergen. Gelukkig wordt dit geen exclusieve 5-sterrentent, maar iets kleinschaligers, binnen een groter complex met een gemengde bestemming. Het grote winstpunt van deze keuze is dat het Weeshuisplein openbaar toegankelijk blijft, de Patersteeg niet overkapt wordt en doorgaanbaar blijft en dat de Jeruzalemkapel cum annex een publieke (culturele) bestemming houdt. Dat alles dankzij de nieuwe eigenaren, White House Development, een collectief van vastgoedondernemers dat overduidelijk een wit voetje heeft weten te halen bij de gemeente Gouda.

Of het optimisme ook gerechtvaardigd is voor de Gouwekerk, Gouda’s belangrijkste ‘landmark’, is nog maar de vraag. Nadat met stelligheid werd gemeld dat het complex door Johan Maasbach Wereldzending was verkocht om tot congrescentrum omgetoverd te worden, is het akelig stil geworden. Of de kerk een dergelijke bestemming zal krijgen, moet dus nog steeds afgewacht worden. Hopelijk vergaat het de Gouwekerk niet zo tragisch als de Turfmarktkerk, dat andere voormalige gebedshuis in de Goudse binnenstad dat al twintig jaar op herbestemming wacht. Daar is binnenkort de (sloop)kogel door de kerk. Het gebouw viel met geen mogelijkheid meer te redden, hoezeer de nieuwe eigenaar – buurman Khalid Boutachekourt – dit nog heeft geprobeerd. Bij de bouw van het aanpalende Clarissenhof is op grote schaal grondwater onttrokken aan het gebied, waardoor de palen van de – toch al niet erg solide -kerkgebouw uit de jaren dertig droog kwamen te staan en verrotten. Het plan om op dezelfde plek in historiserende stijl een appartementencomplex te bouwen met dezelfde ‘look en feel’ als de kerk, roept grote verdeeldheid op in de buurt. Terwijl overburen aan de Turfmarkt dit toejuichen, verzetten achter- en zijburen zich fel, bang als zij zijn voor verlies aan privacy – en bovenal – een meer open stegenpatroon dat hun afgesloten compound zou openbreken. Nu is gebleken dat bij de achterliggende nieuwbouw niet alleen gerommeld is met het grondwater, maar ook met de kadastrale grenzen, krijgt de kwestie nog een ingewikkeld vervolg.

Turf1

Gaat met de Turfmarktkerk een niet-monumentaal gebouw binnen een toch historisch stadsgezicht verloren, verderop in de straat zijn dit jaar twee historische panden voor verval behoed. De eigenaren van het Admiraalshuis hebben hun pand geschonken aan Vereniging Hendrick de Keijzer, die dit jaar zorg droeg voor een opknapbeurt van de gevel en het huis de oorspronkelijke geel-beige kleuren teruggaf. Bovendien werd een geschilderd plafond door Museum Gouda teruggegeven dat oorspronkelijk uit dit pand kwam. Aan de overzijde verliet het Leger des Heils nu definitief zijn onderkomen en werkt de nieuwe eigenaar inmiddels naarstig aan herstel en herbestemming tot woonruimte van dit driepandige complex.

Vermeldenswaardige gebeurtenissen op het vlak van monumentenbehoud zijn verder de ingrijpende restauratie van een groot woonhuis aan de Oosthaven, genaamd De Roos, dat na langdurige restauratie zijn fraaie gevel weer in volle glorie toont, en de op handen zijnde verkoop van de dameshoedenwinkel in de Lange Noodgodstraat. De zoon van de voormalige eigenaresse heeft eindelijk besloten het winkelpand, waarin de tijd lijkt stil te staan, van de hand te doen. Hopelijk is er een enthousiasteling die de geheel eigen sfeer in dit pand zal proberen te behouden.

Op het vlak van waterbeheer is de discussie inmiddels behoorlijk opgelaaid. De zeer

Toren van voormalige Brandweerkazerne aan de Nieuwehaven, een van de gedempte grachten

Toren van voormalige Brandweerkazerne aan de Nieuwehaven, een van de gedempte grachten

langzame, maar onomkeerbare verzakking van de Goudse binnenstad roept tal van problemen en dilemma’s op. Tot hoever kan het waterpeil nog kunstmatig naar beneden gebracht worden, zonder dat dit leidt tot paalrot? De gemeente is inmiddels naarstig op zoek naar methoden om dit onheil te ondervangen. De verwachte toename van grote hoosbuien onder invloed van de klimaatverandering is een andere zorg met betrekking tot het water. Langzaam groeit het inzicht dat het dempen van vele Goudse grachten in de jaren vijftig en zestig, ten behoeve van het toenemende autoverkeer, bij nader inzien toch niet zo’n goed idee was. Het moment lijkt nabij dat de eerste gedempte gracht – bijvoorbeeld het Nonnenwater en de Verloren Kost – weer opengegooid zal moeten worden om het vele hemelwater te kunnen bergen.

Met Marc de Beijer heeft Museum Gouda dit jaar ook een nieuwe museumdirecteur leren kennen als opvolger van Gerard de Kleijn. Minder flamboyant, maar minstens zo energiek en vriendelijk, heeft deze Utrechtenaar zijn eerste sporen in het museum verdiend. Maar zijn meesterproef moet nog komen, met de eerste grote expositie die onder zijn aansturing tot stand komt, gewijd aan de Gouds-Brugse schilder Pieter Pourbus. Op 17 februari gaan de deuren van deze tentoonstelling open en zullen in het oude Gasthuis enkele unieke altaarstukken en andere schilderijen van deze 16de-eeuwse katholieke kunstenaar te zien zijn. Ook de stedelijke bibliotheek in de Chocoladefabriek heeft met Erna Staal een nieuwe leiding gekregen. Deze Goudse culturele instelling heeft haar succesformule het afgelopen jaar verder uitgebouwd, onder meer met enkele geslaagde markten en lezingen. Met Willem van den Broek heeft ook de derde grote cultuurinstelling van de stad, Kunstpunt Gouda, een nieuwe leiding gekregen. Zijn voornaamste acties tot op dit moment zijn een ‘naamsterugdraaiing’ naar De Garenspinnerij en een solo-expositie van schilderijen van zijn hand.

GerritKloensIn mei overleed de markante Goudse tekenaar Gerrit Kloens, die zijn atelier had aan de Molenwef, pal achter de Sint-Janskerk. Hij maakte de afgelopen decennia tal van tekeningen van de Goudse binnenstad en van Goudse en andere prominente persoonlijkheden. Aan het eind van zijn leven mocht hij nog meemaken dat een tekening van Desiderius Erasmus van zijn hand werd aangekocht door Museum Gouda. Links een zelfportret van Kloens in zijn jonge jaren.

De archeologen van Golda staan na lang inzamelen en plannen nu eindelijk op het punt de opgravingen van het Clarisseklooster te beschrijven. Inmiddels zijn al wel de daar gevonden skeletten van enkele nonnen, een priester en een kind zorgvuldig onderzocht door fysisch antropologe Constance van der Linden. Daaruit blijkt dat naast nonnen ook kinderen en mannen (priester, koster?) begraven werden in de kapel. Verder hebben de archeologen een mooie kans gehad om rond de Sint-Janskerk opgravingen te doen, omdat daar de leidingen vernieuwd moesten worden. Het meest opvallende resultaat daarvan was de vondst van een ommuurd kinderkerkhof, in de buurt van de Kraamvrouwendeur.

Aanbieding themanummer over 500 jaar Reformatie in Gouda bij provinciale herdenking  in St-Janskerk

Aanbieding themanummer over 500 jaar Reformatie in Gouda bij provinciale herdenking in St-Janskerk

Oudheidliefhebbers die liever met de pen dan met de spade tewerk gaan, verenigd in Historische Vereniging die Goude, hebben het afgelopen jaar op geschiedkundig gebied relatief weinig van zich laten horen. Vermeldenswaardig is vooral het themanummer van verenigingsblad Tidinge van die Goude, over 500 jaar Reformatie in Gouda, dat verscheen ter gelegenheid van het Lutherjaar. De jubileumviering van het 85 jarig bestaan van Die Goude in de Sint-Jan werd massaal bezocht, maar het was tekenend voor de lauwe fase waarin de vereniging zich momenteel bevindt, dat er – afgezien van een paar oude filmbeelden – die avond niets historisch verteld werd.

Dat gebeurde wel in het voormalige gebouw Het Brandpunt, gelegen naast de eerdergenoemde Turfmarktkerk. Dit voormalige kerkelijk centrum wordt thans bewoond

Opening van het Buchnerhuis door burgemeester Schoenmaker

Opening van het Buchnerhuis door burgemeester Schoenmaker

door de eigenaar van de te slopen kerk, Khalid Boutachekourt. Hij besloot het afgelopen jaar zijn pand om te dopen tot Büchnerhuis, als eerbetoon aan de grootste medicus die Gouda ooit binnen haar stadspoorten heeft gehad. Deze Wilhelm Fredrich Büchner woonde in de negentiende eeuw op deze plek in een huis dat halverwege de vorige eeuw moest wijken voor het Brandpunt. Zijn naam siert thans de grote ingangspartij en voorbijgangers kunnen op een ANWB-bord kennis nemen van de verdiensten van deze dokter voor de stad.

Op cultuur-politiek terrein werpen de verkiezingen van komend voorjaar hun schaduw al vooruit. Verantwoordelijk wethouder Daphne Bergman heeft de kans gegrepen om een stap te maken naar het (waarnemend) burgemeesterschap van Beuningen. Zij legt haar functie daarom eind dit jaar al neer en wordt tijdelijk opgevolgd door haar D66-partijgenoot Thierry van Vugt. Als verantwoordelijk wethouder voor cultuur, toerisme en monumentenzorg heeft Daphne Bergman nadrukkelijk een stempel gedrukt op het beleid en verregaande keuzes gemaakt. Zij heeft hierdoor het aanzien en de aantrekkelijkheid van de stad zeker helpen vergroten. De totstandkoming van de alom geprezen succesformule van de Chocoladefabriek en de Garenspinnerij is voor een belangrijk deel op haar konto te schrijven. Ook het Erasmusglas in de Sint-Jan en een weer levensvatbaar Museum Gouda kwamen er mede door haar inzet. Maar deze positieve ontwikkelingen hebben ook een keerzijde: zo kwijnt het streekarchief weg als ondergeschoven kindje van de bibliotheek, is het oude stadhuis verworden tot een voor velen onbetaalbaar evenementenbureau en is het voormalige pijpenmuseum De Moriaen verkocht en als woonhuis in gebruik. Het is te hopen dat haar opvolger – en straks het nieuwe college – werk blijft maken van monumentenbehoud en de ingeslagen koers op het terrein van kunst en cultuur.

Een zonovergoten Gouds stadhuis, geschilderd door de Amersfoorts-Chinese schilderes Juan Xue

Een zonovergoten Gouds stadhuis, geschilderd door de Amersfoorts-Chinese schilderes Juan Xue

Een unieke kans om de stad positief onder de aandacht te brengen doet zich voor in 2022, als Gouda 750 jaar stadsrechten heeft. Voorbereidingen voor dit festein zouden al volop in gang gezet moeten zijn, maar – toch wel typerend voor de verhoudingen alhier – is geen enkele partij (de gemeente, het Historisch Platform Gouda, Historische Vereniging die Goude of het Museum Gouda) er tot op heden in geslaagd het aanwezige vrijwilligerspotentieel te mobiliseren. Het is gebleven bij één informatieavond voor alle partijen, waarna de gemeente in stilzwijgen verviel. Tot dit jaar plots een bedrijfje uit Rotterdam, City Brand, bleek te zijn ingehuurd om met een dure campagne het 750-jarig bestaan van de stad te ‘vermarkten’. Niks vrijwilligers, maar gelikte commercie van buiten de stad. Hopelijk nemen culturele organisaties in de stad het heft zelf in handen, zoals Die Goude deed in 1972, anders wordt het niks. De door burgemeester Milo Schoenmakers bij de opening van het Schipperswachtlokaal uitgesproken wens om toe te werken naar de heropening van de grote Havensluis in het jubeljaar 2022, mag zeker niet vergeten worden. Aangezien hij onlangs aangaf in te zijn voor een nieuwe ambtstermijn van zes jaar, zal hij hier ook zelf als eerste burger werk van kunnen maken. Wellicht kan het college dit als voorwaarde verbinden aan zijn herbenoeming.

 

Unieke Goudse druk op veiling in Den Haag

Deze week kwam bij het aloude veilinghuis Van Stockum in Den Haag – dat vorig jaar werd overgenomen door het Vendue Huis en verhuisde van het vertrouwde statige pand aan de Prinsengracht naar een achterafplekje aan de Nobelstraat – een Keurbijbel onder de hamer. Op zich is dat niets bijzonders, want van deze achttiende-eeuwse editie van de in Dordrecht en Amsterdam gedrukte Statenbijbel worden op elke veiling wel een paar exemplaren aangeboden. Ook als het, zoals in dit geval, gaat om een gaaf exemplaar, compleet met de bekende kaarten van Stoopendaal en een ongebruikelijke serie van 51 extra gravures van Lamberecht Causé en Nicolaas Gommerse, is het hooguit een interessant exemplaar; zelfs de zilveren boekklampen, vervaardigd door C. van der Kaa maken het niet tot een uitzonderlijke bijbel. Wat is deze bijbel echt bijzonder maakt is een blad dat voorin de Bijbel ligt. De op €600 inschatte Bijbel werd uiteindelijk op €2500 afgeslagen. Die hoge opbrengst zal zeker te maken hebben met dat plano inlegvel.

Leesorde

Het blad, 38×44 cm, draagt als titel: Een profitabele, practicale, proportionele en continuele Bybel-lees-ordre. Deze leeswijzer is volgens vermelding onder de titel samengesteld door iemand die de initiaelen I: v: B.O. draagt. Drukker of uitgever is Gouwenaar Johannes Wasmoet, boekverkooper in ’t Wyd-straat, in den Dordtschen Bybel, die het blad in 1739 het licht liet zien. Dit blad was tot op heden volstrekt onbekend en komt dus ook niet voor in de collecties van bijvoorbeeld de Koninklijke Bibliotheek of het Streekarchief Midden-Holland (Gouda).

De uitgave stelt ons in drie opzichten voor raadsels: het blad lijkt enig in zijn soort, de auteur verstopt zich achter (nog) niet te ontcijferen initialen en de drukker/uitgever komt niet voor in de lijsten van Goudse boekdrukkers. De bekende expert in Bijbeldrukken, Anne Jaap van den Berg, die mij attendeerde op deze uitgave, zegt dat hij en andere Bijbelkenners deze gedrukte leeswijzer niet eerder heeft gezien. Ook de initialen stellen hem voor een raadsel; zijn vermoeden dat het om een Gouds predikant zou gaan lijkt op het eerste gezicht niet bevestigd te kunnen worden. Deze enige Goudse dominee uit die periode wiens initialen enigszins in de buurt komen is ds. Jacobus van Ostade. Deze was op 30 december 1716 in Gouda bevestigd en overleed hier op 18 juli 1745. Hij was dus ten tijde van het uitgeven van de leeswijzer Gouds predikant. Voor hij hier beroepen werd, stond hij in Purmerend, waar hij op 14 augustus 1712 als weduwnaar in het huwelijk trad met de Haagse Geertruijt Schorrenburg. Latere generaties Van Ostade blijken de naam Boon van Ostade te voeren. Of Jacobus dit ook al deed is onduidelijk, maar in dit geval zouden de initialen wel kloppen: Iacobus] v[an] B[oon] O[stade].

Purmerend als vorige standplaats van Jacobus van Ostade legt overigens een opmerkelijk verband bloot met de drukker/uitgever van de leeswijzer. Deze Johannes Wasmoet (Wasmoeth, Wasmuth) kwam ook van uit Purmerend naar Gouda, zij het negentien jaar later. Hij trouwde op 2 mei 1734 in Purmerend de Goudse Clara (Klaertgen) Donselaer. Een half jaar na de geboorte van een tweeling, Magdalena en Sibilla, op 24-3-1735, verhuisde het gezin naar Gouda. Daar liet Johannes zich als poorter inschrijven.  Waarmee Wasmoet de eerste jaren de kost verdiende is onduidelijk. Wellicht was hij in diens van een van de andere Goudse drukkers. Het echtpaar sloot zich aan bij de gereformeerde kerk, waar zij op 1 april 1737 als lidmaat werden aangenomen met attestatie van hun vorige woonplaats. Een half jaar later, op 25 september, hielden zij in de Sint-Jan een derde dochter ten doop.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In 1738 begon Wasmoet een eigen bedrijf. Hij kocht in dat jaar van Cornelis van der Reyt het pand aan de Wijdstraat nummer 10. Het pand kreeg een toepasselijke titel op het uithangbord:

IN DEN DORDTSCHEN  BYBEL.

Een jaar later wordt hij voor het eerst als boekverkoper vermeld. In de Oprechte Haerlemsche Courant staan vanaf dat moment geregeld advertenties voor veilingen, waarbij Wasmoet genoemd wordt als een van de boekhandelaren bij wie een catalogus is te krijgen. Zijn naam komt in 1741 ook voor als verkoper van een nieuw tijdschrift, De verreezene Hollandsche Socrates en onder een lijst van nieuw gedrukte boeken. Dat waren waarschijnlijk tevens zijn laatste handelsactiviteiten, want niet lang daarna moet hij zijn overleden. Op 13 april 1741 werd Johannes Wasmoet in de Sint-Jan begraven. Zijn huis aan de Wijdstraat werd in 1742 verkocht aan Dirkje Vermeij.

Nu de drie raadsels rond de leeswijzer zijn opgelost, resteert er toch nog een ander raadsel dat zich gedurende het onderzoek aandiende. In september 1729, dus zes jaar voordat onze boekhandelaar/drukker naar Gouda kwam, vestigde zich al een gelijknamige Johannes Wasmoet in Gouda, aan de Oosthaven. Het was volgens de opgave in het lidmatenboek van de gereformeerden een jongeman, dus een ongehuwde jongeling, wat uitsluit dat het om de vader van de Purmerendse Johannes ging. Toch ging het wellicht wel om een familielid, want op 10 oktober 1737 werd een “Johannes Wasmouth” begraven in de Sint-Jan, die op dat moment (ook) woonachtig was in de Wijdstraat. Wellicht ging het om een neef, maar dat blijft onduidelijk.

Zo brengt een voorin een oude Bijbel aangetroffen, tot nu toe onbekende, leeswijzer een Gouds-Purmerendse connectie in beeld, alsmede een tragisch korte loopbaan van een tot op heden in de schoot van de geschiedenis verborgen Goudse boekverkoper/drukker.