Per undas adversas? Oratie met waarschuwing voor politisering van inlichtingen

Met het uitspreken van zijn oratie, getiteld Per undas adversas? Geheime diensten in de maalstroom van politiek en beleid, heeft ondergetekende vrijdag 16 februari zijn ambt van bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Leiden aanvaard. Onder zijn gehoor bevond zich een keur aan wetenschappers en praktijkmensen uit de wereld van inlichtingen- en veiligheidsdiensten, alsmede mensen uit de andere ‘werelden’ waarin hij actief is, zoals kerkhistorici, Gouwenaars en uiteraard familie. De waarschuwing in de oratie voor politisering van inlichtingen kreeg veel aandacht in de media en werd direct betrokken op de maatschappelijke discussie over de nieuwe inlichtingenwet, waarover op 21 maart een raadgevend referendum zal worden gehouden.

Oratie Paul Abels HR-33

Kans op herstel Hofje van Jongkind

In de jaren zestig en zeventig verkeerde de oude binnenstad van Gouda in deplorabele staat. Overal stonden monumenten te verkommeren omdat eigenaren geen geld (over) hadden voor restauratie. Tal van gebouwen kwamen leeg te staan en werden een prooi voor grijpgrage projectontwikkelaars, die niets liever zouden doen dan de percelen slopen om de weg vrij te maken voor de moderniteit. Megalomane plannen om het Tolhuis te slopen en de Haven te dempen, zodat het autoverkeer vrij baan zou krijgen naar het Marktplein, vonden gelukkig geen doorgang. Maar elders in de stad werd zonder scrupule de slopershamer gehanteerd. Bijvoorbeeld aan de Karnemelksloot, die ook gedempt had moeten worden en omzoomd met hoge flatgebouwen. Een eenzame flat vormt nu nog een zichtbaar relict van dit waanzinnige plan. Aan de Oosthaven werden zonder omhaal eeuwenoude panden gesloopt om er een ‘moderne’ Arrondissementsrechtbank te bouwen en aan de Hoge Gouwe gebeurde hetzelfde voor een smakeloos Arbeidsbureau.

FondatieAls er dan toch nog kleine monumentjes met enige emotionele waarde in de weg stonden, werd een uitweg gezocht die typisch lijkt te zijn geweest voor Gouda. Deze monumentjes werden dan steen voor steen afgebroken en tijdelijk opgeslagen bij gemeentewerken. Dankzij inspanningen van vooral Historische Vereniging Die Goude vond zo’n monumentje later dan een plek elders in de stad. Een bekend voorbeeld hiervan is het fraaie Lazaruspoortje, dat tot de jaren zestig aan het Nonnenwater stond. Tegenwoordig staat dat als ingangspoort van Museum Gouda, pal achter de Sint-Janskerk. Het zogeheten Joodse Poortje, ooit de ingang van het joodse kerkhof aan de Boelekade, staat tegenwoordig in het Raoul Wallenbergplantsoen. Ook een poortje aan de Zeugstraat, dat de ingang vormde voor het Hofje van Jongkind met negen woninkjes voor armlastige vrouwen, moest in de jaren zeventig wijken voor modernisering van een winkelpui. Het werd vervolgens geplaatst aan de achterzijde van het Verzetsmuseum, waar het toegang bood aan de beeldentuin.

In het afgelopen jaar deden zich twee ontwikkelingen voor die de hoop doen toenemen dat het originele Hofje van Jongkind, dat stamt uit 1702, min of meer zal herrijzen. Aan de Zeugstraat verdween de foeilelijke etalagepui en werd de oude percelering hersteld. De plek waar ooit de poort heeft gezeten is zo ook weer goed zichtbaar. Het complex wisselde ook van eigenaar, waarbij de nieuwe bezitter bekend heeft gemaakt er een koffiefirma te willen vestigen, met gebruikmaking van de achterliggende hofjeswoningen. Tegelijkertijd werd bekend dat het Verzetsmuseum zijn pand aan de Turfmarkt gaat verlaten en dat pand en tuin verkocht zijn aan een particulier die er een woonhuis van wil maken. Interessant is nu wie de eigenaar is van de erachter liggende Jongkind-poort.

AD Groene Hart schonk aandacht aan het pleidooi van Krins en Abels

AD Groene Hart schonk aandacht aan het pleidooi van Krins en Abels

Schrijver dezes en ChristenUnie-raadslid Theo Krins, die zich beiden al eerder ingezet hebben voor behoud van het hofje, hebben nu de kat de bel aangebonden om te komen tot herstel van de situatie aan de Zeugstraat. Veel is nog onduidelijk; bijvoorbeeld of de huidige eigenaar van de panden aan de Zeugstraat bereid zou zijn tot medewerking. Maar ook, wie eigenaar is van het poortje. Toch willen zij de kans grijpen om een van de drieste acties uit de vorige eeuw een beetje terug te draaien en bij te dragen aan het oorspronkelijke karakter van de binnenstad van Gouda.

Gouda 750 jaar stadsrechten: een gebeurtenis om bij stil te staan (in 2022)

Historische momenten zijn altijd zeer geschikt om de aandacht voor de geschiedenis en cultuur op te wekken en de kennis erover te verdiepen. Zo ook het feit dat het in 2022 al 750 jaar geleden is dat de stad Gouda stadsrechten ontving uit handen van de Hollandse graaf Floris V. Dat de blik al op dit jubeljaar is gericht blijkt uit een nieuw boekje, dat is uitgegeven door de DeGoudseSchool. De redacteuren Niels Honkoop en Teun Hardjono hebben 75 Gouwenaars van uiteenlopende pluimage gevraagd in een kort artikel vooruit te blikken op 2022. Ook schrijver dezes behoorde tot de aangezochte auteurs.

In 1872, dus anderhalve eeuw geleden, vierde Gouda dat het zes eeuwen eerder 750stadsrechten ontving uit handen van de Hollandse graaf Floris de vijfde. Het was toen de eerste keer dat grootschalig aandacht besteed werd aan deze stedelijke geboorteakte. De hele viering was een demonstratie van stedelijke trots. Terwijl het nationalisme alom in opkomst was, propte de stad zoveel mogelijk kunsthistorische voorwerpen in één gebouw, om het locale verleden zichtbaar maakten. Deze gelegenheidstentoonstelling in gebouw Arti Legi op de Markt viel zozeer in de smaak, dat zij het fundament ging vormen onder een heus stadsmuseum. De viering van stadsrechten was destijds vooral een aangelegenheid van en voor de stedelijke elite.

Honderd jaar later – in 1972 – werd de stadsrechtenverjaardag niet alleen met een expositie gevierd, maar met een heel scala aan activiteiten. Onmiskenbaar hoogtepunt was een grote historische optocht, waarbij tal van personages en gebeurtenissen uit de Goudse geschiedenis uitgebeeld werden. Daarmee werd de herdenking ook naar de straten gebracht en werd het een feest voor alle Gouwenaars.

Straks is het 2022. Opnieuw is er aanleiding voor een feest omdat Gouda 750 jaar bestaat. De tijden zijn sinds eerdergenoemde vieringen ingrijpend gewijzigd. De stad is uit haar voegen gebarsten met de bouw van grote nieuwbouwwijken en de komst van grote aantallen binnenlandse en buitenlandse arbeidsmigranten. Hun betrokkenheid bij de stad en haar geschiedenis is vaak maar beperkt. Ze werken elders en komen hier veelal vooral om te slapen of zijn met hoofd en hart nog voor een belangrijk deel in hun land van herkomst. Gebondenheid aan stad of streek en lokale trots lijken vooral nog een zaak van ‘echte’ Gouwenaars, die inmiddels een kleine minderheid vormen.

Tegelijk weten steeds meer toeristen uit binnen- en buitenland Gouda te vinden. Zij komen af op de naam, die dankzij tal van producten (kaas, kaarsen, stroopwafels, plateel), of de beroemde Goudse Glazen en de fraaie historische binnenstad. Gouda’s glorie wint hierdoor steeds meer aan glans, waardoor inmiddels een miljoen mensen per jaar de weg naar deze stad weten te vinden.

De Jeruzalemkapel, een prachtig middelpunt voor de festiviteiten in het kader van 750 jaar stadsrechten

De Jeruzalemkapel, een prachtig middelpunt voor de festiviteiten in het kader van 750 jaar stadsrechten

Met de viering van 750 jaar stad zal Gouda in 2022 de kans moeten grijpen om deze twee schijnbaar tegengestelde ontwikkelingen met elkaar te verbinden om zo de stad sterker te maken. Met royale financiële en organisatorische ondersteuning van de gemeente, het bedrijfsleven en de diverse instellingen en verenigingen die de stad rijk is, viert de stad op eigentijdse wijze haar bestaan. Niet alleen voor een elite of alleen voor echte Gouwenaars, maar met de blik naar buiten gericht. Met de Jeruzalemkapel als symbolisch middelpunt van de mondiaal gerichte viering, kunnen onophoudelijk bruggen gebouwd en verbindingen gezocht worden, zowel in de stad als naar buiten toe. Gouda heeft goud in handen en kan dat een jaar lang trots laten zien aan de wereld, zodat in de daaropvolgende halve eeuw niemand meer om Gouda heen kan en alle inwoners trots zijn om in deze stad te mogen wonen.

Een extra kans om Gouda in de schijnwerpers te zetten in 2022 biedt een ander historisch feit. In dat jaar is het ook 500 jaar geleden dat een van de grootste denkers die de stad ooit binnen haar stadspoorten heeft gehuisvest werd geboren. Deze vrijgeest, Dirck Volckertszoon Coornhert zag het levenslicht in Amsterdam, maar woonde de laatste jaren van zijn leven in Gouda. Hier overleed hij op 29 oktober 1590 en werd hij begraven in de sint-Jan. Zijn invloed op het liberale geestelijke klimaat in de stad is groot geweest en weerspiegelt zich in glas nummer 1 in de Sint-Jan, gewijd aan zijn voornaamste uitgangspunt: Vrijheid van Consciëntie (Geweten). Ook deze erfenis van Coornhert verdient het om bewaard en uitgediept te worden in 2022.

2022 belooft dus een historisch boeiend jaar te worden. Voor het zover is is er echter nog veel werk aan de winkel, waarbij de gemeente Gouda, het stadsmuseum en talrijke verenigingen hun handen ineen zullen moeten slaan om er een professionele herdenking van te maken.

De Staat van de Stad. Historisch Gouda in 2017

Het economisch herstel dat zich vorig jaar al aandiende, heeft zich in 2017 versterkt doorgezet. Ook in Gouda was dat goed merkbaar. Zelfs de meest incourante panden wisselden van eigenaar en de akelig lege winkelstraten krabbelden aarzelend op dankzij tal van startende ondernemers. Voor de Goudse binnenstad komt dit herstel precies op tijd.

Toerist

Het stadsbestuur heeft de ambitie om per jaar honderdduizend toeristen naar deze stad te trekken en uit alles blijkt dat dit geen onrealistisch streven is. Terwijl Amsterdam zo langzamerhand genoeg begint te krijgen van het massatoerisme en de toerist de hoofdstad begint te mijden wegens overbevolking en filevorming op de grachten, profiteren de kleinere Hollandse steden hier overduidelijk van. Het Best Western Hotel klaagt weinig meer, wat duidt op een hoge bezettingsgraad. Tientallen huizenbezitters hebben daarnaast AirB&B ontdekt als lucratieve (neven)inkomstenbron. Ook wordt er hard gewerkt om twee nieuwe grote hotel- en conferentieoorden in de stad te vestigen. Het Weeshuis aan de Spieringstraat, jarenlang middelpunt van een herbestemmingsdiscussie, gaat nu daadwerkelijk een hotel herbergen. Gelukkig wordt dit geen exclusieve 5-sterrentent, maar iets kleinschaligers, binnen een groter complex met een gemengde bestemming. Het grote winstpunt van deze keuze is dat het Weeshuisplein openbaar toegankelijk blijft, de Patersteeg niet overkapt wordt en doorgaanbaar blijft en dat de Jeruzalemkapel cum annex een publieke (culturele) bestemming houdt. Dat alles dankzij de nieuwe eigenaren, White House Development, een collectief van vastgoedondernemers dat overduidelijk een wit voetje heeft weten te halen bij de gemeente Gouda.

Of het optimisme ook gerechtvaardigd is voor de Gouwekerk, Gouda’s belangrijkste ‘landmark’, is nog maar de vraag. Nadat met stelligheid werd gemeld dat het complex door Johan Maasbach Wereldzending was verkocht om tot congrescentrum omgetoverd te worden, is het akelig stil geworden. Of de kerk een dergelijke bestemming zal krijgen, moet dus nog steeds afgewacht worden. Hopelijk vergaat het de Gouwekerk niet zo tragisch als de Turfmarktkerk, dat andere voormalige gebedshuis in de Goudse binnenstad dat al twintig jaar op herbestemming wacht. Daar is binnenkort de (sloop)kogel door de kerk. Het gebouw viel met geen mogelijkheid meer te redden, hoezeer de nieuwe eigenaar – buurman Khalid Boutachekourt – dit nog heeft geprobeerd. Bij de bouw van het aanpalende Clarissenhof is op grote schaal grondwater onttrokken aan het gebied, waardoor de palen van de – toch al niet erg solide -kerkgebouw uit de jaren dertig droog kwamen te staan en verrotten. Het plan om op dezelfde plek in historiserende stijl een appartementencomplex te bouwen met dezelfde ‘look en feel’ als de kerk, roept grote verdeeldheid op in de buurt. Terwijl overburen aan de Turfmarkt dit toejuichen, verzetten achter- en zijburen zich fel, bang als zij zijn voor verlies aan privacy – en bovenal – een meer open stegenpatroon dat hun afgesloten compound zou openbreken. Nu is gebleken dat bij de achterliggende nieuwbouw niet alleen gerommeld is met het grondwater, maar ook met de kadastrale grenzen, krijgt de kwestie nog een ingewikkeld vervolg.

Turf1

Gaat met de Turfmarktkerk een niet-monumentaal gebouw binnen een toch historisch stadsgezicht verloren, verderop in de straat zijn dit jaar twee historische panden voor verval behoed. De eigenaren van het Admiraalshuis hebben hun pand geschonken aan Vereniging Hendrick de Keijzer, die dit jaar zorg droeg voor een opknapbeurt van de gevel en het huis de oorspronkelijke geel-beige kleuren teruggaf. Bovendien werd een geschilderd plafond door Museum Gouda teruggegeven dat oorspronkelijk uit dit pand kwam. Aan de overzijde verliet het Leger des Heils nu definitief zijn onderkomen en werkt de nieuwe eigenaar inmiddels naarstig aan herstel en herbestemming tot woonruimte van dit driepandige complex.

Vermeldenswaardige gebeurtenissen op het vlak van monumentenbehoud zijn verder de ingrijpende restauratie van een groot woonhuis aan de Oosthaven, genaamd De Roos, dat na langdurige restauratie zijn fraaie gevel weer in volle glorie toont, en de op handen zijnde verkoop van de dameshoedenwinkel in de Lange Noodgodstraat. De zoon van de voormalige eigenaresse heeft eindelijk besloten het winkelpand, waarin de tijd lijkt stil te staan, van de hand te doen. Hopelijk is er een enthousiasteling die de geheel eigen sfeer in dit pand zal proberen te behouden.

Op het vlak van waterbeheer is de discussie inmiddels behoorlijk opgelaaid. De zeer

Toren van voormalige Brandweerkazerne aan de Nieuwehaven, een van de gedempte grachten

Toren van voormalige Brandweerkazerne aan de Nieuwehaven, een van de gedempte grachten

langzame, maar onomkeerbare verzakking van de Goudse binnenstad roept tal van problemen en dilemma’s op. Tot hoever kan het waterpeil nog kunstmatig naar beneden gebracht worden, zonder dat dit leidt tot paalrot? De gemeente is inmiddels naarstig op zoek naar methoden om dit onheil te ondervangen. De verwachte toename van grote hoosbuien onder invloed van de klimaatverandering is een andere zorg met betrekking tot het water. Langzaam groeit het inzicht dat het dempen van vele Goudse grachten in de jaren vijftig en zestig, ten behoeve van het toenemende autoverkeer, bij nader inzien toch niet zo’n goed idee was. Het moment lijkt nabij dat de eerste gedempte gracht – bijvoorbeeld het Nonnenwater en de Verloren Kost – weer opengegooid zal moeten worden om het vele hemelwater te kunnen bergen.

Met Marc de Beijer heeft Museum Gouda dit jaar ook een nieuwe museumdirecteur leren kennen als opvolger van Gerard de Kleijn. Minder flamboyant, maar minstens zo energiek en vriendelijk, heeft deze Utrechtenaar zijn eerste sporen in het museum verdiend. Maar zijn meesterproef moet nog komen, met de eerste grote expositie die onder zijn aansturing tot stand komt, gewijd aan de Gouds-Brugse schilder Pieter Pourbus. Op 17 februari gaan de deuren van deze tentoonstelling open en zullen in het oude Gasthuis enkele unieke altaarstukken en andere schilderijen van deze 16de-eeuwse katholieke kunstenaar te zien zijn. Ook de stedelijke bibliotheek in de Chocoladefabriek heeft met Erna Staal een nieuwe leiding gekregen. Deze Goudse culturele instelling heeft haar succesformule het afgelopen jaar verder uitgebouwd, onder meer met enkele geslaagde markten en lezingen. Met Willem van den Broek heeft ook de derde grote cultuurinstelling van de stad, Kunstpunt Gouda, een nieuwe leiding gekregen. Zijn voornaamste acties tot op dit moment zijn een ‘naamsterugdraaiing’ naar De Garenspinnerij en een solo-expositie van schilderijen van zijn hand.

GerritKloensIn mei overleed de markante Goudse tekenaar Gerrit Kloens, die zijn atelier had aan de Molenwef, pal achter de Sint-Janskerk. Hij maakte de afgelopen decennia tal van tekeningen van de Goudse binnenstad en van Goudse en andere prominente persoonlijkheden. Aan het eind van zijn leven mocht hij nog meemaken dat een tekening van Desiderius Erasmus van zijn hand werd aangekocht door Museum Gouda. Links een zelfportret van Kloens in zijn jonge jaren.

De archeologen van Golda staan na lang inzamelen en plannen nu eindelijk op het punt de opgravingen van het Clarisseklooster te beschrijven. Inmiddels zijn al wel de daar gevonden skeletten van enkele nonnen, een priester en een kind zorgvuldig onderzocht door fysisch antropologe Constance van der Linden. Daaruit blijkt dat naast nonnen ook kinderen en mannen (priester, koster?) begraven werden in de kapel. Verder hebben de archeologen een mooie kans gehad om rond de Sint-Janskerk opgravingen te doen, omdat daar de leidingen vernieuwd moesten worden. Het meest opvallende resultaat daarvan was de vondst van een ommuurd kinderkerkhof, in de buurt van de Kraamvrouwendeur.

Aanbieding themanummer over 500 jaar Reformatie in Gouda bij provinciale herdenking  in St-Janskerk

Aanbieding themanummer over 500 jaar Reformatie in Gouda bij provinciale herdenking in St-Janskerk

Oudheidliefhebbers die liever met de pen dan met de spade tewerk gaan, verenigd in Historische Vereniging die Goude, hebben het afgelopen jaar op geschiedkundig gebied relatief weinig van zich laten horen. Vermeldenswaardig is vooral het themanummer van verenigingsblad Tidinge van die Goude, over 500 jaar Reformatie in Gouda, dat verscheen ter gelegenheid van het Lutherjaar. De jubileumviering van het 85 jarig bestaan van Die Goude in de Sint-Jan werd massaal bezocht, maar het was tekenend voor de lauwe fase waarin de vereniging zich momenteel bevindt, dat er – afgezien van een paar oude filmbeelden – die avond niets historisch verteld werd.

Dat gebeurde wel in het voormalige gebouw Het Brandpunt, gelegen naast de eerdergenoemde Turfmarktkerk. Dit voormalige kerkelijk centrum wordt thans bewoond

Opening van het Buchnerhuis door burgemeester Schoenmaker

Opening van het Buchnerhuis door burgemeester Schoenmaker

door de eigenaar van de te slopen kerk, Khalid Boutachekourt. Hij besloot het afgelopen jaar zijn pand om te dopen tot Büchnerhuis, als eerbetoon aan de grootste medicus die Gouda ooit binnen haar stadspoorten heeft gehad. Deze Wilhelm Fredrich Büchner woonde in de negentiende eeuw op deze plek in een huis dat halverwege de vorige eeuw moest wijken voor het Brandpunt. Zijn naam siert thans de grote ingangspartij en voorbijgangers kunnen op een ANWB-bord kennis nemen van de verdiensten van deze dokter voor de stad.

Op cultuur-politiek terrein werpen de verkiezingen van komend voorjaar hun schaduw al vooruit. Verantwoordelijk wethouder Daphne Bergman heeft de kans gegrepen om een stap te maken naar het (waarnemend) burgemeesterschap van Beuningen. Zij legt haar functie daarom eind dit jaar al neer en wordt tijdelijk opgevolgd door haar D66-partijgenoot Thierry van Vugt. Als verantwoordelijk wethouder voor cultuur, toerisme en monumentenzorg heeft Daphne Bergman nadrukkelijk een stempel gedrukt op het beleid en verregaande keuzes gemaakt. Zij heeft hierdoor het aanzien en de aantrekkelijkheid van de stad zeker helpen vergroten. De totstandkoming van de alom geprezen succesformule van de Chocoladefabriek en de Garenspinnerij is voor een belangrijk deel op haar konto te schrijven. Ook het Erasmusglas in de Sint-Jan en een weer levensvatbaar Museum Gouda kwamen er mede door haar inzet. Maar deze positieve ontwikkelingen hebben ook een keerzijde: zo kwijnt het streekarchief weg als ondergeschoven kindje van de bibliotheek, is het oude stadhuis verworden tot een voor velen onbetaalbaar evenementenbureau en is het voormalige pijpenmuseum De Moriaen verkocht en als woonhuis in gebruik. Het is te hopen dat haar opvolger – en straks het nieuwe college – werk blijft maken van monumentenbehoud en de ingeslagen koers op het terrein van kunst en cultuur.

Een zonovergoten Gouds stadhuis, geschilderd door de Amersfoorts-Chinese schilderes Juan Xue

Een zonovergoten Gouds stadhuis, geschilderd door de Amersfoorts-Chinese schilderes Juan Xue

Een unieke kans om de stad positief onder de aandacht te brengen doet zich voor in 2022, als Gouda 750 jaar stadsrechten heeft. Voorbereidingen voor dit festein zouden al volop in gang gezet moeten zijn, maar – toch wel typerend voor de verhoudingen alhier – is geen enkele partij (de gemeente, het Historisch Platform Gouda, Historische Vereniging die Goude of het Museum Gouda) er tot op heden in geslaagd het aanwezige vrijwilligerspotentieel te mobiliseren. Het is gebleven bij één informatieavond voor alle partijen, waarna de gemeente in stilzwijgen verviel. Tot dit jaar plots een bedrijfje uit Rotterdam, City Brand, bleek te zijn ingehuurd om met een dure campagne het 750-jarig bestaan van de stad te ‘vermarkten’. Niks vrijwilligers, maar gelikte commercie van buiten de stad. Hopelijk nemen culturele organisaties in de stad het heft zelf in handen, zoals Die Goude deed in 1972, anders wordt het niks. De door burgemeester Milo Schoenmakers bij de opening van het Schipperswachtlokaal uitgesproken wens om toe te werken naar de heropening van de grote Havensluis in het jubeljaar 2022, mag zeker niet vergeten worden. Aangezien hij onlangs aangaf in te zijn voor een nieuwe ambtstermijn van zes jaar, zal hij hier ook zelf als eerste burger werk van kunnen maken. Wellicht kan het college dit als voorwaarde verbinden aan zijn herbenoeming.

 

Unieke Goudse druk op veiling in Den Haag

Deze week kwam bij het aloude veilinghuis Van Stockum in Den Haag – dat vorig jaar werd overgenomen door het Vendue Huis en verhuisde van het vertrouwde statige pand aan de Prinsengracht naar een achterafplekje aan de Nobelstraat – een Keurbijbel onder de hamer. Op zich is dat niets bijzonders, want van deze achttiende-eeuwse editie van de in Dordrecht en Amsterdam gedrukte Statenbijbel worden op elke veiling wel een paar exemplaren aangeboden. Ook als het, zoals in dit geval, gaat om een gaaf exemplaar, compleet met de bekende kaarten van Stoopendaal en een ongebruikelijke serie van 51 extra gravures van Lamberecht Causé en Nicolaas Gommerse, is het hooguit een interessant exemplaar; zelfs de zilveren boekklampen, vervaardigd door C. van der Kaa maken het niet tot een uitzonderlijke bijbel. Wat is deze bijbel echt bijzonder maakt is een blad dat voorin de Bijbel ligt. De op €600 inschatte Bijbel werd uiteindelijk op €2500 afgeslagen. Die hoge opbrengst zal zeker te maken hebben met dat plano inlegvel.

Leesorde

Het blad, 38×44 cm, draagt als titel: Een profitabele, practicale, proportionele en continuele Bybel-lees-ordre. Deze leeswijzer is volgens vermelding onder de titel samengesteld door iemand die de initiaelen I: v: B.O. draagt. Drukker of uitgever is Gouwenaar Johannes Wasmoet, boekverkooper in ’t Wyd-straat, in den Dordtschen Bybel, die het blad in 1739 het licht liet zien. Dit blad was tot op heden volstrekt onbekend en komt dus ook niet voor in de collecties van bijvoorbeeld de Koninklijke Bibliotheek of het Streekarchief Midden-Holland (Gouda).

De uitgave stelt ons in drie opzichten voor raadsels: het blad lijkt enig in zijn soort, de auteur verstopt zich achter (nog) niet te ontcijferen initialen en de drukker/uitgever komt niet voor in de lijsten van Goudse boekdrukkers. De bekende expert in Bijbeldrukken, Anne Jaap van den Berg, die mij attendeerde op deze uitgave, zegt dat hij en andere Bijbelkenners deze gedrukte leeswijzer niet eerder heeft gezien. Ook de initialen stellen hem voor een raadsel; zijn vermoeden dat het om een Gouds predikant zou gaan lijkt op het eerste gezicht niet bevestigd te kunnen worden. Deze enige Goudse dominee uit die periode wiens initialen enigszins in de buurt komen is ds. Jacobus van Ostade. Deze was op 30 december 1716 in Gouda bevestigd en overleed hier op 18 juli 1745. Hij was dus ten tijde van het uitgeven van de leeswijzer Gouds predikant. Voor hij hier beroepen werd, stond hij in Purmerend, waar hij op 14 augustus 1712 als weduwnaar in het huwelijk trad met de Haagse Geertruijt Schorrenburg. Latere generaties Van Ostade blijken de naam Boon van Ostade te voeren. Of Jacobus dit ook al deed is onduidelijk, maar in dit geval zouden de initialen wel kloppen: Iacobus] v[an] B[oon] O[stade].

Purmerend als vorige standplaats van Jacobus van Ostade legt overigens een opmerkelijk verband bloot met de drukker/uitgever van de leeswijzer. Deze Johannes Wasmoet (Wasmoeth, Wasmuth) kwam ook van uit Purmerend naar Gouda, zij het negentien jaar later. Hij trouwde op 2 mei 1734 in Purmerend de Goudse Clara (Klaertgen) Donselaer. Een half jaar na de geboorte van een tweeling, Magdalena en Sibilla, op 24-3-1735, verhuisde het gezin naar Gouda. Daar liet Johannes zich als poorter inschrijven.  Waarmee Wasmoet de eerste jaren de kost verdiende is onduidelijk. Wellicht was hij in diens van een van de andere Goudse drukkers. Het echtpaar sloot zich aan bij de gereformeerde kerk, waar zij op 1 april 1737 als lidmaat werden aangenomen met attestatie van hun vorige woonplaats. Een half jaar later, op 25 september, hielden zij in de Sint-Jan een derde dochter ten doop.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In 1738 begon Wasmoet een eigen bedrijf. Hij kocht in dat jaar van Cornelis van der Reyt het pand aan de Wijdstraat nummer 10. Het pand kreeg een toepasselijke titel op het uithangbord:

IN DEN DORDTSCHEN  BYBEL.

Een jaar later wordt hij voor het eerst als boekverkoper vermeld. In de Oprechte Haerlemsche Courant staan vanaf dat moment geregeld advertenties voor veilingen, waarbij Wasmoet genoemd wordt als een van de boekhandelaren bij wie een catalogus is te krijgen. Zijn naam komt in 1741 ook voor als verkoper van een nieuw tijdschrift, De verreezene Hollandsche Socrates en onder een lijst van nieuw gedrukte boeken. Dat waren waarschijnlijk tevens zijn laatste handelsactiviteiten, want niet lang daarna moet hij zijn overleden. Op 13 april 1741 werd Johannes Wasmoet in de Sint-Jan begraven. Zijn huis aan de Wijdstraat werd in 1742 verkocht aan Dirkje Vermeij.

Nu de drie raadsels rond de leeswijzer zijn opgelost, resteert er toch nog een ander raadsel dat zich gedurende het onderzoek aandiende. In september 1729, dus zes jaar voordat onze boekhandelaar/drukker naar Gouda kwam, vestigde zich al een gelijknamige Johannes Wasmoet in Gouda, aan de Oosthaven. Het was volgens de opgave in het lidmatenboek van de gereformeerden een jongeman, dus een ongehuwde jongeling, wat uitsluit dat het om de vader van de Purmerendse Johannes ging. Toch ging het wellicht wel om een familielid, want op 10 oktober 1737 werd een “Johannes Wasmouth” begraven in de Sint-Jan, die op dat moment (ook) woonachtig was in de Wijdstraat. Wellicht ging het om een neef, maar dat blijft onduidelijk.

Zo brengt een voorin een oude Bijbel aangetroffen, tot nu toe onbekende, leeswijzer een Gouds-Purmerendse connectie in beeld, alsmede een tragisch korte loopbaan van een tot op heden in de schoot van de geschiedenis verborgen Goudse boekverkoper/drukker.

Opa, je hebt al een boek

Kleindochter

Cornelis de Lange van Wijngaerden: patriot en populist?

Sinds enige tijd organiseren de Goudse Stichting Sint Jan en de Historische Vereniging Lange2‘die Goude’ jaarlijks rond 28 en 29 oktober de geboortedag respectievelijk sterfdag van de grootste Gouwenaars aller tijden, Erasmus van Gouda en Dirck Volckertszoon Coornhert, in de grote kerk een minisymposium over grote persoonlijkheden uit de Goudse geschiedenis. Dit jaar stond Cornelis de Lange van Wijngaerden centraal, de tweede stadsgeschiedschrijver maar bovenal bekend geworden door zijn betrokkenheid bij de aanhouding van prinses Wilhelmina van Pruisen bij Goejanverwellesluis in 1787. Een tweetal sprekers was aangezocht om deze Goudse regent uit de patriottentijd een gezicht te geven. Letterlijk was dat niet nodig, want er is een portret van hem bewaard gebleven, maar figuurlijk valt er nog wel wat scherpte te winnen aan het profiel van de man, die geldt als de belangrijkste en machtigste Gouwenaar aan het eind van de achttiende eeuw.

Mini-expositie ter gelegenheid van het mini-symposium. Met boeken en prenten van en over De Lange van Wijngaerden uit het bezit van Knoops en ondergetekende

Mini-expositie ter gelegenheid van het mini-symposium. Met boeken en prenten van en over De Lange van Wijngaerden uit het bezit van Knoops en ondergetekende

De eerste spreker, Wim Knoops, kent De Lange van Wijngaerden door en door, aangezien hij een proefschrift heeft geschreven over de Goudse patriotten. En tot die partij hoorde de hoofdpersoon van deze dag onmiskenbaar. In de Goudse Canon wordt hij niet voor niets aangeduid als een ‘vurig democratisch patriot’. Toch plaatste Knoops vraagtekens bij dit soort etiketten, omdat ze teveel vanuit het 21ste-eeuwse denkkader worden gebruikt. De figuur van De Lange was volgens hem veel gecompliceerder; deels een standbewuste aristocraat met conservatieve denkbeelden, maar tegelijk deels een vernieuwer wat betreft zijn denken over burgerschap en de burgerij. Zo bepleitte hij sterk het indienen van requesten door burgers, als vorm van politieke participatie, een wist hij de drukpers in te zetten als belangrijk mobilisatiemiddel.

De tweede spreker was Ton van der Schans, docent geschiedenis aan de Driestar in Gouda. Hij ging dieper in op de godsdienstige opvattingen van De Lange, maar moest meteen toegeven dat daar weinig of niets over in de bronnen te vinden is. Vast staat dat de regent lidmaat was van de heersende, gereformeerde, kerk, maar hij toonde zich geen scherpslijper. Hij maakte zijn godsdienstige opvattingen ondergeschikt aan zijn burgerschapsidealen. Voor hem was het geloof van een burger ondergeschikt aan diens maatschappelijke plicht en taak om zich in te zetten voor zijn politiek-maatschappelijke taken. Vandaar dat hij met evenveel gemak gereformeerden opnam in zijn schutterij, dan rooms-katholieken, Walen of lutheranen.

Van der Schans durfde het aan het slot van zijn betoog aan de achttiende-eeuwse patriotten te vergelijken met de populisten Fortuyn, Wilders en Baudet. De overeenkomst zit volgens hem in het gegeven dat zij bewegingen aanvoeren die niet primair economische drijfveren kennen, maar politiek-culturele. Wat hen met name bindt zou een zoektocht naar identiteit zijn. Knoops vond dit soort vergelijkingen met de huidige tijd uit den boze, omdat de tijden onvergelijkbaar zouden zijn. volgens hem kun je dan met evenveel recht zeggen dat de orangisten van toen de populisten zijn, waarmee duidelijk werd dat beide heren elkaar passeerden als schepen in zeer dichte mist.

De eigenheid van de Reformatie te Naaldwijk

Fotonaald1Ter gelegenheid van de alom herdachte start van de Reformatie, deze maand 500 jaar Fotonaald3geleden, mocht ik in de prachtige Grote of Adrianus-Kerk van Naaldwijk op 12 oktober een lezing houden over de invoering van de kerkhervorming in deze Westlandse plaats. Voor een omvangrijk gehoor dook ik na 23 jaar opnieuw in de resultaten van mijn promotieonderzoek, dat ik op Hervormingsdag 1994 samen met mijn vriend en collega Ton Wouters verdedigde aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Waar in deze dubbeldissertatie de stad Delft centraal stond, heb ik voor deze gelegenheid Naaldwijk – ook behorend tot de classis Delft en Delfland uitgelicht. Dat bracht enkele bijzondere kenmerken aan het licht.

Naaldwijk9Zo beschikt Naaldwijk over het alleroudste kerkenraadsboek van Nederland. Het dateert van 9 augustus 1572, amper vier maanden nadat de geuzen met de inname van Den Briel voet aan de grond kregen in Holland. Het boek begint met een terugblik, want Naaldwijk was de enige plaats in de classis waar al voor deze gebeurtenis een gereformeerde gemeente ‘onder het kruis’ was gevormd, waarvan de leden hadden moeten vluchten naar Duitse gebieden. Op de eerste pagina staat te lezen:

Register vande acten, geschiedenissen, oirspronck, voortganck ende obbouwinge vande gemeente van Naeldwijck nae den Woorde Gods gereformeert naedat die eerste verstroijinge der christenen in den jaere 1567 begonnen en desen Nederlanden een eijnde genomen hadde ende es beginnende vande 9. Augusti anno 1572

Na een bespreking van de verschillende kerkelijke en maatschappelijke veranderingen die het gevolg waren van deze omwenteling, was mijn conclusie dat Naaldwijk een reformatieproces heeft gekend met geheel eigen kenmerken:

– Vroege beginNaaldwijkje23
– Oudste administratie
– Alleen Vlaamse predikanten en ‘idioten’ (ongestudeerden)
– Geen probleempredikanten; geen Bestandstwisten
– Rijke diakonie
– Een eigen – maar zwakke – Latijnse School; vooral goed voor rederijkerij, die fel bestreden werd door de classis

De Reformatie in Naaldwijk blijkt, gelet op de hoge opkomst van deze avond, nog steeds springlevend en het herdenken waard.

Oude paden en een nieuwe baan

Wellicht voor vaste lezers van dit blog onverwacht, maar voor ‘binnenstaanders’ zeker niet, is schrijver dezes op 1 september 2017 begonnen aan een nieuwe baan. Daarmee komt zijn tot op heden anonieme ambtelijke bestaan als medewerker van achtereenvolgens de BVD, de AIVD, de NCTb en de NCTV plots in de schijnwerpers te staan. De decennialange ervaring als inlichtingenproducent en -consument vormde voor de Universiteit Leiden aanleiding hem te benoemen als bijzonder hoogleraar Governance of Intelligence en Security Services, zeg maar geheime diensten. Zijn ‘comming out’ vond plaats via De Volkskrant op de dag van zijn aanstelling via een interview met Huib Modderkolk.

VK

Een tweede, wat langer en persoonlijker, artikel verscheen op 7 september in het weekblad Elsevier.

Abels2

Abels3

Abels1

De komende vijf jaar ga ik proberen het in Nederland nog onderontwikkelde vak van Inlichtingenstudies op de kaart te zetten en het debat over de aansturing en het functioneren van deze bijzondere dienst impulsen te geven. Dat zal niet alleen gebeuren via media-optredens, maar ook door middel van het geven van colleges, het begeleiden van studenten en promovendi, het doen van eigen onderzoek en het publiceren over de materie. Helemaal blanco ben ik niet wat betreft publicaties op dit vlak. In de publicatielijst op deze site trof u die niet aan, want die hebben louter betrekking op historisch onderzoek, maar onderstaande artikelen en boekbijdragen van (mede) mijn hand hebben reeds het licht gezien.  Hopelijk kunnen hier weldra de nodige titels aan toegevoegd worden.

.

En voor de Goudse achterban verscheen op 22 september het volgende portret:

AD-GH

En voor de Twentse achterban, een interview met Theo Hackert in de krant van mijn vroegere werkgever. Over Almelo, de emigratie naar het Westen, ervaringen met de BVD en NCTV en – natuurlijk – de liefde voor Heracles.

TC0TC1

 

 

 

 

 

 

 

.

.

En in het Journaal, gevolgd door Nieuwsuur.

Nieuwsuur2

In het tijdschrift Wordt Vervolgd van Amnesty International

AI

Publicaties op vlak I&V en CT

P.H.A.M. Abels, R. Willemse, Veiligheidsdienst in verandering; de BVD/AIVD sinds het einde van de Koude Oorlog, in: Justitiële Verkenningen. Themanummer Inlichtingendiensten 2004, afl. 3, p. 83-98.

Paul Abels, ‘Je wilt niet geloven dat zoiets in Nederland kan’. Het Nederlandse contraterrorismebeleid sinds 1973, in: I. Duyvesteyn, B. de Graaf (red.), Terroristen en hun bestrijders vroeger en nu, Amsterdam 2007, 121-128.

P.H.A.M. Abels, Dreigingsbeeld terrorisme Nederland: nut en noodzaak van een ‘all-source threat assessment’ bij terrorismebestrijding, in: E.R. Muller, U. Rosenthal, R. de Wijk (red.), Terrorisme. Studies over terrorisme en terrorismebestrijding, Deventer 2008, p. 535-544.

P.H.A.M. Abels, ‘Inlichtingen- en veiligheidsdiensten en terrorismebestrijding’, in: B.A. de Graaf, E.R. Muller en J.A. van Reijn (red.), Inlichtingen- en veiligheidsdiensten, Kluwer Alphen a/d Rijn 2010, p. 205-223

P.A., De brede benadering in de terrorismebestrijding: oorsprong, ontwikkeling en stand van zaken, (Den Haag 2012) via www.nctv.nl

Max de Bruijn, Paul H.A.M. Abels, ‘Het dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN). Kanonschot of brandklok? Magazine nationale veiligheid en crisisbeheersing 10 (2012) nr. 6, p. 39-41.

Paul H.A.M. Abels, ‘Terrorisme van de toekomst’. Magazine Nationale Veiligheid, 14.1 (2016) 17-18.

P.H.A.M. Abels, ‘De toekomst van het terrorisme’. Inleiding op de conferentie Tien jaar DTN; barometer van de dreiging, 16 december 2015

Paul Abels, ‘Beschaffung und Auswertung. The Sense or Nonsense of a Wall between Collection and Processing’. Voordracht NISA 25th anniversary conference 1991 – 2016. Witness to CHANGE Intelligence analysis in a changing environment, 28 oktober 2016.

Paul Abels, ‘Inlichtingen en nieuwe partners in het digitale tijdperk’. Het einde van alle geheimen [Bijdrage aan openingsconferentie ISGA, 9 november 2016]

Paul H.A.M. Abels, Threats and guarantees for ethical behaviour in the world of intelligence and security, in: Michael Kowalski (ed.), Ethics of counterterrorism (Amsterdam 2017) p. 123-134.

Paul H.A.M. Abels, Het belang van academic outreach voor de veiligheidsketen, in: Magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing 5/6 (2017) 41.

P.H.A.M. Abels, J. de Roy van Zuijdewijn, Dreigingsbeeld terrorisme Nederland: nut en noodzaak van een ‘all-source threat assessment’ bij terrorismebestrijding, in: E. Bakker, E.R. Muller e.a. (red.), Terrorisme. Studies over terrorisme en terrorismebestrijding, tweede druk, Deventer 2017, p. 463-479.

Paul H.A.M. Abels, Het belang van academic outreach voor de veiligheidsketen, in: Magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing 5/6 (2017) 41.

P.H.A.M. Abels, Angst voor een AIVD-sleepwet is misplaatst, in: Reformatorisch Dagblad, 13 januari 2018, p. 14-15.

P.H.A.M. Abels, Per undas adversas? Geheime diensten in de maalstroom van politiek en beleid, [Oratie, 16 februari 2018], Leiden 2018, 16p.

Archeologie van het papier; graven in oude boeken

Oude boeken dragen een hele geschiedenis met zich mee. Een boek kan veel vertellen over vorige eigenaars, verschillen in smaak door de tijden heen, voorkeuren van eigenaren, technieken van de drukker(s) en boekbinder(s), et cetera. Je zou kunnen zeggen dat oude drukken zich uitstekend lenen voor boekarcheologisch onderzoek. Er zijn verzamelaars die alleen puntgave exemplaren in hun kast willen, met frisse badzijden en compleet wat het illustratiemateriaal betreft. Voor mij is dat van minder belang. Voor mij moet een boek het patina van de tijd hebben, waaraan valt af te lezen dat het gelezen en gebruikt is. Voor mij is alles acceptabel, zolang de bladen maar niet los liggen of de boekband niet meer doet wat zij geacht wordt te doen: de boel een beetje bij elkaar houden. Als daarvan sprake is wordt het tijd voor de restaurator of de boekbinder.

In Gouda hebben we het geluk dat hier een vakvrouw als boekbinder en papierrestaurator waterjufferwerkzaam is die behoort tot de besten van Nederland. Niet voor niets weten belangrijke instellingen als de Universiteitsbibliotheek van Leiden en het Rijksmuseum in Amsterdam haar te vinden als hun boeken en documenten hersteld moeten worden. Deze expert, Wilma van Iperen werkt onder de bedrijfsnaam De Waterjuffer dagelijks in haar werkplaats aan de Korte Raam met grote precisie en geheel volgens de regels van het ambacht aan het herstel en behoud van cultureel erfgoed.  Toen ik ondanks voor een grijpstuiver een exemplaar van de bekende stadsgeschiedenis van Gouda van Ignatius Walvis uit 1713 in zeer deplorabele staat kon aanschaffen, ben ik uiteraard naar haar atelier gesneld om te bezien of zij er heil in zag het boek nog voor het nageslacht te redden. Dat kon.

Dit exemplaar van de Walvis was zeker de moeite waard. De lederen band was weliswaar Walvisbandzwaar beschadigd en los geraakt van het boekblok, maar het werk was nog compleet; overcompleet zelfs, want het boek bevatte naast de vier gebruikelijke gravures (een stadsplattegrond en afbeeldingen van het Kasteel, de Sint-Jan en het Stadhuis) nog twee grote uitvouwbare platen. Die waren door verkeerd en ruw open- en terugvouwen echter behoorlijk beschadigd geraakt en in eerder tijden tamelijk provisorisch met papierstroken hersteld. Verder zijn de bladzijden behoorlijk vergeeld en vervuild, en een deel van de pagina’s heeft wormvraag aan de bovenzijde. Het zou de nodige uren kosten, maar Wilma was alleszins bereid om er weer wat fatsoenlijks van te maken.

walvisvouw

Het mooie van zo’n officiele boekrestauratie is, dat het boek geheel uit elkaar gehaald wordt, waardoor je meer aan de weet komt over bindwijzen en vorige restauraties. Elke stap in de restauratie wordt keurig beschreven en op zuurvrij papier achter in het boek gelegd. Op die manier weten latere restauratoren precies wat een voorganger met het werk gedaan heeft. Uit het verslag van de werkzaamheden blijkt dat mijn Walvis in eerder tijden al een keer gerestaureerd is, waarbij het boek opnieuw genaaid is, niet meer op ribben, maar op verzonken touwen zoals dat in het jargon heet. Ook bleek dat de oorspronkelijke schutbladen al een keer vervangen waren.

misintentie


Van de wormgaatjes in een deel van de bladzijden werden alleen de grotere, waar meer schade te vrezen zou zijn in de toekomst, van een steunlaagje van Japans papier voorzien. De oorspronkelijke kapitalen (het bindwerk bovenaan de rug, waren niet meer aanwezig en werden daarom opnieuw geknoopt op touw met linnen garen.

WalvisbandDe boekband onderging ook een opmerkelijke ingreep. Al het leer was losgekomen van de platten en daardoor behoorlijk gekrompen. De meer gave achterzijde is vervolgens als voorzijde gebruikt en de oorspronkelijke – zwaar beschadigde – voorzijde is aan de achterkant gekomen. Het leer daarvan is ingestuckt en een los deel teruggeplakt. Het leer van de rug werd helemaal vernieuwd en voorzien van een zuurvrije inleg-rug met nepribben. Een deel van de oorspronkelijke rug, met titelaanduiding, kon daarna weer een plek krijgen. Het gebruikte leer betreft plantaardig gelooid kalfsleer.

Het boek bevat geen provenance; dat wil zeggen inschrijvingen van namen of andere gegevens van vorige eigenaren. Van wie het boek geweest is valt dus niet meer na te gaan. Wel is dus duidelijk dat er in eerder tijden ingrepen zijn gepleegd. De toevoeging van de twee extra gravures moet van later datum zijn, omdat die pas rond 1730-1741 zijn gedrukt, terwijl het boek oorspronkelijk in 1713 van de persen kwam. Ergens aan het eind van de negentiende of begin twintigste eeuw moet er ook een restauratie plaatsgevonden hebben, afgaand op het bij de jongste restauratie ontdekte fragment van het tijdschrift De Tijdspiegel, dat in deze periode verscheen. Tot slot trof ik in het boek ook een een briefje aan dat refereert aan de beroemde pagina 123 van deel 1. Deze bladzijde komt maar in een klein aantal exemplaren van de WWalvisbriefjealvis voor, omdat deze op last van de familie van een notaris vervangen moest worden door een neutralere aanduiding. De aanwezigheid van de gecensureerde bladzijde maakt dat dit exemplaar een hogere marktwaarde wordt toegekend dat exemplaren met een gecorrigeerde pagina.

Dankzij Wilma van Iperen kan deze Walvis weer enkele eeuwen mee en is een belangrijk stukje cultureel erfgoed behouden voor het nageslacht.