Tussen Kraamkamer en Sterfhuis: Het Coornhert500-jaar geboekstaafd

26 september: programma Coornhertavond Sint-Jan bekend

Op zaterdagavond 29 oktober, de 432ste sterfdag van Coornhert, wordt het Coornhert500-jaar op grootste wijze afgesloten in de Goudse Sint-Janskerk. Thema is “Het geweten als marktplaats”, wat ook de titel is van de hoofdspreker op deze avond, prof.dr. Paul van Geest, kerkhistoricus. Na hem zullen de burgemeesters van Haarlem en Gouda – Jos Wienen en Pieter Verhoeve – spreken over de relatie van Coornhert met hun stad. Verder zal muziek uit die tijd gespeeld en gezongen worden, gaan leerlingen van het Coornhertgymnasium Glas 1, Vrijheid van Consciëntie, tot leven brengen in een toneelstuk, draagt stadsdichter Peter Noordhoek een Coornhertgedicht voor, presenteert de Drukkerswerkplaats een bibliofiele uitgave met als titel Coornhert en de drukpers en debatteren leerlingen van het Coornhert en de Driestar over thema’s uit het werk van Coornhert. De avond begint om 19.30 uur en is vrij toegankelijk.

25 september: Stadslucht (en Coornhert) maakt vrij

Voor de poort van de Kraamkamer van de Vrijheid, met het grote portret van Coornhert van de hand van Goltzius op de achtergrond, werden vandaag filmopnames gemaakt door het kunstenaarsechtpaar Martin en Inge Riebeek. In opdracht van Museum Gouda maken zij een zeventaal korte filmische ‘bekentenissen’ van mensen die met vrijheid te maken hebben. Die filmpjes zullen worden getoond bij de binnenkort in te richten expositie Hoge Luchten (in samenwerking met het Rijksmuseum), met als ondertitel ‘Stadslucht maakt vrij’. In dat kader mocht Paul Abels vertellen over zijn fascinatie voor vrijheid en Coornhert.

22 september: Coornhert-themanummer van TNK

Na de Tidinge van die Goude heeft ook het Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis het jubeljaar Coornhert500 aangegrepen om een heel nummer te vullen met artikelen over de Haarlems-Goudse vrijdenker. De redactie van dit blad van de in 1989 in Gouda opgerichte landelijke Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis, deed een beroep op Paul Abels om op te treden als gastredacteur. Abels, destijds medeoprichter van de VNK, nam precies 25 jaar geleden samen met zijn inmiddels overleden collega en mede-promovendus Ton Wouters ook het initiatief tot dit tijdschrift.

In dit themanummer wordt uiteraard veel aandacht besteed aan de kerkhistorische en theologische thema’s in het werk van Coornhert. Prof. Mirjam van Veen, die enkele jaren geleden een heel toegankelijk boekje schreef over hem, laat zien dat het oude beeld van een eenling die strijd tegen een grote machtige (gereformeerde) kerk onjuist is. Coornhert verwoordde wat menigeen binnen die kerk en in het bestuur destijds dacht. Gertjan Glismeijer, dominee van beroep, portretteert Coornhert als een diepgelovig man die scherpe vragen stelde bij de gereformeerde leer; vragen die nog steeds actueel zijn volgens hem. Als laatste geeft Paul Abels Delftenaar Cornelis Boomgaert de eer die hem toekomt, als degenen die de literaire erfenis van Coornhert niet alleen beheerde, maar ook uitdroeg. Zonder Boomgaert zouden veel geschriften van Coornhert onbekend gebleven zijn.

14 september: Drukken in de drukkerswerkplaats

Ondertussen wordt er in de Goudse Drukkerswerkplaats – gevestigd in de Chocoladefabriek – druk gewerkt aan de bibliofiele uitgave van het essay over Coornhert en de drukpers, dat helemaal met de hand wordt gezet en gedrukt. Peterpaul Kloosterman heeft voor het werkje een bijzondere lay-out ontworpen, waarbij ook gewerkt wordt met twee fraaie linosnedes van Ursula Steeenaart: op het ene is het portret van Coornhert te zien in vier vlakken en kleuren; op de andere een bloem met een bij en een spin. Deze bloem verbeeldt een boek, waar honing uitgehaald kan worden, maar ook gif. Door bij en spin uit te lichten komt dit door Coornhert zelf rond 1560 ontworpen drukkersmerk zeer goed uit de verf.

Het eindresultaat zal op 29 oktober – de sterfdag van Coornhert – tijdens de afsluitende Coornhertavond in de Goudse Sint-Janskerk gepresenteerd worden.

11 september: Openmonumentendag en toneelstuk

Maar liefst 876 bezoekers mocht de Kraamkamer op de twee Openmonumentendagen ontvangen. Daarmee is het bezoekersaantal opgelopen tot ruim boven de vijfduizend. Daaronder waren ook de bezoekers van de opvoering van het laatste deel van de eenakter Verkiezen doet verliezen, als afsluiting van de serie in de Réunie op de plek waar Coornhert overleed. In de openstaande deuren van de Kraamkamer gaven acteur Ben Bijker en regisseur Peter Meijer nog een keer een demonstratie van hun kunnen. Ook op deze plek wisten zij een overtuigende Coornhert neer te zetten.

Alle voorstellingen in de Réunie waren uitverkocht. De try-out voor leden van de Sociëteit meegeteld, hebben 375 mensen het toneelstuk en het voorafgaande tafelspel Twee bedelaars van de rederijkers – hertaald door Gouda-op-Schrift – gezien. De reacties waren unaniem lovend. Ook mensen van orthodox-protestante huize, waar Coornhert zich toch fel tegen afzette, waren gegrepen door het verhaal en waardeerden hoe de Goudse vrijdenker werd neergezet als een diepgelovig man, die worstelde met vraagstukken van leven en dood die tot de dag van vandaag actueel zijn.

5 september: Leerlingen Coornhertgymnasium bezoeken Kraamkamer

Op deze warme maandag bezochten 120 leerlingen van klas 2 van het Coornhertgymnasium in groepjes van twintig. Daar kregen zijn van alles te horen over de naamgever van hun school en over de bijzondere periode van de Goudse Vrijheid. Aan het eind werden ze van harte aangemoedigd ook hun ouders te sturen, zodat zij ook weten wie de man is naar wie de school van hun kinderen genoemd is.

2 september: aanbieding Coornhertbuste aan gemeente Gouda

Ter gelegenheid van het 90-jarig bestaan van de Historische Vereniging De Goude (voorheen Oudheidkundige Kring) werd op deze avond een drukbezochte receptie gehouden in de Agnietenkapel. Het werd een weerzien van leden, bestuursleden, redactieleden en vooral ook veel oud-bestuursleden en andere vrijwilligers. Omdat de stad dit jaar haar 750-jarig bestaan viert, besloot het bestuur de gemeente een passend cadeau aan te bieden. Daarbij viel de keus op de buste van Coornhert, gemaakt door de in Gouda geboren en opgegroeide beeldenmaker Niek Tom. Het beeld siert nu nog het laantje van de Kraamkamer van de Vrijheid, maar zal na 29 oktober – de officiële afsluiting van het Coornhert500-jaar – een passen de plek krijgen in het Huis van de stad.

Verkuijl en wethouder Van Vught bij de overdracht van het beeld
Vlnr. Niek Tom, Paul Abels en Ronald Verkuijl

Omdat Burgemeester en Wethouders vanavond op een heidag waren, werd het moedermodel van het beeld in de middag al in het Huis van de Stad neergezet, waar cultuurwethouder Thierry van Vught het dankbaar in ontvangst nam van Die Goudevoorzitter Ronald Verkuijl. De overdracht werd gefilmd en tijdens de receptie getoond, nadat Paul Abels in bijzijn van de maker, eerst een korte toelichting gaf op Coornhert en zijn relatie met Die Goude.

28 augustus: Tidinge-themanummer over Coornhert

De Tidinge van die Goude, het tijdschrift van de Historische Vereniging Die Goude, verscheen dezer dagen met een heel themanummer over Coornhert. Het wordt ingeleid met een kort essay van de Goudse burgemeester Pieter Verhoeve, die met het aanhalen van de Oekraïense president Zelensky laat zien hoe actueel Coornhert is.

Het fraai geïllustreerde blad wordt voor een belangrijk deel in beslag genomen door een omvangrijk artikel van Paul Abels, waarin hij de twee Goudse jaren van Coornhert nauwgezet in beeld brengt. Hij laat zien dat deze toch korte periode van niet te onderschatten betekenis zijn geweest, zowel voor de stad als voor de vrijdenker zelf. Hier vond hij eindelijk de rust en de tijd zijn hoofdwerk over de predestinatie te schrijven en zijn strijd voor de vrijheid van consciëntie te bekronen met een ‘overwinning’ op de beroemde Leidse hoogleraar Justus Lipsius. Ook kon hij door de nabijheid van zijn ‘lijfdrukker’ Jaspar Tournay een groot aantal manuscripten laten drukken, die door tegenwerking van autoriteiten lang op de plank waren blijven liggen. Voor de stad Gouda was de komst van deze omstreden vrijdenker, die grote invloed had gehad op haar principiële keuze voor gewetensvrijheid, ook een lakmoesproef voor de eigen autonomie. Ondanks alle weerstand van Staten en steden in Holland liet Gouda met haar gastvrijheid zien eigen keuzes te kunnen maken en doorzetten.

In een tweede artikel zet Anne Kranenburg-Grisnich twee interpretaties tegenover elkaar van het door de Staten van Holland aan Gouda geschonken Glas 1, de Vrijheid van Consciëntie uit de Sint-Janskerk. Dit glas wordt ook wel aangeduid als het Coornhertglas. De vraag waar het in dit artikel om gaat is of het glas een maar algemene betekenis had, waar schenker en ontvanger zich in kon vinden, of een meer specifieke Goudse interpretatie in de lijn van Coornhert.

Ook de rubriek Goudse Verhalen van Gertjan Jansen staat in het teken van Coornhert. Hij sprak met Niek Tom, de maker van het Coornhertbeeld op het laantje naar de Kraamkamer over zijn fascinatie voor de vrijdenker, maar ook over de jeugd van de maker in Gouda.

27 augustus: 4000ste bezoeker Kraamkamer van de Vrijheid

Een memorabele dag in het Coornhert500-jaar. De Kraamkamer van de Vrijheid ontving haar 4000ste bezoeker, iemand uit Haarlem die met een gezelschap van 50 stadsgenoten een Coornhertwandeling kwamen maken in Gouda.

27 augustus: première Verkiezen doet verliezen

Op diezelfde dag ging het toneelstuk ‘Verliezen doet verliezen’ in première. Op de plek waar Coornhert op 29 oktober 1590 overleed transformeerde de acteur Ben Bijker van een debatleider in Coornhert. In een monoloog van een half uur slaagt hij erin deze vrijdenker in al zijn veelzijdigheid neer te zetten als een diepgelovige zestiende-eeuwer, met al zijn woede, twijfels en hoop. Net als de leden van Sociëteit De Réunie, die drie dagen eerder met een try-out de primeur hadden, reageerden de aanwezigen ook nu ontroerd en enthousiast. Het script was geschreven door regisseur Peter Meijer, die net als de vertolker van gereformeerde huize is. Dat stelde hen in staat de theologische vraagstukken waar Coornhert mee worstelde te doorgronden en eerlijk weer te geven.

Ben Bijker als Coornhert

26 augustus: Coornhertgravures van Sjaak Kaashoek

In Galerie De Hollandsche Maagd arriveren op deze dag de eerste op Coornhert geïnspireerde gravures, gemaakt door Sjaak Kaashoek uit Nijmegen. Als een van de weinige kunstenaars in Nederland graveert hij nog op identieke wijze als Coornhert destijds. Het zijn eigenzinnige prenten geworden, waarin de doorgaans bedeesde Sjaak al zijn boosheid etaleert over de huidige maatschappelijke situatie.

23 augustus: Radio West op bezoek in de Kraamkamer

De mediabelangstelling voor het Coornhertprogramma houdt te wensen over. Tot op heden is het project door het slagschip Gouda750 behoor-

lijk in de schaduw gebleven. Des te mooier was het, dat door een tip van De Hollandsche Maagd radioverslaggever Erik Kooyman van Radio West vandaag de weg wist te vinden naar de Kraamkamer. Zo kon Paul Abels live in de uitzending vertellen over zijn fascinatie voor Coornhert, de actualiteit van ’s mans denken en bijzondere ontmoetingen met Oekraïense bezoekers.

20 augustus: onthulling mozaïekportret van Coornhert

Met een levendige dialoog tussen Erasmus en Coornhert werd in boekhandel Verkaaik de onthulling ingeleid van een reusachtig mozaïekportret van laatstgenoemde. Dit project van de Garenspinnerij stond onder leiding van de Goudse fijnschilder Ruud Verkerk. Hij nam het enige geschilderde portret van Coornhert, van de hand van Cornelis van Haarlem, als basis. Net als eerder bij een soortgelijk project rond Erasmus, stond het de deelnemers vrij welke techniek zij wilden gebruiken en buiten de contouren van gezicht en hoed mocht op elke creatieve manier invulling gegeven worden aan de donkere ruimte rond het portret.

Het portret werd opgedeeld in maar liefst 56 vierkante doeken, die door evenzoveel deelnemers thuis beschilderd, beplakt of anderszins bewerkt mochten worden. Op deze zaterdagmiddag mochten de aanwezige deelnemers een voor heen hun paneel ophangen, waardoor het portret van Coornhert langzaam steeds helderder werd. Het eindresultaat mag er zijn en zal ook een plek krijgen in de Sint-Janskerk, als daar op 29 oktober het Coornhertjaar wordt afgesloten met een avondvullend programma.

31 juli: Coornhert als Goudse gigant op bezoek bij de Kraamkamer

De festiviteiten rond Gouda750 zijn in volle gang. Dit weekeind is waarschijnlijk sprake van een record-aantal bezoekers. De havendagen, met honderden oude schepen die behoren tot Nederlands varend erfgoed, trekken drommen mensen naar de stad. Ook de Kraamkamer profiteert hier merkbaar van. In twee dagen tijd weten meer dan driehonderd mensen de weg te vinden naar het Remonstrantse Poortgebouw. Onder wie ook Coornhert zelf, in de gedaante van een van de Goudse giganten. Deze metershoge pop van de vrijdenker meldde zich gisteren aan de poort. Verder dan daar kon hij ook niet komen, omdat hij te groot was om onder de bomenkathedraal te kunnen lopen.

Intussen zijn de voorbereidingen voor de eenakter Verkiezen doet verliezen in volle gang. De kaartverkoop begint nu echt te lopen, logistiek zijn alle afspraken gemaakt en onderdelen voor de inrichting van de zaal besteld. Een fraai programmaboekje voor de bezoekers is persklaar gemaakt. Nu wordt het tijd voor enige publiciteit. Inmiddels is de Goudse fijnschilder Ruud Verkerk een heel eind op streek wat betreft de vervaardiging van een levensgroot mozaïekportret, bestaande uit vijftig kleine panelen die door deelnemers naar eigen believen worden beschilderd, beplakt of anderszins inpasbaar gemaakt in het geheel. Het portret zal op zaterdag 20 augustus worden onthuld in boekhandel Verkaaik.

De grote slotavond in de Sint-Janskerk op de sterfdag van Coornhert, 29 oktober, staat ook in de grondverf.

18 juni: 2000ste bezoeker Kraamkamer van de Vrijheid

Inmiddels heeft het aantal bezoekers de 2000 overschreden. De twaalf vrijwilligers zijn zonder uitzondering nog steeds enthousiast. Men name de zeer uiteenlopende gesprekken die zij met bezoekers hebben worden zeer gewaardeerd. De Kraamkamer werd ook aangedaan door de culturele elite van Gouda (museumdirecteur, bibliothecaris, archivaris, Mandeville-directeur en burgemeester) om te vergaderen over het vervolg op Gouda750 en het koesteren van de erfenis van Erasmus én Coornhert.

Fotograaf Hans Tibben, ook afkomstig en Almelo en wonend aan de Goudse Markt, komt op onverwachte momenten langs om de Kraamkamer op de gevoelige plaat vast te leggen.

Fotomontage: Hans Tibben

21 mei: folder voor het Coornhertjaar

Inmiddels heeft het aantal bezoekers de duizend ruimschoots overschreden. Onder hen het bijna voltallige lerarencorps van het Coornhert Gymnasium en een afvaardiging van de Remonstrantse gemeente in Gouda onder leiding van haar dominee Kim Magnee. Verder brachten regisseur Peter Meijer en acteur Ben Bijker, die samen de eenakter “Verkiezen doet verliezen” aan het voorbereiden zijn, ook een uitvoerig bezoek aan de expositie. Wat verder opvalt is dat de donderdag en de zondag de ‘topdagen’ zijn qua bezoekersaantallen.

Vandaag is een nieuwe stap gezet om de Kraamkamer te verfraaien. Het gedicht over Dirck Volckertszoon Coornhert, dat Klara Smeets, bij de officiële opening van de expositie, is afgedrukt op een groot bord. Het bord, met ook een foto van Klara, is pal tegenover de buste van de Goudse vrijdenker aan de muur opgehangen.

Op dezelfde dag werd de folder afgeleverd, waarin alle activiteiten in dit Coornhert500 jaar staan beschreven. Met behulp van dit drukwerk wordt geprobeerd nog meer mensen te interesseren voor de activiteiten die in dit kader worden georganiseerd. Helaas kon daarin niet meer de uiteindelijke versie van Coornhert als Goudse gigant afgedrukt worden, maar slechts een ‘onaffe’ versie.

De Goudse gigantenversie van Coornhert werd voor het eerst aan het publiek getoond bij de intocht van de Avondvierdaagse.

Coornhert bij het monument dat in 1990 aan het Goudse stadhuis werd aangebracht ter gelegenheid van zijn vierhonderdste sterfdag

8 mei 2022: duizendste bezoeker Kraamkamer van de Vrijheid

Op deze dag, drie weken na de opening van de Kraamkamer van de Vrijheid, kon de duizendste bezoeker worden geregistreerd. Koningsdag was met 180 bezoekers de absolute topdag, maar met een gemiddelde van zo’n vijftig belangstellenden per dag is Coornhert500 inmiddels een niet meer weg te denken evenement geworden in het Gouda750-jaar. Maar liefst 15 ingewijde vrijwillers zorgen ervoor dat de remonstrantse poort vijf middagen per week open kan zijn en tot nog tot 29 oktober, de sterfdag van Coornhert en de plechtige afsluiting van het herdenkingsjaar in de Sint-Janskerk.

Deze week is ook de voorverkoop begonnen voor het toneelstuk Verkiezen doet verliezen, dat eind augustus – begin september opgevoerd zal worden in de Réunie aan de Oosthaven, de plek waar Coornhert in 1590 overleed. Er wordt al driftig gerepeteerd door Ben Bijker, die de Goudse vrijdenker moet gaan vertolken, en regisseur Peter Meijer. De eenakter wordt voorafgegaan door een tafelspel van de rederijkers, dichtgezelschappen waarmee Coornhert een haat-liefde-verhouding had.

16 april 2022: Opening Kraamkamer van de Vrijheid

Op deze Paaszaterdag konden dan eindelijk de poorten en deuren van de Kraamkamer van de Vrijheid voor het publiek worden geopend. Nadat de avond ervoor nog tot de avondschemering bestrating was gelegd rond de nieuw gegraven waterput en in de vroege ochtend de tegelvloer was gedweild, konden de noeste werkers zich omkleden voor de officiële plechtigheid. Ruim zestig genodigden hadden zich gemeld, maar zeker het dubbele aantal bezoekers verdrong zich uiteindelijk op het met lindebomen omzoomde laantje voor de Kraamkamer. Veel familieleden van beeldenmaker Niek Tom waren er, maar ook historici, mensen van de organisatie van Gouda 750, bestuursleden van de organiserende Historische Vereniging Die Goude en het gezelschap Poortmannen dat zich de afgelopen maanden uit de naad werkte om het monumentje cum annex weer toonbaar te maken.

Klara Smeets leest haar gedicht over Coornhert voor

De plechtigheid werd geopend door gastheer Paul Abels, die even de context van de expositie duidde en de sprekers introduceerde. Niek Tom gaf een korte uiteenzetting over het wordingsproces van de door hem gemaakte buste. Daarna droeg voormalig stadsdichteres Klara Smeet een nog de nacht ervoor afgemaakt gedicht over Coornhert voor. Dat was tegelijk de aanloop naar de onthulling van het beeld, dat door Klare zonder omhaal met een ruk aan het doek volbracht werd.

Vervolgens richtte het gezelschap zich op het Poortgebouw zelf. Wethouders Thierry van Vugt, die gevraagd was de deuren te openen, gaf in zijn toespraak aan bijzonder blij te zijn met het initiatief, zowel vanwege de inhoud, als vanwege de ontsluiting van dit voor veel Gouwenaars nog onbekende en onbetreden monumentje. Samen met Hans Verweij, voorzitter van de Stichting Het Remonstrantse Poortgebouw, ‘beklom’ de wethouder vervolgens de trap naar de ingang, waar Verweij als restaurator en ‘geestelijk vader’ van het geheel de toehoorders nog enkele bijzonderheden over het gebouw meegaf. Daarna opende de wethouder de deuren, waarop twee dames met dienbladen vol beschuiten met muisjes naar buiten kwamen om alle aanwezigen te trakteren op de geboorte van de vrijheid in deze kraamkamer.

Hans Verweij en wethouder Van Vugt openen de Kraamkamer

De meeste aanwezigen namen vervolgens de gelegenheid om een korte blik te werpen op de tentoonstelling, met de belofte nog eens terug te komen als het rustig zou zijn.

14 april 2022: Vrijwilligers voor de Kraamkamer

Niet minder dan tien gemotiveerde vrijwilligers meldden zich vandaag voor een toelichting op de tentoonstelling en instructie ten aanzien van hun taken. Met deze groep – van wie de meesten Goudologie I en sommigen ook Goudologie-II over Coornhert en de Goudse Vrijheid hebben gevolgd – kan de Kraamkamer vijf middagen (wo-zo) per week opengesteld worden voor publiek in de komende zes maanden

Naast afspraken over het sleutelbeheer, roosters en taken werd ook gesproken over de inhoud van de tentoonstelling. De handreiking voor bezoekers (vier bladen tweezijdig bedrukt), wordt in gelamineerde vorm aan de bezoekers aangereikt.

13 april 2022: inrichting van de Kraamkamer van de Vrijheid

De officiële opening van de Kraamkamer van de Vrijheid nadert nu met rasse schreden. Nog steeds wordt er naarstig gewerkt om de buitenboel netjes te krijgen. Om wateroverlast bij grote hoosbuien te voorkomen is zelfs een geheel nieuwe put op de waterafvoer aangesloten. Binnen is de tentoonstelling nu bijna helemaal gereed. Twee dagen geleden zijn alle schilderijen en gravures opgehangen aan de muren. Links achterin, boven de tafelvitrine met boeken en portretten van alle Goudse remonstrantse predikanten, hangt een prachtige gravure van Glas 1 uit de Sint-Janskerk, met de Vrijheid van Consciëntie, gemaakt door Tanjé rond 1743. Deze prent kreeg de huidige Goudse burgemeester Pieter Verhoeve twee jaar geleden cadeau bij zijn inauguratie. Met pijn in het hart, maar vol overtuiging, heeft hij dit door hem gekoesterde kleinood voor een half jaar in bruikleen gegeven.

Een andere bruikleengever is Harry Veenendaal van de Mandeville Academie. Hij heeft een prent uit 1555 in het bezit, vervaardigd door Coornhert, voorstellende de slag van Karel V bij Algiers. De prent komt uit een serie militaire overwinningen van deze keizer, die gemaakt werd ter gelegenheid van zijn abdicatie.

Twee andere objecten konden op het laatste moment ook nog aan de expositie toegevoegd worden. De Zoermeerse beeldenmaakster Constance Kokkeel, die exposeerd tijdens de Goudse open atelierdagen van afgelopen weekeind, bleek een prachtige kop te hebben gemaakt van een jonge Coornhert. Ook zij was bereid het beeld gedurende de duur van de tentoonstelling in bruikleen af te staan. Verder kwam de schilder en graveur Sjaak Kaashoek een door hem gemaakte gravure van Coornhert brengen, gemaakt op identieke wijze als de prenten die Coornhert zelf maakte.

6 april 2022: Reparatie van het hek van de Kraamkamer

Voor een van de laatste buitenklussen kwamen vanmorgen twee medewerkers van het oeroude Goudse bedrijf Slangen Staal langs, die ‘om niets’ bereid waren de negentiende-eeuwse toegangspoort weer soepel te maken. Door de werking der jaren kon de poort alleen nog met veel spierkracht geopend worden. Door aan de onderkant een stukje van het ijzerwerk af te zagen kan de poort nu weer zonder extra spierkracht geopend worden; wel zo fijn voor de vrijwilligers die als kraamvaders en kraammoeders de kraamvisite in de Kraamkamer van de Vrijheid gaan ontvangen

In de tussentijd zorgde Wilma Ipenburg van handboekbinderij De Waterjuffer ervoor dat de oude boeken op verantwoorde wijze tentoon gesteld kunnen worden in de verschillende vitrinekasten. Ook het interieur van het Remonstrantse Poortgebouw krijgt zo geleidelijk de uitstraling die zij verdient.

5 april 2022: informatieborden voor de Kraamkamer bevestigd

Vandaag zijn de informatieborden bevestigd aan de muren van de belendende panden, inclusief het grote portret dat door zijn leerling Hendrick Goltzius werd gegraveerd. Net voor het Poortgebouw werden daarnaast twee smalle informatieborden in de nissen van een voormalig raam geplaatst, voorzien van informatie over het kerkgebouw.

De informatieborden worden geleverd

De bruiklenen voor de tentoonstelling worden opgehaald

Een tekstbordje besteld voor op de sokkel

De tentoonstelling wordt ingericht

Er wordt tot laat gewerkt in de Kraamkamer van de Vrijheid. Maar het is zeker geen tangverlossing

2 april 2022: Dag 4 Goudologie II: Coornhert en de Goudse Vrijheid

Vandaag werd Goudologie-II over Coornhert en de Goudse Vrijheid in Cinema Gouda afgesloten. Sprekers waren de Goudse burgemeester Pieter Verhoeve (over de erfenis van Coornhert) en Paul Abels (over de boekdrukkers van de Goudse Vrijheid). Hert verhaal over de boekdrukkers ging over Jasper Tournay, Jan Sas Hoenz en Jacobus Migoen. De productie van dit drietal vormt de meest zichtbare en concrete manifestatie van de Goudse Vrijheid die is overgeleverd. Auteurs van het onaangepaste woord die nergens een uitgever/drukker konden vinden voor hun werken, konden tussen 1583 en 1618 in Gouda terecht. Hier legde de overheid niemand een strobreed in de weg, waardoor de stad een vrijplaats werd voor dissident drukwerk. Coornhert nam daarbij de belangrijkste plek in, met Tournay als zijn ‘lijfuitgever’. Maar ook spiritualisten als Castellio, Franck en David Joris werden veelvuldig op de persen gelegd, naast remonstranten als Poppius, Herbers jr. en Thombergius. Na de ‘stadsgreep’ door prins Maurits was het gedaan met deze vrijheid en konden ook in Gouda alleen ‘veilige’ boeken gedrukt worden.

De Goudse burgemeester Pieter Verhoeve sprak vol vuur over het driemanschap Erasmus, François Vranck en Coornhert als grondleggers van de Goudse Vrijheid. Ook liet hij de omgang van Gouda met de nalatenschap van Coornhert zien, die afwisselend kenmerken van toe-eigening hadden en ook hele periodes van onteigening. Hij constateerde met vreugde dat het gedachtegoed van Coornhert opnieuw een herwaardering onderhevig is en ons heden ten dage veel kan zeggen. Hij riep op het gedachtegoed van hem en de andere twee te gebruiken als inspiratiebron om geschillen achter je te laten en meer naar gemeenschappelijkheid te zoeken.

Aan het eind van de bijeenkomst werd de voorzitter van het organiserende Historisch Platform Gouda, mw. Ineke Verkaaik, benoemd tot ereburger van Gouda.

29-30 maart: zuil voor de Coornhertbuste gestükt.

Stukadoor Hans de Veen was zo vriendelijk zijn vakmanschap om niet beschikbaar te stellen om de zuil voor de buste van Coornhert een fraai zandkleurige cementlaag te geven die past bij de bronskleurige teint van het beeld. Dat bleek nog wel een hele klus, want de afgeschuinde bovenkant moest opgebouwd worden tot een strakke rechthoekige bovenkant. Het kostte De Veen dan ook ruim acht uur, voordat de zuil gereed was. Daarbij was ook voorzichtigheid geboden, omdat het beeld zelf zo weinig mogelijk in aanraking mocht komen met het cement. De plastic zak die over de kop was gespannen om dat te voorkomen was tegelijk een belemmering om de scheiding exact aan te laten sluiten. Toch lukte dat met grote precisie.

Een dag later kreeg ook het interieur van het Remonstrantse Poortgebouw een ‘smeerbeurt’, waarmee de door een eerdere lekkage afgebladderde zijmuur weer strak gemaakt is door De Veen. Voor het eerst werd nu zichtbaar hoe het zaaltje eruit gaat zien met de vitrinekasten en andere hulpmiddelen voor de expositie van Coornhertiana en Goudana.

28 maart: Coornhertbuste op de zuil gemonteerd

Na eindeloos puzzelen en meten is vandaag de buste van Coornhert, gemaakt door de uit Gouda afkomstige kunstenaar Niek Tom, geplaatst en verankerd op de onlangs hiervoor gemetselde sokkel. Oud-architect Nans Verweij, tevens voorzitter van de Stichting De Remonstrantse Poort, bedacht de oplossing en vervaardigde de constructie. De laatste hand aan het geheel wordt morgen gelegd door stukadoor Hans de Veen, die ervoor gaat zorgen dat de sokkel egaal en wit gemaakt wordt. Zo zorgt hij ervoor dat alle aandacht van de beschouwer gericht zal zijn op het beeld, dat op ooghoogte van de bezoeker zal staan.

Hans Verweij legt de laatste hand aan de verankering van de buste van Coornhert

26 maart: Dag 3 Goudologie II: Coornhert en de Goudse Vrijheid

Ook der derde ochtend Goudologie bracht weer nieuwe invalshoeken met betrekking tot Coornhert. De Amsterdamse hoogleraar Mirjam van Veen maakte overtuigend duidelijk dat de strijd van Coornhert tegen de gereformeerden een strijd was van een eenling tegen een massief kertkelijk blok. Aan de hand van voorbeelden maakte zij duidelijk dat er in de jonge Republiek der Verenigde Nederlanden een brede beweging actief was die streefde naar een volkskerk in plaats van naar met belijdenisgeschriften streng omlijnde ‘Ware Kerk’. Coornhert maakte daar deel van uit en ondervond steun en sympathiek vanuit deze kringen. Bij het overlijden van Coornhert in 1590 stond de uitkomst van deze strijd nog allerminst vast. Pas met de Dordte Synode van 1618-1619 wordt kerkelijk, maar ook politiek gekozen voor de ene door de overheid bevoorrechte en bevoordeelde gereformeerde kerk. Gereformeerden en overheden hadden beiden daarbij een belang en schoven meer en meer naar elkaar toe.

Mirjam van Veen over de kering van sympathisanten rond Coornhert

De tweede spreker van deze ochtend, dominee en oud-leraar van de Driestar Gertjan Glismeijer, nam uitspraken van de oud Gouda afkomstige predikant Jacobus Trigland als vertrekpunt voor zijn beschouwing over een aantal gereformeerde leerstukken waartegen Coornhert ten strijde trok. Hij liet daarbij geen twijfel bestaan dat leerstukken van de volkomenheid, de rechtvaardigmaking en de erfzonde volgens hem door Coornhert onjuist werden uitgelegd. Tegenlijk gaf hij aan dat Coornhert hem steeds weer aan het denken zet door de vragen die hij stelde.

23 maart: Coornhertbuste arriveert; huurcontract getekend

Twee dagen gelden is de buste van Coornhert gearriveerd in de Kraamkamer, persoonlijk afgeleverd door de maker. Niek Tom en zijn echtgenote hadden hem stevig in de veiligheidsgordel vastgezet op de achterbank. Omdat het beeld massief is gegoten in kunsthars weegt het niet minder dan 42 kilo. Een hele sjouw dus om hem de laatste meters van zijn reis te laten afleggen. In afwachting van het ‘afsmeren’ van de sokkel wacht Coornhert binnen op zijn definitieve bestemming. Het beeld zal via een ingenieus systeem nog stevig op de sokkel bevestigd moeten worden, om het onmogelijk te maken dat hij van zijn voetstuk valt of wordt getrokken.

Ondertekening van het huurcontract. Links voorzitter en ‘bewoner’ van het Poortgebouw, rechts voorzitter Ronald Verkuijl van Die Goude en in het midden Die Goude-secretaris Erik Boers.

Vandaag werd weer een belangrijke stap gezet. Het huurcontract, op basis waarvan Stichting Het Remonstrantse Poortgebouw het onderkomen voor zeven maanden verhuurt aan Historische Vereniging, werd in een gezamenlijke bijeenkomst ondertekend. Op 1 april worden het gebouwtje en de laan ernaartoe leeg opgeleverd en kan de inrichting van de tentoonstelling beginnen. Wat betreft het voorterrein is alles al in gereedheid gebracht. De boten die er gestald waren zijn weggehaald, het groen is gesnoeid en het plaveisel geëgaliseerd met hulp van vrijwilligers. Zelfs het plaatsje achter het gebouw is op deze wijze opgeknapt.

19 maart 2022: Dag 2 Goudologie II: Coornhert en de Goudse Vrijheid

Op de tweede dag van de cursus Goudologie-II over Coornhert kwam twee aspecten van het vierluik aan de orde, waaromheen zijn leven en werk in dit het kader van Coornhert500 is geordend. De eerste spreekster was een jonge Vlaamse historica, die sinds kort in de binnenstad van Gouda woont en is gepromoveerd op een studie van de Nederlandse vluchtelingengemeenschap in Londen in de zestiende eeuw. Onder het thema ‘De vluchtende mens’ plaatste zij de vluchteling Coornhert in de context van zijn tijd. Zij wist overtuigend aan te geven dat deze ervaringen in ballingschap zonder twijfel grote invloed hebben gehad op de gedrevenheid waarmee Coornhert heeft gestreden tegen onverdraagzaamheid en gewetensdwang.

Silke Muylaert voor een reliëf, dat zestiende-eeuwse bootvluchtelingen laat zien

De tweede spreker van de dag was prof. Johan Koppenol, hoogleraar oude Nederlandse literatuur aan de Universiteit Leiden. Hij gebruikte de mogelijkheden van Cinema Gouda om reusachtige afbeeldingen te tonen optimaal door de prentkunst van Coornhert als uitgangspunt te nemen voor het tweede thema: ‘De scheppende mens’. Daarmee maakte hij heel goed zichtbaar hoe de gravures door Coornhert gebruikt zijn om zijn ideeën te visualiseren en hem tegelijkertijd een broodwinning opleverde in onzekere tijden. Koppenol liet zien dat de veelzijdige Coornhert daarnaast ook andere kunstvormen gebruikte om zijn boodschap over te brengen, zoals het schrijven van toneelspelen, gedichten en liederen.

Koppenol bij zijn laatste dia die volgens hem typerend is voor Coornhert: in zware tijden tegen alle druk en tegenslag in standhouden

maart 2022: zuil voor Coornhertbuste gemetseld

Ondertussen wordt ook hard gewerkt om de zogeheten Kraamkamer van de Vrijheid in gereedheid te brengen, die wordt ingericht in het Remonstrantse Poortgebouw en het laantje ernaartoe vanaf de Keizerstraat. In het laantje komt een groot portret van Coornhert te hangen (de bekendste gravure, gemaakt door zijn leerling Hendrick Goltzius) en informatieborden over Coornhert en de remonstranten in Gouda. Heel bijzonder is ook, dat er een standbeeld van Coornhert komt te staan: het eerste van hem in Nederland in de buitenlucht. In Haarlem bevindt zich ook een buste van Coornhert, die te vinden is in het Coornhert Lyceum aldaar. Het beeld in Gouda is gemaakt door Niek Tom, zoon van de voormailige huisarts Tom in de Martensstraat. In het gebouw zelf wordt een tentoonstelling ingericht met boeken, prenten en schilderijen die betrekking hebben op Coornhert en de Goudse Vrijheid.

Met een groep vrijwilligers van Gouda750 en de archeologische vereniging Golda (Marcel van Dasselaar, Erik Roest, Sam Leeflang en Rene Hauser) werd het voor- en achterterrein van het poortgebouw ontdaan van overgroeiing en mos, zijn boomwortels weggezaagd die de stenen opdrukten en is klimop verwijderd. Binnen werden door Joseph Schröder spotjes aangebracht, is de boiler vernieuwd en werd een begin gemaakt met het leegruimen van de benedenverdieping. Tegelijkertijd kwamen de eerste vitrinekasten binnen, die plek moeten bieden aan de tentoon te stellen objecten.

De vrijwilligers bij de sokkel in aanbouw voor de Coornhertbuste. Links vooraan de voorzitter vasn de Stichting Remonstrants Poortgebouw, Hans Verweij

Erik Kooistra metselde op het voorterrein speciaal voor de Coornhertbuste een grote sokkel van stenen die geschonken zijn door Khalid Boutachekourt, eigenaar van de (half) gesloopte Turfmarktkerk. In de tussentijd werkte Stijn Dekker hard aan het ontwerp voor de informatieborden voor op het voorterrein.

12 maart 2022: Dag 1 Goudologie II: Coornhert en de Goudse Vrijheid

Met de eerste van vier zaterdagochtenden is op zaterdag 12 maart 2022 de Goudologie-cursus Coornhert en de Goudse Vrijheid van start gegaan. Dat was meteen de aftrap van de viering van de 500ste geboortedag van deze Goudse vrijdenker. Dirck Volckertszoon Coornhert zal het komende half jaar uitgebreid in de aandacht staan, met een keur van activiteiten die georganiseerd worden door een werkgroep van Historische Vereniging Die Goude en met financiële ondersteuning van Gouda750. Dit jaar viert de stad namelijk ook op grootse wijze dat zij 750 jaar geleden stadsrechten ontving van graaf Floris V.

Goudologie-II over Coornhert van start

In de eerste Goudologieles in Cinema Gouda, verzorgd door schrijver dezes, werd het levensverhaal van Coornhert in het kort geschetst, met bijzondere aandacht voor zijn ouders en zijn echtgenote. Vervolgens werd uit de doeken gedaan waarmee hij zich heeft beziggehouden in de laatste twee jaren van zijn leven, toen hij in Gouda een veilig heenkomen had gezocht. In de tweede lezing, gegeven door oud-Driestardocent Tom Hage, kwam de vraag aan de orde of Glas 1 (De Vrijheid van Consciëntie) in de Sint-Janskerk een Coornhertglas is. De visie van Abels en Hage waren hier tegenovergesteld. De uitkomst van de discussie was dat Coornhert-adoreerders en gereformeerden elk hun eigen interpretatie van het glas kunnen hebben.

Tom Hage laat zien hoe het Oranjeglas een correctie was op het Koningsglas met Philips II

Paepsche stoutigheden in de Goudse Sint-Janskerk

De Goudse Sint-Janskerk was tot 1573 een rooms-katholieke kerk, met alle daarbij behoren altaren, beelden, geuren en geluiden. Met de doorvoering van de Reformatie werd deze ‘santenkraam’ geheel opgeruimd, omdat voortaan niets mocht afleiden van het Woord Gods, dat gepredikt werd naar de nieuwe – calvinistisch-gereformeerde – snit. Gelukkig bleven de fraaie gebrandschilderde ramen (vrijwel) onaangetast. Voor katholieken was dit een hard gelag. Zij verloren hun vertrouwde Godshuis en waren voor hun geloofsuitoefening aangewezen op huis- en schuurkerkjes in het verborgene. Maar de grote parochiekerk van weleer bleef wel toegankelijk voor hen. Het was en bleef een publieke ruimte die voor elke Gouwenaar openstond om er te wandelen, mensen te ontmoeten en hun doden te begraven. Het gebouw zelf was en bleef gemeenschapsbezit en werd geen bezit van de nieuwe gereformeerde gebruikers.

Graf van de prominente katholieke regent Dirck Doncker, met de omstreden letters BVDZ

De toegankelijkheid van de kerk maakte het voor katholieken mogelijk toch ook in deze sacrale ruimte stilletjes hun geloof te belijden, bijvoorbeeld door er in een hoekje te gaan bidden of bij graven in stilte bezig te zijn met het zielenheil van hun dierbaren. Prior Wouter Jacobsz van het Regulierenklooster aan de Raam, die in 1572 naar Amsterdam gevlucht was en vanaf dat moment nauwgezet een dagboek bijhield, kwam in 1577 voor het eerst terug in Gouda. Hij zag “daer veel goet volcks, die van hartseer verdwijnden ende voer religie oefenden op heylige dagen smorgen vrouch op het kerckhof om die kercke te gaen ende oeck haer in den kerck te begeven om het choer, mids daer in stilte haer devotie te plegen, maer en bleven daer niet als die calvinisten daer yet deden”. Alles in stilte dus.

Openlijk knielen, hardop zingen of bidden was taboe, want dat stuitte onmiddellijk op bezwaren en tegenwerking vanuit de gereformeerde kerkenraad. Deze kerkvergadering kwam er tot haar grote ergernis op zeker moment achter, dat de katholieken een creatieve manier hadden gevonden om ook binnen de Sint-Jan hun geloof uit te dragen. In diverse grafstenen van katholieke Gouwenaars bleken de letters BVDZ gebeiteld te zijn, wat stond voor “Bid voor de zielen”. Aangezien de gereformeerden leerden dat achterblijvers niets konden betekenen voor het zielenheil van een dode, omdat God in zijn almachtige wijsheid allang besloten had welk heil hem of haar ten deel zou vallen, zagen zij dit als een daad van afgoderij en een vorm van ‘paepsche stoutigheid’, waartegen opgetreden moest worden. Toch liggen echter er nog steeds diverse stenen in de kerk met die lettercombinatie.

Ter gelegenheid van Gouda750 is geprobeerd de Sint-Janskerk dit jaar voor enkele maanden de uitstraling te geven van de voor-reformatorische kerk van weleer. Daarvoor zijn alle bewaard gebleven altaarstukken vanuit het Museum Gouda weer teruggebracht naar de kerk waar ze oorspronkelijk voor gemaakt zijn en gehangen hebben. De ambities waren groot. De Sint-Jan zou een middeleeuwse sfeer krijgen, maar in de praktijk viel dit toch behoorlijk tegen. Dat heeft diverse oorzaken. Anders dan beweerd werd, zijn de altaren niet op hun oorspronkelijke plek geplaatst (het koor en de dwarsbeuk), maar in de gang naast de 18de-eeuwse protestantse ‘preekbak’. In het koor, op de plek van het hoofdaltaar, is wel een groot horizontaal scherm geplaatst waar een impressie van het (deels verloren gegane) retabel te zien is. Het staat zo ver weg van de overige altaren dat het er maar verloren bij staat. Op het laatste moment blijken de samenstellers af te hebben gezien van het in verband brengen van drie bewaard gebleven panelen met dit hoofdaltaar. Ze zijn helemaal achterin het koor wel te zien in een kast, met de volgens mij niet onderbouwde bewering dat het onderdelen zouden zijn geweest van de preekstoel.

OLV-altaar met fel rode altaartafel; bovenop nog wel een altaarsteen die bij opgravingen in de Sint-Jan werd gevonden.

Storend is ook de keuze van de altaren onder de altaarstukken. Die zijn modern en in felle kleuren. Kennelijk een bedenksel van het vormgevingsbureau, dat blijkbaar geen enkele kennis of voeling heeft met kerkelijke objecten of sferen. De felle kleuren vormen een hinderlijke afleiding van de kunstwerken zelf en doen in niets denken aan een tafel des Heren. De ruim voorhanden zijnde paramenten en kerkelijke gewaden komen er ook bekaaid af, met een kleine vitrine die min of meer tegen de protestantse kerkbanken aangedrukt staat.

De bezoeker van de tentoonstelling Het wonder van Gouda moet het hiermee doen. Plannen om ook op andere manier de voor-reformatorische kerk tot leven te brengen – besproken in de wetenschappelijke voorbereidingscommissie waar ik deel van uit mocht maken – zijn niet uit de verf gekomen. Mogelijk had dit te maken met het voortijdig vertrek van de museumdirecteur, die overhaast koos voor eenzelfde functie in Haarlem.

Steeds is het ook de bedoeling geweest het wonderdoende Mariabeeld dat ooit in de Sint-Jan zou hebben gestaan en nu te bewonderen is in Waddinxveen, ook een plek te geven in deze expositie. Op dit punt botsten de inzichten van historici en kerkhistorici. Het beeld is volgens overlevering begin 17de eeuw gevonden op een zolder in de Peperstraat en zou volgens beweringen van toenmalig pastoor Cornelis de Jager afkomstig zijn uit de Sint-Jan. Hij ontwikkelde rond dit beeld een devotiecultus en liet zelfs een kerk voor deze Maria bouwen, net buiten het rechtsgebied van Gouda op Waddinxveens grondgebied. Dit alles tot grote ergernis van de Goudse kerkenraad, die midden 17de eeuw steen en been klaagde bij de overheid over deze ‘paepsche stoutigheden’. Nauwkeuriger onderzoek deed kunsthistorici op basis van stijlkenmerken twijfelen aan de ouderdom van het beeld, terwijl dit voor historici van ondergeschikt belang was, omdat Maria niet mocht ontbreken in een voor-reformatorische kerk en dit verhaal van het beeld juist een prachtige aanvulling zou bieden op het vertelde.

Uiteindelijk leidde deze discussie ertoe dat werd afgezien van een tijdelijke plaatsing van het Mariabeeld in de tentoonstelling. De teleurstelling bij degenen die zich hadden ingespannen voor het naar Gouda terugbrengen van het beeld was enorm. Deze mensen – zonder uitzondering met rooms-katholieke wortels – grepen daarop terug op een oude strategie. Zij besloten Maria dan maar op een andere manier heimelijk een plek te geven in de kerk waar Zij ooit uit verdreven was. Op 15 augustus – Maria Hemelvaart (beter gezegd Maria-ten-Hemelopneming) – ondernamen zij een ‘paepsche stoutigheit’ door met een clandestiene actie een groot aantal Mariabeeldjes overal in de kerk neer te zetten.

Het duurde ruim een dag voordat de medewerkers van de Sint-Jan onraad roken. Beelden van de beveiligingscamera’s hielpen daarbij. Hun zoektocht leidde tot de vondst van in totaal elf Maria’s. Op Twitter reageerde Sint-Jan-directeur Jaap van Rijn heel sportief, met een verwijzing naar Cornelis de Jager.

Hij dacht dat ze de beeldjes toen op-een-na gevonden en verwijderd hadden. In werkelijkheid werden er veel meer beeldjes verstopt, die de komende tijd zorg zullen dragen voor een permanente Mariapresentie in de kerk. Het echter Wonder van Gouda kreeg zo zijn beslag en een verslag in de Goudse weekkrant Kontakt.

Huis van het Boek toont vrijdenkers op de leeszaal

Museum Huis van het Boek, gevestigd in een monumentaal pand aan de Prinsessegracht in Den Haag, bewaart een unieke collectie oude handschriften en boeken die zijn verzameld door de 18e-eeuwse baron Willem Hendrik Jacob baron van Westreenen van Tiellandt. Voor de prachtige houten vitrines van de oude leeszaal mocht ik, dankzij bemiddeling van Petra Luijkx – als medewerker verbonden aan dit museum – een kleine expositie laten inrichten naar aanleiding van de 500ste geboortedag van Dirck Volckertsz Coornhert. Daarvoor kon ik putten uit de omvangrijke collectie van het museum.

De leeszaal van de baron. Met in het midden de vitrines met werken van vrijdenkers

De baron zelf was niet bepaald een vrijdenker in de meer spirituele betekenis van het woord. Hij was eerder oer-conservatief en afkerig van nieuwlichterij. De meeste boeken en handschriften die hij tijdens zijn leven verzamelde schafte hij ook niet om de inhoud aan, maar om de vorm. Fraaie geïllumineerde handschriften en weelderig versierde boekbanden kregen eerder een plek in zijn bibliotheek, dat scharrige pamfletten of boekjes van denkers in de marge. Toch bleek het museum in de loop der jaren genoeg ‘heterodox’ materiaal in huis gehaald te hebben, om er zestien grote vitrines mee te vullen.

Centraal in deze mini-expositie staat het werk van Coornhert. Klassieke werken van Boëthius, Seneca en Homerus die hij uit het Latijn vertaald heeft, zijn polemische werk en bijvoorbeeld ook het curieuze boekje met gravures en gedichten over het Recht ghebruyck ende misbruyck van tydlicke have. Maar daarnaast zijn er ook werken van andere vrijdenkers te zien, ook uit andere eeuwen, zoals van de doperse dweper David Joris, Jean de Labadie, Adriaen Koerbach en zelfs Multatuli.

Na het selecteren van deze werken, mocht ik ook de teksten voor in de vitrines schrijven. Dat gaf mij de kans een samenhangend verhaal te maken, met Coornherts werk als leidraad, dat door de tentoonstelling meandert. Ook op deze plek krijgt deze unieke vrijdenker daarmee de aandacht die hij verdient.

Westerhovius als steunpilaar voor een onzekere leerling

Eerder schreef ik al over een in Gouda gedrukt boek van de Leidse hoogleraar theologie, Jacob Arminius, dat zichtbaar was op een zeventiende eeuws schilderij. Onlangs kreeg ik een vraag over een ander schilderij waarop een Gouds boek te zien is. Het betreft een achttiende-eeuws portret van de 13-jarige Nicolaas Arnoldi Knock, in 1772 geschilderd door de Duitse kunstschilder Friedrich Ludwig Hauck (1718-1801). Als zoon van een predikant, zou Knock zich ontwikkelen tot een invloedrijk jurist en bestuurder. Hij werd lid van de Staten van Friesland en werd grietman van Stellingwerf-Oosteynde. Daarnaast was hij een verdienstelijk organist.

Op het schilderij is een nog verlegen jongeman te zien, die voor zijn pose steun zoekt op een dik boek. Hij was op dat moment leerling op de Latijnse School van Leeuwarden. Het werk waarop hij leunt was in die tijd zeer populair op dit type scholen. De titel is te lezen. Het gaat om de comedies van de Romeinse schrijver Terentius. Ook de naam van de bewerker van deze teksten is gedeeltelijk te lezen: “esterhovi”. Duidelijk is dat het hier

gaat om de rector van de Latijnse School in Gouda, Arnoldus Henricus Westerhovius. Die schreef talrijke boeken, waaronder ook diverse werken die bestemd waren voor het onderwijs op deze scholen.

Maar om welke editie van Westerhovius’ Terentius-bewerking zou het hier gaan, zo vroeg de vrager zich af. De editie die verscheen in 1726 onder de titel P. Terentii Afri Comoediae sex, bij de Haagse drukker Petrus Gosse, zal het niet geweest zijn. Deze uitgave bestond uit twee delen, waarmee de kans klein lijkt dat dit de editie was, waarop de jonge man zijn arm heeft gelegd. De volgende uitgave van dit werk uit 1732 verscheen echter wel in één band, ook in Den Haag, maar dan bij Isaak van der Kloot. Dat zal dan ook het boek zijn dat is afgebeeld op het schilderij.

Vergelijking van mijn eigen exemplaar met het geschilderde boek laat goed zien dat dezelfde boeken uit die tijd een heel verschillend uiterlijk konden hebben. Feitelijk kocht de koper een bundel bedrukt papier, dat hij vervolgens bij een boekbinder moest laten inbinden en voorzien van een passende band. Waar bij mijn exemplaar is gekozen voor een perkamenten band zonder versieringen, waarop in nette letters met de hand de titel en de auteursnaam zijn geschreven, is bij het boek van Knock een bruine leren band met goudversieringen te zien en een rood titelschildje, waarop in gouden letters de inhoud van het boek wordt aangegeven.

Het zou heel goed kunnen zijn dat het bij het geschilderde boek gaat om een zogeheten prijsband. Dat waren boeken die de beste leerlingen aan het eind van het jaar uitgereikt kregen. Zo’n prijsband betrof altijd een Latijns- of

Griekstalig boek, ingebonden in een fraaie band, met op het voorplat het symbool of ‘logo’ van de betreffende Latijnse school. De Latijnse school van Leeuwarden gebruikte daarvoor een gekroonde leeuw in goud op donkerrood. Het is niet goed te zien, maar met een scherpe blik lijkt dit wapen ook te zien te zijn op het geschilderde boek. In de prijsband zelf werd op het schutblad dan ook nog een ‘diploma’ geplakt, met vermelding van de naam van de leerling en de reden van uitgifte, ondertekend door de rector van de school.

De ouders van deze dertienjarige jongeman hebben dit bijzondere moment blijkbaar willen laten vereeuwigen door een talentvolle ‘society’-schilder. Het is het moment dat de jongeman weldra het ouderlijk huis zou gaan verlaten om in Groningen rechten te gaan studeren. Zijn liefde voor het orgelspel was toen waarschijnlijk al ontwaakt, want ook daarin bleef hij zich ontwikkelen. Naast Westerhovius bracht hem dat op een andere manier ook in verbinding met Gouda. In 1788 publiceerde hij in Groningen Dispositiën der merkwaardigste kerk-orgelen, welken in de provincie Friesland, Groningen en elders aangetroffen worden, dat beschouwt wordt als een belangrijke aanvulling op de geschriften van de Goudse organist Joachim Hess, die in 1772 en 1772 vele orgels in de Nederlanden beschreef.

Goudse art deco: een vaas van Chris van der Hoef

Gouda is bekend om veel producten waarmee de naam van de stad is verbonden. Er is waarschijnlijk geen stad in Nederland met zo’n sterke ‘productidentificatie’. Wie Gouda zegt hoort overal ter wereld als een echo ‘kaas’ terug. Maar er zijn meer typisch Goudse producten. In de middeleeuwen was Goudse kuitbier tot ver in Vlaanderen een begrip. Er was in de 17de en 18de eeuw waarschijnlijk niemand in Nederland die niet bekend was met Goudse pijpen. In de 20ste eeuw bezorgden de stroopwafels of siroopwafelen de stad wereldfaam. En vanaf eind 19de eeuw tot circa 1980 was er het Gouds plateel, sieraardewerk dat een belangrijk product werd om nieuwe vormen, kleuren en kunststijlen op toe te passen.

PZH of Plazuid-fabriek aan de Raam

De bloeitijd van het Gouda plateel lag in de eerste drie decennia van de 20ste eeuw. In een toenemend aantal plateelbakkerijen werden in Gouda op grote schaal vazen geproduceerd, maar ook potjes, serviezen en ander sierlijk aardewerk. Een groot aantal kunstenaars trad als ontwerper in dienst bij plateelbakkerijen. Het schilderen zelf werd meestal door Gouwenaars gedaan, overwegend vrouwen. Veruit de grootste werkgever op dit gebied zou de – vanaf 1930 Koninklijke – Plateelfabriek ‘Zuid-Holland’ (PZH, in de volksmond Plazuid) worden, opgericht in 1898 door Adrianus Jonker en Egbert Estié. Als beeldmerk op hun plateel kozen zij een gestileerde weergave van het Lazeruspoortje in Gouda, dat ooit voor het leprozenhuis stond en tegenwoordig achter de Sint-Janskerk. Het bedrijf profileerde zich aanvankelijk vooral met jugendstil-keramiek.

De Wereldtentoonstelling van 1915 in Sint-Francisco was voor het modern plateel een doorbraak. PZH was hier samen met vier andere plateelbakkerijen vertegenwoordigd. Het aardewerk werd hier geprezen als modern alternatief voor het aloude Delfts blauw Delftware. De kleurstelling van de vazen en andere voorwerpen was dan ook revolutionair anders, waarbij Gouda zich vooral profileerde met groentinten. Maar er werd ook aardewerk in andere kleuren geproduceerd.

Van de ontwerpers die PHZ in dienst nam, was Henri Breetvelt ongetwijfeld de meest bekende. Hij signeerde zijn werk met ‘decor Breetvelt’ en wordt wel aangeduid als ‘de koning der plateelschilders’. Een andere succesvolle ontwerper was C.J. (Chris) van der Hoef (1875-1933). Deze geschoolde beeldhouwer kwam in aanraking met het plateel via zijn leermeester Lambertus Zijl, die als beeldhouwer artistiek leider werd van de de kunstkeramiekfabriek Amstelhoek. Ook Van der Hoef ging in 1895 voor dit bedrijf werken. In 1904 maakte hij de overstap naar de PZH in Gouda.

Van der Hoef ontwikkelde een voorkeur voor serviezen, die hij voorzag van blokjesmotieven. Maar hij ontwierp ook andere voorwerpen met een verrassende vormgeving en motieven. Die versieringen hadden bij hem vaak kenmerken van jugendstil en art deco en werden niet zelden ‘ingelegd’. Een bijzonder exemplaar van zijn werk werd onlangs verkocht in de plateelwinkel van de helaas enkele jaren geleden overleden Nico van Eijk. De winkel houdt op te bestaan en zijn collectie is door zijn drie dochters in de uitverkoop gedaan. Daarmee verdwijnt na ruim een eeuw de laatste keramiekwinkel uit de stad waar het Gouds plateel ooit door duizenden handen geproduceerd werd. Keerzijde van deze betreurenswaardige ontwikkeling is wel, dat er nu een unieke kans was om topkeramiek tegen een betaalbare prijs te bemachtigen.

Ons object van Van der Hoef is een zogeheten ‘rozensteker’. Dat wil zeggen dat op de vaas een keramieken schijf ligt, waarin gaten zijn aangebracht om bloemen in te steken. Dit exemplaar is niet gesigneerd, maar heeft uiteraard wel het beeldmerk van het Lazaruspoortje en een met de hand geschilderde tekst ‘Zuid-Holland’. Uit een ondertekening van een ander werk met eenzelfde motief kan worden opgemaakt dat deze vaas een ontwerp is van Van der Hoef.

Opvallend is de kleur van de vaas. Waar Gouds plateel overwegend donker groen is, heeft nu alleen de voet deze voor Gouda kenmerkende kleur. De vaas zelf is wit, met daarop ingelegd het art deco-motief in verschillende tinten blauw en zwart. Vorm en stijl doen vermoeden dat de vaas in de jaren twintig moet zijn ontworpen en gemaakt. Opvallend zijn verder de oren, die in contrast met de strakke vaaslijnen, ribbelig en gedraaid zijn. Zoals bij aardewerk van meer dan een eeuw oud gebruikelijk is, zit er het nodige craquelé in het glazuur.

Gouds plateel is gemaakt als sieraardewerk, dus niet om daadwerkelijk te gebruiken. Toch leent deze vaas van Van der Hoef zich bij uitstek voor gebruik, door de mogelijkheid om er bloemen in te steken. Dat zullen wij dan ook zeker doen, met enige voorzichtigheid.

Bommen Berend in Ootmarsum

In dit kalenderjaar worden er talrijke historische gebeurtenissen herdacht. Zo viert Gouda niet alleen dat de stad 750 jaar geleden stadsrechten kreeg van graaf Floris V, maar ook dat Dirck Volckertszoon Coornhert 500 jaar geleden geboren werd. Maar het is ook 450 jaar geleden dat de geuzen in Den Briel landden en de eerste vrije Statenvergadering gehouden kon worden. Een eeuw later was Nederland een Republiek en werd zij aangevallen door de legers van Frankrijk, Engeland en de bisschoppen van Keulen en Munster. Dit zogeheten Rampjaar wordt 350 jaar na dato ook herdacht met een keur aan activiteiten. In Oost-Nederland wordt daarbij het vizier gericht op Bernard van Galen, alias Bommen Berend of Berendken den Koodeef, die als bisschop van Munster de kans greep zijn gebied uit te breiden en het katholieke geloof te verspreiden.

Bommen Berend

Met steun van de provincie Overijssel is door Martin Van der Linden, provinciaal historicus en Rampjaarexpert Luc Panhuysen een podcast gemaakt over Bommen Berend in Overijssel. Zijn zijn daarvoor heel de provincie doorgetrokken om op locatie te praten met historici en andere experts die diverse aspecten van deze Munsterse invasie belichten. Zij kwamen er achter dat het perspectief over deze twee ‘bezettingsjaren’ zeer verschillend was en sterk verschilde naar gelang de onder de voet gelopen steden en dorpen dichter of verder van de landsgrens lagen en of iemand katholiek of gereformeerd was in die dagen.

Voor het katholieke perspectief kan geput worden uit een unieke bron, die zich in het gereformeerde kerkenraadsarchief van Ootmarsum bevindt. Het betreft de dagboekaantekeningen die de Ootmarsumse dominee Abraham van Laer in de jaren 1672-1674 heeft gemaakt in het kerkenraadsboek. Minutieus doet hij daarin verslag van wat er in het kleine Twentse stadje gebeurde vanaf het moment dat het leger van de bisschop binnen marcheerde. Hoe de grote kerk bijna juichend werd ‘teruggepakt’ door de katholieken, die vervolgens ook uitbundig opstapten in processies. De dominee raakte zijn pastorie kwijt aan de pastoors en gereformeerden moesten zich behelpen met een kleine kapel in Huis Ootmarsum. Wat dat voor zo’n kleine gemeenschap betekende, heb ik mogen vertellen in genoemde podcast.

In het kleine half uur dat beschikbaar is voor zo’n aflevering kunnen onmogelijk alle details gemeld worden. Al pratend kwamen we er op die dag achter waarom de dominee en zijn kleine gemeente grote kosten hadden moeten maken om de ramen van hun kerkzaal in huis Ootmarsum dicht te timmeren. Ook op dit punt blijken de gereformeerden een koekje van eigen deeg gehad te hebben van de katholieken. Die mochten na de doorvoering van de Reformatie immers geen openbare godsdienstoefeningen meer houden. Schuilkerken werden echter oogluikend toegestaan, mits er recognitiegeld – een duur woord voor steekpenningen – aan de schout betaald werd en met de eis dat de kerkdiensten niet vanaf de straat te zien of te horen waren. Datzelfde lot trof nu ook de gereformeerden.

Vlnr. Paul Abels, Luc Panhuysen en Martin van der Linde

Het verhaal van Bommen Berend is in de geschiedschrijving altijd verteld vanuit gereformeerd en vooral Gronings perspectief. Een rovende en plunderende buitenlandse mogendheid was met heldenmoed na twee jaar verdreven. Maar het verhaal kent nadrukkelijk ook een katholiek en Twents perspectief. Daar hebben ze twee jaar de vrijheid teruggekregen, waarop ze daarna nog ruim honderd jaar hebben moeten wachten voordat recht gedaan werd aan de getalsverhoudingen en de grote kerk opnieuw in hun handen kwam.

Waarschuwing aan degenen die mijn boeken lenen

Theeservies Goudser dan Gouds

In 1952 vond een ingrijpende restauratie plaats van het beroemde Middeleeuwse Goudse stadhuis op de Markt. Door jarenlange verwaarlozing zag het monument er van buiten uit als een leegstaand pakhuis. Burgemeester James trok met een verrot stuk balk naar Den Haag en wist flinke financiële steun los te peuteren voor een grootscheepse opknapbeurt. Niet alleen werden versleten onderdelen vervangen, er werd ook het nodige toegevoegd en ‘teruggerestaureerd’. Er kwamen rood-witte luiken aan het gebouw, de beelden in de nissen aan de voorzijde werden vervangen door beelden van Hollandse graven en met tal van andere kleine ingrepen kreeg het stadhuis het uiterlijk zoals wij dat vandaag de dag nog kennen. Niet iedereen was gelukkig met alle aanpassingen – sommigen vonden het een te Efteling-achtig paleis geworden – maar toen alle werkzaamheden afgerond waren kwam koningin Juliana het onderkomen van het stadsbestuur plechtig openen en vierde Gouda feest.

Ter gelegenheid van dit feest werd er door Oudheidkundige Vereniging Die Goude een speciaal boek samengesteld, met de titel en het stadhuis in goud afgedrukt op de voorzijde:Het stadhuis van Gouda. Hierin worden de geschiedenis van het gebouw en alle details van de herstelwerkzaamheden uitvoerig beschreven. Een klein deel van de oplage (50) werd genummerd en verscheen in fraaie linnen band met goudopdruk en ingeplakte zwartwit-foto’s. Jaren geleden vond ik op de Zwolse boekenmarkt zo’n exemplaar met het nummer 2. Het eerste exemplaar ging naar koningin Juliana en dit exemplaar had – blijkens het ex libris – toebehoord aan burgemeester K.F.O. James.

Ex libris van de Goudse burgemeester K.F.O. James en zijn echtgenote M. James-de Hoop, met hun lijfspreuk Age quod ages (doe je werk goed)

In het boek worden ook de geschenken vermeld die de stad Gouda ontving ter gelegenheid van deze heugelijke gebeurtenis. Zo schonk de Goudsche Verzekering Mij N.V. drie koperen kaarsenkronen voor de Trouwzaal en de Burgemeesterskamer, de heer en mevrouw Helbers schonken een zeventiende-eeuws portret van prins Maurits, geschilderd door Wijbrand de Geest (waar is dat gebleven?) en de bewoners van de Van Itersonlaan een door P. Buijs uit palmhout gesneden voorzittershamer. Ook de N.V. Koninklijke Plateelbakkerij “Zuid-Holland” liet zich niet onbetuigd. Zij schonk de stad “een zeer uitgebreid porseleinen thee-, koffie- en eetservies voor het stadhuis”.

Hoe fraai dit servies was, heb ik vanmorgen – dankzij de oplettendheid van mijn lief – mogen ontdekken op de rommelmarkt, die elk jaar op Tweede Pinksterdag wordt gehouden in Gouda’s enige tuindorp, de Jozefbuurt. Daar werden twaalf theekopjes met bijbehorende schotels aangeboden, die – zo bleek later, dankzij een tip van een van mijn Twittervolgers, Sjaak Ouweneel – onderdeel hebben uitgemaakt van het in 1952 geschonken servies. De kopjes zijn grijsgroen, zogeheten Schoorels oud-grijs, met gouden biezen. Op de kopjes is ook in goud het stadswapen van Gouda, met de bekende zes sterren, weergegeven, met eronder de wapenspreuk van de stad: per aspera ad astra (door de doornen naar de sterren). Aan de onderzijde van kop én schotel staat de maker vermeld: N.V. Koninklijke Plateelbakkerij Zuid-Holland Gouda, Plazuid, alsmede het bekende logo van het Lazaruspoortje. Goudser dan dit kan niet.

Delen van het servies in de vitrine van het Huis van de Stad. Foto: Rogier Tetteroo

Blijkbaar heeft de gemeente het servies niet intensief gebruikt. De theekopjes zijn in elk geval op een paar chipjes na puntgaaf. Op enig moment moet zijn besloten deze porseleinen schat af te stoten, waarschijnlijk omdat het niet meer paste in de smaak van de tijd. Een deel zou naar het museum zijn gegaan volgens een van mijn volgers, Nel, toen nog Het Catharinagasthuis geheten. Marcel van Dasselaar meldt dat in de catalogus inderdaad melding wordt gemaakt van een theepot uit dit servies. blik in het magazijn bevestigt dit. Het lijkt een wat willekeurig bij elkaar geraapte selectie uit het servies te zijn gemaakt, met slechts enkele thee- en koffiekopjes, een (beschadigde) theepot en dekschalen

Gedeelte van het servies in Museum Gouda
Dekschaal in Museum Gouda

Wethouder Rogier Tetteroo laat via Twitter weten dat een klein deel van het servies thans ook te vinden is in het Huis van de Stad. Een groot deel van het geschenk van Plazuid is echter op een veiling beland, waar de verkoper van wie ik de kopjes vanmorgen kocht, ze heeft kunnen kopen.

Wie in de toekomst bij mij thee of koffie komt drinken krijgt deze warme dranken dus geserveerd in Goudse kopjes, in een kleur die volkomen past bij de kleur van de boekenkasten in mijn bibliotheek.

Proosten met Goudse Glazen

In vroeger eeuwen was het in hogere kringen een goede gewoonte te proosten op geboortes, huwelijken, beëdigingen of andere feestelijke momenten in het leven. Ook hoog bezoek of herdenkingen waren goede aanleidingen om het glas te heffen. En niet zomaar een glas. Voor verschillende gelegenheden werd een fraai kristallen glas aangeschaft, dat was gegraveerd met toepasselijke afbeeldingen en teksten. Bekend zijn de zogeheten Hansjes in de Kelder, glazen waarmee op bijzondere wijze een zwangerschap werd aangekondigd. Ook voor veel huwelijken of vriendschappen werden speciale glazen gemaakt.

Een bijzondere categorie glazen was in gebruik bij schutterijen en stadsbesturen. Kenmerkend waarvoor zijn de stadswapens, die hierop groot werden afgebeeld als weerspiegeling van de stedelijke trots. Er werd stevig uit gedronken, want bekend is dat in deze kring graag werd geklonken op bezoekers, aanstellingen en successen. Ook in Gouda werd dit veelvuldig gedaan. Glazen zijn breekbaar en waar gedronken wordt vallen spaanders of scherven. Daarom is het niet vreemd dat dergelijke glazen zeldzaam zijn. Als ze bewaard zijn, dan bevinden zij zich in musea zoals Museum Gouda, waar nog enkele fraaie exemplaren van dergelijke Goudse Glazen – niet te verwarren met de beroemde ramen in de Sint-Janskerk – te bewonderen zijn. Ze staan uitgestald in de fraaie hoekkast van de Goudse schutterij, die voorheen in de Doelen stond.

Onlangs dook in Amsterdam zo’n fraai Gouds Glas op, dat inmiddels zijn weg terug heeft gevonden naar Gouda. Het betreft een wijnglas van 18,7 cm hoog, met een conische (geleidelijk in omvang toenemende), aan de onderzijde afgeronde kelk van 7.1 cm. De voet meet 7,8 cm. De stam bestaat uit een recht gedeelte met een hoekige knoop boven een omgedraaide, langgerekte baluster en een basisknoopje. Het glas heeft twee rijen ingestoken luchtbellen in het brede gedeelte van de omgedraaide balustervorm. De voet is licht conisch.

Op de kelk is een fijne radgravure aangebracht van het gekroonde wapen van Gouda, met de bekende zes sterren, in een rococo cartouche binnen een doornenkrans. Twee omkijkende leeuwen houden het wapen vast. Zij staan op rococoversieringen boven een banderol met de wapenspreuk Per Aspera / Ad Astra (door de doornen naar de sterren). De inscriptie is gepolijst op een matte achtergrond waardoor de letters donker lijken. De tekst wordt onderbroken door een rococoversiering met blaadjes. Onder de banderol is ook een rococoversiering aangebracht. De gravure wordt opgeluisterd door vele gepolijste details.

Zoals bij veel van dergelijke glazen, is ook in dit geval de naam of werkplaats van de graveur niet bekend. Eigenlijk is het vreemd dat de maker van bijvoorbeeld eenvoudig gebruiksaardewerk als Goudse pijpen, of het sierlijke plateel of zilverwerk wel makkelijk is te achterhalen, maar de maker van zo’n kostbaar glas niet. We kunnen slechts vaststellen dat het gemaakt is van loodglas en op basis van stijlkenmerken inschatten dat het ergens in het derde kwart van de achttiende eeuw moet zijn vervaardigd.

Ons Goudse Glas is dus vervaardigd in de tijd van de patriotten, waarin – ook de Goudse – regenten niet alleen graag marcheerden, maar ook drinkgelagen hielden. Afhankelijk van de partijkeuze (patriot of orangistisch) werden de glazen toen versierd met bij deze partijen behoren symbolen en figuren. Dit glas is in alle opzichten neutraal, behalve dat de gebruiker zijn trots op zijn stad laat zien. Wellicht valt daarmee te concluderen dat het voor officieel gebruik op het stadhuis of in de Doelen is gemaakt en gebruikt.

Stedenmaagd als Vrouwe Fortuna. Of andersom

Mijn favoriete Goudse boekdrukker uit de vroegmoderne tijd is Jasper Tournay. Natuurlijk omdat hij een keur aan dwarsdenkers een podium gaf om hun ideeën te verspreiden, onder wie grootheden als Sebastiaan Castellio, David Jorid en – bovenal – Dirck Volckertsz Coornhert, maar ook om zijn moed en doorzettingsvermogen. Het drukken van heterodox werk was zeker niet zonder risico, want vervolging, boetes en erger lagen altijd op de loer. Het was ook niet altijd lucratief. De markt was doorgaans klein en schichtig. Niet eenvoudig dus om er je brood mee te verdienen. Tournay, een Zuid-Nederlandse vluchteling die uit vrees voor de Spaanse legers noordwaarts was gevlucht, ondervond dat diverse keren in zijn leven. Hij moest meemaken dat zijn bedrijf failliet ging, maar slaagde erin om na jaren in loondienst te hebben gewerkt, een herstart te maken als zelfstandig drukker. Het drukkersmerk dat hij vanaf dat moment ging gebruiken is even fraai als veelzeggend.

Tournay voerde Vrouwe Fortuna ten tonele, balancerend op een gevleugelde bol, Occacio (Kans). Zij heeft de wind in de zeilen, met achter haar de zee. Hij besefte maar al te goed dat het twee kanten op kon, want op de zee is rechts de opgaande zon te zien, maar links een ondergaand schip. Het randschrift van de Goudse drukker spreekt boekdelen: Spero Fortunae regressum; ik hoop dat het geluk terugkeert. Dat deed het, want in het vrijzinnige Gouda kon hij jarenlang drukken wat hij wilde, omdat het stadsbestuur hem daarvoor alle ruimte liet. Aan die voor hem ideale situatie kwam in 1618 abrupt een einde, toen prins Maurits onder dreiging van geweld een einde maakte aan deze ‘Goudse Vrijheid’. Tournay ging niet bij de pakken (papier) neerzitten, maar hield zijn persen in beweging. Nog zeventien jaar zou hij vooral ‘veilige’ boeken drukken, onomstreden werken die geen risico op vervolging met zich meebrachten.

Het beeldmerk van Tournay drong zich onmiddellijk aan mijn vrouw en mij op, toen wij in Galerie Honingen in Gouda een bronzen kunstwerk zagen van Hieke Meppelink. Deze kunstenares, die overigens ook deel uitmaakt van Camerata Trajectina, het fameuze Utrechtse muziekgezelschap voor oude muziek, heeft dit beeld ‘Berschermvrouwe’ genoemd. Over de vervaardiging schreef zij een blog, waaruit blijkt dat zij de allegorische figuur van de stedenmaagd voor ogen had bij het maken. Inspiratie daarvoor vond ze zelfs in Gouda, waar zo’n beschermvrouwe over de stad waakt in een raam van het middeleeuwse stadhuis. De gelijkenis met het drukkersmerk van Tournay is echter verbluffend. Waar Vrouwe Fortuna in het drukkersmerk balanceert op het water, doet deze Beschermvrouwe hetzelfde op een zee van daken. In haar hand een gouden huis. Daar was ook Tournay naar op zoek en dat vond hij in Gouda. Onze drie dochters, de fundamenten onder ons eigen gouden huis in Gouda, schonken ons dit beeld ter gelegenheid van ons veertigjarig huwelijk, in de hoop dat het geluk ons – ook uitkijkend over een zee van daken – als voorheen blijft toelachen.