Bus vol Büchnerfans bij opening Büchnerhuis aan de Turfmarkt

Bordje

Op de plek waar van 1806 tot 1855 de bekende Goudse stadsarts Willem Frederik Büchner woonde met zijn vrouw Elisabeth Polijn is op 15 juni 2017 een ANWB-tekstbordje onthuld,

Oudste foto van het woonhuis van Büchner, door zijn dochter gezonden naar familie in Hessen.

Oudste foto van het woonhuis van Büchner, door zijn dochter gezonden naar familie in Hessen.

waarop de verdiensten van de mans voor de gezondheidszorg in Gouda zijn beschreven. Het bordje is aangebracht op het kantoor en woonhuis van Khalid Boutachekourt en zijn echtgenote Linda Emmelkamp. Zij kochten het pand in 2009. Voorheen deed het gebouw dienst als kerkelijk centrum Het Brandpunt, behorend bij de nabijgelegen gereformeerde Noorder- of Turfmarktkerk. Kerk en toebehoren werden in dat jaar verkocht omdat ze door de fusie van de gerformeerden en hervormden tot Protestantse Kerk in Nederland (PKN) overbodig waren geworden. Toen de nieuwe eigenaren hoorden dat op de plek van hun pand ooit de beroemde stadsarts had gewoond, besloten ze Het Brandpunt om te dopen in het W.F. Büchnerhuis, welke naam in fraaie letters boven de hoofdingang werd aangebracht. Dankzij het tekstbordje weten voorbijgangers nu ook op wie de naam van het pand betrekking heeft.

Portret van Büchner (ca. 1840)

Portret van Büchner (ca. 1840)

De plechtigheid werd extra bijzonder dankzij de aanwezigheid van 22 leden van het Louise Büchner Gesellschaft uit Hessen, de geboortestreek van de Goudse arts. De Duitse gasten zijn bewonderaars van de familie, die naast de Goudse arts onder meer ook een bekende feministische schrijfster – achternicht Louise, naar wie de vereniging is genoemd – en de invloedrijke toneelschrijver Georg Büchner, een neef, telde. Het gezelschap kwam speciaal naar Gouda om in het voetspoor van Willem Frederik de stad te leren kennen. Na rondleidingen door stad en museum werden ze ook in het Büchnerhuis ontvangen, waar ze in twee lezingen bijzonderheden voorgeschoteld kregen over de Nederlandse tak van de familie. In de verhalen van de germanist en tekstbewerker Jan Gielkens en handtekeningBuchnerondergetekende viel op dat de familie Büchner talrijke artsen, wetenschappers en schrijvers  heeft voortgebracht. Ook de gelijkenis in de fysionomie tussen de verschillende Büchners viel op, met name het gedrongen gestalte, ronde hoofd, de ‘hohe Stirn’ en de diepe frons in het voorhoofd. Ook de wenkbrauwen van de aanwezigen fronsten, toen uit het verhaal bleek dat de bewonderde Goudse arts naast zeven wettige kinderen ook nog een onwettig kind had verwekt bij de pijpmaakster Krijna van Reeuwijk, dat notabene dezelfde namen als de arts meekreeg: Willem Frederik Büchner.

Leden van het Louise Büchner Gesellschaft bij de buste van Friedrich Wilhelm

Leden van het Louise Büchner Gesellschaft bij de buste van Friedrich Wilhelm

 

Büchnerfan uit Hessen fotografeert zijn idool in Museum Gouda

Büchnerfan uit Hessen fotografeert zijn idool in Museum Gouda

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bordje2Nadat het Duitse gezelschap was uitgezwaaid arriveerden een select gezelschap van Goudse gasten uit de medische en historische wereld voor de officiële onthulling van het tekstbordje. Die werd verricht door de Goudse burgemeester Milo Schoenmaker. Daarna mochten de aanwezigen luisteren naar de twee eerdergenoemde voordrachten, maar nu in de Nederlandse taal, en naar een verhaal van dr. Van de Heijden, internist in het voormalige St-Jozefziekenhuis. Na een schets van de ziekenzorg door de eeuwen heen sloot hij zijn betoog af met een boeiende reconstructie van het bewogen en zich jarenlang voortslepende fusieproces van de Goudse ziekenhuizen tot het Groene Hart Ziekenhuis, waarbij hij nauw betrokken was geweest. De drie verhalen leidden tot een prachtige gedachtenwisseling over de ziekenzorg, de verzuiling en het kerkelijk leven in Gouda.

 

500 jaar Reformatie in Gouda herdacht

Dit jaar is het op de kop af 500 jaar geleden dat de Duitse monnik Maarten Luther de knuppel in het Roomse kippenhok wierp. Met het aanslaan van 99 stellingen aan de deur van de slotkapel van Wittenberg, waarin hij zijn kritiek op de aflatenpraktijk van de Rooms-Katholieke Kerk vervatte, werd de aanzet gegeven voor een ingrijpende verandering en uiteindelijk ook een versplintering van de christelijke eenheid in de wereld. Refo500StJanDeze beweging, die Hervorming of Reformatie ging heten, kende en kent vele richtingen. Ook een middelgrote stad als Gouda telt vele tientallen vertakkingen van een beweging die begon met Luther en hier in de Nederlanden vooral werd doorgezet door volgelingen van een andere hervormer, de Fransman Jean Calvin (Calvijn).

Historische Vereniging Die Goude heeft ter gelegenheid van 500 jaar Reformatie een speciaal themanummer het licht laten zien. Onder de titel ‘De Goudse Reformatie vertakt’ worden hierin de lotgevallen van enkele tientallen grote en kleine protestantse kerken beschreven. In eerdere studies en ook in de stadsgeschiedenis uit 2002 werd er al veel over deze religieuze geschiedenis van de stad gepubliceerd, maar de diverse (kerk)historici die aan dit nummer meewerkten zijn erin geslaagd nog veel onbekende episodes en gegevens uit de bronnen op te duikelen. Zo beschrijft mw. Henny van Dolder – De Wit, de onverslijtbare oud-archivaresse van de Sint-Janskerk – de geschiedenis van de Waals-gereformeerde gemeente, die twee eeuwen kerkte in de Gasthuiskapel. Aan deze Franstalige kerk was tot op heden nog nauwelijks aandacht besteed. J.M. ten Napel dook in de geschiedenis van de Gereformeerde Kerk van Gouda vanaf 1849 tot haar opgaan in de Protestantse Kerk van Nederland (PKN). Hij liet zelfs reconstructietekeningen vervaardigen van het verdwenen kerkgebouw aan de Kattensingel en ook de thans bouwvallige Turfmarktkerk komt aan bod.

Tidinge

Natuurlijk ontbreken in de Tidinge de lutheranen, aanstichters van het jubileum, niet. In een bijdrage van dr. J.J.H. Bik wordt geschetst hoe zij hier al vroeg de beschikking kregen over de Joostkapel aan de Lage Gouwe. Het in deze kapel hangende fraaie – en voor Nederland unieke – portret van dominee Clemens Bijsterveldt als pastor bonus (goede herder tussen de schapen), siert ook de omslag van het tijdschrift als ode aan de lutheranen. Maar ook de vele evangelische en bevindelijke bewegingen in de stad ontbreken niet en komen aan de orde in bijdragen van respectievelijk A.J. Dijkstra en J. Mastenbroek. In de bijdrage van laatstgenoemde staat een foto van een kerkje dat verstopt ligt achter de Nieuwehaven en dat waarschijnlijk maar weinig Gouwenaren weten te vinden. De geschiedenis van de grote Hervormde Gemeente is minder onbekend, maar Udo Doedens is erin geslaagd in haar ontwikkeling in enkele heldere lijnen uit te tekenen.

Zelf heb ik geprobeerde alle doperse sporen in Gouda in kaart te brengen. Doopsgezinden AanbiedingRefo500-2waren hier weliswaar slechts een zeer kleine kudde, maar hun geschiedenis verdient het eveneens om te boek gesteld te worden. Dankzij een tip van archivaresse Marianne van der Veer kwam ook het bestaan van een doopsgezinde vermaning (kerk) in de Hoefsteeg aan het licht. Zij wees mij erop dat de kerk vermeld werd in een inventarisatie van brandemmers in de stad uit 1677. Net na afsluiting van het tijdschrift ontdekte ik overigens dat mijn veronderstelling dat het hier ging om een kerk van de behoudende stroming van de ‘Vlaamse mennisten’ door niemand minder dan  Ignatius Walvis wordt bevestigd in zijn stadsgeschiedenis uit 1713. Bij zijn beschrijving van het kort na de overgang van de stad naar de prins in 1572 afgebroken Minderbroederklooster, meldt hij dat op die plek de hoefsteeg was gebouwd en dat daar – op de plek waar het koor van de kloosterkapel had gelegen – tot voor kort de Vlaamse mennisten kerk hielden.

Deze bijzonder aflevering van de Tidinge, maar liefst 60 pagina’s dik, werd op 10 juni 2017 in de Sint-Janskerk door mij aangeboden aan de Goudse wethouder  Corine Dijkstra. Dat gebeurde tijdens de Zuid-Hollandse viering van Refo500. Voor niet-leden van die Goude is het tijdschrift in de boekhandel te koop voor 5 euro.

 

Een traan bij het einde van een dierbaar archief

Aan de Oude Delft, op steenworp van de Prinsenhof en in de slagschaduw van die scheve toren van de Oude Kerk, is het Delftse stadsarchief gevestigd. In een zestiende-eeuws AC6pand, dat de naam Wapen van Savoyen draagt. Daar worden eeuwen Delftse geschiedenis zorgvuldig bewaard en ontsloten. Nog wel, maar niet lang meer. Het archief dat zo sereen de stilte van eeuwen ademt, waar je als onderzoeker de geschiedenis aan den lijve kunt voelen en aanraken, wordt namelijk opgestoten in de vaart der volkeren. Vele archiefinstellingen gingen hem voor in een poging eigentijds en modern te zijn. Nu moet Delft er ook aan geloven en daarom moet het archief verhuizen naar een – God betert – een industrieterrein. Maar ook dat is niet nieuw. Ook in Gouda verdwenen de archiefstukken al eerder naar zo’n troosteloos gebied, ongeveer op het laagste punt van Nederland. De studiezaal bleef in de oude stad, ondergeschoven in de stedelijke bibliotheek annex uitspanning, waar de bezoeker in een lawaaierige omgeving geduldig moet wachten tot zijn aangevraagde document met een busje uit het Moordrechtse depot is gehaald. Rust kan hij alleen vinden in een container, waarvan er maar een paar zijn.

Archieven in Nederland worden dus overal opgeslokt in grotere verbanden, met musea, bibliotheken en andere erfgoedinstellingen. Daar komt bij dat het aantal echte archivarissen vaak met een zaklamp gezocht moeten worden. In plaats daarvan maken ArchiefDelftmanagers, communicatieadviseurs en educatief medewerkers de dienst uit. Wat prijs ik mij gelukkig dat ik de afgelopen veertig jaar nog historisch onderzoek heb mogen doen in echte archieven, op prachtige historische locaties, waar de stukken onder handbereik lagen en de weg werd gewezen door echte archiefkenners. Zoals in Delft, waar ik jarenlang vele dagen in de studiezaal doorbracht voor het onderzoek voor mijn dissertatie. Waar zijn ze gebleven, de Harry van Leeuwens en Bas van der Wulpen, die onvermoeibaar hielpen zoeken naar stukken die niet of op een verkeerde plek in een inventaris waren opgenomen, dozen bleven aanslepen, gratis kopieën maakten omdat het ‘voor de wetenschap’ was en die zelf ook zoveel van de materie wisten dat zij vastlopende zoektochten weer op gang wisten te brengen.

Vandaag was ik voor het eerst sinds jaren weer in dat archief in Delft. Voor een klein onderzoekje. En zowaar: alsof er niks was veranderd: Bas van der Wulp zat achter de balie. Weer smaakte ik de historische sensatie van het aanvragen en per ommegaande in handen krijgen van enkele zeer bijzondere zeventiende-eeuwse archiefstukken. Maar de oude sfeer was er niet meer. De serene stilte was ver te zoeken. Geen wonder, want de oude studiezaal wordt inmiddels gebruikt voor de voorbereidingen van de verhuizing. Bezoekers moeten het doen met een provisorisch ingerichte voorkamer, met een balie, enkele ladenkasten en een paar leesapparaten. In juli sluiten de deuren definitief, waarna de bezoekers zich voortaan ergens buiten de oude stad mogen melden, om ontdaan van elke sfeer, een kille duik te nemen in het papieren verleden. Het zal wel gezeur zijn van een oude man, maar ik vind dat jammer. Oude archieven van oude steden dienen op een historische locatie bewaard en beschikbaar gesteld te worden voor onderzoek. En zij dienen in vertrouwde handen te zijn van gekwalificeerde mensen met hart voor hun vak.

Dwars durven zijn. Gouda staat stil bij 500 jaar Reformatie

Dit jaar, op 31 oktober, is het precies 500 jaar geleden dat de Duitse DSC06529monnik Maarten Luther met het (laten) aanslaan van 99 stellingen op de deur van de slotkapel van Wittenberg de aanzet gaf tot de Reformatie. De tot dan ongedeelde Katholieke Kerk spatte daarmee uiteen in een tot op het bot verdeelde en versplinterde christenheid. Ook in Gouda leidde dit uiteindelijk tot een veelheid aan kerkgenootschappen, wat tot op de dag van vandaag – met name op zondagen – zichtbaar is. Vanuit alle hoeken spoedden zich dan kerkgangers naar hun kerken en kerkjes en de lucht is zwanger van klokgebeier en orgelspel.

De Reformatie heeft gelovigen in beweging gezet en het straatbeeld – hoofdzakelijk zwart – gekleurd. De kerkgangers zijn gedreven door wat mensen ten diepste bezighoudt, hun lotsbestemming. Deze worsteling heeft door de eeuwen heen tot veel goeds geleid, maar ook tot conflicten, afsplitsingen en afsnijdingen. Dat roept de vraag op of het vijfde eeuwfeest van de Reformatie wel gevierd moet worden. Velen vinden van wel, anderen spreken liever van herdenken.

Doedens1

Hoe het ook zij, op zaterdag 10 juni organiseren 500 Jaar Protestant en Refo500 een grootschalige Reformatiebijeenkomst in Gouda. Doel van deze bijeenkomst is volgens de organisatoren “terug te zien en vooruit te kijken”. De bijeenkomst is een onderdeel van een  estafette van de Protestantse Kerk van Nederland (PKN), die het hele land doorgaat. In elke provincie is zo’n bijeenkomst; voor die in Zuid-Holland is Gouda uitgekozen als plaats van samenkomst.

In de middag zal in drie historische kerkgebouwen (de St. Janskerk, de lutherse St.Joostkapel en de Oud-Katholieke Kerk) een wandelconcert worden georganiseerd. Deze rondgang zal worden afgesloten met een middeleeuwse maaltijd in de St Janskerk Dezelfde kerk zal ’s avonds het decor zijn van een boekpresentatie, een theatrale vertelling en een expositie: zingen in kleur, de psalmen verbeeld, allemaal betrekking hebbend op 500 jaar Reformatie. Diverse prominente protestanten zullen aanwezig zijn om een bijdrage te leveren aan de Reformatiebijeenkomst. Naast prof. dr. H.J. Selderhuis, directeur Refo 500 en prof. dr. W.P. van den Berken zullen o. a. EO-presentator Tijs van den Brink, Corine Dijkstra (Wethouder ChristenUnie Gouda), drs. P.L de Jong acte de presence geven.

Onder leiding van het (gast)hoofdredacteurschap van ondergetekende heeft de Tidinge, het blad van de Historische Vereniging die Goude, speciaal voor deze gelegenheid een dik themanummer samengesteld. In een zestal bijdragen wordt de geschiedenis van een groot aantal protestantse kerken en stromingen geschetst. Natuurlijk ontbreken daarin de lutheranen niet, als aanstichters van de gehele beweging. Maar ook vroeger reformatorische vogels als de wederdopers of doopsgezinden komen uitgebreid aan de orde, ook al is hun aanhang in Gouda altijd klein geweest voor Hollandse begrippen. Uiteraard heeft de grote hervormd-gereformeerde kerk een prominente plek in het nummer, maar ook de synodaal gereformeerden, de bevindelijkheid en de evangelischen ontbreken niet.

Een drukproef voor de Goudana-collectie

Als verzamelaar van boeken en documenten die in Gouda geproduceerd zijn of op enigerlei andere wijze betrekking hebben op Gouda doe je van tijd tot tijd zelf bijzondere ontdekkingen. Soms door eigen inspanningen, maar soms ook wordt je erop geattendeerd door bekenden die weten dat je op zoek bent naar dergelijke ‘Goudana’. Het komt zelfs voor dat mensen direct contact met je opnemen om zo’n object te schenken. Deze week deed deze laatste situatie zich voor, toen ik van Ineke Verkaaik, voorzitter van het Historisch Platform Gouda, een sleetse envelop kreeg overhandigd met daarin gecorrigeerde drukproeven van de vijfde bundel van Oudheidkundige Kring ‘die Goude’ uit 1947.  Blijkbaar heeft iemand het waard gevonden om deze papieren zeventig jaar lang te bewaren.

Knuttel

De envelop alleen al is bijzonder, omdat zij zicht biedt op het zorgvuldige productieproces bij de totstandkoming van die eerste bundels van Die Goude. Drukker van deze boeken was “Drukkerij voorheen Koch & Knuttel”, gevestigd aan de Turfmarkt 106 en het direct erachter gelegen pand aan de Nieuwe Haven 177. Telefoonnummer van deze Naamloze Vennootschap was nog kort: 2714. Blijkbaar gebruikte de drukkerij speciale enveloppen voor drukproeven, want naast het adres is ook “Drukproef met copie” voorgedrukt. In het adresvlak treffen wij de naam en adres aan van de toenmalige secretaris van de vereniging, J.H. Carlier, woonachtig aan de Van Swietenstraat 7. Verder is de datum van de drukproef in handschrift vermeld: “16 sept. ’47”.

carlierCarlier, geboren in 1882,  was naast secretaris ook een verdienstelijk amateurhistoricus. Hij verdiepte zich in de geschiedenis van zijn woonplaats nadat hij in 1941 door een beenkwetsuur noodgedwongen vervroegd zijn loopbaan in het onderwijs moest beëindigen. Hij was achtereenvolgens als schoolmeester werkzaam aan de lagere rooms-katholieke school op de Gouwe en vanaf 1906 aan de toen nieuw geopende Aloysiusschool aan de Spieringstraat. In 1920 stapte hij over naar het middelbaar onderwijs om hoofd te worden van de ULO, eerst in de Keizerstaat en daarna aan de Nieuwe Haven. Na zijn pensionering verslechterde zijn gezondheid verder, waardoor hij op 2 oktober 1954 overleed op 72-jarige leeftijd.

Carlier was volgens Nico Habermehl – die hem een plaats gaf in zijn reeks korte levensbeschrijvingen van Goudse historici – vooral van belang door zijn vermogen een breed publiek aan te spreken door zijn heldere schrijfstijl en afgewogen taalgebruik. Door zijn beeldende manier van schrijven – onder meer in artikelen voor de krant De Nieuwe Zuid-Hollander – wist hij een groot lezerspubliek te trekken. Hij deed zelf weinig bronnenonderzoek, maar baseerde zich vooral op bestaande literatuur. De drukproef van de bundel laat zien dat hij daarnaast ook zeer nauwkeurig was. Met grote precisie weet hij fouten in de proefdruk  te signaleren. De met de vulpen aangebrachte verbeteringen zijn – zo blijkt uit een vergelijking met de uiteindelijke bundel – nauwgezet door de drukker doorgevoerd.

Zo vormt ook deze drukproef op zichzelf weer een aardige bron voor de Goudse geschiedenis en geschiedschrijving en daarmee een bijzondere uitbreiding van mijn verzameling Goudana.

Recensie van Pibo Ovittius’ metamorphosen in It Beaken (2006)

De schelmenbiografie van de zestiende-eeuwse Fries Pibe Whytthiesz van Abbema (ca. 1642-1618), die op de vlucht voor zijn verleden stad en land afliep in pogingen ergens als (zielen)dokter aan de slag te komen, is inmiddels alweer veertien jaar geleden afgerond. Er zijn destijds vele recensies en besprekingen aan gewijd. Daarnaast figureert de hoofdpersoon inmiddels in menige studie over de vroege reformatie, als archetype van de ‘loper’ die profiterend van de wisselende politiek-militaire constellaties er steeds weer in slaagde aan de slag te komen als pastoor, dominee of arts. Veel nieuwe informatie is er sindsdien over Pibo niet opgedoken, gelukkig maar, want dat is natuurlijk een schrikbeeld voor elke biograaf vanaf het moment dat hij zijn laatste punt heeft gezet. Eigenlijk is alleen een vondst van Onno Hellinga een relevante toevoeging, namelijk dat Pibo in zijn Friese jaren ook nog een tijdlang in Kollum heeft verbleven.

Onlangs stuitte ik op een uitvoerige bespreking van de biografie door Jan R. Veenstra in het Friese blad It Beaken. Lezing ervan stemde tegelijk trots en verlegen. Jammer dat mijn oog er pas zo laat op viel. Om alsnog recht te doen aan deze bespreking volgt hieronder de inhoud.

Pibo0Pibo1

 

 

 

 

 

 


Pibo2Pibo3

 

 

 

 

 

 

Pibo4

Pibo5

De begeerlijke blik van een bibliofiel

In de Koninklijke Bibliotheek werd op 17 februari 2017 een symposium gehouden onder de titel ‘Maken of breken. 500 jaar Reformatie’. Een keur aan sprekers ging in op de hoofdrolspelers (Erasmus, Luther, Zwingli, Calvijn). Maar er was ook volop aandacht voor het medium dat ervoor verantwoordelijk was dat de ideeën over een nieuwe kerk zo’n vlucht konden nemen: de boekdrukpers. De KB was daarvoor natuurlijk een zeer passende omgeving en ook de bekende Erasmuscollectie uit Rotterdam toonde een keur aan oude drukken. Dankzij antiquariaat De Roo uit Zwijndrecht waren er zelfs enkele zeer oude boeken uit de Reformatietijd te koop.

beurs

De fotograaf van het Reformatorisch Dagblad, Dirk Hol, betrapte mij op mijn zwakste moment: gebiologeerd kijkend naar een wel heel bijzonder  ‘zakbijbeltje': een zeer vroege editie van het Novum Instrumentum van Erasmus, de Latijnse vertaling van de Griekse grondtekst van het Nieuwe Testament. Het boekje werd gedrukt in Basel, waar Pamphilius Gengenbach het in 1522 op de persen legde. Dat de initialen handgekleurd zijn en met goud opgehoogd maakt het tot een uniek exemplaar. De antiquaar heeft het kleinood onder een glazen stolp tentoongesteld, maar heeft het net daaronder vandaan gehaald om het aan de geïnteresseerde klant te tonen. Hij geeft het niet uit handen, maar laat zorgvuldig en met liefde enkele pagina’s zien. Ik houd mijn handen zorgvuldig in mijn broekzakken, om niet de indruk te wekken dat ik het uit zijn handen wil grissen. Maar mijn blik zegt alles: man wat mooi. Andere bezoekers van de stand zijn blijkbaar minder onder de indruk, want zij verdiepen zich onverstoorbaar in moderner drukwerk. Op de achtergrond, links van de paal, is de grootste Erasmuskenner van Nederland van dit moment herkenbaar, Hans Trapman, die druk aan het bellen is. Ik stel mij voor dat hij zijn bank belt om te informeren naar de mogelijkheden tot aankoop. Want veel geld is er wel nodig om het boekje in eigendom te krijgen. De Roo, een liefhebber van de Oudvaders en een van de weinige overgebleven antiquaren met een specialistisch reformatorisch winkelbestand, vraagt er namelijk € 24.000 voor. Ik besluit mijn handen die middag maar in de zakken te laten, bang als ik ben overvallen te worden door een aanval van bibliofiele begeerte.

Het wordt spannend op de Turfmarkt

De in 1932 gebouwde Turfmarktkerk, ook wel bekend als de Gereformeerde kerk B, leidt al jaren een kwijnend bestaan. Nadat de synodaal gereformeerden het gebouw aan het eind Turfpaulvan de vorige eeuw verlieten en in 2002 verkochten voor herbestemming, is er weinig meer gedaan aan onderhoud. Dit in tegenstelling tot het naastgelegen kerkelijk centrum Het Brandpunt, dat gekocht werd door een particulier die het gebouw met behoud van zijn oorspronkelijke karakter omtoverde tot een kantoor annex woonhuis. Bij de aankoop verwierf hij tevens het ernaast gelegen parkeerterrein. De kerk zelf, met het ernaast geleden parkeerterrein, werd gekocht door Tympaan, een projectontwikkelaar die zich specialiseerde in herbestemming van religieuze gebouwen. Door deze vreemde perceelsplitsing werd de ver naar achter gelegen kerk min of meer tot een eiland, omdat de openbare weg alleen dankzij het recht van overpad bereikbaar bleef. Geen wonder dus dat alle inspanningen van Tympaan om een nieuwe bestemming te vinden spaak liepen. Van alles kwam voorbij; van een gezondheidscentrum, tot het Filmhuis en een wooncomplex. Dat ook de buurt niet bepaald positief stond tegenover diverse plannen, hielp ook niet echt mee.

De kerk kreunde letterlijk onder dit getalm. Aan de rechterzijde openbaarden zich diversescheuren in de muren, wat wees op funderingsproblemen. Het reusachtige dak toonde ook al snel mankementen door verschuivende dakpannen en de fraaie gebrandschilderde ramen werden veelvuldig het mikpunt van baldadigheid. In de loop van 2016 was voor Tympaan de maat vol. Met veel aplomb werd in de publiciteit gebracht dat de kerk niet meer te redden was en dat sloop als enige optie overbleef. Een informatie-avond met de buurt, in de tegenover gelegen voormalige synagoge, verliep stormachtig omdat de omwonenden twijfelden aan de oprechtheid van de eigenaar. De stelligheid waarmee aangestuurd werd op afbraak en nieuwbouw riep heftige weerstand op. De woordvoerder van Tympaan liet zich daarbij ontvallen dat het gebouw, dat acht ton had gekost, in feite was afgeschreven. Daarmee opende hij de poort voor tal van ideeën over een eventuele andere inrichting van het terrein, waarbij een binnenstadstuin als meest wenselijk naar voren kwam.

De voorganger van de Turfmarktkerk, gebouwd in 1888 en afgebroken in 1931

De voorganger van de Turfmarktkerk, gebouwd in 1888 en afgebroken in 1931

Korte tijd later nam de zaak een verrassende wending, toen Brandpunteigenaar Khalid Boutachekourt bekendmaakte dat hij de kerk onder voorbehoud van financiering had gekocht van Tympaan. Hij weigert zich zomaar neer te leggen bij sloop en onderzoekt daarom alle mogelijkheden van funderingsherstel en herbestemming. Inmiddels is hij ijverig op zoek naar partners en financiers die bereid zijn geld en energie in het project te steken. Ook verdiept hij zich in de geschiedenis van de locatie. Op de plek van de kerk stond eerder ook al een gereformeerde kerk, die in 1888 werd gebouwd en waarvan de fundamenten hergebruikt werden voor de huidige kerk. In eerder eeuwen behoorde dit

Bouw van de huidige Turfmarktkerk in 1931

Bouw van de huidige Turfmarktkerk in 1931

terrein tot het klooster van de Clarissen. Op de plek van het Brandpunt, dat in 1966 werd gebouwd,  stonden tot die tijd twee woonhuizen. Het rechterhuis was in de negentiende eeuw eigendom van de beroemde Goudse stadsarts W.F. Büchner. Voor de huidige bewoner is dit aanleiding geweest zijn huis om te dopen tot “W.F. Büchnerhuis”.

Huis en kerk hebben geen monumentenstatus. Waarom dat toch alle inspanningen om het complex zoveel mogelijk in deze staat te bewaren? Allereerst is het een markant overblijfsel van een bijzondere episode uit de geschiedenis van de gereformeerde kerken in Gouda. De evenknie van deze kerk, de Gereformeerde kerk A aan de Kattensingel, is reeds lang geleden afgebroken, dus dit is de enige herinnering aan de begintijd van deze denominatie. Daarnaast is de ligging op het achtererf zeer bijzonder. Het was weliswaar geen schuilkerk, maar een gebedshuis dat zo ver achter de rooilijn ligt, is een zeldzaamheid. Tot slot zijn vorm en verschijning van het gebouw een passend en goed geïntegreerd onderdeel van de bebouwde noordwand van de Turfmarkt. Nieuwbouw op deze locatie zou een lelijke inbreuk betekenen op dit (beschermde) stadsgezicht van Gouda’s mooiste gracht.

De Turfmarkt in 1903. Goed zichtbaar zijn de twee kleine huisjes en daarna de smalle poort naar de (niet zichtbare) gereformeerde kerk. Daarnaast de twee huizen die in 1965 moesten wijken voor het Brandpunt, met rechts de woning van dokter Büchner.

De Turfmarkt in 1903. Goed zichtbaar zijn de twee kleine huisjes en daarna de smalle poort naar de (niet zichtbare) gereformeerde kerk. Daarnaast de twee huizen die in 1965 moesten wijken voor het Brandpunt, met rechts de woning van dokter Büchner.

Waar nu het parkeerterrein de huizenrij openbreekt om zicht te bieden op de kerk, stonden vroeger enkele kleine huisjes. Oude ansichtkaarten laten de situatie voor 1931 zien, en maken ook duidelijk dat op de plek van het meest linkse huisje later een veel groter huis verrees, waar nu de bekende Goudse kunstschilder Jan Lokhorst huis houdt. Door deze woning lijkt de kerk ietwat links uit de flank te staan. Mocht de kerk onverhoopt niet te behouden zijn, dan zijn er nog twee alternatieve denkbaar. Het zou wellicht mogelijk zijn alleen de voorgevel te behouden (net als bij de parkeergarage op de Raam) en erachter nieuwbouw te plegen. Mocht de kerk uiteindelijk toch geheel tegen de vlakte gaan en het gebied tot een (besloten) binnenstadstuin evolueren, dan is ook nog de (her)bouw van de woonhuizen aan de straat te overwegen, maar dan zal er wel historiserend gebouwd moeten worden in de trant van de herstelde gevelrij aan de Lage Gouwe.

Het zou een prestatie van historisch formaat zijn als deze gereformeerde kerk uiteindelijk gered zou worden door een Goudse Marokkaan.

De staat van de stad. Historisch Gouda in 2016

staat2

Gewoontegetrouw sluiten wij af met een terugblik op de ontwikkelingen in historisch Gouda gedurende het afgelopen jaar. Over de volle breedte kan gesproken worden van een optimistisch jaar, wat grotendeels toe te schrijven is aan een op alle terreinen merkbare opleving van de Nederlandse economie. De bankensector stortte ons acht jaar geleden in een forse crisis, waardoor mensen hun baan verloren, winkels sloten, overheden op zwart zaad zaten en burgers de hand op de knip hielden. Wonderbaarlijk is dan om te zien hoe snel het tij kan keren. Huizen die vele jaren onverkoopbaar bleken verwisselden plotseling in grote aantallen van eigenaar, jarenlang uitgestelde onderhoudswerkzaamheden werden op grote schaal uitgevoerd en de middenstand kon weer een beetje ademhalen. Tegenover de definitieve sluiting van het failliete warenhuis Vroom & Dreesman aan de Kleiweg stonden tal van start-ups, restaurantjes en andere initiatieven van jonge ondernemers. Het inmiddels tamelijk desolaat geworden beeld van de Goudse winkelstraten veranderde dit jaar merkbaar ten goede.

Ook op historisch vlak waren er weer bijzondere ontwikkelingen. Om laag bij de grond te beginnen: nadat vorig jaar het koor van de Sint-Janskerk ontgraven kon worden in

Opgravingen op het terrein van de voormalige Brandweerkazerne, waar het klooster van de Clarissen ooit stond

Opgravingen op het terrein van de voormalige Brandweerkazerne, waar het klooster van de Clarissen ooit stond

verband met noodzakelijk geworden funderingsherstel, was dit jaar de ring rond de kerk aan de beurt voor de vernieuwing van rioleringen en kabels. Ook nu leverde dat weer enkele bijzondere archeologische vondsten op, met name achter het koor op de plek waar vroeger het kerkhof lag. De archeologen hebben daardoor weer veel te beschrijven. Gelukkig zijn de resultaten van de opgravingen in de Sint-Jan inmiddels op schrift gesteld. Dat gold nog steeds niet voor de bijzondere blootlegging van de fundamenten van het Clarissenklooster tussen Nieuwehaven en Turfmarkt. Een faillissement van de bouwer liet dit project tot op heden ‘Unvollendet’. Met behulp van een zeer geslaagde crowfundingactie brachten de archeologen dit jaar in korte tijd 5000 euro bij elkaar, een stevige basis om het karwei af te maken. Zeer succesvol waren daarbij de anatomische lessen in de Chocoladefabriek, waar een fysisch antropologe Constance van der Linde uitleg gaf over wat er zoal valt af te leiden uit de skeletten die nabij het klooster zijn gevonden.

Crowdfunding – de nieuwe methode om projecten met behulp van burgerdonaties van de grond te tillen – vormde ook de basis voor het gewaagde project GoudAsfalt, het terrein van de voormalige Koudasfaltfabriek aan de overkant van de Hollandse IJssel. De initiatiefnemers willen dit terrein, dat als een balkon uitzicht biedt op Gouda’s IJsselfront, ontwikkelen tot een bloeiend domein voor evenementen, vernieuwende projecten en sociaal-maatschappelijke activiteiten. In een recordtijd werd geld bijeengebracht voor de aanschaf van een voetveer, De Gein, en diverse activiteiten – zoals Gouda culinair, een circus en Openmonumentendag, vonden al plaats aan de boorden van de rivier. Bijzonder vanuit historisch perspectief is, dat enkele grote onderdelen van de asfaltfabriek als industrieel monument bewaard blijven.

staat14

Voor monumenten was 2016 ook in andere opzichten een opmerkelijk jaar. Grootste ‘klapper’ was de verkoop van de Gouwekerk aan een consortium dat er een congrescentrum met hotel van wil maken. Van vreugde begon het kruis op de hoge staat7
torenspits ’s avonds weer te branden, want de jarenlange onzekerheid over het lot van dit ‘landmark’ voor Gouda lijkt hiermee ten einde gekomen. Zekerheid kwam er ook voor de al sinds 1998 leegstaande gereformeerde Turfmarktkerk. Eigenaar Timpaan ziet geen brood meer in herontwikkeling, omdat het gebouw in zeer slechte staat zou zijn en restauratie onverantwoord duur zou worden. Sloop zou de enige optie zijn. Hoewel geen monument, vormt de Turfmarktkerk nog steeds een markant onderdeel van een voor het overige gesloten monumentale gevelrij aan de gracht. Nieuwbouw zou dit beeld ernstig verstoren. Complicerende factor bij dit alles is de geïsoleerde ligging van het kerkgebouw; er is staat15simpelweg geen directe toegang tot de openbare weg anders dan een beperkt recht van overpad. Timpaan valt veel te verwijten, want het bedrijf heeft al die jaren geen onderhoud gepleegd aan de kerk, zodat het geheel inderdaad in deplorabele toestand is. De buren zouden niets liever zien dan dat de eigenaar zijn verlies neemt en het complex tegen een symbolisch bedrag overdraagt, teneinde er een besloten stadstuin van de maken (eventueel met handhaving van – delen – van het gebouw). De initiatieven daartoe komen voorzichtig van de grond.

Verderop aan de Turfmarkt viel er dit jaar ook een belangrijke ontwikkeling te noteren. Het majestueuze Admiraalshuis, ooit de woning van de Goudse zeeheld Roemer Vlacq, is – samen met het naastgelegen pandje – door eigenaars Jan Kooiman en Hellen Kooiman-Tibbles in eigendom overgedragen aan de Vereniging Hendrick de Keijser. Daarmee is

Opening van de Looierspoort door burgemeester Schoenmakers

Opening van de Looierspoort door burgemeester Schoenmakers

het behoud van het monument voor lang gegarandeerd. Tegenover deze woning staat nog een ander monumentaal complex te wachten op een nieuwe eigenaar. Het Leger des Heils heeft er jarenlang bijeenkomsten gehouden, maar vertrok dit jaar naar een beter bereikbare locatie. De panden, met grote – als speeltuin van de buurt in gebruik zijnde – tuin, staat te koop voor een luttel bedrag van €850.000. Daar zouden moeiteloos drie woonhuizen van gemaakt kunnen worden, dus lang zal het niet duren voor er een nieuwe eigenaar gevonden zal zijn. Tot slot – om in de buurt te blijven – heeft het achter de Turfmarkt verscholen liggende smalste straatje van Gouda een flinke opknapbeurt ondergaan op initiatief van de bewoners. In deze Leerlooierssteeg is een fraaie herinnering aan deze beroepsgroep aangebracht.

De Chocoladefabriek, waar bibliotheek, Streekarchief en de Drukkerswerkplaats samen met cateraar Kruim een succesformule hebben ontwikkeld, oefent sterke aantrekkingkracht uit op andere instellingen in de stad. Er staat immers nog een hele etage leeg. In de laatste weken van dit jaar meldden zich het Verzetsmuseum en het Filmhuis als gegadigden, waarmee overigens weer twee monumenten leeg zouden komen: de oude bank aan de Turfmarkt en een school aan de Letmaetstraat in Korte Akkeren. staat3Voor loempiaverkoper Kim is er geen plaats in deze herberg. Na bijna een kwart eeuw werd deze voormalige bootvluchteling verdreven van het Stationsplein, waar verzekeraar De Goudsche de onderste etage van haar kantoor laat ombouwen tot winkels en horeca. Kim kreeg daarop een vergunning voor een standplaats bij de Chocoladefabriek, maar die werd met vereende krachten door de Chocoladefabrikanten getorpedeerd. Gevolg is dat de goede man nu al bijna een jaar broden- en loempialoos thuis zit.

Oude rechten worden in Gouda blijkbaar zelden gerespecteerd. Hetzelfde overkwam dit jaar namelijk ook een van de laatste binnenstadscoutings van Nederland, Jan van Hooff. Ook zij staan – zelfs na een halve eeuw – op straat omdat de gemeente het schoolgebouw waar zij domicilie hielden heeft verkocht aan de particulier. Een behoorlijke schadeloosstelling of compensatie lijkt er niet in te zitten, waardoor de groep direct in haar voortbestaan bedreigd wordt. GoudAsfalt lijkt te duur, maar is nog steeds in beeld als nieuwe locatie.

Het afstotingsbeleid van monumenten die in gemeentebezit zijn, heeft dit jaar ook enkele vruchten afgeworpen. De Moriaan, het voormalige pijpen- en aardewerkmuseum, heeft

Donkere wolken boven het Weeshuis

Donkere wolken boven het Weeshuis

een particuliere bewoner gekregen. Even verderop aan de Westhaven wordt de oude Muziekschool in gereedheid gebracht om onderdak te bieden aan een eliteschool (de Mandeville Academy), mede ook door bemoeienis van onze huidige premier Mark Rutte. Minder vlot gaat het nog steeds met het Weeshuiscomplex. Tal van plannen voor hergebruik haalden het niet, maar nu lijkt de gemeente toch weer een projectontwikkelaar gevonden te hebben om er een hotel-restaurant annex conferentiecentrum (nog één!) in te vestigen. De eerste imaginaire beelden van wat het moet worden stemmen niet gerust. Helaas zal dan ook de unieke Jeruzalemkapel ten prooi vallen aan de commercie, terwijl deze stichting van Gijsbert de Raet de afgelopen jaren uitstekend dienst heeft gedaan als open atelier-ruimte voor Goudse kunstenaars.

Ook op het vlak van de Goudse kunstenaars lieten oude en nieuwe namen zich dit jaar

Erik Schutte aan het werk op de Oosthaven

Erik Schutte aan het werk op de Oosthaven

zien. Fijnschilder Ruud Verkerk mocht zijn kunnen tonen in Galerie Honingen ter gelegenheid van zijn veertigjarig kunstenaarsjubileum. De bekende Goudse portretschilderes Carla Roodenberg kreeg een welverdiend boek met een overzicht van haar mooiste werken. Uit Oost-Nederland verraste Erik Schutte met enkele ‘on the spot’ geschilderde stadsgezichten, waarop zijn losse penseel het (najaars)licht op fascinerende wijze heeft gevangen. Suzan Schuttelaar lijkt echt door te breken met haar realistisch-harde portretten, die eerder al actrice Tjitske Reidinga hard wisten te raken. Museum Gouda stelde haar in staat een modern schuttersstuk voor het Ruim te maken, waarbij toeschouwers het risico lopen op het witte doek te belanden.

Over kunst gesproken: Museum Gouda heeft dit jaar ook een publiekstrekker in huis weten te halen met de grote Erasmustentoonstelling ter gelegenheid van 500 jaar Novum Testamentum, de vertaling van het Nieuwe Testament van het Grieks in het Latijn door de grote Rotterdamse Gouwenaar. Voor het zover was moest eerste de tentoonstelling Lalla Golda, over 50 jaar Marokkanen in Gouda, afgesloten worden. Met een succesvolle veiling van het Marokkaanse keramiek kwam een eind aan dit opmerkelijke initiatief, dat ruim 9000 bezoekers – onder wie opmerkelijk veel Marokkaanse vrouwen – trok. Een veelvoud, ruim 22.000 mensen, bezochten de door directeur Gerard de Kleijn en babbelhistoricus Herman Pleij ingerichte Erasmus-expositie, die tevens de apotheose vormde van de scheidende Goudse museumdirecteur, die de stedelijke bewaarinstelling in vijf jaar weer financieel en vitaal heeft gemaakt. Zijn opvolger Marc de Beyer zal er een hele klus aan krijgen om deze lijn voort te zetten. Daarbij zal hij overigens nog wel ‘last’ houden van zijn voorganger, want deze blijft zich als gastconservator en anderszins nog wel met het museum bemoeien.

staat1

Ook buiten het museum bleef Erasmus dit jaar volop in de belangstelling staan. Het Erasmusgenootschap en het Historisch Platform Gouda verzorgen op vier achtereenvolgende zaterdagen een speciale Goudologie-leergang, die geheel was gewijd aan de humanist. Bijzonder was dat de archeologen en historici daarbij samen een project gestart zijn om het klooster Stein, net buiten Gouda in de richting van Haastrecht, te reconstrureren. Op basis van wat er bij opgravingen al aan de oppervlakte is gekomen, schriftelijke bronnen en vergelijkbare kloosters elders, is inmiddels al een maquette ontworpen. Op die manier wordt de plek waar Erasmus zeven jaar van zijn leven tussen muren en boeken doorbracht meer aanschouwelijk, hoewel de makers de ambitie hebben om met behulp van D3-techniek nog een stap verder te gaan. Naast ernst zorgde Erasmus ook voor luim; dit jaar bleek dat Zotte Zaterdag is uitgegroeid tot een serieus evenement en een echte publiekstrekker. Zelfs schilderclub ‘Het Goudse penseel’ liet zich dit jaar inspireren door de Goudse geleerde. Dat leverde enkele creatieve en verrassend professionele kunstwerken op.

staat8

Veiling van Lalla Golda. Vlnr. Paul abels, Milo Burgemeester Schoenmaker, Chahid el Haddouti (Voorzitter Boughaz), Fatima Kalai, (Raad van Aanbeveling),Gerard de Kleijn (Museum Gouda), Trude Linde en Willem Hesseling (beiden Boughaz)

Veiling van Lalla Golda. Vlnr. Paul abels, Milo Burgemeester Schoenmaker, Chahid el Haddouti (Voorzitter Boughaz), Fatima Kalai, (Raad van Aanbeveling),Gerard de Kleijn (Museum Gouda), Trude Linde en Willem Hesseling (beiden Boughaz)

Marc Mulders geeft uitleg over zijn Erasmusglas aan vrijwilligers en rondleiders in de Sint-Jan

Marc Mulders geeft uitleg over zijn Erasmusglas aan vrijwilligers en rondleiders in de Sint-Jan

staat9De eigenlijke afsluiting van het Erasmusjaar vond echter niet in het museum plaats, maar in de naastgelegen Sint-Janskerk. Daar kon in september toch eindelijk het Erasmusglas van Marc Mulders onthuld worden. Deze kunstenaar was als een kind zo blij dat zijn creatie uiteindelijk toch deel is gaan uitmaken van het monumentale glazenprogramma van deze ‘tempel’ van de glasschilderkunst in Nederland’. Zijn werk was al terug te vinden in de Oude Kerk van Amsterdam en de Sint-Janskathedraal van Den Bosch, maar met de Goudse kerk heeft hij de top van de Olympus pas echt bereikt. De kerk zelf is het afgelopen jaar druk doende geweest een herinrichting voor te bereiden, die ertoe moet leiden dat de ingang vooraan onder de toren komt en niet langer via een klein deurtje van een grafkapel aan de zijkant. Daar komt nu ruimte het oorspronkelijke graf van de grote Gouwenaar Hieronymus van Beverninghen weer enigszins in ere te herstellen en hopelijk komt er ook een glimp terug van de oude Librye, met de plaatsing van het fraaie Libryebord uit 1648.

De geschiedschrijving over Gouda werd dit jaar verrijkt met een biografie van een vergeten grootheid van vrouwelijke kunne uit de stad: Anna Barbara van Meerten-Schilperoort. In deze levensschets, verschenen onder de titel De Kroon van Gouda, krijgt zij een verdiende plaats onder de voorlopers van het feminisme in Nederland. Ontelbaar zijn de publicaties

Film van de kwartaalclub waarin Paul Abels herinneringen aan zijn vrienden Nico Habermehl en Jan Kompagnie ophaalt

Film van de kwartaalclub waarin Paul Abels herinneringen aan zijn vrienden Nico Habermehl en Jan Kompagnie ophaalt

van deze domineesvrouw en ook op sociaal gebied – zoals het bezoeken van gedetineerden in de nationale vrouwengevangenis – was zij zeer actief. Hopelijk wordt nu ook het monument dat haar bewonderaars kort na haar dood in de Sint-Jan lieten aanbrengen weer snel zichtbaar voor het publiek. Nu is het nog schandelijk verstopt achter een grote niet gebruikte preekstoel. Twee prominente Goudse historici die in de voorbij jaren overleden, Nico Habermehl en Jan Kompagnie, kregen bij het veertigjarig bestaan van de Kwartaalclub nog bijzondere lof toegezwaaid. Ondergetekende mocht in een film herinneringen ophalen aan deze vroegere winnaars van de Kwartaalprijs.

Al met al mag 2016 weer een bewogen jaar genoemd worden voor historisch Gouda. De economische voortekenen zijn gunstig en er liggen tal van uitdagende plannen om uitgewerkt te worden. De haalbaarheid ervan zal ook sterk afhangen van de Goudse politiek. Die heeft het afgelopen jaar een stevige crisis doorstaan – de stad moest het maandenlang stellen zonder wethouders – maar het grotendeels op haar zetels teruggekeerde oude college lijkt vastbesloten de ingeslagen weg te vervolgen. Voor monumenten en culturele instellingen is dat gunstig, want B&W van Gouda hebben laten zien dat deze hen aan het hart gaan.

Solo-expositie van Ruud Verkerk, meester van de verstilling

Openingstoespraak met links de meester zelf

Openingstoespraak met links de meester zelf

Al veertig jaar is hij beeldend kunstenaar. Ruud Verkerk uit Gouda heeft inmiddels een omvangrijk oeuvre op zijn naam staan van minutieuze stillevens en weidse landschappen. Op zondag 11 december mocht ik bij de opening van een grote jubileumexpositie ‘Helder licht’ van deze fijnschilder de openingstoespraak houden. En in de catalogus heb ik een typering van zijn werk gegeven. Door mijn dochter Leonie is daar ook een Engelse vertaling van gemaakt. Zelf hebben Christa en ik inmiddels vijf werken van hem aangeschaft, waar wij elke dag nog van genieten.

Dit is wat ik schreef in de catalogus

Lijnen in het werk van Ruud Verkerk

Ruud Verkerk. Zijn naam is net zo Hollands als zijn werk. Wie aan Ruud denkt ziet verkerk3oneindige polderlandschappen, met hier en daar een kerktoren als een opgestoken wijsvinger, die aan een kaarsrechte einder bescheiden de aandacht vraagt voor enige – misschien wel nietige – menselijke activiteit. Het was in die entourage dat hij in 1957 het levenslicht aanschouwde in Stolwijk, onder de rook van Gouda. Hij leek in de wieg gelegd voor ambachtelijk werk, al was dat aanvankelijk niet met een verfkwast, maar met het gereedschap van een zilversmid. Zijn echte passie lag echter bij tekenen en schilderen, een bezigheid die hem van jongst af aan van de straat en uit de weilanden hield. De idee dat hij hiermee ook zijn brood zou kunnen verdienen kwam pas geleidelijk bij hem op. In 1976 maakte hij zijn eerste olieverfschilderijen, aanvankelijk nog sterk geïnspireerd door het surrealisme van Dali en Willink. Zijn echte doorbraak volgde in 1990, toen hij mocht exposeren in Amsterdam, bij Siau, destijds de belangrijkste galerie voor figuratieve kunst van Nederland

Wie hem enigszins kent weet dat Ruud een diepdenker is, wiens interesses net zo weids zijn als het polderlandschap van zijn geboortestreek. Met evenveel gemak verdiept hij zich in Midden-Oosterse culturen als in de spiritualiteit van Griekse monniken op de berg Athos. Zijn interesse voor de oriënt ging zelfs zover, dat hij er letterlijk verliefd op werd. Met zijn huwelijk met de Iraanse Fereshteh heeft hij zijn geliefde Midden-Oosten als het ware naar het Westen gehaald.

verkerk2Die breedte van denken weerspiegelt zich ook in zijn onderwerpskeuzes. Steeds is hij op zoek naar nieuwe invalshoeken, voorwerpen om te schilderen of schilders uit vorige eeuwen die hem inspireren. Dat levert snelle variaties op in thematiek, vormen en formaten. Maar is er ook een lijn te bespeuren in zijn werk? Ja die is er, maar wel een dunne lijn. Ruud smijt namelijk niet met verf, maar gaat er calvinistisch zuinig mee om. Zijn werken zijn van een lichtheid die het houdt tussen tekenen en schilderen. Een andere lijn in zijn werk is die van de horizon in het Hollandse landschap, die richtinggevend is in veel van zijn werk, niet alleen in zijn wolkenrijke panorama’s van de Krimpenerwaard, maar ook in de stillevens en genrestukken.

Vroege stillevens uit 1984 zijn niet meer vergelijkbaar met zijn huidige werk. Die werken verkerk1waren strak, met heldere kleurvlakken en weinig details en stonden dichter bij Mondriaan dan bij de door hem later zo bewonderde schilders als Adriaan Coorte, Morandi en vroeg-renaissancistische schilders uit de School van Sienna. De oude meesters inspireerden hem uiteindelijk meer, dan de surrealisten, moderne minimalisten of abstracten. Dat is terug te zien in de voorwerpen die hij schildert, zoals asperges en andere soorten fruit en groente, tulpen, oud-Hollandse tegeltjes, keramiek, heiligenbeelden, sappige weiden en winters. De laatste jaren zien we de klassieke meesterwerken ook letterlijk terug in het werk van Ruud. marieSoms gebeurt dat door zo’n werk als briefkaart aan de muur van een stilleven te prikken, bijvoorbeeld landschappen van Jan van Goyen. Maar soms ook schildert Ruud een weergave van zo’n meesterwerk in een andere omgeving; zo duikt het beroemde Narrenschip van Jeroen Bosch op uit de mist bij de visbanken in de Gouwe, pal voor Verkerks atelier

Dezelfde voorwerpen komen veelvuldig terug in het werk van Verkerk, maar steeds zijn ze weer een beetje anders. Hij blijft eindeloos bepaalde variaties uitproberen om al schavend schilderend de perfectie te bereiken. Vandaar dat zijn vrouw Fereshteh wel eens zegt dat Ruud soms een concurrent is van zichzelf. Voor hem is dit echter een logisch gevolg van zijn visie op de schilderkunst. De perfectie zal waarschijnlijk nooit worden bereikt, maar elk schilderij is voor hem een nieuwe poging om haar te bereiken.